Uw betrokkenheid en steun waren hartverwarmend
Zonder enige twijfel kunnen we zeggen dat alle onderzoeken en projecten die we het afgelopen jaar hebben opgezet en uitgevoerd, niet gerealiseerd hadden kunnen worden zonder de hulp van onze donateurs en vrijwilligers.
Samen met de Hartstichting zorgen de donateurs en vrijwilligers voor de realisatie van onze levensreddende doelstellingen. Daarom willen we de tienduizenden vrijwilligers, alle particuliere donateurs en de donateurs uit het bedrijfsleven hartelijk bedanken voor hun inzet en hun financiële steun en trouw aan de Hartstichting het afgelopen jaar.
De Hartstichting in cijfers
Bij de Hartstichting werken 18 mannen en 113 vrouwen. Daarnaast zijn er ruim 75.000 collectanten en 5500 vrijwilligers in het land, die zich inzetten voor de Hartstichting. De totale inkomsten van de Hartstichting in 2008 waren 40 miljoen euro. De bruto-opbrengst van de collecte bedroeg 4,4 miljoen euro.
In 2008 investeerden we ruim 11 miljoen euro in wetenschappelijk onderzoek naar hart- en vaatziekten.
7 topwetenschappers kregen het afgelopen jaar een persoonsgebonden beurs en 30 subsidieverzoeken zijn gehonoreerd.
Nieuw in het online jaarverslag 2008
Bij de presentatie van het jaarverslag is transparantie een belangrijk onderdeel. Inzage geven in het beleid, de doelstellingen en de behaalde resultaten en transparant zijn over de financiële resultaten.
Twee nieuwe onderdelen van het jaarverslag 2008:
- Top-downpresentatie van de financiële cijfers
Wij vinden dat u als bezoeker in één oogopslag moet kunnen zien hoe de kosten en inkomsten verdeeld zijn. Klik hier om naar de
financiële top-downpresentatie te gaan.
- Facetnavigatie
Ook nieuw in 2008 is de facetnavigatie (deze kunt u openen, door op het blauwe pijltje rechtsboven te klikken). Een gemakkelijke manier om de informatie te vinden waar u naar zoekt.
Missie
Hart- en vaatziekten hebben een enorme impact op de samenleving. Het betreft een van de belangrijkste doodsoorzaken. Een derde van alle mensen die doodgaan, overlijdt aan een hart- of vaatziekte. Dat zijn er in Nederland jaarlijks ongeveer 45.000. Gelukkig sterven er de laatste jaren steeds minder mensen aan hart- en vaatziekten. Maar: het aantal patiënten neemt juist toe. In 2006 waren dat er al 860.000 en wij verwachten dat er in 2020 maar liefst 1,3 miljoen hart- en vaatpatiënten zijn.
Preventie, behandeling en genezing
Hart- en vaatziekten zijn ernstige en chronische aandoeningen en de grootste veroorzakers van invaliditeit. De Hartstichting wil én kan veel betekenen voor mensen met een hart- of vaatziekte. Op het gebied van preventie, behandeling en genezing liggen voor de lange termijn veel kansen. Die winst realiseren is het doel van de Hartstichting voor de komende jaren. Daarvoor is het nodig dat in de gezondheidszorg, de wetenschap, de politiek, maar ook in de publieke opinie de strijd tegen hart- en vaatziekten hoge prioriteit krijgt.
Missiestatement
Het missiestatement beschrijft de doelstellingen van de Hartstichting.
De Hartstichting strijdt tegen hart- en vaatziekten.
Zij investeert in onderzoek naar hart- en vaatziekten in Nederland.
Zij geeft hoogwaardige en efficiënte voorlichting over een gezonde leefstijl en initieert innovatieve verbeteringen in preventie en zorg.
De Hartstichting kan dit werk uitsluitend doen dankzij giften van de Nederlandse bevolking en de inzet van vrijwilligers.
Kernwaarden
De rol van de Hartstichting is die van een regisserende en samenbindende partij. De Hartstichting is voor iedereen zichtbaar, legt verantwoording af, stelt zich toetsbaar op en maakt het effect van haar inspanningen meetbaar. Als profiel, als datgene wat haar onderscheidt van andere organisaties, kiest de Hartstichting voor kernwaarden als integer, omgevingsbewust, ambitieus en ondernemend, samenwerkingsgericht, verantwoording nemen en afleggen en professioneel.
Een heldere en duidelijke positionering maakt aan de buitenwereld duidelijk waar de Hartstichting voor staat.
Voor donateurs is de Hartstichting transparant en geeft zij duidelijk aan waarvoor zij hen vraagt geld te doneren.
Voor vrijwilligers wil de Hartstichting een inspiratiebron zijn, waardoor zij zich nog meer betrokken voelen bij het werk van de Hartstichting.
Voor patiënten wil de Hartstichting een sterke steun in de rug zijn. Zij zorgt voor voorlichting en stimuleert de samenwerking tussen de patiëntenorganisaties zodat hun belangen optimaal aan bod komen.
Voor wetenschappers is de Hartstichting een proactieve sparringpartner die de ontwikkeling van kennis over hart- en vaatziekten stimuleert.
Voor de beroepsbeoefenaren is zij een samenbindende partner ten behoeve van een effectieve strijd tegen hart- en vaatziekten.
Binnen de private sector zoekt de Hartstichting naar nieuwe wegen om fondsen te werven waarbij haar onafhankelijkheid en integriteit gewaarborgd blijft.
Voor haar werknemers wil de Hartstichting een prettig werkklimaat scheppen dat inspireert. Marktgericht en zakelijk denken helpt de doelstellingen te bereiken.
Kerntaken
Van oudsher heeft de Hartstichting haar pijlers altijd sterk gericht op wetenschappelijk onderzoek en het geven van voorlichting. Ook de komende jaren houdt de Hartstichting vast aan deze twee belangrijke kerntaken – kennisontwikkeling en kennisverspreiding – om haar doelen te verwezenlijken. De Hartstichting heeft laten zien dat zij als neutrale en bindende partner in staat is partijen samen te verenigen in haar strijd tegen hart- en vaatziekten. Dit heeft haar aangezet tot een derde kerntaak: United Hearts.
Kerntaak kennisontwikkeling
De Hartstichting is en blijft de komende jaren een belangrijke aanjager van wetenschappelijk onderzoek. Zij wil minimaal vijftig procent van haar netto-inkomsten hieraan besteden. Met extra investeringen in onderzoek en talentvolle onderzoekers wil de Hartstichting een belangrijke impuls geven aan de translationele geneeskunde.
Kerntaak kennisverspreiding
Met haar voorlichting wil de Hartstichting kennis overdragen en mensen bewust maken van signalen, oorzaken, behandelingen en gevolgen van hart- en vaatziekten. Zij wil bereiken dat patiënten en mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten, slagvaardig de strijd met de eigen hart- en vaatziekte kunnen aangaan. Datzelfde geldt voor beroepsbeoefenaren die de Hartstichting van voldoende actuele informatie voorzien zodat zij een optimale zorg kunnen verlenen.
Verder wil de Hartstichting bereiken dat iedere Nederlander die een vraag heeft over hart- en vaatziekten het vanzelfsprekend vindt om naar de Hartstichting te gaan.
Kerntaak United Hearts
Het project United Hearts is een samenwerkingsverband van de Nederlandse Hartstichting, de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland en de patiëntenverenigingen. United Hearts moet ervoor zorgen dat hart- en vaatziekten in de top 3 komen te staan van ziekten en aandoeningen die (beleids)prioriteit hebben op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De Hartstichting wil met deze partijen gezamenlijke prioriteiten stellen en acties inluiden die het belang van de strijd tegen hart- en vaatziekten onderstrepen.
Meer informatie staat op de website van United Hearts.
Toekomstbeeld
In de 21ste eeuw zullen hart- en vaatziekten niet verdwijnen. Integendeel, alleen al door de vergrijzing stijgt het aantal patiënten fors. Vooral chronische hart- en vaatziekten zoals hartfalen zullen vaker vóórkomen.
Van alle aandoeningen zorgen hart- en vaatziekten voor het grootste verlies van kwaliteit van leven. De economische kosten van hart- en vaatziekten bedragen nu al rond de 7 miljard euro.
Onderzoek
De belangrijkste medische ontwikkelingen waar de strijd tegen hart- en vaatziekten de komende jaren van kan profiteren, liggen op een drietal terreinen:
- de moleculaire geneeskunde (waaronder genomics, waarbij het gaat om de kennis van mutaties en variaties in het DNA (erfelijk materiaal));
- beeld- en verwerkingstechnieken (brengen hart en vaten beter in beeld, waardoor vroegtijdige identificatie mogelijk wordt);
- regeneratieve geneeskunde (onder meer stimulering en nieuwvorming van bloedvaten).
Toekomstig onderzoek naar hart- en vaatziekten richt zich met name op de genetica. Door meer inzicht te krijgen in erfelijke factoren die een rol spelen bij aandoeningen kunnen risico’s beter in kaart worden gebracht. Hierdoor kunnen aandoeningen worden uitgesteld of voorkómen. Daarnaast verwacht men veel van de inzet van gekweekte cellen om het beschadigde hart na een infarct te kunnen repareren (stamcelonderzoek).
Ook op veel andere (deel)gebieden zet de Hartstichting haar onderzoekswerk onverminderd voort.
Strategie voor de periode 2007 tot 2012
In het document ‘Slagkracht, Kracht en Passie voor Hart en Vaten’ heeft de Hartstichting haar strategie beschreven voor de periode van 2007 tot 2012.
De verwachting is dat de Hartstichting in haar strijd tegen hart- en vaatziekten de komende jaren vooral winst zal boeken op de volgende terreinen.
Hoog op de maatschappelijke agenda
Hart- en vaatziekten moeten hoger op de maatschappelijke en politieke agenda komen te staan waardoor meer partijen bereid zijn om te investeren in de problematiek van hart- en vaatziekten.
Patiëntvriendelijker
Er zullen meer patiëntvriendelijke diagnostische en therapeutische technieken worden ontwikkeld, waardoor de kwaliteit van leven voor de patiënt verbetert.
Opsporing hoogrisicogroepen
Mensen met een hoog risico om een hart- of vaatziekte te ontwikkelen, worden in een eerder stadium opgespoord waarmee ziekte kan worden voorkómen of uitgesteld.
Kwaliteit van leven verbetert
De behandeling wordt nog meer toegesneden op de patiënt, waardoor minder over- of onderbehandeling plaatsvindt. De kwaliteit van leven verbetert hierdoor.
Omgaan met leefregels
Patiënten leren beter om te gaan met leefregels en adviezen, waardoor ze minder last hebben van hun ziekte en hart- en vaatziekten minder zullen vóórkomen.
Minder acuut overlijden
Minder mensen zullen overlijden aan een acute hartstilstand en beroerte als gevolg van snelle en adequate hulpverlening van zowel leken als professionals.
Gezonder leven
Mensen gaan gezonder leven: roken minder, eten gezonder en doen aan lichaamsbeweging.
Kennis over risico’s
De kennis en bewustwording van jongeren over risico’s op hart- en vaatziekten wordt groter.
Krachtige patiëntenbeweging
Het streven is om een sterke patiëntenbeweging te stimuleren, die mede richting geeft aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg aan hart- en vaatpatiënten.
Toekomstbeeld
In de 21ste eeuw zullen hart- en vaatziekten niet verdwijnen. Integendeel, alleen al door de vergrijzing stijgt het aantal patiënten fors. Vooral chronische hart- en vaatziekten zoals hartfalen zullen vaker vóórkomen.
Van alle aandoeningen zorgen hart- en vaatziekten voor het grootste verlies van kwaliteit van leven. De economische kosten van hart- en vaatziekten bedragen nu al rond de 7 miljard euro.
Onderzoek
De belangrijkste medische ontwikkelingen waar de strijd tegen hart- en vaatziekten de komende jaren van kan profiteren, liggen op een drietal terreinen:
- de moleculaire geneeskunde (waaronder genomics, waarbij het gaat om de kennis van mutaties en variaties in het DNA (erfelijk materiaal));
- beeld- en verwerkingstechnieken (brengen hart en vaten beter in beeld, waardoor vroegtijdige identificatie mogelijk wordt);
- regeneratieve geneeskunde (onder meer stimulering en nieuwvorming van bloedvaten).
Toekomstig onderzoek naar hart- en vaatziekten richt zich met name op de genetica. Door meer inzicht te krijgen in erfelijke factoren die een rol spelen bij aandoeningen kunnen risico’s beter in kaart worden gebracht. Hierdoor kunnen aandoeningen worden uitgesteld of voorkómen. Daarnaast verwacht men veel van de inzet van gekweekte cellen om het beschadigde hart na een infarct te kunnen repareren (stamcelonderzoek).
Ook op veel andere (deel)gebieden zet de Hartstichting haar onderzoekswerk onverminderd voort.
Strategie voor de periode 2007 tot 2012
In het document ‘Slagkracht, Kracht en Passie voor Hart en Vaten’ heeft de Hartstichting haar strategie beschreven voor de periode van 2007 tot 2012.
De verwachting is dat de Hartstichting in haar strijd tegen hart- en vaatziekten de komende jaren vooral winst zal boeken op de volgende terreinen.
Hoog op de maatschappelijke agenda
Hart- en vaatziekten moeten hoger op de maatschappelijke en politieke agenda komen te staan waardoor meer partijen bereid zijn om te investeren in de problematiek van hart- en vaatziekten.
Patiëntvriendelijker
Er zullen meer patiëntvriendelijke diagnostische en therapeutische technieken worden ontwikkeld, waardoor de kwaliteit van leven voor de patiënt verbetert.
Opsporing hoogrisicogroepen
Mensen met een hoog risico om een hart- of vaatziekte te ontwikkelen, worden in een eerder stadium opgespoord waarmee ziekte kan worden voorkómen of uitgesteld.
Kwaliteit van leven verbetert
De behandeling wordt nog meer toegesneden op de patiënt, waardoor minder over- of onderbehandeling plaatsvindt. De kwaliteit van leven verbetert hierdoor.
Omgaan met leefregels
Patiënten leren beter om te gaan met leefregels en adviezen, waardoor ze minder last hebben van hun ziekte en hart- en vaatziekten minder zullen vóórkomen.
Minder acuut overlijden
Minder mensen zullen overlijden aan een acute hartstilstand en beroerte als gevolg van snelle en adequate hulpverlening van zowel leken als professionals.
Gezonder leven
Mensen gaan gezonder leven: roken minder, eten gezonder en doen aan lichaamsbeweging.
Kennis over risico’s
De kennis en bewustwording van jongeren over risico’s op hart- en vaatziekten wordt groter.
Krachtige patiëntenbeweging
Het streven is om een sterke patiëntenbeweging te stimuleren, die mede richting geeft aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg aan hart- en vaatpatiënten.
Professionele organisatie

Algemeen
De Nederlandse Hartstichting kent drie afdelingen:
- Marketing & Communicatie,
- Kennis & Innovatie en
- Bedrijfsvoering.
Elke afdeling heeft een afdelingsmanager die rechtstreeks wordt aangestuurd door de directeur en zitting heeft in het MT. De afdelingen zijn weer onderverdeeld in teams die worden aangestuurd door een teamleider.
Naast de drie afdelingen bestaat de organisatie uit:
- een Strategische Unit,
- een stafafdeling Personeel & Organisatie en
- een Team Ondersteuning.
De manager Personeel & Organisatie is adviseur van het MT.
Directie
De heer dr. J.C.G. (Hans) Stam.
Afdelingsmanagers en manager Personeel & Organisatie (op 31 december 2008)
Mevrouw dr. M.C.M. (Marina) Senten MBA Kennis & Innovatie
De heer drs. M. (Marc) Tijhuis Marketing & Communicatie
De heer R. (Robert) Wagter Bedrijfsvoering
Mevrouw Mr. N.E. (Nicole) Wouters-Kroesen Personeel & Organisatie
Medewerkers
Eind 2008 waren 131 medewerkers in dienst bij de Hartstichting, waarvan 113 vrouwen (86 procent) en 18 mannen (14 procent). 97 medewerkers werken in deeltijd en 34 werken voltijds (38,75 uur per week). Van het begrootte aantal formatieplaatsen (117,5 fte) waren er aan het einde van het jaar 111,2 fte daadwerkelijk ingevuld.
Verdeling M/V

Verdeling deeltijd/voltijd

Leeftijdsindeling

Dienstjaren en verloop

In 2008 traden 21 medewerkers in dienst en vertrokken er 21.
Organisatieontwikkeling
Sinds de structuurverandering van de Hartstichting in 2006 wordt er projectmatig gewerkt binnen een matrixstructuur. Inmiddels is de werkwijze van het projectmatig werken geëvalueerd.
In 2008 werd verdere professionalisering ondersteund door een trainingstraject voor leidinggevenden, projectmanagers en -medewerkers en zijn er intervisiemogelijkheden aangeboden.
Ondernemingsraad
In 2008 heeft de OR zeven keer formeel vergaderd en voerde de OR zeven keer overleg met de bestuurder.
Belangrijke onderwerpen op de agenda waren:
- huisvesting;
- functionerings-/beoordelingssystematiek;
- enquête ten behoeve van de herziening en het flexibiliseren van de arbeidsvoorwaarden.
Verkiezingen
Sinds de verkiezingen in februari is de bezetting van de OR weer op oude sterkte.
In het najaar van 2008 heeft de OR een training gevolgd, waarin onder meer de speerpunten voor 2009 zijn geformuleerd.
Leden van de ondernemingsraad (op 31 december 2008)
Mevrouw C.E.M. (Karin) Bus
Mevrouw drs. A. (Annette) Rooijaards
Mevrouw S.H. (Simone) Karper-Boesveld, voorzitter
Mevrouw drs. M. (Maaike) van Wissen-Báez Bautista
De heer dr. H.P.J.C. (Hubert) de Leeuw
Mevrouw drs. W. (Wil) Wegbrands
Mevrouw drs. N. (Nelleke) van der Houwen
Arbeidsvoorwaarden
De Hartstichting heeft een eigen rechtspositieregeling met daarin opgenomen salarisschalen. Bij salarisverhogingen volgt de Hartstichting het percentage zoals wordt vastgesteld in het arbeidsvoorwaardenoverleg van de Publiekrechtelijke BedrijfsOrganisatie-sector (PBO-sector).
Flexibel arbeidsvoorwaardenpakket
In 2008 zijn er aanbevelingen gedaan om te komen tot een meer flexibel arbeidsvoorwaardenpakket. Deze zullen in 2009 verder worden uitgewerkt.
Bruto maandsalaris
Het bruto fulltime maandsalaris bedraagt per 1 juli 2008 (exclusief werkgeverslasten en overige arbeidsvoorwaarden) (honorering afhankelijk van opleiding en relevante werkervaring):
Directie € 9.890 - € 9.890
Afdelingsmanagers € 5.016 - € 7.225
Teamleiders € 3.971 - € 4.846
Beleidsmedewerker + coördinator € 2.850 - € 4.379
Administratief/secretarieel personeel € 2.272 - € 2.892
Loonontwikkeling
In het akkoord van de PBO-sector is per 1 januari en per 1 juli 2008 een structurele loonontwikkeling opgenomen van 1,4 procent.
Spaarloonregeling
In 2008 namen 59 medewerkers deel aan de spaarloonregeling, waarbij de medewerker maximaal 613 euro per jaar fiscaalvriendelijk via het brutoloon mag sparen.
Levensloopregeling
In 2008 heeft niemand gebruikgemaakt van de levensloopregeling.
Fietsregeling
Bewegen is belangrijk, ook voor medewerkers van de Nederlandse Hartstichting. Daarom kunnen zij onder gunstige fiscale voorwaarden een fiets kopen van maximaal 749 euro. In 2008 maakten twaalf medewerkers gebruik van deze regeling.
Arbeidsomstandighedenbeleid
De Nederlandse Hartstichting vindt het welbevinden van haar medewerk(st)ers zeer belangrijk en investeert dan ook tijd en geld in een volledig arbeidsomstandighedenbeleid. Hier volgt een uiteenzetting.
Verzuimbegeleiding
De verzuimbegeleiding is in handen van Rienks Arbodienst gevestigd te Leusden. Om de week houdt de bedrijfsarts een dagdeel spreekuur op locatie Den Haag.
Het ziekteverzuim is van 5,5 procent in 2007 afgenomen naar 3,91 procent in 2008.
Bewegingsvergoeding
Vanaf 2006 is in het kader van preventief gericht gezondheidsbeleid de bewegingsvergoeding ingevoerd. Medewerkers kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding mits zij die aantoonbaar aanwenden voor de eigen lichaamsbeweging.
In 2008 maakten 65 medewerkers gebruik van deze regeling.
Functionerings- en beoordelingscyclus
In 2008 is begonnen met een nieuwe functionerings- en beoordelingscyclus, waarbij de principes werden gehanteerd van resultaatgericht managen. Ook werd de methodiek kwaliteitenmanagement ontwikkeld. Medewerker en leidinggevende hebben een plannings-, functionerings- en beoordelingsgesprek. In 2009 wordt deze cyclus geëvalueerd.
Evenementencommissie
Binnen de Hartstichting is een evenementencommissie actief. In 2008 hebben zij diverse activiteiten met een informeel en ontspannend karakter georganiseerd voor de medewerkers, zoals het gezamenlijk personeelsuitje, de sinterklaasattentie en de kerstviering.
Samenwerking
Om haar doelen te bereiken, werkt de Hartstichting samen met een groot aantal partners. De partners met wie wij een structureel samenwerkingsverband hebben staan hieronder vermeld.
Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro)
Stichting Samenwerkende Gezondheidsfondsen
Het Voedingscentrum
NOC*NSF, Nederland in Beweging (NIB)
Stichting Opsporing Erfelijke Hypercholesterolemie (STOEH)
European Heart Network (EHN)
World Heart Federation
Nederlandse Reanimatie Raad (NRR)
European Resuscitation Council (ERC)
Stichting Orgaan- en Weefseldonorvoorlichting
Stichting Hoofd, Hart en Vaten (SHHV)
Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC)
Nederlandse Vereniging van Hart- en Vaatverpleegkundigen (NVHVV)
Vrienden van de Hartstichting
- Vereniging vrienden
- Ondersteuning vanuit de Hartstichting
- Vriendendag
- Public relations en communicatie
- Financiën
Vereniging Vrienden van de Hartstichting
De doelstelling van de vereniging Vrienden van de Hartstichting is ‘het bevorderen van en het geven van steun aan het werk van de Nederlandse Hartstichting’. De vereniging bestaat uit vrijwilligers die lokaal en regionaal actief zijn.
Tijdens de jaarlijkse Hartweek organiseert de vereniging de landelijke collecte, waarbij ze wordt ondersteund door ongeveer 75.000 collectanten. Voor de Hartstichting zijn de collectanten in de collecteweek haar ambassadeurs. Naast de collecte organiseren de Vrienden fondsenwervende activiteiten, reanimatiecursussen en bieden zij ondersteuning bij activiteiten en campagnes van de Hartstichting.
Verenigingsstructuur
De vereniging Vrienden, die het gezicht van de Hartstichting mede vormgeven, worden in hun werk ondersteund door coördinatoren. Die zijn de verbindende schakel tussen de vrijwilligers en de medewerkers van het team Communicatie van de Hartstichting.
Omvang van de vereniging
In 2008 daalde het aantal actieve Vrienden met 120 en hun aantal bedroeg op 31 december 5.374.
Het aantal sympathisanten nam af – als gevolg van het beleid geen nieuwe sympathisanten te werven – en bedroeg aan het eind van het jaar 26.881.
Bestuurssamenstelling 31-12-2008
De samenstelling en het schema van aftreden van het bestuur is als volgt.
| Naam | Functie | Herbenoeming | Aftreden |
| J.W. Bavinck | Voorzitter | 11-2009 | |
| Mw. H.A. Nieuwenhuijsen | Secretaris | 03-2011 | 03-2015 |
| W.P.G.M. Wijnands | Lid | 11-2012 | |
| N. Goossens | Lid | 03-2011 | 03-2015 |
| W. Backer | Lid | 03-2011 | 03-2015 |
Afgetreden leden 2008:
| H. Buseman | Lid |
| Mw. J. Boersma- Wanders | Secretaris |
Activiteiten bestuur
In het jaar 2008 zijn alle beleids- en organisatievraagstukken die er lagen afgewerkt. In de loop van het jaar bleek dat er behoefte bestond aan een duidelijker structuur. In 2009 wordt hieraan gewerkt, onder andere naar aanleiding van de uitkomsten van een enquête die begin 2009 zal worden gehouden.
Enkele belangrijke onderwerpen in 2008 waren:
- taken en verantwoordelijkheden vereniging, relatie met Hartstichting;
- evaluatie Hartweekcollecte 2008;
- voorbereidingen Vriendenraden;
- voorbereiding inzet Vrienden bij jaarthema ‘6-minutenzones’;
- adoptieplan bestuurders naar regio’s;
- werven nieuwe bestuurders;
- jaarplan en begroting 2009;
- verdere implementatie Extranet Vrienden;
- opzet en uitvoering collectedatabase.
Het bestuur heeft besloten dat de in 2009 aftredende voorzitter het aangewezen lid is (en blijft, ook na zijn aftreden) van de Raad van Toezicht van de Nederlandse Hartstichting.
Vriendenraad
De Vriendenraad is dit jaar drie keer bijeen geweest en keurde de jaarrekening 2007 en het jaarplan 2009 goed. Het komende jaar zal er een enquête worden gehouden onder de Vrienden waarin onder meer zal worden gevraagd naar hun ervaring met de verenigingsstructuur en hun relatie met de Hartstichting.
Activiteiten vereniging Vrienden
De Vrienden hebben zich in 2008 bijzonder ingespannen bij het vergaren van fondsen voor de Hartstichting. Ook gaven zij een belangrijke invulling aan de bemensing van de stands van de Hartstichting. Hun activiteiten in de stands bestaan onder meer uit het geven van voorlichting, fondsenwerving en het werven van nieuwe vrijwilligers.
De Vrienden waren onder meer bij de volgende activiteiten in 2008 aanwezig:
- Dam tot Damloop;
- Nijmeegse vierdaagse;
- Mergelheuvelland 2-daagse;
- Landgoedfair Mariënwaerdt.
Ook verzorgden zij stands bij onder andere:
- gezondheidsmarkten, braderieën, voorlichtingsdagen in ziekenhuizen, diverse sportwedstrijden en fitnessactiviteiten.
Landelijk wervingsteam
Het Landelijk wervingsteam, bestaande uit 35 vrijwilligers, werft collectanten op beurzen en evenementen. In 2008 zijn zij onder andere actief geweest op de Wegwijsbeurs, de 50PlusBeurs en de EO Jongerendag.
Tevens wordt gebruikgemaakt van werving via diverse internetsites. In totaal zijn er in 2008 1.685 nieuwe vrijwilligers geworven.
Mobiele Informatie Stand en Landelijk Standbemanningsteam
De Mobiele Informatie Stand is in 2008 31 keer ingezet op grootschalige evenementen in heel Nederland. De medewerkers verstrekten informatie, hielpen bij de activiteiten en zorgden voor verspreiding van diverse brochures en weggevertjes zoals ballonnen.
In 2008 is een start gemaakt met de samenstelling van een landelijk standbemanningsteam, dat op diverse evenementen de lokale en regionale vrijwilligers kan ondersteunen.
Ambassadeurs Voorlichtingsmateriaal
In heel Nederland zijn twintig vrijwilligers actief als Ambassadeur Voorlichtingsmateriaal. Hun taak is om medewerkers van patiëntenservicecentra in ziekenhuizen en gezondheidscentra te informeren over het voorlichtingsaanbod van de Hartstichting. Inmiddels is de helft van alle centra bezocht.
Ondersteuning vanuit de Hartstichting
De vereniging Vrienden is weliswaar juridisch een aparte vereniging, echter zonder de intensieve ondersteuning vanuit de Hartstichting kan de vereniging niet functioneren.
Deze ondersteuning wordt met behulp van een aantal activiteiten op diverse plaatsen en momenten geboden:
- bestuursvergaderingen en Vriendenraad;
- deskundigheidsbevordering;
- werving vrijwilligers;
- Vriendendag;
- pr en communicatie;
Bestuursvergaderingen en Vriendenraad
De Hartstichting vaardigt statutair adviseurs af naar de bestuursvergaderingen en de voorzitter bereidt samen met de teamleider Vrijwilligersmanagement en de manager Afdeling marketing en communicatie van de Hartstichting de bestuursvergaderingen voor. Op deze wijze wordt gezorgd voor een gezamenlijk draagvlak, immers, de vereniging heeft tot doel het ondersteunen van de doelstellingen van de Hartstichting.
Deskundigheidsbevordering
De Hartstichting ondersteunt de Vrienden in hun activiteiten onder andere door middel van het geven van praktijkgerichte workshops en trainingen. Zo hebben er diverse bijeenkomsten plaatsgevonden met diverse thema’s, zoals het opzetten van 6-minutenzones en een extranet/collectedatabase. In totaal bezochten 213 Vrienden in 2008 een workshop en zij beoordeelden deze als zeer waardevol en plezierig.
Werving vrijwilligers
De werving van nieuwe vrijwilligers gebeurt door middel van telefonische werving, door gebruikmaking van netwerken, presentaties op bijeenkomsten enzovoort.
Met name in de tweede helft van 2008 zijn er veel advertenties geplaatst met als doel Vrienden en collectanten te werven. Hier volgt een aantal voorbeelden:
- wervingsadvertentie op uitleenbon van zevenhonderd bibliotheken;
- advertentie in een special van De Telegraaf over vrijwilligerswerk (augustus 2008);
- advertentie in de Volkskrant op de nationale vrijwilligersdag, 5 december;
- werving vrijwilligers via diverse internetsites.

Vriendendag
De jaarlijkse Vriendendag wordt geheel voorbereid en georganiseerd door de Hartstichting en heeft als doel om vrijwilligers meer te betrekken bij de Hartstichting en de vereniging. Ook wordt deze dag gebruikt om hen te informeren over de laatste ontwikkelingen.
Het centrale thema van de Vriendendag in 2008 was jeugd, waarbij het jeugdfonds van de Hartstichting, JUMP, uitgebreid werd belicht.
De Vriendendag is steeds weer een groot succes en wordt door de aanwezige Vrienden zeer op prijs gesteld.
Huldiging
De Hartstichting is heel erg trots op haar grote aantal trouwe vrijwilligers. Om haar dankbaarheid te tonen reikt zij jaarlijks tijdens de Vriendendag Gouden en Zilveren harten uit aan vrijwilligers die 10 of 25 jaar actief zijn.
Public relations en communicatie
De communicatie met de Vrienden van de vereniging vindt plaats via meerdere kanalen:
- Hartslag (viermaal per jaar), vooral bedoeld voor de donateurs van de Hartstichting;
- Nieuwsbrief (viermaal per jaar), bedoeld voor de actieve Vrienden van de vereniging; dit bulletin is dit jaar als apart onderdeel ingevoegd in Hartslag;
- Regio-on-Line (maandelijks), een digitale nieuwsbrief vooral bedoeld voor snelle informatie-overdracht aan de leden van de Regionale Vrienden Commissies. De Regio-on-Line is in december 2008 vervangen door Vrienden on Line, bestemd voor alle Vrienden;
- Brieven van het bestuur met actuele en belangrijke informatie (beleidsplan);
- Extranet Vrienden.
Al deze communicatie wordt voorbereid en uitgevoerd door de Hartstichting.
Financiën
Baten eigen fondsenwerving
De totale baten uit eigen fondsenwerving bedroegen in 2008 5.074.772 euro. Dit is 30.228 euro minder dan begroot. De oorzaak hiervan ligt bij een lagere collecteopbrengst. De opbrengst van fondsenwervende activiteiten is echter ruim 100.000 euro meer dan begroot!
Collecte
De Hartweek waarin de collecte plaats had was van 16-21 april. De opbrengst van de collecte bedroeg 4.388.491 euro. Deze collecte-inkomsten liggen 2 procent onder het niveau van vorig jaar en 3,5 procent onder de begroting 2008 (4,55 miljoen euro).

Hartbox
De Hartbox is een toonbankcollecteactiviteit. In 2008 zijn er 477 hartboxen uitgezet met een gemiddelde opbrengst van 74,50 euro. De totaalopbrengst was 35.551 euro.
De plaatsing van de Hartboxen wordt via de Vriendenregio’s door de locaties gecoördineerd.
Inkomsten eigen fondsenwerving
Het afgelopen jaar zijn vele fondsenwervende activiteiten ontwikkeld, zowel op eigen initiatief als op initiatief van derden. Er waren naast diverse grote(re) evenementen ook vele sportieve activiteiten die door bijvoorbeeld lokale fitnesscentra in samenwerking met de Vrienden werden georganiseerd. De totale opbrengst vanuit eigen fondsenwerving was in 2008 228.310 euro.
Nalatenschappen
De opbrengst uit nalatenschappen is in 2008 gestegen ten opzichte van 2007. De opbrengst in 2008 bedroeg 81.681 euro, in 2007 was dit 52.571 euro.
Contributies, giften en schenkingen
Deze inkomsten kwamen met 375.605 euro iets lager uit dan begroot.
Kosten eigen fondsenwerving
De totaalkosten eigen fondsenwerving waren 326.131 euro. Dit is 6.131 euro hoger dan begroot. In deze post zijn de volgende kosten ondergebracht.
- Drukwerk.
Deze post bevat een reservering voor het drukwerk ten behoeve van de vereniging. - Materialen (zoals de Gouden en Zilveren Harten, bronzen beeldjes, documentatiemappen, promotiematerialen en alle oorkonden).
- Nieuwsbrief.
Met de samenvoeging van de nieuwsbrief en Hartslag zullen de kosten voor de nieuwsbrief dalen. De begroting is echter gelijk gehouden aan 2007 in verband met de uitgave van een maandelijkse digitale nieuwsbrief voor de Vrienden voor de ontwikkelingen van extranet. - Extranet.
Deze post is bedoeld om de communicatie en uitwisseling van nieuws, documenten en ideeën tussen de Hartstichting en haar Vrienden te optimaliseren.
Bestandsbeheer/mailingen
Hieronder vallen de kosten van het relatiebeheer van de vereniging Vrienden van de Hartstichting, inclusief de collecteadministratie, algemene mailings met de Vrienden enzovoort. Met de invoering van het interne bestandsbeheerssysteem Clix van de Hartstichting zijn de gemaakte kosten aanzienlijk gedaald.
Regioactiviteiten
In deze post zijn de kosten weergegeven van de regioactiviteiten die door de RVC’s zijn uitgevoerd.
Ondanks de hogere opbrengst waren deze kosten lager dan begroot.
RVC’s, locaties en algemene kosten
Deze kosten, als onderdeel van het totaal en met name de post overige algemene kosten, zijn hoger uitgevallen dan begroot.
Er zijn aanmerkelijk meer collectekosten vanuit de afrekenstaten gekomen. Dit komt omdat er veel tijd en aandacht is besteed om locaties (tijdig) hun saldobiljet in te laten leveren. Ten opzichte van 2007 zijn beduidend meer saldobiljetten ingeleverd. Om deze reden vindt er een correctie plaats op zowel de opbrengsten als de kosten ten opzichte van 2007.
Gemiddeld per locatie zijn de kosten omgerekend 103 euro.
In deze post zitten de volgende kostensoorten:
- lokale collecte- en overige lokale kosten. Dat zijn: vergaderkosten, portokosten, kopieerkosten, telefoonkosten, reiskosten en kosten voor de verspreiding van collectezakjes;
- kosten voor lokale bijeenkomsten, zoals gemeentebijeenkomsten, collectanten- en wijkhoofdenavonden;
- kosten van de extra Vriendenraad;
- uitgaven die medewerkers doen ten behoeve van lokale vrijwilligers;
- lokale legeskosten voor collectevergunningen;
- ontvangen declaraties van Vrienden die lokaal actief zijn.
Dotatie aan Hartstichting
De vereniging Vrienden van de Hartstichting heeft in 2008 weer een behoorlijke inspanning geleverd en komt, gezien de baten en de kosten, uit op een dotatie aan de Hartstichting van 4.784.192 euro.
United Hearts
De Nederlandse Hartstichting is van mening dat hart- en vaatziekten als een van de belangrijkste doodsoorzaken meer aandacht verdienen van publiek en politiek. Om te zorgen dat hart- en vaatziekten in de top 3 komen van ziekten en aandoeningen die op het ministerie van VWS beleidsprioriteit hebben, heeft zij de krachten gebundeld. Samen met de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland en de gezamenlijke patiëntenverenigingen is een samenwerkingsverband aangegaan: United Hearts.
De Hartstichting wil met deze partijen gezamenlijke prioriteiten stellen en acties inluiden die het belang van de strijd tegen hart- en vaatziekten onderstrepen.
Noodzaak voor het ontstaan van United Hearts
Cardiovasculair Nederland is te versnipperd. Te weinig hart- en vaatdeskundigen nemen deel aan adviesorganen, er is geen eenduidig beeld van de enorme impact van hart- en vaatziekten en er worden geen gezamenlijke acties ondernomen. Het gevolg hiervan is dat er sprake is van onvoldoende zeggingskracht richting de politiek.
Op langere termijn betekent dit een bedreiging voor de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek en de patiëntenzorg.
Visie United Hearts
Als een van de belangrijkste doodsoorzaken verdienen hart- en vaatziekten de hoogste plek op de politieke en maatschappelijke agenda.
Samen staan we sterk
In United Hearts zijn de cardiovasculaire partijen in Nederland verenigd, zodat zij gezamenlijk en ieder vanuit hun eigen rol één vuist kunnen maken richting politiek en met één gezicht, één stem en één verhaal het publieke debat aangaan.
De doelstellingen van United Hearts zijn:
- ervoor zorgen dat hart- en vaatziekten op nummer 1 in de top 3 komen te staan van aandoeningen die politieke en maatschappelijke prioriteit hebben;
- het Nederlandse publiek in te laten zien dat hart- en vaatziekten de grootste impact op de samenleving hebben;
- te zorgen voor voldoende budget voor cardiovasculair onderzoek, behandeling, zorg en preventieprogramma’s.
Onderzoeksvelden United Hearts
Begin 2007 heeft de Hartstichting vier onderzoeksvelden gekozen die op dit moment de meeste aandacht verdienen:
- aangeboren hartafwijkingen;
- hartstilstand;
- beroerte (stroke) (TIA/CVA);
- hartfalen.
Deze vier terreinen omvatten het complete leeftijdsspectrum van zeer jong (aangeboren hartafwijkingen), middelbare leeftijd (plotse dood) tot aan senioren (beroerte, hartfalen).
Boodschap naar het publiek
United Hearts doet de gezamenlijke belofte dat iedere Nederlander zeven jaar langer, gezond en productief kan leven. Het doel is om op elk van deze vier terreinen deze winst van levensjaren na te streven. Het gaat hierbij niet alleen om winst in tijd, maar ook om winst in kwaliteit van leven. Deze winst zou behaald kunnen worden door nog meer aandacht te besteden aan preventie en leefstijl, door nog beter te behandelen volgens de richtlijnen, meer te investeren in onderzoek, het verbeteren van operatieve procedures enzovoort.

Raad van toezicht
Taken en verantwoordelijkheden
Tot de taken van de Raad van Toezicht behoren:
- het goedkeuren van het algemene beleid;
- het goedkeuren van het jaarverslag;
- het goedkeuren van de jaarrekening;
- het goedkeuren van de begrotingen;
- het goedkeuren van de personeelsformatie en de uitgangspunten van het arbeidsvoorwaardenbeleid.
Samenstelling
De Raad van Toezicht dient zodanig te zijn samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de directie onafhankelijk, transparant en kritisch kunnen opereren zonder belangenvertegenwoordiging.
Sinds 31 december 2007 bestaat de Raad van Toezicht uit de volgende personen.
- Drs. L.E.H. Vredevoogd (lid sinds 2006, treedt af in 2014). Voorzitter (oud-voorzitter College Bestuur Universiteit Leiden en Maastricht). Bezoldigde nevenwerkzaamheden: voorzitter CEA (Commissie Eindtermen Accountantopleiding), adviseur NIVE, adviseur NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie).
- Drs. J.G. Pot (lid sinds 2006, treedt af in 2012). Verbonden aan de Raad voor de Rechtspraak te Den Haag, oud-SR-lid en oud-penningmeester Vrienden. Deskundigheid: financiën, vicevoorzitter. (De heren Pot en Vermeend vormen de Audit Commissie binnen de Raad van Toezicht.)
- Ing. J.W. Bavinck (lid sinds 2006, treedt af in 2013). Bezoldigde nevenwerkzaamheden: voorzitter vereniging Vrienden van de Hartstichting (oud-SR-lid). Deskundigheid: vrijwilligers/patiënten.
- Mw. M.Th. Bremer (lid sinds 2008, treedt af in 2016). Bezoldigde nevenwerkzaamheden: journaliste en tv-presentatrice, ambassadeur Sponsor Bingo Loterij. Deskundigheid: communicatie, PR & media.
- Prof. dr. D.E. Grobbee (lid sinds 2006, treedt af in 2012). Verbonden aan Julius Centrum/Universiteit Utrecht (oud-SR-lid). Deskundigheid: wetenschap, klinisch-epidemioloog.
- Prof. dr. W.A.F.G. Vermeend (lid sinds 2006, treedt af in 2014). Hoogleraar Universiteit Maastricht (oud-staatssecretaris Financiën, oud-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Bezoldigde nevenwerkzaamheden: onder andere (president-)commissaris: AFAB Financiële Diensten Holding N.V., Free Record Shop Holding N.V., HSB Bouw Volendam, Maison van den Boer B.V., 2B Interactive. Deskundigheid: financiën. (De heren Pot en Vermeend vormen de Audit Commissie binnen de Raad van Toezicht.)
- Dr. H.W.M. Plokker (lid sinds 2006, treedt af in 2014). Cardioloog verbonden aan het St. Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein. Deskundigheid: wetenschap.
Erevoorzitters:
- mr. O. Hattink;
- drs. G.C.J. van der Velde.
Voor meer informatie zie Reglement van de raad van Toezicht.
Jaarverslag Raad van Toezicht
De Raad van Toezicht van de Nederlandse Hartstichting (NHS) heeft een drietal rollen:
- toezichthouder;
- werkgever; en
- klankbord voor de directeur/bestuurder.
Toezichthouder
De Raad heeft het toezicht op de naleving van de procedures en richtlijnen voor de totstandkoming van de financiële verslaglegging opgedragen aan de auditcommissie. De voorzitter van deze commissie brengt vervolgens advies uit aan de Raad. De auditcommissie heeft in 2008 tweemaal vergaderd (14 juli en 26 november) en de volgende onderwerpen besproken: jaarplan, jaarrekening, jaarverslag, accountantsverslag (managementletter), vermogensbeheer.
Werkgever
De werkgeversrol van de Raad van Toezicht uit zich door het beoordelen van het functioneren van de directeur/bestuurder. Hiervoor is een beoordelingsprocedure opgesteld waarin ook de stakeholders van de NHS een rol spelen. De toetsing wordt uitgevoerd door de voorzitter en vicevoorzitter van de Raad en teruggekoppeld aan de voltallige Raad van Toezicht. De uitkomsten van deze beoordeling hebben geen aanleiding gegeven tot veranderingen in de relatie tussen de directeur/bestuurder en de Raad.
Klankbord
Vanuit de Raad van Toezicht heeft de voorzitter ervan regulier contact met de ondernemingsraad, de Wetenschappelijke Adviesraad en de afdelingsmanagers van de Hartstichting.
De Raad van Toezicht heeft in 2008 vijf keer vergaderd.
Datum, aanwezigheid (%) en belangrijkste agendapunten
21-03-2008: 57,2%
Belangrijkste agendapunten
- Concept handboek Crisismanagement.
- Medewerkertevredenheidsonderzoek.
- Jaarrekening/managementletter 2007.
- Definitieve locatiekeuze nieuwbouw.
- Herbenoeming RvT-leden (Grobbee/Pot).
26-06-2008: 85,6%
Belangrijkste agendapunten
- Presentatie JUMP (jeugdfonds Hartstichting).
- Organisatie theateravond.
- Strategie notariële akten.
- Pitch vermogensbeheer.
- Ontwikkelingen rond ICIN.
- Managementcontract met directeur NHS.
- Kwartaalcijfers NHS.
28-08-2008: 57,2%
Belangrijkst agendapunt
- Reflectiebijeenkomst met als onderwerpen ‘huisvesting’ en ‘samenwerking met de private sector’
04-09-2008: 85,6%
Presentatie programma Hartstilstand.
- Halfjaarcijfers NHS.
- Kaderbrief begroting 2009.
- Hoofdlijnenovereenkomst huisvesting.
04-12-2008: 57,2%
Belangrijkste agendapunten
- Begroting en jaarplan 2009.
- Financiële positie NHS na kredietcrisis.
- utput door NHS gesteunde onderzoeksprojecten.
- Managementcontract tussen directeur NHS en Raad van Toezicht.
Gedragscodes
De Hartstichting volgt onderstaande interne richtlijnen en gedragscodes vanuit de branche:
- medewerkers van Acquisitie en Relatiebeheer zijn lid van het Nederlands Genootschap van Fondsenwervers (NGF);
- de gedragscodes van de Vereniging van Fondsenwervende Instellingen (VFI) en de Dutch Dialogue Marketing Association (DDMA) worden strikt gehanteerd;
- regels voortkomend uit de privacywetgeving worden gevolgd voor het gebruik van onder meer e-mailadressen;
- uitsluiting van mailingen voor personen die bij Infofilter.nl geregistreerd staan;
- uitsluiting van mailingen voor personen die in het Overledenenregister zijn opgenomen;
- donateurs kunnen aangeven hoe vaak zij post met een verzoek om een gift willen ontvangen;
- ten behoeve van samenwerkingsverbanden is de ‘Gedragscode Samenwerken Bedrijven’ opgesteld;
- ten behoeve van lokale fondsenwerving is de Richtlijn ‘Fondsenwervende Activiteiten’ opgesteld;
De Hartstichting stelt als eis dat partijen waarmee zij samenwerkt zich ook aan bovenstaande codes en regels houden. Deze afspraken worden in het samenwerkingscontract vastgelegd.
Klachten
De Hartstichting voert actief klachtenbeleid, waarbij klachten doorgaans binnen twee weken afgehandeld worden.
Stijging aantal klachten
In 2008 is er sprake van een stijging van het aantal klachten (656) ten opzichte van 2007 (456). Een belangrijk deel van deze stijging werd veroorzaakt door fondsenwerving (355). Een speciale mailing voor het jeugdfonds JUMP leidde tot 110 klachten en deze specifieke mailing zal dan ook in de toekomst niet meer worden ingezet.
Strategische unit
In 2008 heeft de strategische unit de volgende activiteiten ontwikkeld.
Publiek-private samenwerking
In 2008 zijn in samenwerking met de Hartstichting totaal acht cardiovasculaire programma’s ontwikkeld. Voor CTMM (Center for Translational Molecular Medicine) zijn dat de volgende: Pasterkamp/Daemen, Pinto, Vos/Wilde en Hofker. Voor BMM (het BioMedical Materials program) zijn dat: Post, Quax, De Vries en Doevendans.
Europa/KP-7
Bij KP7 (Europees Kaderprogramma voor Onderzoek & Ontwikkeling) heeft de Hartstichting twee programma’s ingediend. Hoewel wetenschappelijk goed beoordeeld, zijn deze programma’s helaas niet gehonoreerd met een onderzoeksbudget. Na een uitgebreide evaluatie heeft de Hartstichting haar beleid hierin aangepast. Vervolgens zijn er twee programma’s (Nederland als consortiumleider) ingediend.
Natuur, Leven & Technologie
In 2008 werd een Hart/Vaat-module voor vwo 5/6 ontwikkeld. Bij het Junior College Utrecht is deze module getest. Na een uitgebreide evaluatie waarbij ook leerlingen werden betrokken is het lesmateriaal aangepast. De module wordt inmiddels op een achttal scholen in de regio Utrecht gegeven. Uiteindelijk wordt gestreefd naar een landelijke certificering.
United Hearts
In november 2008 heeft United Hearts een integraal beleidsplan opgeleverd. Hierin worden alle acties en besluiten gebundeld.
Toekomstscenario’s Wetenschap/Zorg
De ‘output’ van de Hartstichtingsprojecten over de periode 1995-2007 is geanalyseerd in samenwerking met het CWTS (Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies). Het definitieve onderzoeksrapport van het CWTS wordt in het voorjaar van 2009 verwacht.
Kenniscirkel
In februari 2008 heeft de Taskforce Kenniscirkel het rapport ‘Kenniscirkel: motor van de NHS’ aan de directie van de Hartstichting aangeboden. De uitkomsten van het rapport zullen worden geïmplementeerd.
Lokale/regionale zichtbaarheid
Er zijn steeds meer trends die wijzen op de noodzaak van lokale/regionale zichtbaarheid van ‘goede doelen’. In 2008 is materiaal verzameld en heeft een eerste gedachtevorming plaats gehad. Een conceptnotitie zal in 2009 met de betrokken sleutelfiguren binnen de Hartstichting worden besproken.
Nederlands Platform voor Hart- en Vaatziekteonderzoek
Het Nederlands Platform voor Hart- en Vaatziekteonderzoek van de Hartstichting is in 2008 tweemaal bij elkaar geweest. De voorjaarsvergadering stond in het teken van het Parelsnoerinitiatief en het cardiovasculaire onderzoek in Europa (KP-7). Tijdens de najaarsvergadering werd de NHS-CWTS-analyse van de output van de Hartstichtingsprojecten (zie hiervoor) gepresenteerd en er werd een discussie over ‘centre of excellence’ gevoerd. Dit resulteerde in een voorstel om een ‘commissie van wijzen’ in te stellen.
Haemoseis 256
In 2008 is een eerste aanzet gegeven om de Haemoseis 256 (medische apparatuur waarmee driedimensionale beelden van het hart gemaakt kunnen worden) te introduceren in de cardiovasculaire wereld. Inmiddels loopt er een pilot in Utrecht.
JUMP
Het programma Toekomst voor de Jeugd van de Hartstichting heeft een apart fonds in het leven geroepen gericht op kinderen en jongeren met en zonder hartafwijking: JUMP (voormalig Kinderhartenfonds).
JUMP zet zich in voor verbetering van de kwaliteit van leven van hartpatiëntjes en investeert in wetenschappelijk onderzoek naar aangeboren hartafwijkingen.
JUMP vindt een gezonde leefstijl van levensbelang en stimuleert gezonde voeding, bewegen en niet-roken. JUMP maakt kinderen en jongeren bewust van hun eigen hart; zij denken en doen daar zelf actief in mee en het hart staat daarin altijd centraal.
JUMP, voor kinderen met en zonder hartafwijking
Aangeboren hartafwijkingen
Bij het woord hart- en vaatziekten wordt meestal gedacht aan oude mensen. Maar ook kinderen kunnen een hart- en/of vaatziekte hebben of ontwikkelen. Ieder jaar worden er in Nederland ongeveer 1.300 baby’s geboren met een aangeboren hartafwijking en naar schatting leven er momenteel al 25.000 kinderen (tussen de 0 en 18 jaar) mee.

Verworven hartafwijkingen
Uit onderzoek is gebleken dat er een duidelijk verband is tussen risicogedrag en cardiovasculaire risicofactoren (factoren die hart- en vaataandoeningen kunnen veroorzaken) bij kinderen en jongvolwassenen. Ook is aangetoond dat door een vroegtijdige ontwikkeling van arteriosclerose (slagaderverkalking) het latere risico op hart- en vaatziekten als volwassene toeneemt.
Jongeren vertonen op diverse leefstijlfactoren (roken, voeding, bewegen) ongezond gedrag. Als aan deze ongezonde manier van leven niets verandert, dan zal de jeugd van nu op jongere leeftijd hart- en vaatziekten ontwikkelen dan hun ouders. En dus ook minder oud worden dan de volwassenen van nu. Een gezonde leefstijl is daarom van levensbelang.

Opvolger van het Kinderhartenfonds
Vanuit de gedachte van het belang van een gezonde leefstijl heeft de Hartstichting eind 2007 het jeugdfonds JUMP opgericht. JUMP werd de opvolger van het Kinderhartenfonds en richt zich op alle kinderen en jongeren tot achttien jaar, met en zonder hartafwijking.
JUMP heeft zich ten doel gesteld kinderen bewust te maken van hun eigen hart en ze te verleiden om met en voor hun hart te leven. Bij alle activiteiten spelen kinderen en jongeren zelf een heel belangrijke rol: de hoofdrol. Dat betekent dat ze actief meedoen en meedenken. Het hart staat daarin altijd centraal.
Wat deed JUMP in 2008?
In februari 2008 is JUMP officieel van start gegaan. Samen met een groep jongeren werd de naam onthuld. Een radio-interview op FunX en een artikel in de Sp!ts luidden de geboorte van JUMP in. De website www.heartjump.nl werd gelanceerd. Ook kregen brochures en materialen de JUMP-huisstijl.
De projecten die JUMP heeft gerealiseerd zijn onderverdeeld in drie clusters:
- kinderen en aangeboren hartafwijkingen;
- jeugd tussen 0-12 jaar in het basisonderwijs en
- jongeren tussen 12-18 jaar van het (v)mbo.
1 - Kinderen en aangeboren hartafwijkingen
JUMP heeft zich ten doel gesteld om de kwaliteit van leven van kinderen (en jongeren) met een aangeboren hartafwijking verder te verbeteren. Samen met deze kinderen en met professionals wordt gewerkt aan allerlei activiteiten op het gebied van voorlichting en verbeteringen in de zorg aan deze kinderen.
Wetenschappelijk onderzoek
Een belangrijk aandachtsgebied van JUMP is het investeren in wetenschappelijk onderzoek naar aangeboren hartafwijkingen. Omdat de specifieke kennis over deze problematiek nog onvoldoende aanwezig is, zijn in samenwerking met kindercardiologen en patïenten prioriteiten gesteld voor onderzoeksgebieden binnen de kindercardiologie.
Ontspanning
JUMP heeft zich ingezet voor het voortzetten van de vakantieweken en de organisatie van bijeenkomsten voor jongeren met een aangeboren hartafwijking, waar zij even niet anders zijn dan anderen.

2 - Jeugd tussen 0-12 jaar in het basisonderwijs
Kinderen die zich op jonge leeftijd al bewust zijn van het belang van een gezonde leefstijl en een gezond hart, verkleinen daarmee de kans op een hart- of vaatziekte op latere leeftijd. JUMP maakt kinderen op de basisschool bewust van de gevolgen van een ongezonde leefstijl door voorlichting in de vorm van leuke (interactieve) projecten aan te bieden over gezond eten, bewegen en niet-roken.

3 - Jongeren tussen 12-18 jaar van het (v)mbo
Vooral bij jongeren in de leeftijd tussen de twaalf en achttien jaar zien we een toename van ongezond gedrag. Direct na de start van JUMP zijn jongeren benaderd om samen te werken aan thema's gericht op het hart. Het uiteindelijke resultaat moet straks een situatie zijn waarin jongeren zelf ideeën bedenken voor projecten, de projecten uitvoeren en evalueren, waarbij JUMP hen financieel ondersteunt en coachend optreedt. Een belangrijk uitgangspunt van de activiteiten moet zijn dat ze leuk zijn én tegelijkertijd bijdragen aan een gezonde leefstijl.

Kinderen en aangeboren hartafwijkingen
Bij een aangeboren hartafwijking zijn de gevolgen die deze afwijking met zich meebrengt voor ieder kind anders. Omdat een hartafwijking 24 uur per dag aanwezig is, kan het van grote invloed zijn op het dagelijks leven.
JUMP wil graag de kwaliteit van leven van kinderen met een hartafwijking verbeteren en inventariseert samen met de kinderen, hun ouders en professionals de problemen waar zij tegenaan lopen.
Om haar doel te bereiken geeft JUMP voorlichting, stimuleert wetenschappelijk onderzoek en creëert mogelijkheden voor de ouders en kinderen voor ontspanning.
Ieder jaar worden er ongeveer 1.300 kinderen geboren met een hartafwijking. Ondanks het feit dat hun levenskansen flink zijn toegenomen – vooral als gevolg van de ontwikkelingen in de chirurgie – heeft deze langere overleving ook gevolgen voor het leven op latere leeftijd.
Naast de medische problemen die zich vaak voordoen kunnen er ook moeilijkheden in het sociale leven van het kind ontstaan.
JUMP vindt het dan ook erg belangrijk dat er aandacht is voor de patiënt zelf en zijn directe omgeving. Wat betekent het voor een kind om te moeten leven met zo’n aangeboren hartafwijking?
In 2008 werd in dit kader een aantal nieuwe projecten uitgevoerd waaronder de realisatie van een hele nieuwe opzet van de vakantieweken.
Wetenschappelijk onderzoek
Door een commissie bestaande uit patiënten, ouders en onderzoekers/behandelaars zijn de volgende twee onderzoeksthema’s gekozen:
- hartfalen bij aangeboren hartafwijkingen;
- overige langetermijngevolgen van aangeboren hartafwijkingen.
De onderzoeksvoorstellen die werden ingediend moesten op korte termijn kunnen bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van leven van de patiënt. Uiteindelijk zijn er twee onderzoeksvoorstellen gehonoreerd.
In de selectiecommissie heeft ook een ouder van een kind zitting, een mooie vertaling van het principe van JUMP om de doelgroep een duidelijke stem te geven.
Voorlichting
Knuffel bij voorleesboek
Het boekje Hartsvriendjes met verhaaltjes over Kris Krokodil die een hartafwijking heeft, is sinds 2006 een groot succes bij ouders en kinderen. In 2008 werd een knuffel van Kris Krokodil ontwikkeld en hebben ruim 1.500 kinderen er een ontvangen. Ze vinden veel herkenning in de unieke knuffel, die hetzelfde litteken van de operatie heeft als zij zelf.

Voorlichtingsgame
Kinderen met een hartafwijking vinden het soms lastig om hun ervaringen te delen met hun vriendjes en vriendinnetjes. Om hen daarbij te helpen mochten tien kinderen van tien tot twaalf jaar zelf een computergame bedenken.
In de ‘JUMP-game’, die zich in het ziekenhuis afspeelt, staat samenwerking centraal en kunnen de hartpatiënt en zijn vriend helden zijn.
Cd-rom Hartenkinderen
Jump heeft alle acht kindercardiologische centra in Nederland vijfhonderd exemplaren van de cd-rom Hartenkinderen beschikbaar gesteld.
De cd-rom, bedoeld voor de kinderen en hun ouders, geeft uitleg over aangeboren hartafwijkingen en bevat ervaringsverhalen van kinderen die leven met een hartafwijking.
Teddy Bear Hospital
Jump heeft in het Teddy Bear Hospital in Maastricht ruim achthonderd kleuters kennis laten maken met de thema’s ziekte, gezondheid en het ziekenhuis.
Zij kwamen met hun ‘zieke knuffel’ naar het ziekenhuis, waar de knuffel beter werd gemaakt door een student geneeskunde die hen tevens voorlas uit het boekje Hartsvriendjes.
Dit project zal in 2009 ook in andere ziekenhuizen worden voortgezet.

Kwaliteit van leven en zorg
JUMPtour
In 2008 organiseerde JUMP in de kindercardiologische centra een ontspannen middag met allerlei activiteiten voor kinderen met een hartafwijking en hun ouders.
Daarnaast organiseerde JUMP een brainstorm met zorgprofessionals waarin 55 ideeën op het gebied van aangeboren hartafwijkingen naar voren werden gebracht.
JUMP zal hier in 2009 een aantal van uitwerken.
Dagboek
Op initiatief van twee verpleegkundigen is in overleg met ouders een dagboek gemaakt voor kinderen die op de intensive care liggen. JUMP biedt het dagboek gratis aan en verwacht dat schrijven kinderen en hun ouders helpt bij het verwerken van een moeilijke tijd.
Inmiddels zijn er – in de laatste maanden van 2008 – al 65 dagboekjes besteld.
Vakantieweken
Ruim 160 kinderen en jongeren hebben in 2008 deelgenomen aan de vakantieweken. Anders dan gebruikelijk werden sommige weken niet in de vertrouwde locatie van de Hartenark in Bilthoven gehouden maar elders in Nederland.
Zo was er een vaarweekend voor jongeren, een strandweek voor gezinnen in Park Kijkduin te Den Haag en een fit & fun-weekend in Arcen.
Jeugd tussen 0-12 jaar in het basisonderwijs
Kinderen die zich op jonge leeftijd bewust zijn van het belang van een gezonde leefstijl en een gezond hart, verkleinen daarmee de kans op een hart- of vaatziekte op latere leeftijd. JUMP maakt ze bewust van de gevolgen van een ongezonde leefstijl en stimuleert gezond eten, bewegen en niet-roken.
Wat is er in 2008 bereikt?
Lekker fit!
De lesmethode Lekker fit! richt zich op voeding en beweging en het maken van gezonde keuzes.
Ingevoerd op scholen
Inmiddels is de lesmethode op driehonderd scholen ingevoerd. Ter ondersteuning werd in 2008 een toolkit met materialen voor gemeenten, GGD’en en de Sportservice verder doorontwikkeld. Op de website voor leerkrachten, ouders en gemeenten www.lekkerfitopschool.nl werden diverse ervaringsverhalen, een nieuwsbrief, tips, Het Leerling Volg Systeem en lessuggesties geplaatst.
Basis gezondheidsprogramma
Een aantal gemeenten waaronder Breda, Zaandam, Gorinchem en Utrecht hebben Lekker Fit! opgenomen als basis van hun lokale preventie-/gezondheidsprogramma’s. Verder werden er contacten gelegd voor samenwerking met onder andere Kids in Balance en de ISBO (Islamitische scholen besturen organisatie).
Bekendheid
Lekker Fit! krijgt steeds meer bekendheid: al 31 procent van de schooldirecteuren heeft van het lespakket gehoord.
Heart Dance Award
Een andere activiteit van JUMP is de Heart Dance Award; een jaarlijkse danswedstrijd voor scholen die in 2008 alweer voor de negende keer werd georganiseerd. Er namen ruim 300 scholen deel met ongeveer 11.000 kinderen. Voor elke school die in de finale danste werd een lespakket Lekker fit! ter beschikking gesteld.
Junior Hartdag
Ook de Junior Hartdag, een sportieve en informatieve dag voor de groepen 7 en 8, en de Schoolpleinprijsvraag zijn jaarlijks terugkerende succesnummers.
Kies voor Hart en Sport
Als vervolg op de lesmethode Lekker fit! hebben veel scholen deelgenomen aan Kies voor Hart en Sport (zie website: www.kiesvoorhartensport.nl), een lesproject met een keuzemodule sportoriëntatie voor de hoogste groepen.
Schoolpleinprijsvraag – Pimp Mijn Plein
Er namen afgelopen jaar 327 scholen deel aan de actie Pimp Mijn Plein, een wedstrijd voor het bedenken van het mooiste schoolplein. JUMP wil met deze actie bereiken dat het voor kinderen gemakkelijker én leuker wordt om lekker buiten te bewegen.
Website Gezonderwijs
Samen met de NZO (Nederlandse Zuivel Organisatie), het NISB (Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen) en het Voedingscentrum nam JUMP in 2007 het initiatief voor de ontwikkeling van de website www.gezonderwijs.nl.
Nieuwe projecten
In 2008 werd de site verder uitgebouwd en kwamen er nieuwe projecten en initiatieven op het gebied van gezondheid, gezonde voeding en bewegen.
De website heeft onder schooldirecteuren inmiddels een naamsbekendheid van 25 procent!
Hoe verder?
Lekker Fit!
De doelstelling is dat in het schooljaar 2009 Lekker fit! op 350 scholen is ingevoerd.
Voor de doelgroep kinderen van 4 - 12 jaar wordt de toolkit met implementatiehulpmiddelen voor scholen en gemeenten verder ontwikkeld en uitgebreid.
Heart Dance Award
De 10e Heart Dance Award zal in het voorjaar van 2009 plaatsvinden, waarbij dat jaar de stem van de kinderen weer een prominente rol zal spelen. Parallel wordt er een traject opgestart om de Heart Dance Award verder te ontwikkelen, vooral ook in het kader van sponsoring, bereik en innovatie.
Gezonderwijs
Binnen Gezonderwijs, dat zich inmiddels naast het basisonderwijs ook op het voortgezet onderwijs richt, zijn nieuwe projecten en initiatieven ontwikkeld. Er zal ook in 2009 veel aandacht worden besteed aan lobbyen en het aangaan van verschillende samenwerkingsverbanden om het gezondheidsonderwijs een vaste plek in het schoolleerplan te geven.
Jongeren 12-18 jaar (v)mbo
Jongeren tussen de twaalf en achttien jaar bevinden zich in een bijzondere levensfase: de adolescentie. In deze overgangsfase van kind naar volwassene worden zij lichamelijk volwassen en geestelijk rijp.
Kenmerkend voor de huidige generatie jongeren is dat ze een groot aantal mogelijkheden heeft en talloze keuzes kan maken. Omdat de hersenen van jongeren nog niet volledig zijn ontwikkeld en het lastig kiezen is, houden ze zo veel mogelijk opties open.
Hierdoor kunnen problemen ontstaan bij keuzes rond school en werk maar ook als het gaat om gezond gedrag (eten, bewegen, genotsmiddelen, seksualiteit enzovoort).
JUMP wil jongeren ondersteunen bij het maken van gezonde keuzes en hen laten ervaren dat hun hart hierbij een belangrijke rol speelt.
Verschillen in gezond gedrag
Als het gaat om gezond gedrag is er een groot verschil tussen jongeren van verschillende opleidingsniveaus. Het grootst zijn de verschillen tussen het vmbo en het vwo.
Vmbo-leerlingen ontbijten minder vaak, drinken meer frisdrank, snacken veel meer, bewegen minder. Ook zijn ze minder vaak lid van een sportvereniging dan vwo-leerlingen en kijken meer tv.
Tevens blijkt uit onderzoek dat vmbo-leerlingen veel riskantere patronen van middelengebruik vertonen. Zij roken meer (ruim acht keer zo veel als vwo-leerlingen), drinken vaker en meer, en gebruiken vaker cannabis.
Hoe gaan we verder?
Projecten verder ontwikkelen
In 2009 zullen de projecten rondom de thema’s ‘hart als motor’ en ‘hart als kompas’ verder worden ontwikkeld.
DOiT
JUMP zal investeren in de doorontwikkeling van het programma DOiT. Dit programma is gericht op gedragsverandering bij jongeren: minder frisdrank drinken, minder snoepen en snacken, minder tv kijken en meer bewegen.
Doelgroepparticipatie
JUMP zal zich nader oriënteren op doelgroepparticipatie. In het voorjaar 2009 wordt gestart met een project op het gebied van maatschappelijke stage.
Preventie van overgewicht
Er worden ook initiatieven ontwikkeld op het gebied public affairs, wetenschap en voorlichting. Samen met Zon-Mw gaat JUMP onderzoek financieren met betrekking tot preventie van overgewicht bij jongeren.
Wetenschappelijk onderzoek
Via wetenschappelijk onderzoek krijgt de Hartstichting steeds meer inzicht in het ontstaan en de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Ons uiteindelijke doel is om hart- en vaatziekten te kunnen voorkómen en écht te genezen.
In 2008 werden – dankzij onze steun – dertig Hartstichtingsprojecten afgerond. Aan zeven topwetenschappers konden wij een Dekkerbeurs toewijzen met een bedrag van € 1.477.831.
Voor het jeugdfonds JUMP van de Hartstichting was 500.000 euro bestemd voor wetenschappelijk onderzoek naar hartfalen en de langetermijngevolgen van aangeboren hartafwijkingen. Onderzoek op dit terrein is van groot belang omdat het aantal patiënten met een (geopereerde) aangeboren hartafwijking toeneemt.
In 2008 maakte de Nederlandse Hartstichting 1,2 miljoen euro vrij voor twee onderzoeken op het gebied van beroerte. Onder meer werd geïnvesteerd in de ontwikkeling van beeldvormende technieken die de hersenen zichtbaar maken.
Tevens startte de Nederlandse Hartstichting haar deelname aan het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en aan het BioMedical Materials program (BMM), dat onderzoek doet naar nieuwe technieken voor een snellere opsporing en behandeling van hart- en vaatziekten.
In 2008 werd door het Centrum voor Wetenschap en Technologie Studies een effectmeting gedaan naar de activiteiten van de Hartstichting. Uit het rapport kwam onder meer naar voren dat het niveau van het onderzoek dat de Hartstichting subsidieert zeer hoog is en zelfs boven het wereldgemiddelde uitkomt.
Wetenschappelijk onderzoek
De Nederlandse Hartstichting investeerde in 2008 ruim 11 miljoen euro in wetenschappelijk onderzoek. Dat is een aanzienlijk deel van het onderzoek naar hart- en vaatziekten dat Nederlandse universiteiten uitvoeren.
In dit hoofdstuk presenteren wij nieuw onderzoek en laten wij u onderzoeksresultaten zien die dankzij onze steun in 2008 zijn bereikt.
Waarom wetenschappelijk onderzoek?
Via wetenschappelijk onderzoek krijgen we steeds meer inzichten in het ontstaan en de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Zo kunnen we vragen als: hoe ontstaan hart- en vaatziekten en hoe kunnen we ze behandelen of zelfs voorkómen, beter beantwoorden als we bijvoorbeeld inzicht hebben in de zogenoemde risicofactoren. Dat zijn factoren die onze kans op hart- en vaatziekten kunnen vergroten. Ook komen we door onderzoek meer te weten over erfelijkheid en nieuwe behandelingsmethoden.
Ons uiteindelijke doel is om hart- en vaatziekten te kunnen voorkómen en écht te genezen.
Belangrijke doodsoorzaak wereldwijd
In Nederland overleden er in 2008 bijna 41.355 mensen aan de gevolgen van hart- en vaatziekten en bijna 1 miljoen patiënten dragen dagelijks de last ervan met zich mee. Dit aantal zal de komende jaren nog verder oplopen en naar verwachting zullen dat er in 2020 1,3 miljoen zijn.
Om levens te redden zijn medische doorbraken noodzakelijk. Dit vereist veel kostbaar onderzoek. Investeren in wetenschappelijk toponderzoek is dan ook hét speerpunt van de Nederlandse Hartstichting.
Hoe steunen wij toponderzoek en toponderzoekers?
Jaarlijks ontvangt de Nederlandse Hartstichting honderden aanvragen voor wetenschappelijk onderzoek. Alle subsidieaanvragen doorlopen een strenge en zorgvuldige beoordelingsprocedure. Helaas kunnen wij hiervan maar een klein deel honoreren. Alleen toponderzoek verdient de steun van de Nederlandse Hartstichting.
De Hartstichting investeert in topwetenschap, in topwetenschappers en in topthema’s. Hiervoor hebben wij speciale subsidievormen beschikbaar.
Jaarlijkse subsidieronde
Tijdens de jaarlijkse subsidieronde is de onderzoeker vrij om zelf het onderwerp van zijn aanvraag te bepalen. Uiteraard moet het voorgestelde onderzoek zich richten op het ontstaan, voorkómen of behandelen van hart- en vaatziekten.
In 2008 heeft de Nederlandse Hartstichting ruim 121 subsidieaanvragen voor de jaarlijkse subsidieronde ontvangen. Hiervan zijn uiteindelijk 30 projecten gehonoreerd.
Een samenvatting van een aantal van deze onderzoeksprojecten kunt u in het onderdeel Afgeronde projecten.
Dr. E. Dekkerprogramma ‘Voor talent in hart en vaten’
Het cardiovasculair onderzoek (onderzoek naar hart- en vaatziekten) in Nederland behoort tot de wereldtop. Om deze kwaliteit te handhaven investeert de Nederlandse Hartstichting in wetenschappelijk toptalent dat gebruik kan maken van een speciale subsidievorm: de dr. E. Dekkerbeurs. Deze persoonsgebonden beurs stelt de onderzoeker in staat zich een aantal jaren geheel te wijden aan de strijd tegen hart- en vaatziekten. Met onze Dekkerbeurzen willen wij de persoonlijke carrières van veelbelovende jonge wetenschappers stimuleren. Op deze wijze proberen wij (toekomstige) toponderzoekers te binden aan het hart- en vaatziekteonderzoek dat van levensbelang is.
Zeven Dekkerbeurzen
In 2008 konden wij aan zeven topwetenschappers een Dekkerbeurs toewijzen met een bedrag van 1.477.831 euro.
Het gaat om de volgende onderzoekers:
- mw. dr. ir. J.W.J. Beulens (Universitair Medisch Centrum Utrecht);
- dr. R.A. Bouwman (Vrije Universiteit Medisch Centrum);
- dr. M. Hoekstra (Universiteit Leiden);
- dr. A.A.W. Roest (Leids Universitair Medisch Centrum);
- dr. J.H. von der Thüsen (Academisch Medisch Centrum Amsterdam);
- mw. drs. L.S.M. Wong (Universitair Medisch Centrum Groningen);
- mw. dr. S. Middeldorp (Leids Universitair Medisch Centrum).
Investeren in topthema’s
Ook investeert de Hartstichting in grote onderzoeksprogramma’s die gericht zijn op bepaalde topthema’s. Topthema’s zijn onderzoeksgebieden waarover alle deskundigen het eens zijn. De toekomstige ontwikkelingen op deze terreinen zijn van grote betekenis voor de preventie en de behandeling van hart- en vaatziekten.
Beroerteonderzoek
In 2008 heeft de Nederlandse Hartstichting 1,2 miljoen euro vrijgemaakt voor twee onderzoeksgebieden op het gebied van beroerte.
Endovasculaire behandelingen voor herseninfarcten/-bloedingen
Een endovasculaire behandeling is een ingreep waarbij een katheter in de bloedbaan wordt gebracht om een bepaalde behandeling uit te voeren. In het bloedvat kan een dotter- of stentbehandeling worden gedaan of kunnen medicijnen worden toegediend om een bloedstolsel op te lossen. Ook kan de katheter worden gebruikt om een spiraaltje in een uitstulping van het bloedvat te brengen dat ervoor zorgt dat deze niet openscheurt.
Beeldvormende technieken om de hersenen zichtbaar te maken.
Het in beeld brengen van een door een herseninfarct/-bloeding getroffen gebied is van groot belang om te kunnen bepalen welke behandeling de individuele patiënt nodig heeft. Door het zichtbaar maken van het getroffen gebied kan een verkeerde behandeling worden voorkomen.
Een samenvatting van een van de toegewezen onderzoeksprojecten (het project ‘Herseninfarct lokaal met medicijn behandelen’ van dr. D.W.J. Dippel) vindt u elders in dit jaarverslag.
Kindercardiologie
JUMP, het jeugdfonds van de Nederlandse Hartstichting, stelt zich ten doel de kwaliteit van leven en zorg voor kinderen en jongeren met een aangeboren hartafwijking te verbeteren. JUMP maakte in 2008 500.000 euro vrij voor wetenschappelijk onderzoek naar hartfalen en de langetermijngevolgen van aangeboren hartafwijkingen. Onderzoek op dit terrein is van groot belang omdat het aantal patiënten met een (geopereerde) aangeboren hartafwijking toeneemt. Veel van deze patiënten krijgen op latere leeftijd complicaties, die tot hartfalen (een verminderde pompfunctie van het hart) kunnen leiden.
Een samenvatting van een van de toegewezen onderzoeksprojecten (het onderzoek ‘De gevolgen op lange termijn van een Fontan-operatie’ van Prof. dr. W.A. Helbing) vindt u elders in dit jaarverslag.
CTMM/BMM
Hart- en vaatziekten treden vaak onverwachts op, maar aan dat moment is een langdurig ‘onzichtbaar’ ziekteproces voorafgegaan.
Op dit moment is het moeilijk te voorspellen welke mensen een hart- of vaatziekte zullen krijgen en welke mensen niet. Ook is een behandeling lang niet altijd even effectief bij iedere persoon. Het is van groot belang om mensen met een verhoogde kans op hart- en vaatziekten zo vroeg mogelijk op te sporen. Daarom neemt de Nederlandse Hartstichting deel aan het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en aan het BioMedical Materials program (BMM), dat onderzoek doet naar nieuwe technieken voor een snellere opsporing en behandeling van hart- en vaatziekten.
Overige subsidievormen
De Hartstichting steunt onderzoekers ook op andere manieren.
Dr. W. Stiggelboutprogramma
De Hartstichting stelt onderzoekers in staat de resultaten van Hartstichtingsprojecten te presenteren op internationale congressen. Ook kunnen onderzoekers die gaan promoveren op hart- en vaatziekteonderzoek een kleine tegemoetkoming aanvragen voor de drukkosten van hun proefschrift.
Afgerond onderzoek
In 2008 werden er – dankzij onze steun – 42 Hartstichtingsprojecten afgerond. Deze projecten leveren belangrijke wetenschappelijke publicaties op.
Beste referent subsidieronde 2008
De selectie van de allerbeste onderzoeksprojecten ligt in handen van onze Wetenschappelijke Adviesraad. Deze raad roept daarbij de hulp in van zogenoemde referenten. Dit zijn deskundigen die de kwaliteit van de ingediende onderzoeksprojecten beoordelen.
Als blijk van waardering reikt de Nederlandse Hartstichting jaarlijks een prijs uit aan de ‘beste’ referent van dat jaar. In 2008 werd deze prijs toegekend aan mevrouw dr. D. Merkus (Erasmus MC).
NHS-Wetenschapsdag
Op 25 september 2008 organiseerde de Nederlandse Hartstichting haar zevende wetenschapsdag, met de titel ‘Rondom het hart’.
Resultaten
Er werden verschillende lezingen gepresenteerd door onderzoekers en ook was er een speciale sessie over media en wetenschap.
Ruim 140 onderzoekers lieten door middel van een posterpresentatie hun meest recente onderzoeksresultaten zien.
Effectmeting
Omdat de Hartstichting het belangrijk vindt het effect van haar activiteiten zichtbaar en meetbaar te maken, heeft zij het Centrum voor Wetenschap en Technologie Studies gevraagd een onderzoek hiernaar te doen.
Uit het rapport kwam onder meer naar voren dat het niveau van het onderzoek dat de Hartstichting subsidieert zeer hoog is en zelfs boven het wereldgemiddelde uitkomt.
Wetenschappelijke Adviesraad
De Wetenschappelijke Adviesraad zorgt ervoor dat het geld van onze donateurs goed terecht komt en dus aan het allerbeste onderzoek wordt besteed. Het bestuur van de Wetenschappelijke Adviesraad bestond op 31 december 2008 uit de volgende personen:
- prof. dr. M.L. Simoons: voorzitter;
- prof. dr. J.G.P. Tijssen: voorzitter Wetenschappelijke Adviescommissie Epidemiologie & preventie;
- prof. dr. A.W. Hoes: vicevoorzitter Wetenschappelijke Adviescommissie Epidemiologie & Preventie;
- prof. dr. T.J. Rabelink: voorzitter Wetenschappelijke Adviescommissie Pathogenese;
- prof. dr. Y.M. Pinto: vicevoorzitter Wetenschappelijke Adviescommissie Pathogenese;
- prof. dr. D.J. van Veldhuisen: voorzitter Wetenschappelijke Adviescommissie Diagnose & Therapie;
- prof. dr. L.J. Kappelle: vicevoorzitter Wetenschappelijke Adviescommissie Diagnose & Therapie.
Hart- en vaatziekten in cijfers
In 2008 bracht de Werkgroep Cijfers van de Nederlandse Hartstichting het rapport ‘Hart- en vaatziekten in Nederland 2008’ uit.
Verschillen tussen mannen en vrouwen
In 2007 overleden meer vrouwen dan mannen aan de gevolgen van een hart- of vaatziekte, namelijk 21.693 vrouwen tegenover 19.662 mannen.
De Hartstichting wil meer aandacht voor dit onderwerp en heeft dan ook een speciaal hoofdstuk opgenomen over de menopauze en hart- en vaatziekten. Vrouwen hebben na de overgang een grotere kans op hart- en vaatziekten dan er voor.
Prognose na eerste ziekenhuisopname
In het rapport ‘Hart- en vaatziekten in Nederland 2008’ treft u cijfers aan over het vermoedelijk verloop van een ziekte na een eerste ziekenhuisopname. De overlijdenskansen werden berekend voor hartfalen- en beroertepatiënten. Hieruit blijkt onder meer dat na vijf jaar nog maar een derde van de hartfalenpatiënten in leven is. Vrouwen overleden vaker aan een beroerte en aan de gevolgen van diabetes mellitus (suikerziekte) dan mannen.
Het rapport laat tevens zien dat allochtone bevolkingsgroepen een hogere kans op overlijden hebben na een eerste ziekenhuisopname met hart- en vaatziekten dan autochtone Nederlanders.
Afname ligdagen voor beroertepatiënten
Uit cijfers blijkt dat het aantal ligdagen in het ziekenhuis voor beroertepatiënten drastisch is afgenomen: van 23 naar 11 dagen bij vrouwen en van 18 naar 10 dagen bij mannen. Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van de introductie van zogenoemde stroke units. Dit zijn ziekenhuisafdelingen die gespecialiseerd zijn in zorg aan mensen met een beroerte. Een andere reden voor deze afname is dat patiënten na een beroerte sneller dan vroeger naar een verzorgings- of verpleeghuis, of naar huis kunnen.
Hart Bulletin
In Hart Bulletin (ons blad voor artsen) zijn cijfers gepubliceerd over de volgende onderwerpen:
- perifeer arterieel vaatlijden;
- hartfalen;
- verlaging van cardiovasculair risico door leefstijlinterventies bij patiënten met hart- en vaatziekten of hoog risico;
- cardiovasculaire risicofactoren bij patiënten met hart- en vaatziekten;
- ingrepen bij hartritmestoornissen, hartoperaties en percutane coronaire interventies (dotterprocedures).
Factsheets
De cijfers over perifeer vaatlijden en hartfalen zijn ook uitgebracht als aparte factsheets.
Speciaal voor de onderbouwing van ons Platform Vitale Vaten zijn factsheets ontwikkeld over cardiovasculaire risicofactoren bij patiënten met hart- en vaatziekten en over de effecten van verschillende leefstijlinterventies bij patiënten met hart- en vaatziekten of bij hoogrisicopatiënten.
Factsheets
De cijfers over perifeer vaatlijden en hartfalen zijn ook uitgebracht als aparte factsheets.
Speciaal voor de onderbouwing van ons Platform Vitale Vaten zijn factsheets ontwikkeld over cardiovasculaire risicofactoren bij patiënten met hart- en vaatziekten en over de effecten van verschillende leefstijlinterventies bij patiënten met hart- en vaatziekten of bij hoogrisicopatiënten.
Toegekende projecten
- Epigenetische verschillen en de vatbaarheid voor hart- en vaatziekten
- Het beschermende effect van HDL-cholesterol nader ontrafeld
- Begeleiding bij hartfalen: hartfalenpoli of huisarts?
- Eerste test in dieren met lichaamseigen, gekweekte hartklep
- Opnieuw lekkende hartklep herstellen met een draadje
- Grote studie naar gebruik beenmergcellen bij vaatproblemen in de benen
- Suikervrije drankjes tegen overgewicht bij kinderen
- Wegzuigen bloedstolsel bij hartinfarct
- Zoektocht naar de factoren die leiden tot overgewicht bij kinderen
- Bloeddrukmedicijn als middel tegen ziekte van Marfan
- Betere elektrische geleiding littekenweefsel hartspier
- Herseninfarct lokaal met medicijn behandelen
- De gevolgen op lange termijn van een Fontan-operatie
- Het verband tussen veneuze trombose en atherosclerose
- Hart- en vaatziekten bestrijden in de bijnier
Epigenetische verschillen en de vatbaarheid voor hart- en vaatziekten
Dr. P. van der Harst
Cardiologie
UMC Groningen
Verschillen in de opbouw van het DNA (het erfelijk materiaal) dragen voor een deel bij aan de verschillen tussen mensen in ‘vatbaarheid’ voor het krijgen van ziekten als kanker en hart- en vaataandoeningen. Die DNA-verschillen bestaan uit afwijkingen of variaties in de volgorde van de vier bouwstenen van de genen, de zogeheten nucleotiden. Deze variaties en/of afwijkingen leiden tot kleine of grote veranderingen in de eiwitten waarvoor de genen de code dragen. Hierdoor kan het betreffende eiwit minder goed (of juist) beter werken waardoor een ziekte meer (of juist minder) kans krijgt te ontstaan.
Methylgroepen
Recent is (bij kanker) ontdekt dat niet alleen variaties of afwijkingen in de opbouw van het DNA kunnen leiden tot een verschil in vatbaarheid voor ziekte. Ook bij eenzelfde opbouw kan er verschil in vatbaarheid bestaan. Dit berust dan op de aan- of afwezigheid van zogeheten methylgroepen, chemische verbindingen, die vastzitten aan het DNA. Deze methylgroepen onderdrukken de activiteit van het betreffende gen, waardoor er minder eiwit wordt aangemaakt. Methylering van DNA kan tijdens het leven veranderen onder invloed van leefomstandigheden. Een bepaald methyleringspatroon kan vervolgens worden doorgegeven aan het nageslacht.
Doel van het project
In dit project zal worden nagegaan in hoeverre dergelijke verschillen in methylering – dit heet in vaktaal epigenetische verschillen – bijdragen aan een verschillende vatbaarheid voor aandoeningen als atherosclerose en hartfalen. Hiertoe zal zowel bij een groep van tweehonderd hartpatiënten als bij een groep van tweehonderd even oude gezonde mensen de methylering van alle bekende menselijke genen in kaart worden gebracht. Ook wordt onderzocht in hoeverre de gevonden epigenetische verschillen gevolgen hebben voor de aanmaak van eiwitten. Hierdoor ontstaat meer inzicht in de bijdrage van epigenetische DNA-veranderingen aan de vatbaarheid voor hart- en vaataandoeningen.
Het beschermende effect van HDL-cholesterol nader ontrafeld
Dr. E. Stroes
Vasculaire Geneeskunde
AMC, Amsterdam
De hoeveelheid cholesterol in het bloed is één van de factoren die van belang zijn bij het ontstaan van hart- en vaatziekten. Daarbij gaat het eigenlijk om de verhouding tussen twee typen cholesterol: het zogeheten LDL-cholesterol en het zogeheten HDL-cholesterol, beide opgebouwd uit cholesterol en eiwitdeeltjes. Gebonden aan LDL-deeltjes wordt cholesterol vooral naar de bloedvaten vervoerd, gebonden aan HLD-deeltjes vooral naar de lever. LDL-cholesterol draagt daardoor bij aan de vorming van atherosclerotische plaques, terwijl HDL-cholesterol dit proces juist tegengaat.
LDL verlagen of HDL verhogen
Op grond hiervan zijn er theoretisch twee manieren om de kans op hart- en vaatziekten te verminderen: een vermindering van de hoeveelheid LDL-cholesterol in het bloed of een toename van de hoeveelheid HDL-cholesterol in het bloed. Het eerste wordt reeds succesvol gedaan via een behandeling met statines. Succesvol verhogen van de hoeveelheid HDL-cholesterol lukt echter nog niet goed. Een recente proef met een experimenteel middel moest worden afgebroken aangezien er ondanks de verhoging aan HDL-cholesterol meer hartproblemen bij de patiënten ontstonden. Anderzijds blijkt het toedienen van eiwitten die deel uitmaken van HDL-cholesterol in muizen het atherosclerotisch proces sterk te remmen zonder dat de HDL-cholesterolwaarde in het bloed stijgt. Deze bevindingen tonen aan dat HDL-deeltjes meer doen dat alleen cholesterol naar de lever vervoeren. Ze onderdrukken ook ontstekingsprocessen en verbeteren de werking van de vaatwand, zo is inmiddels bekend.
Doel van het project
Doel van dit project is na te gaan hoe verschillende manieren om de hoeveelheid HDL in het bloed te veranderen van invloed zijn op deze drie effecten van HDL-deeltjes. Dit moet leiden tot een test waarmee nieuwe middelen om de hoeveelheid HDL-cholesterol te beïnvloeden snel op bruikbaarheid bij mensen kunnen worden onderzocht.
Begeleiding bij hartfalen: hartfalenpoli of huisarts?
Dr. T. Jaarsma
Cardiologie
UMC Groningen
Vanwege het voortschrijdende karakter van hun ziekte hebben mensen met hartfalen langdurige medische zorg en begeleiding nodig. Deze zorg wordt tegenwoordig in de meeste gevallen geboden vanuit een zogeheten ‘hartfalenpoli’ van een ziekenhuis. Hierin werken cardiologen en gespecialiseerde hartfalenverpleegkundigen samen om patiënten zo goed mogelijk medicamenteus in te stellen, van leefstijladviezen te voorzien en regelmatig te controleren en te ondersteunen.
Verschil in zorg door huisarts en poli
Gezien de verwachte toename van het aantal mensen met hartfalen moet er rekening mee gehouden worden dat de hartfalenpoli’s over enige tijd niet meer in staat zijn deze zorg aan alle patiënten te leveren. Ideaal zou zijn als de huisarts de zorg overneemt. Onderzoek doet echter vermoeden dat de zorg en ondersteuning door de huisarts momenteel gemiddeld op een lager peil staat dan de zorg en ondersteuning vanuit de hartfalenpoli.
Doel van het project
Doel van dit project is om nauwkeurig in kaart te brengen wat de verschillen precies zijn tussen de zorg geboden door de huisarts en de zorg geboden door de hartfalenpoli, waar deze verschillen uit voortkomen en wat het effect ervan is op de gezondheid van de patiënt. Hiertoe zal een jaar lang een groep patiënten die na een aanvankelijke behandeling in het ziekenhuis onder behandeling komt van de huisarts vergeleken worden met een groep die via de hartfalenpoli wordt begeleid. Dit zal inzicht geven in de haalbaarheid van begeleiding van mensen met hartfalen via de huisarts. Inzicht dat nodig is om de zorg van de snel groeiende groep mensen met hartfalen op de juiste manier te kunnen inrichten.
Eerste test in dieren met lichaamseigen, gekweekte hartklep
Dr. J. Kluin
Cardiothoracale chirurgie
UMC Utrecht
Een toenemend aantal mensen krijgt hartklachten doordat een van de hartkleppen niet meer goed werkt. Meestal is hierbij de aortaklep, de klep tussen de linkerkamer van het hart en de aorta, aangetast. Momenteel zijn er dan twee mogelijkheden: plaatsing van een (metalen) kunstklep of plaatsing van een klep afkomstig van een varken. De kunstklep gaat lang mee maar de patiënt moet, ter voorkoming van de vorming van bloedstolsels op de klep, levenslang sterke bloedverdunnende medicijnen innemen. Hierdoor ontstaat het risico op spontane bloedingen. Bij de varkensklep is dit niet nodig, echter de levensduur van deze klep is beperkt. De klep moet regelmatig worden vervangen. In beide gevallen leven de patiënten gemiddeld korter dan mensen die hun eigen hartkleppen nog hebben.
Klep uit bloedvat gekweekt
Ideaal bij een hartklepdefect zou zijn de plaatsing van een nieuwe, sterke klep van lichaamseigen, levend materiaal. Onderzoekers van de Technische Universiteit Eindhoven zijn er inmiddels in geslaagd uit cellen van een bloedvat zo’n lichaamseigen hartklep in het laboratorium te kweken. De cellen groeien daarbij eerst in de juiste vorm. Door vervolgens de zo gevormde klep geleidelijk bloot te stellen aan mechanische druk, reageert de klep – net als in het lichaam gebeurt – met de aanmaak van extra bindweefsel op de juiste plaatsen waardoor de klep de vereiste stevigheid verkrijgt.
Doel van het project
Het doel van dit project is om de op deze manier gekweekte aortakleppen (voor het eerst) op hun bruikbaarheid in levende dieren te testen. Hiertoe zullen onderzoekers van het UMC Utrecht de kleppen implanteren bij schapen van wie de bloedvatcellen afkomstig waren. Hierna wordt een jaar lang de werking van de gekweekte kleppen in de gaten gehouden en vergeleken met de werking van de tot nu toe bij mensen gebruikte kleppen uit varkens. Afhankelijk van de resultaten kan in een volgend onderzoek de stap naar toepassing van de gekweekte hartkleppen bij mensen gemaakt worden.
Opnieuw lekkende hartklep herstellen met een draadje
Dr. P.F. Gründeman
Cardiothoracale Chirurgie
UMC Utrecht
Als gevolg van langdurig hartfalen en de vervorming van de hartspier die daarbij optreedt, sluit bij sommige patiënten de klep tussen de linkerboezem en linkerkamer, de mitralisklep, niet meer goed. Om dit te herstellen is een grote, ingrijpende operatie nodig waarbij de hart-longmachine de hartfunctie enige tijd overneemt, het hart geopend wordt en de lekkage verholpen wordt. Bij ongeveer dertig procent van de geopereerde patiënten gaat de mitralisklep na verloop van tijd echter opnieuw lekken als gevolg van verdere vormverandering van de hartspier. Een nieuwe, ingrijpende operatie is dan nodig. Echter voor deze, veelal oudere patiënten betekent zo’n operatie een groot risico.
Doel van het project
Doel van dit project is te onderzoeken of het mogelijk is de tweede hersteloperatie minder ingrijpend te laten verlopen, dat wil zeggen op een manier waarbij het hart niet geopend hoeft te worden en het gebruik van de hart-longmachine daardoor achterwege kan blijven.
Draad in het hart
Dit zou kunnen door bij de eerste operatie een draad in het hart aan te brengen die vanaf de buitenkant van het hart meer of minder kan worden aangetrokken. Door dit aantrekken vervormt de hartspier zodanig dat de lekkage van de mitralisklep verholpen wordt. Nieuw optredende lekkage van de klep zou op deze manier relatief eenvoudig kunnen worden behandeld.
Dit project heeft als doel de bruikbaarheid van deze nieuwe techniek te testen bij varkens. Hieruit moet duidelijk worden of de techniek werkt en veilig is en of er geen onverwachte complicaties bij optreden. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek kan de techniek in een vervolgstudie getest worden bij mensen.
Grote studie naar gebruik beenmergcellen bij vaatproblemen in de benen
Dr. M.C. Verhaar
Vasculaire Geneeskunde
UMC Utrecht
Indien de slagaders in de benen verstopt of vernauwd raken, leidt dit tot een ernstige aantasting van de kwaliteit van leven. Lopen wordt pijnlijk of zelfs onmogelijk en in een later stadium kan het spierweefsel in de benen afsterven. In veel gevallen is amputatie noodzakelijk, maar ook dit brengt doorgaans geen definitieve oplossing.
De afgelopen jaren is uit enkele kleine studies duidelijk geworden dat het toedienen van beenmergcellen in de slagaders van de benen mogelijk wel een oplossing kan bieden. Deze beenmergcellen stimuleren het herstel van de vaatwanden in de slagaders en bevorderen tevens de vorming van nieuwe bloedvaten in het been.
Doel van het project
Dit project zal het effect van deze nieuw aanpak voor het eerst in een groot opgezette en goed gecontroleerde studie onderzoeken. Hierbij krijgt de helft van een groep van 110 tot 160 patiënten beenmergcellen toegediend terwijl de andere helft dient als controle. Gedurende een halfjaar wordt nagegaan wat het effect is van de beenmergcellen. Daarnaast moet (gedetailleerd laboratorium)onderzoek naar (moleculaire) kenmerken van de beenmergcellen (van iedere patiënt) inzicht geven in mogelijke eigenschappen van deze cellen. Hiermee zou het effect van toedienen van deze beenmergcellen vooraf voorspeld kunnen worden.
Suikervrije drankjes tegen overgewicht bij kinderen
Prof. dr. M.B. Katan
Gezondheidswetenschappen
Vrije Universiteit Amsterdam
Het aantal mensen met overgewicht in Nederland stijgt nog steeds. Met name onder kinderen neemt het overgewicht toe. Sommige kinderen vertonen als gevolg hiervan al tekenen van diabetes. Overgewicht is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten en ontstaat als er via de mond meer energie het lichaam binnenkomt, dan dat er dagelijks wordt verbruikt. Bij kinderen wordt het veelvuldig gebruik van suikerhoudende frisdranken vaak aangewezen als een belangrijke boosdoener voor overgewicht. Goed wetenschappelijk bewijs voor die bewering ontbreekt echter.
Doel van het project
Doel van dit project is de invloed van suikerhoudende frisdrank op het lichaamsgewicht van kinderen op een wetenschappelijk verantwoorde manier te onderzoeken. Hiertoe zullen vijfhonderd kinderen (vijf tot tien jaar oud) anderhalf jaar lang dagelijks een flesje frisdrank drinken. Bij de helft van de kinderen bevat de frisdrank suiker, bij de andere helft van de kinderen is de frisdrank suikervrij. De kinderen (en hun ouders) weten tijdens het onderzoek niet welke soort frisdrank zij drinken. Aan het eind van de onderzoeksperiode zal blijken welke invloed het drinken van suikerhoudende frisdrank heeft gehad op het gewicht en de hoeveelheid lichaamsvet van de kinderen en of de suikerhoudende frisdrank wel zo’n belangrijke factor is bij het ontstaan van overgewicht bij kinderen als altijd wordt beweerd.
Op grond van de uitkomsten van dit onderzoek zullen beleidsmakers beter in staat zijn gerichte maatregelen te ontwikkelen om het groeiende overgewicht onder kinderen een halt toe te roepen.
Wegzuigen bloedstolsel bij hartinfarct
Prof. dr. F. Zijlstra
Cardiologie
UMC Groningen
Een acuut hartinfarct ontstaat als een slagader in het hart verstopt raakt. Oorzaak hiervan is meestal het scheuren van een atherosclerotische plaque, een lokale vernauwing in de bloedvatwand door ophoping van vet, extra vaatwandcellen en ontstekingscellen. Als de plaque scheurt, vormt zich een bloedstolsel (trombus) op de plaque waardoor de bloedstroom geheel geblokkeerd kan raken. Het achterliggende hartspierweefsel zit dan zonder aanvoer van vers bloed, waardoor de spiercellen verstoken blijven van zuurstof en energie.
Snel herstellen van de doorbloeding van het betreffende deel van de hartspier kan de schade beperken. Tegenwoordig gebeurt dit door het bloedvat op de plaats van de verstopping ‘op te rekken’ tijdens een zogeheten dotterprocedure. Soms ontstaat er dan echter verderop in het bloedvat opnieuw een vernauwing doordat tijdens het dotteren een stukje bloedstolsel van de plaque losschiet.
Recent is een nieuwe techniek ontwikkeld om de vernauwing te verwijderen. Hierbij wordt het stolsel niet in de bloedvatwand weggedrukt (zoals bij dotteren gebeurt) maar via een zeer dun slangetje uit het bloedvat weggezogen (trombus-aspiratie).
Doel van het project
Doel van dit project is deze techniek toe te passen bij vijfhonderd patiënten. Dit zal duidelijk maken of, en zo ja in hoeverre, de behandeling met trombus-aspiratie de kans op het ontstaan van een nieuwe verstopping van een bloedvat vermindert. Onderzoek aan het weggezogen trombusmateriaal kan bovendien duidelijk maken of er een relatie bestaat tussen de samenstelling van het trombusmateriaal en de kenmerken van het infarct en of er op grond van de samenstelling van het trombusmateriaal iets voorspeld kan worden over de conditie van het hart op de lange termijn.
Zoektocht naar de factoren die leiden tot overgewicht bij kinderen
Dr. S.P.J. Kremers
Medische Psychologie
Universiteit Maastricht
Het aantal mensen met overgewicht neemt in Nederland nog steeds toe. Ook onder kinderen komt overgewicht steeds vaker voor. De kans is erg groot dat kinderen met overgewicht ook op volwassen leeftijd overgewicht zullen hebben waardoor zij meer kans lopen op hart- en vaatzieken, diabetes en sommige vormen van kanker. Overgewicht ontstaat als er via de mond meer energie het lichaam binnenkomt, dan dat er dagelijks wordt verbruikt. Momenteel is niet goed duidelijk hoe deze verstoorde energiebalans bij kinderen precies tot stand komt en in hoeverre de ‘voorbeeldfunctie’ van de ouders hierbij een rol speelt.
Doel van het project
Om inzicht te krijgen in met name de invloed van de ouders op de energiebalans van de kinderen, worden in dit project gegevens verzameld en bestudeerd van een kleine 3.000 kinderen die geboren zijn in 2000. In het kader van een (ander) grootschalig onderzoek, KOALA geheten, zijn van deze kinderen (en van hun ouders) sinds hun geboorte allerlei gegevens verzameld. Gegevens over lengte, gewicht en buikomvang, maar ook over hun eetgewoonten en manier van leven. Dit project vult deze gegevens verder aan met nieuwe metingen (op 7- en 9-jarige leeftijd) van de lichamelijke conditie van de kinderen, hun eet- en leefgewoonten en de eet- en leefgewoonten van hun ouders. Een analyse van al deze gegevens geeft naar verwachting een wetenschappelijk verantwoord beeld van de factoren die het meest van invloed zijn op het ontstaan van overgewicht in de kinderleeftijd. Beleidsmakers kunnen deze kennis vervolgens gebruiken om gerichte maatregelen te nemen die de toename van overgewicht bij kinderen een halt kunnen toeroepen.
Bloeddrukmedicijn als middel tegen ziekte van Marfan
Dr. M. Groenink
Cardiologie
AMC Amsterdam
De ziekte van Marfan is een zeldzame, erfelijke aandoening van het bindweefsel, het weefsel dat stevigheid geeft aan organen. Nederland telt naar schatting zo’n 4.000 Marfanpatiënten. Een belangrijk gevolg van de aandoening is dat de aorta gaandeweg wijder en zwakker wordt. Dit leidt in veel gevallen op termijn tot het openscheuren van de aorta, hetgeen meestal fataal afloopt. Oorzaak van de ziekte is een defect in het gen dat de aanmaak regelt van het eiwit fibrilline-1. Dit eiwit geeft stevigheid aan het bindweefsel én het beïnvloedt de activiteit van een groeifactor genaamd TGF-B. Met name de overmatige activiteit van TGF-B die optreedt bij de ziekte van Marfan lijkt bij te dragen aan het wijder en zwakker worden van de aorta, wijst onderzoek bij muizen uit. Uit dit muizenonderzoek is ook duidelijk geworden dat losartan, een reeds geregistreerd en veelgebruikt middel om de bloeddruk te verlagen, de overmatige activiteit van TGF-B kan onderdrukken. Hierdoor blijft de aorta normaal van omvang en sterkte.
Doel van het project
In dit project zal voor het eerst worden nagegaan wat het effect is van het toedienen van losartan bij (volwassen) Marfanpatiënten. Hiertoe krijgt de helft van 330 patiënten drie jaar lang – naast de gebruikelijke medicijnen – losartan toegediend. De andere helft dient als controlegroep. Aan het eind van de studie moet blijken of er verschillen zijn opgetreden tussen beide groepen wat betreft de omvang en elastische eigenschappen van de aorta. Onderzoek aan de hand van stukjes huid van de patiënten moet uitwijzen of de behandeling ook de (verstoorde) aanmaak van eiwitten bij de Marfanpatiënten kan beïnvloeden.
Betere elektrische geleiding littekenweefsel hartspier
Prof. dr. M.J. Schalij
Cardiologie
Leiden UMC
Bij een hartinfarct ontstaat schade aan de hartspier. Als gevolg van het tijdelijke tekort aan zuurstof en energie sterven er hartspiercellen af op de plaats van het infarct. Zodra de doorbloeding is hersteld, probeert het lichaam de schade aan de hartspier te repareren. Hierbij treedt, net als na een snee in een vinger, littekenvorming op. Dit littekenweefsel is echter, anders dan het hartspierweefsel, veel minder goed in staat de elektrische prikkels te geleiden die nodig zijn om de hartspier gecoördineerd te laten samentrekken. Het littekenweefsel, dat voornamelijk bestaat uit zogeheten fibroblasten, fungeert ter plekke als isolatiemateriaal, waardoor de elektrische prikkels niet hun normale route over het hart kunnen volgen. Dit vergroot de kans op hartritmestoornissen en het ontstaan van hartfalen.
Onlangs is een techniek ontwikkeld waarmee fibroblasten beter in staat gesteld worden elektrische prikkels te geleiden. Dit gebeurt door genen in de fibroblasten te brengen die eiwitten aanmaken die het doorgeven van elektrische prikkels naar aangrenzende cellen bevorderen. De techniek werkt bij fibroblasten die gekweekt zijn in een schaaltje in het laboratorium.
Doel van het project
Doel van dit project is na te gaan of de techniek ook werkt in een kloppend hart. Hiertoe wordt bij ratten experimenteel een hartinfarct opgewekt. Het hierna gevormde littekenweefsel in het hart krijgt aansluitend een behandeling met virussen die de bewuste genen in de fibroblasten moeten brengen. Vervolgens moet blijken of de genen inderdaad nieuwe eiwitten in de fibroblasten gaan aanmaken en of hierdoor de elektrische eigenschappen van de fibroblasten ten goede veranderen en de werking van het hart verbetert. De kennis en inzichten die dit onderzoek oplevert moeten de basis vormen voor eventuele toepassing van deze techniek bij mensen die een hartinfarct hebben doorgemaakt.
Herseninfarct lokaal met medicijn behandelen
Dr. D.W.J. Dippel
Neurologie
Erasmus MC Rotterdam
Een herseninfarct ontstaat als een slagader in de hersenen verstopt raakt met een bloedstolsel.
Anders dan bij hartinfarcten is bij het herseninfarct het inspuiten in de bloedbaan van een stolseloplossend medicijn niet erg succesvol. Slechts in ongeveer een derde van de gevallen lukt het om op deze manier het stolsel weg te krijgen en de doorbloeding van de hersenen te herstellen. Recente, kleinschalige pogingen om het stolsel op te lossen door het medicijn via een katheter vlak bij het stolsel toe te dienen, zijn meer succesvol. In de helft tot twee derde van de gevallen lost het stolsel dan op.
Doel van het project
Doel van het project is om het effect van de lokale toediening van een stolseloplossend medicijn via een katheter – endovasculaire behandeling geheten – in een groot opgezette studie (vijfhonderd patiënten) te onderzoeken. Hierbij werken tien Nederlandse ziekenhuizen samen. Behalve gegevens over de veiligheid van de behandeling en de mate van herstel van de patiënten, zal het onderzoek ook belangrijke informatie opleveren over wat het invoeren van deze techniek betekent voor de dagelijkse gang van zaken in het ziekenhuis. Op grond van die ervaringen zal het mogelijk zijn protocollen te ontwikkelen waarin gedetailleerd beschreven wordt bij welke patiënten, hoe precies de endovasculaire behandeling van een herseninfarct moet worden uitgevoerd en hoe deze techniek het best kan worden ingepast in de dagelijkse ziekenhuisroutine
De gevolgen op lange termijn van een Fontan-operatie
Prof. dr. W.A. Helbing
Kindercardiologie
Sophia Kinderziekenhuis, Rotterdam
In ongeveer één op de tien gevallen waarin een baby ter wereld komt met een aangeboren hartafwijking ontbreekt een van beide hartkamers. Als gevolg daarvan is de normale, gescheiden bloedsomloop – de rechterkamer van het hart pompt het bloed door de longen, de linkerkamer pompt het bloed door de rest van het lichaam – niet mogelijk. De verstoorde bloedsomloop leidt tot vermenging van het (uit de longen afkomstig) zuurstofrijke en het (uit de rest van het lichaam afkomstig) zuurstofarme bloed waardoor alle organen en weefsels in het lichaam te kampen krijgen met een tekort aan zuurstof. Kenmerkend hierbij is de blauwe huidskleur die de baby daardoor krijgt.
Levensreddend in dat geval is de zogeheten Fontan-operatie, een ingreep waarbij de chirurg bloedvaten zodanig verlegt dat zuurstofrijk en zuurstofarm bloed zo goed mogelijk van elkaar gescheiden blijven. Doordat er maar één hartkamer aanwezig is, moet ook na de Fontan-operatie het samentrekken van deze kamer voldoende kracht ontwikkelen om het bloed eerst door het lichaam en aansluitend ook nog door de longen te pompen. Op termijn eist dit zijn tol. De patiënten ontwikkelen al op relatief jonge leeftijd hartfalen. Ook is de kwaliteit van leven na de ingreep nog altijd stukken lager dan die van mensen die zonder hartafwijking geboren worden.
Doel van het project
Wat de vooruitzichten zijn na een Fontan-operatie hangt onder andere af van de precieze afwijkingen aan het hart en de bloedvaten, de verdere behandeling met medicijnen en van de toegepaste operatietechnieken. Aangezien met name deze laatste inmiddels sterk veranderd zijn sinds de eerste uitvoering van de Fontan-operatie in 1968, is het onderhand tijd om eens opnieuw de lichamelijke en psychische effecten van de Fontan-operatie op de langere termijn en de factoren die hierbij van belang zijn te inventariseren. In dit project zal een dergelijke inventarisatie plaatsvinden op basis van de gegevens van zo’n 280 patiënten bij wie een Fontan-operatie meer dan 4 jaar geleden is uitgevoerd.
Het verband tussen veneuze trombose en atherosclerose
Dr. S. Middeldorp
Klinische Epidemiologie en Algemene Interne Geneeskunde
Leiden UMC
Bij veneuze trombose ontstaan er gezondheidsklachten doordat een bloedstolsel in een ader, meestal een ader in een been, de afvoer van het bloed naar het hart blokkeert. Blokkeert een bloedstolsel de doorgang van een slagader van het hart, dan ontstaat een hartinfarct. Tot enkele jaren geleden werden de veneuze trombose en het hartinfarct gezien als hart- en vaataandoeningen met een totaal verschillende ontstaanswijze. De veneuze trombose zou vooral ontstaan door een verstoorde bloedstolling, het hartinfarct als gevolg van het voortschrijdend proces van atherosclerose, het ontstaan van vernauwingen in een slagader door lokale ophoping van vet, extra vaatwandweefsel en ontstekingscellen. Recent is duidelijk geworden dat beide aandoeningen mogelijk ook gemeenschappelijke oorzaken hebben. Overgewicht, bijvoorbeeld, blijkt een risicofactor voor beide vormen van vaatziekte. En aandoeningen van de slagaderen komen meer dan gemiddeld voor bij mensen met veneuze trombose.
Doel van het project
Doel van dit project is de relatie en mogelijke gemeenschappelijke risicofactoren voor veneuze trombose en atherosclerose nauwkeurig in kaart te brengen. Hiertoe worden allerlei gegevens (aanwezigheid van ontstekingsfactor, suikerziekte, stollingsneiging van het bloed, mate van atherosclerose, optreden van veneuze trombose, enzovoort) verzameld. Dit gebeurt bij ruim 11.000 deelnemers aan twee verschillende studies, respectievelijk de reeds lang lopende MEGA-studie en de pas gestarte NEO-studie. Op grond van de nieuwe kennis die dit project zal opleveren, wordt het wellicht in de toekomst mogelijk gerichter zowel het ontstaan van veneuze trombose als het ontstaan van atherosclerose tegen te gaan.
Hart- en vaatziekten bestrijden in de bijnier
Dr. M. Hoekstra
Biofarmacie
Universiteit Leiden
Cholesterol vormt de grondstof voor de aanmaak van zogeheten steroïdhormonen in de bijnier. Inmiddels staat vast dat een verhoogde aanmaak van steroïdhormonen het ontstaan bevordert van zowel atherosclerose(de vernauwing van slagaders door lokale ophoping van vet, ontstekingscellen en extra vaatwandcellen in de vaatwand) als het metabool syndroom (de gelijktijdige aanwezigheid van overgewicht, hoge bloeddruk en verhoogde waarden van glucose en cholesterol in het bloed). Zowel atherosclerose als het metabool syndroom zijn belangrijke oorzaken voor het ontstaan van hart- en vaatziekten.
Het beïnvloeden van de aanmaak van steroïdhormonen in de bijnier zou daarom in principe van invloed kunnen zijn op zowel de mate van atherosclerose als op het ontstaan van het metabool syndroom.
Doel van het project
Dit project heeft als doel dit principe in de praktijk te testen. Dit zal gebeuren met behulp van muizenstammen die gemakkelijk atherosclerose ontwikkelen óf gemakkelijk overgewicht ontwikkelen. In deze muizenstammen zal de aanmaak van steroïdhormonen worden gemanipuleerd door verschillende soorten genetisch gemanipuleerde bijniercellen in de muizen te brengen. Elk type gemanipuleerde bijniercellen mist een van de eiwitten die nodig zijn voor de aanmaak van steroïdhormonen. Van ieder eiwit wordt zo bekend welke rol het speelt bij de aanmaak van de verschillende steroïdhormonen door de bijnier. En ook wordt duidelijk wat de gevolgen zijn van het uitvallen van dit eiwit op de ontwikkeling van atherosclerose en/of het metabool syndroom. Dit levert mogelijk nieuwe doelwitten op voor de behandeling van atherosclerose en het metabool syndroom.
Projecten afgerond in 2008
- Uitkomst beroerte niet beter door paracetamol
- Mechanisme achter het antifosfolipidensyndroom ontrafeld
- Bindweefsel belangrijk bij ontstaan hartritmestoornissen
- Bètablokkers verlagen kans hartklachten bij operatie
- Herstel van de taalfunctie na een herseninfarct
- C-reactive protein is risicofactor voor hart- en vaatziekten
- Hoogrisico-plaques in beeld gebracht
- Visvetzuren niet altijd gezond
- Scheuren van plaque mogelijk te voorspellen
- Bestaand geneesmiddel (AZA) remt groei van glad spierweefsel in vaatwand
- Cholesterol al risicofactor in de baarmoeder
- Een muizenmodel voor onderzoek naar HDL-cholesterol
Uitkomst beroerte niet beter door paracetamol
Dr. D.W.J. Dippel
Neurologie, Erasmus MC
Erasmus Universiteit Rotterdam
Wanneer mensen getroffen worden door een beroerte en in de eerste uren ook koorts ontwikkelen, valt de schade aan de hersenen gemiddeld hoger uit dan bij mensen die na de beroerte geen koorts krijgen.
Doel van het project
Het doel van het project was om te bekijken of het omgekeerde óók geldt, namelijk dat het actief verlagen van de lichaamstemperatuur tot minder schade en een beter herstel leidt.
Hiervoor zijn zevenhonderd mensen binnen twaalf uur nadat de beroerte zich voordeed drie dagen lang behandeld met een hoge dosis (6 gram per dag) van het koortsverlagende middel paracetamol.
Ondanks dat de lichaamstemperatuur gemiddeld een klein beetje (0,26 °C) daalde, had de behandeling met paracetamol geen invloed op de lichamelijke conditie van de patiënten en de mate waarin herstel van allerlei lichaamsfuncties was opgetreden.
Klein effect
Alleen bij patiënten met de meeste koorts was een klein positief effect te zien van paracetamol. Een standaardbehandeling met een hoge dosis paracetamol na een beroerte bevelen de onderzoekers daarom vooralsnog niet aan.
Mechanisme achter het antifosfolipidensyndroom ontrafeld
Prof. dr. Ph.G. de Groot
Hematologie
&
Dr. R.H.W.M. Derksen
Reumatologie en Klinische Immunologie
Universitair Medisch Centrum Utrecht
Het antifosfolipidensyndroom is een zeldzame aandoening die gepaard gaat met een sterk verhoogde kans op het ontstaan van bloedstolsels (trombose) in zowel de aderen als de slagaderen). Bij vrouwen kan dit onder andere leiden tot herhaalde miskramen, doordat er stolsels ontstaan in de placenta. Daarnaast verloopt bij patiënten met dit syndroom het proces van atherosclerose, het lokaal dichtslibben van de bloedvaten, sneller.
Doel van het project
Het doel van het project was om het mechanisme achter het antifosfolipidensyndroom te ontrafelen. Het antifosfolipidensyndroom dankt zijn naam aan de antistoffen die de patiënten in hun bloed hebben. Aanvankelijk leken deze antistoffen specifiek gericht tegen fosfolipiden (een bepaald soort vetten) in het lichaam. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de antistoffen gericht zijn tegen het eiwit bèta2-glycoproteïne I. In aanwezigheid van de antistoffen hecht dit eiwit in sterke mate aan bloedplaatjes, maar ook aan andere lichaamscellen, zoals witte bloedcellen en cellen die de binnenkant van bloedvaten bekleden (endotheelcellen). Bèta2-glycoproteïne I bindt hierbij met name aan receptoren uit de LDL-receptorfamilie, de receptoren voor het LDL-cholesterol.
Verhoogde kans op trombose
In dit project hebben de onderzoekers aangetoond dat de koppeling van bèta2-glycoproteïne I aan de LDL-receptor ertoe leidt dat bloedplaatjes gemakkelijker aan elkaar klonteren en zo een stolsel vormen. Dit verklaart de verhoogde kans op trombose bij patiënten met het antifosfolipidensyndroom.
Bindweefsel belangrijk bij ontstaan hartritmestoornissen
Prof. dr. J.M.T. de Bakker
Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN)
Utrecht
De hartspier trekt alleen krachtig en ritmisch samen als de elektrische prikkels die de hartspier doen samentrekken zich ongestoord en gecoördineerd over de hartspier kunnen verspreiden. Gebeurt dit niet, dan ontstaan er hartritmestoornissen en de hartspier trekt zich onregelmatig of helemaal niet samen. Willen de elektrische prikkels zich ongestoord en gecoördineerd over de hartspier kunnen verspreiden, dan moet er in de hartspier een goed evenwicht zijn tussen drie factoren: connexines, natriumkanalen en bindweefsel. Connexines zijn eiwitten die de geleiding van de elektrische prikkels in de hartspier bevorderen, natriumkanalen maken het spierweefsel gevoelig voor de elektrische prikkels en bindweefsel werkt als ‘isolatiemateriaal’ zodat de elektrische prikkel zich niet lukraak over de spier verspreidt.
Tijdens verschillende hartaandoeningen veranderen de hoeveelheden connexines, natriumkanalen en bindweefsel in de hartspier.
Doel van het project
Het doel van dit onderzoek was om na te gaan in welke mate elk van de hiervoor genoemde veranderingen afzonderlijk bijdraagt aan de uiteindelijke prikkelgeleiding in het hart.
Hiervoor is de prikkelgeleiding bestudeerd in muizen.
Hieruit werd duidelijk dat het hart wel een stootje kan hebben. Bij muizen met minder connexines, minder natriumkanalen of minder van beide blijkt de prikkelgeleiding maar marginaal verstoord. Hartritmestoornissen blijven uit.
Toename bindweefsel
Een toename van de hoeveelheid bindweefsel, zoals in het hart onder andere gebeurt na een hartinfarct, leidt daarentegen wel tot een vertraagde prikkelgeleiding en een verhoogde kans op hartritmestoornissen. De toename van bindweefsel lijkt dus de belangrijkste verandering in de hartspier die leidt tot hartritmestoornissen.
Bètablokkers verlagen kans hartklachten bij operatie
Prof. dr. ir. H. Boersma
Klinische Epidemiologie
Erasmus MC Rotterdam
Wie een operatie ondergaat heeft een (licht) verhoogde kans op het krijgen van hartklachten, ook als de operatie niet aan het hart zelf plaatsvindt. De lichamelijke stress die een operatie oplevert voor het lichaam leidt namelijk tot een grotere vraag naar zuurstof door de hartspier. Ook verandert tijdens de operatie de verhouding tussen stollings- en antistollingsfactoren in het bloed (wat de kans op de vorming van bloedstolsels verhoogt) en kunnen atherosclerotische plaques in de bloedvaten gemakkelijker scheuren. In de praktijk treden er in Nederland bij ongeveer één op de duizend operaties hartklachten bij de patiënt op die rechtstreeks het gevolg zijn van de operatie zelf. Meestal gaat het hierbij om oudere mensen.
Doel van het project
Het doel was om aan te tonen dat patiënten die vooraf aan de operatie een zogeheten bètablokker, een geneesmiddel dat de hartslagfrequentie verlaagt, krijgen toegediend minder kans lopen hartklachten te krijgen door de operatie.
Dit blijkt inderdaad het geval te zijn.
Advies
De onderzoekers raden daarom aan tijdens de operatie de hartslag met behulp van bètablokkers te verlagen tot tussen de vijftig en zeventig slagen per minuut. De bescherming van de bètablokkers is het hoogst als al dertig dagen voor de operatie gestart wordt met het toedienen van het medicijn en als dit nog tot dertig dagen na de operatie wordt volgehouden.
Herstel van de taalfunctie na een herseninfarct
Prof. dr. L.J. Kapelle
Neurologie
&
Dr. R.M. Dijkhuizen
Medische Beeldvorming
Universitair Medisch Centrum Utrecht
Taalproblemen (afasie) komen veel voor na een herseninfarct (beroerte). Deze taalproblemen zijn voor de patiënt een sterke sociale handicap. Bij veel patiënten herstelt de taalfunctie zich in meer of mindere mate in de eerste maanden na het infarct. Hierbij spelen veranderingen in de hersenen een rol. De taalfuncties worden (deels) overgenomen door andere, onbeschadigde hersengebieden. Tot op heden is het niet mogelijk kort na het herseninfarct de uiteindelijke mate van herstel te voorspellen. Ook is niet duidelijk welke hersengebieden betrokken zijn bij het herstel.
Doel van het project
In dit project is met behulp van een beeldvormende techniek (fMRI) onderzocht in welke hersengebieden zich veranderingen voordoen tijdens het herstel. Patiënten werden hiervoor na het herseninfarct een jaar lang gevolgd. Van tijd tot tijd deden zij taaltesten terwijl met de fMRI de activiteit van diverse hersengebieden in kaart werd gebracht.
Linker hersenhelft meeste activiteit
Hieruit werd duidelijk dat met name in de linker hersenhelft (waar bij de meeste mensen de voornaamste taalactiviteit zich afspeelt) ook tijdens het herstel van het begrijpen van taal en het zelf spreken de meeste activiteit plaatsvindt. Activiteit in de rechter hersenhelft is wel gerelateerd aan herstel van het begrijpen van taal, niet aan het zelf spreken.
Deze kennis is een eerste stap op weg naar een beter begrip van het herstel van taalvermogen na een herseninfarct. Meer kennis is nodig om in de toekomst dit herstel te kunnen ondersteunen of in een vroeg stadium een uitspraak te kunnen doen over de kansen op volledig herstel.
C-reactive protein is risicofactor voor hart- en vaatziekten
Dr. J.G. van der Bom
Julius Center for Health Sciences and Primary Care
Rijksuniversiteit Utrecht
Behalve bekende factoren als roken, hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte lijkt ook een verhoogde hoeveelheid van het eiwit C-reactive protein (CRP) de kans op hart- en vaatziekten te vergroten. Maar er is verschil: roken, hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte spelen vooral een rol tijdens het langzaam dichtslibben van de aderen; CRP echter lijkt vooral van belang bij het ontstaan van het acute hart- of herseninfarct. CRP maakt deel uit van de zogeheten acutefase-reactie, een snelle reactie van het lichaam op beschadigingen en ontstekingen. De sterkte van deze acutefase-reactie varieert van persoon tot persoon en is waarschijnlijk genetisch bepaald.
Doel van het project
Het doel van dit onderzoek was om te bekijken of mensen die van nature een sterkere acutefase-reactie vertonen ook meer kans lopen hart- en vaatziekten te krijgen.
Om die vraag te beantwoorden is in dit project de sterkte van acutefase-reactie (door de aanmaak van CRP na een griepvaccinatie te meten) vergeleken tussen controlepersonen en kinderen van mensen die een hartinfarct hebben ondergaan. Dat laatste was nodig aangezien het meten van de sterkte van acutefase-reactie bij hartpatiënten zelf een vertekend beeld geeft. De medicijnen die zij gebruiken zijn namelijk ook van invloed op de sterkte van de acutefase-reactie. Gezien de erfelijkheid van de sterkte van de acutefase-reactie is daarom gekozen voor het meten van de reactie bij twee kinderen van iedere patiënt.
Uitkomst
De acutefase-reactie blijkt bij de kinderen van de patiënten inderdaad sterker te verlopen dan bij de controlepersonen. Dat versterkt het idee dat CRP een risicofactor is voor het krijgen van hart- en vaatziekten en dat het meten van CRP-waarden kan bijdragen aan het opstellen van een risicoprofiel voor het krijgen van hart- en vaatziekten.
Hoogrisico-plaques in beeld gebracht
Prof. dr. C.J.A. van Echteld
Cardiologie
Universitair Medisch Centrum Utrecht
Een hartinfarct ontstaat vaak na het openscheuren van een atherosclerotische plaque, een plaatselijke ophoping van vet en ontstekingscellen in de bloedvatwand. Niet alle plaques scheuren echter even gemakkelijk open. Om bij een individu de kans op een hartinfarct in te schatten, is het daarom niet alleen nodig de aanwezigheid van eventuele plaques in kaart te brengen, maar ook de kans op scheuren van de aanwezige plaques te kennen. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat de aanwezigheid van veel ontstekingscellen, veel vet en slechts een dunne bindweefsellaag die de plaque afdekt de kans op scheuren van de plaque vergroot.
Doel van het project
In dit onderzoek is aangetoond dat het mogelijk is (in geïsoleerde stukjes menselijk bloedvat en in muizen) met een geavanceerde vorm van beeldvorming – zogeheten hogeresolutie MRI – inzicht te krijgen in de samenstelling van de plaques. Ook is de methode geschikt om plaques in beeld te brengen die niet leiden tot een vernauwing van het bloedvat (doordat de verdikking van de vaatwand door de ophoping van vet en ontstekingscellen naar de buitenkant van de bloedvatwand plaatsvindt). Dergelijke plaques worden tijdens het gebruikelijke röntgenonderzoek van de bloedvaten over het hoofd gezien. Verder onderzoek moet uitwijzen of deze methode ook toepasbaar is bij mensen en in hoeverre aan de hand van deze MRI-beelden een voorspelling gedaan kan worden over de kans op scheuren van de plaques.
Visvetzuren niet altijd gezond
Dr. R. Coronel
Experimentele Cardiologie
Cardiovascular Research Institute Amsterdam (CRIA)
AMC Amsterdam
&
Dr. P.L. Zock
Humane Voeding en Epidemiologie
Wageningen Universiteit
Regelmatig vette vis eten (onder andere zalm, makreel) beschermt gezonde mensen tegen fatale hartaandoeningen zoals een acute hartstilstand of kamerfibrilleren, blijkt uit diverse onderzoeken. Verantwoordelijk voor deze bescherming zijn de vetzuren in de vis, de zogeheten omega 3-vetzuren. Echter voor mensen met een reeds bestaande hartafwijking ligt de situatie ingewikkelder, blijkt uit recent onderzoek. Waar mensen met hartfalen en mensen die reeds een hartinfarct hebben doorgemaakt baat hebben bij extra omega 3-vetzuren, bijvoorbeeld in de vorm van visoliecapsules, blijken mensen met angina pectoris (tijdelijke pijn op de borst bij inspanning) bij het gebruik van extra omega 3-vetzuren juist meer kans te hebben op een (fatale) hartritmestoornis, dat wil zeggen ongecoördineerd samentrekken van de hartspier.
Doel van het project
Dit onderzoek, uitgevoerd aan harten van mensen, varkens en konijnen, laat zien hoe genoemd verschil tot stand komt. Extra omega 3-vetzuren in de voeding leidt tot extra omega 3-vetzuren in de hartspiercellen. Dit blijkt een tegengestelde werking te hebben op de mechanismen die leiden tot hartritmestoornissen bij respectievelijk angina pectoris en bij hartfalen of na een hartinfarct. Bij angina pectoris ontstaan de hartritmestoornissen doordat de elektrische prikkel die de spier laat samentrekken enige tijd blijft rondcirkelen rondom een slecht doorbloed deel van de hartspier. Doordat de extra omega 3-vetzuren de hartspiercellen gevoeliger maken voor de elektrische prikkel stijgt ook de kans op ongecoördineerd samentrekken van de spier onder invloed van de rondcirkelende elektrische prikkel. Hartritmestoornissen na een hartinfarct of bij hartfalen komen daarentegen voort uit een overmaat aan het mineraal calcium in de hartspiercel. Extra omega 3-vetzuren in de hartspiercellen blijkt de hoeveelheid calcium in de hartspiercel te verminderen. Hierdoor daalt de kans op hartritmestoornissen.
Scheuren van plaque mogelijk te voorspellen
Prof. dr. M.J.A.P. Daemen
Cardiovascular Research Institute Maastricht
Universiteit Maastricht
Acute hart- en vaataandoeningen zoals een hartinfarct of een herseninfarct ontstaan meestal als gevolg van het scheuren van een atherosclerotische plaque, een lokale ophoping van vet en ontstekingscellen in de bloedvatwand. Dit scheuren is het gevolg van veranderingen in de bouw en samenstelling van de plaque. Als gevolg hiervan wordt de plaque ‘onstabiel’: er ontstaan scheurtjes in de buitenlaag van de plaque waarop zich bloedstolsels gaan vormen. Laat zo’n stolsel los, dan kan het verderop in het bloedvatenstelsel de doorgang van een bloedvat blokkeren in een deel van de hartspier of van de hersenen. De doorbloeding van dat stuk hart of hersenen stokt en het infarct is een feit.
Doel van het project
Het aanvankelijke doel van dit project was na te gaan of er genen zijn aan te wijzen die een rol spelen bij de overgang van stabiele naar onstabiele plaque. Meten van de activiteit van dergelijke genen zou gebruikt kunnen worden om het risico op een infarct beter te kunnen voorspellen. Het onderzoek leverde echter geen bruikbare genen op.
Wel bleek het mogelijk met behulp van een beeldvormende techniek (MRI) onderscheid te maken tussen plaques bij mensen die hiervan reeds nadelig effect hebben ondervonden (hart- of herseninfarct) en plaques die (nog) niet geleid hebben tot nadelige effecten.
Eiwitten en witte bloedcellen
Ook bleek de aanwezigheid van bepaalde eiwitten in het bloed (fibrinogeen, MPO, hs-CRP) en de hoeveelheid witte bloedcellen te verschillen tussen mensen met en zonder gevolgen van de plaques. Verder onderzoek moet uitwijzen in hoeverre het mogelijk is op basis van de MRI-beelden en hoeveelheden eiwitten en witte bloedcellen een betrouwbare voorspelling te doen over het risico op een hart- of herseninfarct.
Bestaand geneesmiddel (AZA) remt groei van glad spierweefsel in vaatwand
Prof. dr. C.J.M. de Vries
Biochemie
Academisch Medisch Centrum Amsterdam
Sommige vormen van aantasting van de bloedvaten ontstaan doordat er een overmatige groei van glad spierweefsel optreedt aan de binnenkant van de vaten. Dit belemmert de bloedstroom door het vat. Voorbeelden hierbij zijn de ‘vein-graft disease’, waarbij de bypass van een kransslagader al na relatief korte tijd niet goed meer functioneert, en ‘in-stent restenose’, waarbij een in een gedotterd bloedvat geplaatste stent dichtgroeit met gladspierweefsel uit de vaatwand. Ook de verdikkingen in de vaatwand die ontstaan bij atherosclerose bestaan naast ontstekingscellen en vet voor een deel uit glad spierweefsel.
Doel van het project
In dit project is aangetoond dat de groei van glad spierweefsel in bloedvaten geremd kan worden door het azathioprine (AZA), een geneesmiddel dat onder andere wordt ingezet na orgaantransplantaties en bij chronische ontstekingen van de darm, zoals de ziekte van Crohn. Anderzijds bevordert AZA de groei van het vaatendotheel, de cellaag die bijdraagt aan een goede werking van de bloedvaten. Toegediend aan muizen met een verhoogd risico op atherosclerose gaat AZA de groei van atherosclerotische plaques in de bloedvaten tegen. Aangebracht op een stent onderdrukt AZA de groei van glad spierweefsel in de stent. Dit laatste wordt inmiddels verder onderzocht op bruikbaarheid bij patiënten.
Cholesterol al risicofactor in de baarmoeder
Prof. dr. A.C. Grittenberger-de Groot
Anatomie en Embryologie
Leiden Universitair Medisch Centrum
&
Prof. dr. L. Havekes
TNO Preventie en Gezondheid
Leiden
De kans om op latere leeftijd atherosclerose te ontwikkelen hangt niet alleen af van genetische aanleg en leefstijl. Recent onderzoek wijst erop dat ook de omstandigheden tijdens de embryonale ontwikkeling hierop al van invloed zijn. Met name de blootstelling in de baarmoeder aan verhoogde hoeveelheden cholesterol zou daarbij een rol kunnen spelen.
Doel van het project
In dit project is aangetoond dat (genetisch gemanipuleerde) muizen met een hoge cholesterolwaarde tijdens de zwangerschap jongen krijgen die zelf gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van atherosclerose. Het verhoogde cholesterolgehalte in de baarmoeder bevordert onder andere de groei van extra spierweefsel in de vaatwand, blijkt uit het onderzoek. Bovendien is er op het moment van geboorte van deze nakomelingen al sprake van schade aan de binnenbekleding van de bloedvaten (endotheel). Deze schade herstelt echter in de eerste weken na de geboorte.
Naast blootstelling in de baarmoeder aan hoge cholesterolwaarden bevordert ook blootstelling aan ontstekingen en oxidatieve stress (de aanwezigheid van veel reactieve zuurstofmoleculen) het ontstaan van atherosclerose later in het leven.
Cholesterolgehalte checken
Op grond van de resultaten van dit onderzoek lijkt het – met het oog op de toekomstige gezondheid van het kind – zinvol bij zwangere vrouwen het cholesterolgehalte goed in de gaten te houden. Zonodig kan het cholesterolgehalte verlaagd worden via dieet- en leefstijlmaatregelen (meer bewegen, niet roken). Verlagen van het cholesterolgehalte met behulp van statines is niet aan te raden aangezien de effecten daarvan op het kind niet duidelijk zijn.
Een muizenmodel voor onderzoek naar HDL-cholesterol
Dr. P.C.N. Rensen
Gaubiuslaboratorium, Leiden
&
Prof. dr. J.W. Jukema
Cardiologie
Leiden Universitair Medisch Centrum
Bij het ontstaan van atherosclerose is de verhouding tussen LDL-cholesterol en HDL-cholesterol in het bloed van groot belang. Een hoge waarde aan LDL-cholesterol bevordert atherosclerose, terwijl een hoge waarde aan HLD-cholesterol beschermend werkt. Inmiddels zijn er diverse medicijnen op de markt die de hoeveelheid LDL-cholesterol effectief kunnen verlagen. Middelen die het HDL-cholesterol kunnen verhogen bevinden zich nog in de onderzoeksfase. Een manier om de hoeveelheid HDL-cholesterol te verhogen is door de activiteit van het enzym CEPT, dat cholesterol overbrengt van HDL-deeltjes naar LDL-deeltjes, te blokkeren.
Doel van het project
Tijdens dit project is een modelmuis gecreëerd die, anders dan gewone muizen maar net als de mens, CETP aanmaakt. Met deze muizen is aangetoond dat LDL-verlagende medicijnen als statines en fibraten de aanmaak van CEPT remmen, waardoor de hoeveelheid HDL-cholesterol toeneemt (naast de reeds bekende afname van de hoeveelheid LDL-cholesterol door het remmen van de aanmaak van cholesterol in het lichaam).
Met behulp van de modelmuis is eveneens uitgezocht waarom een grootschalige studie bij mensen met een experimentele CEPT-remmer in 2006 gestopt moest worden wegens meer sterfte in de experimentele groep. Het middel remt weliswaar CEPT, maar bevordert tevens scheuren van atherosclerotische plaques, blijkt uit dit onderzoek. Ten slotte is met behulp van de modelmuis aangetoond dat het lichaamseigen eiwit apoCI weliswaar CEPT remt maar tevens de aanmaak bevordert van extra VLDL-cholesterol, een vorm van cholesterol die net als LDL-cholesterol de vorming van atherosclerose bevordert. Daardoor is het niet te gebruiken als medicijn om de kans op atherosclerose te verminderen.
Gewijzigd apoCI-eiwit
Een ietwat gewijzigd apoCI-eiwit daarentegen blijkt alleen CEPT te remmen. Mogelijk vormt dit gewijzigde apoCI-eiwit de basis voor een veilig en effectief medicijn dat de hoeveelheid HDL-cholesterol in het bloed kan verhogen.
Programma's
Een leven hoeft niet te stoppen bij een hartstilstand
Elke week worden driehonderd Nederlanders buiten het ziekenhuis getroffen door een plotselinge hartstilstand. Slechts vijf tot tien procent van de slachtoffers overleeft.
Dat zijn schrikbarende cijfers. Snelle en doeltreffende hulp van omstanders is van levensbelang. Maar diezelfde omstanders moeten wel weten dat de eerste zes minuten bij een hartstilstand cruciaal zijn én moeten dus weten wat zij moeten doen.
Campagne
Het doel van de campagne Nationaal Programma Hartstilstand is om met de hulp van het publiek de overlevingskans bij een hartstilstand te vergroten van 10 naar 25 procent.
Dat doet de Hartstichting op de volgende wijze:
- door het publiek bewust te maken van het probleem (driehonderd slachtoffers per week);
- door kennis over te dragen over hartstilstand, reanimatie en de AED (onder meer door herkenning van het AED-symbool);
- door het publiek aan te zetten tot actie (weet wat je moet doen en volg een reanimatie- en AED-cursus);
- door het creëren van draagvlak bij beroepsgroepen (zoals cardiologen, intensivisten, ambulanceverpleegkundigen, meldkamerpersoneel en overheden) voor 6-minutenzones (in wijken, in bedrijven, bij evenementen enzovoort).
Wat houdt het 6-minutenconcept in?

Om de overlevingskans na een hartstilstand te verhogen is het noodzakelijk dat binnen zes minuten de juiste hulp geboden wordt. Deze hulp bestaat uit drie stappen.
1 Bel 112 om de ambulancedienst in te schakelen.
2 Reanimeer: hartmassage en mond-op-mondbeademing.
3 Defibrilleer met een AED.
Door snel te handelen wordt de overlevingskans van het slachtoffer verhoogd naar vijftig tot zeventig procent.
Strategie 6-minutencampagne
Met de 6-minutencampagne wil de Hartstichting het publiek bekendmaken met het 6-minutenconcept en oproepen tot actie, het volgen van een reanimatiecursus. Hiervoor zijn in 2008 de volgende middelen ingezet:
- een televisiecommercial met de boodschap dat een hartstilstand vaak voorkomt, veelal in de huiselijke omgeving;
- twee nieuwe radiospots, waarbij de eerste aangeeft dat er bij een hartstilstand 112 gebeld moet worden en de andere spot geeft weer dat reanimeren gemakkelijk te leren is.
- een nieuw type banner; deze videobanner was te zien op de site van De Telegraaf.
- een nieuwe campagne-uitvouwfolder die met hulp van de Vrienden van de Hartstichting is uitgedeeld door de collectanten;
- een nieuwe print (de externe automatische defibridinges) waarmee geadverteerd is in huis-aan-huisbladen;
- een tweetal nieuwe online banners;
- een informatief televisieprogramma met het thema hartstilstand (Je Lijf Je Leven);
- free publicity in verschillende bladen. Onder meer in het blad Ook! en in radioprogramma BNR Gezond. In bladen zoals Men’s Health, Flair, Reader’s Digest en Mijn Geheim was een persoonlijk verhaal van een ervaringsdeskundige te lezen.
Ook werd aandacht besteed aan het onderwerp in Eén Vandaag (alarmeringssysteem in Twente) en in het Algemeen Dagblad (reanimatie in verzorgingstehuis).
Resultaten 6-minutencampagne
Uit een TNS NIPO-meting blijkt dat inmiddels de helft van de Nederlanders weet wat een AED is en een derde weet wat defibrilleren is. 86 procent van de Nederlanders zegt te gaan reanimeren als er iemand in hun omgeving een hartstilstand krijgt. Ook is men zich goed bewust van het hoge aantal hartstilstanden en weet 90 procent dat er snel (binnen zes minuten) gehandeld dient te worden bij een hartstilstand (reanimeren en defibrilleren).
Herkenning hartstilstand minder
Helaas is de herkenning van een hartstilstand nog niet optimaal; hiernaar zal dan ook meer aandacht moeten uitgaan. Ook kunnen mensen zich de inhoud van een aantal nieuwe campagne-uitingen, waaronder de tv-spot, niet goed herinneren. Daarom zullen deze ook in 2009 opnieuw ingezet worden.
Reanimatiepartners
De Reanimatiepartners van de Hartstichting verzorgen door het hele land reanimatieonderwijs. Eind 2008 waren er 219 reanimatiepartners en ruim 295 cursuslocaties, verspreid over het hele land.
In het najaar zijn er twee zeer geslaagde bijeenkomsten voor de Reanimatiepartners georganiseerd met een aantal interessante lezingen.
Website
Voor die Reanimatiepartners die nog geen eigen website hebben, heeft de Hartstichting een format gemaakt, die gevuld kan worden met eigen gegevens.
Ook werd een digitale nieuwsbrief verstuurd naar de reanimatiepartners.
Toename aantal cursisten
Uit een in juni 2008 gehouden enquête bleek dat het aantal cursisten in 2007 enorm gestegen was.
De website www.reanimatiepartners.nl is in 2008 67.916 keer bezocht, waarbij 56.625 mensen actief gezocht hebben naar een cursuslocatie bij hen in de buurt. Dit is een toename van 30 procent ten opzichte van 2007.
| Soort Cursus | Aantal cursisten in 2006 | Aantal cursisten in 2007 | Procentuele stijging |
| BLS Herhaling BLS AED Herhaling AED BLS + AED Herhaling BLS + AED |
5564 22074 1872 1615 1983 2483 |
8894 22291 6263 4782 4857 6353 |
60% 1% 235% 196% 145% 156% |
BLS= Basic Life support, reanimatie
6-minutenzones
Een 6-minutenzone is een gebied waarin alles zo geregeld is dat alle drie stappen van het 6-minutenconcept efficiënt toegepast kunnen worden.
Ondersteuning via website
Via de website www.6minutenzone.nl wordt ondersteuning geboden aan mensen die een 6-minutenzone in hun omgeving willen opzetten door middel van onder andere informatiemodules, een sjabloon voor een persbericht en een PowerPoint-presentatie.
Ook is er een digitale nieuwsbrief 6-minutenzone Online opgezet, die naast tips en nieuwsitems over 6-minutenzones deze ook in beeld brengt.
De website www.6minutenzone.nl is in 2008 zeven keer zo vaak bezocht als in 2007. Via de inbox 6minutenzone@hartstichting.nl kunnen vragen worden gesteld.
Workshops
Er zijn inmiddels drie workshops ‘Starten met een 6-minutenzone’ georganiseerd die goed bezocht werden.
Marathon
De Hartstichting heeft, met hulp van vrijwilligers, ervoor gezorgd dat het parcours van de Fortis Marathon Rotterdam omgevormd is tot een 6-minutenzone.

Hart voor mensen
Gelukkig overleven steeds meer mensen het acute stadium van een hart- of vaatziekte. Een gevolg hiervan is wel dat een steeds groter wordende groep moet leren omgaan met de beperkingen die een hart- of vaatziekte met zich meebrengt. Zoals de lichamelijke en psychische gevolgen en de aanpassingen in leefstijl die moeten worden gedaan. Omdat hiervoor nog te weinig aandacht is vanuit de zorg heeft de Hartstichting samen met zorgverleners en patiënten het programma ‘Hart voor mensen’ ontwikkeld.
Aandacht voor de persoon met de ziekte
Patiënten en hun naasten worden ondersteund bij leefstijlaanpassingen (op het gebied van voeding, beweging, stoppen met roken en ontspanning) en krijgen hulp bij het omgaan met hun (chronische) beperkingen (en eventuele aanpassingsproblematiek). Hart voor mensen wil dat er meer aandacht komt voor de psychische gevolgen van een hart- of vaatziekte en wil daarbij de patiënt centraal stellen. Ook is het belangrijk dat de sociale omgeving van de patiënt (partner, kinderen) goed geïnformeerd en ondersteund wordt.
Projecten
In samenwerking met wetenschappers, professionals uit de zorg en patiënten zijn aanbevelingen ontwikkeld vooral voor de psychosociale aspecten van de zorg. De volgende projecten werden opgezet:
- Hart voor mensen algemeen;
- psychosociale zorg bij coronaire hartziekten en hartfalen;
- psychosociale zorg bij cva;
- stress en psychosociale problematiek bij HVZ (hart- en vaatziekten).
De projectbeschrijvingen en resultaten kunt u nalezen op: www.hartvoormensen.nl.
Hart voor mensen algemeen
Trainingen en ondersteuning
In 2008 zijn verschillende trainingen gegeven aan de contactpersonen van patiëntenorganisaties en werd ondersteuning geboden op diverse thema- en contactdagen. Ook werden in samenwerking met Hart voor mensen cursussen ontwikkeld op het gebied van omgaan met de beperkingen ten gevolge van hart- en vaatziekten.
Website voor professionals
In 2008 is een website (www.hartvoormensen.nl) ontwikkeld voor professionals uit de zorg met informatie op het gebied van psychosociale zorg bij hart- en vaatziekten.
Inventarisatie naar zorgpraktijken
Er werd in 2008 een inventarisatie naar zorgpraktijken op het gebied van coronaire hartziekten (CHZ), hartfalen en beroerte afgerond.
Zitting in commissies
Op aanvraag werd zitting genomen in diverse commissies op het gebied van richtlijnontwikkeling, zorgstandaardontwikkeling, ontwikkeling van onderzoeksvoorstellen en zorgontwikkeling.
Gelukkiger gezond
In samenwerking met de Universiteit Leiden en de Volkskrant werd het e-coachingstraject ‘Gelukkiger gezond’ ontwikkeld en uitgevoerd. Lezers van de Volkskrant kregen de gelegenheid om op basis van de zelfregulatiemethode te werken aan hun fysieke en mentale gezondheid.
Psychosociale zorg bij coronaire hartziekten (CHZ) en hartfalen
Onderzoek
Er is een onderzoek gestart naar signalering en behandeling van psychosociale problematiek bij CHZ en hartfalen binnen het Universitair Medisch Centrum Groningen.
Expertmeeting
In 2008 werd een expertmeeting georganiseerd over psychosociale screening bij CHZ en hartfalen. De resultaten hiervan worden gebruikt bij het uitzetten van een ‘kader’ op dit gebied.
Voorbeeldpraktijken
Er werden interviews gehouden bij voorbeeldpraktijken op het gebied van CHZ en hartfalen. De resultaten hiervan werden gepubliceerd op de website van de Hartstichting.
Trainingen
De volgende trainingen werden gegeven.
- ‘Van draaglast naar draagkracht’, met als thema nazorg bij hartfalen. Deze training werd (driemaal) gegeven aan professionals die psychosociale begeleiding geven aan hartfalenpatiënten en hun partners.
- ‘Psychosociale begeleiding aan hartpatiënten en hun familie binnen de intensive care.’ Deze training werd (vijfmaal) gegeven aan verpleegkundigen werkzaam binnen de IC.
- De training ‘Het bespreekbaar maken van seksualiteit bij patiënten met hartfalen’ werd in 2008 ontwikkeld en (tweemaal) gegeven aan verpleegkundigen, medisch maatschappelijk werkenden, psychologen en andere (para)medici.
Psychosociale zorg bij CVA
Voorbeeldpraktijken
Er werden interviews gehouden bij voorbeeldpraktijken op het gebied van CVA. De resultaten hiervan werden gepubliceerd op de website van de Hartstichting. In samenwerking met een organisatie op het gebied van afasie is een interventie ontwikkeld speciaal voor de doelgroep afasiepatiënten in de chronische fase. In samenwerking met een voorbeeldpraktijk is gestart met een implementatie van een interventie voor de chronische fase die gebaseerd is op het programmamodel.
Trainingen
De volgende trainingen zijn gegeven (of aangepast):
- ‘CVA-nazorg’ werd (driemaal) gegeven aan professionals die psychosociale begeleiding geven aan CVA-patiënten en hun partners;
- een implementatietraining werd (eenmaal) gegeven aan medewerkers van een zorginstelling voor het toepassen van een interventie;
- de training ‘Bespreekbaar maken van seksualiteit’ is zodanig aangepast dat deze het komend jaar ook toegankelijk is voor professionals die werken binnen de CVA-zorg.
Stress en psychosociale problematiek bij hart- en vaatziekten
Uit recente onderzoeken komen steeds meer aanwijzingen dat stress en psychosociale problematiek een directe bijdrage aan het risico op hart- en vaatziekten levert. Dit geldt zowel bij het ontstaan, de genezing als het omgaan met hart- en vaatzieken. Hiernaast hebben stress en de daarmee samenhangende psychosociale problematiek een negatieve invloed op de kwaliteit van leven.
Expertmeeting
In 2008 werd de expertmeeting ‘Het stressmechanisme; The missing link’ georganiseerd.
Doel van de bijeenkomst was om een beeld te krijgen van ‘the state of the art’ op het gebied van (chronische) stress; het ontwikkelen van een netwerk van deskundigen en het exploreren van samenwerkingsmogelijkheden op dit gebied met andere gezondheidsfondsen.
De uitkomsten van deze expertmeeting zullen onder meer worden gebruikt voor de ontwikkeling van voorlichtingsmateriaal voor professionals en patiënten.
Onderzoekers
Voor onderzoekers waren diverse inleidingen met betrekking tot de relatie tussen stress en hart- en vaatziekten te volgen op de website van de Hartstichting.
Samen werken in preventie
2008 was een jaar waarin intensief is samengewerkt met gezondheidsfondsen, beroepsverenigingen, patiëntenorganisaties, kennisinstituten, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS. Er is hard gewerkt aan de ontwikkeling van een Checkstandaard voor vroege opsporing van mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, diabetes en nierfalen. Daarnaast werden de richtlijnen voor de Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement (praktische handleiding voor preventie in de zorg) verder uitgebouwd. Ook werden er voorlichtingsbijeenkomsten voor de Turkse bevolking en een publiekscampagne Stoppen met Roken gehouden.

Het programma Passie voor Preventie 2008 omvat de volgende thema’s.
- LekkerLangLeven: aandacht voor vroege opsporing!
- Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement (VRM)
- Nieuwe Nederlanders: Kalbine Iyi Bak!
- Nationaal Programma Tabaksontmoediging (NPT)
- Nationaal Programma Overgewicht
- Congres Lang Leven Hart en Vaten!
- Financiering van preventie
LekkerLangLeven: aandacht voor vroege opsporing!
LekkerLangLeven is een programma van de Nierstichting, het Diabetes Fonds en de Nederlandse Hartstichting samen. Centraal hierin staat de vroege opsporing van hart- en vaatziekten, chronisch nierfalen en diabetes mellitus (suikerziekte).
Gezondheidscheck
Er is gewerkt aan de ontwikkeling van een richtlijn voor een gezondheidscheck waarmee het mogelijk is om mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, nierfalen en diabetes in een vroeg stadium op te sporen.
PreventieConsult
Door middel van een zogenoemd PreventieConsult kunnen huisartsen en bedrijfsartsen risicovolle groepen actief gaan benaderen. Het gaat vooral om 45-plussers en om de lage welstandsgroepen.

Risicocommunicatie
De Hartstichting heeft samen met de Nierstichting en het Diabetesfonds 500.000 euro uitgetrokken voor onderzoek naar risicocommunicatie rondom de gezondheidscheck. Hiermee wil men meer inzicht krijgen in de gevolgen voor degenen die zo’n check ondergaan, in de bewustwording van het eigen risico en in gedrags- en leefstijlveranderingen. Het uiteindelijke doel is hiermee de gezondheidscheck te verbeteren.
Bekendheid risicofactoren
Binnen het programma LekkerLangLeven is onderzoek verricht onder de Nederlandse bevolking naar de bekendheid met risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Ook werd mensen gevraagd naar hun leefstijl en de wens om hier iets aan te veranderen. Uit dit onderzoek blijkt dat bijna zestig procent van de bevolking een ongezonde leefstijl heeft en dat de lage welstandsgroepen het minst gezond leven. Zie ook de website: www.lekkerlangleven.nl.

Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement (VRM)
In de Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement wordt beschreven hoe zorgverleners (deel I) en patiënten (deel II) risicofactoren voor hart- en vaatziekten behoren aan te pakken.
De zorgstandaard, ontwikkeld door het Platform Vitale Vaten, wordt geïntroduceerd tijdens het congres Vitaal Veranderen op 13 februari 2009. Dankzij een intensieve lobby van de Hartstichting heeft het ministerie van VWS een bedrag van € 1.500.000 ter beschikking gesteld om de zorgstandaard op acht plaatsen in Nederland in te voeren en te evalueren.
Literatuurstudie leefstijlinterventies
In 2008 liet de Hartstichting door het RIVM een literatuurstudie uitvoeren naar het effect van leefstijlinterventies (veranderingen in de leefstijl) bij de Nederlandse bevolking. Duidelijk is dat veranderingen in de leefstijl zoals stoppen met roken, gezonde voeding en meer bewegen veel bijdraagt aan de vermindering van ziekte en sterfte.
Nieuwe Nederlanders: Kalbine Iyi Bak!
Onder de naam Kalbine Iyi Bak (zorg goed voor je hart) zijn er in 2008 drie bijeenkomsten georganiseerd voor de lokale Turkse bevolking in een drietal Rotterdamse wijken. Vooral 45-plussers namen deel aan een middag met plenaire lezingen, workshops over voeding, bewegen, roken en een gezondheidscheck.
Evaluatie
Uit een evaluatieonderzoek bleek dat bijna zestig procent van de deelnemers het voornemen had om hun leefstijl aan te passen. In 2009 zal uitgebreider wetenschappelijk onderzoek worden opgezet naar de effectiviteit van de bijeenkomsten. Meer informatie over het verloop en het effect van de bijeenkomsten is te lezen op de website van de Hartstichting.

Nationaal Programma Tabaksontmoediging (NPT)
In het jaar 2008 is mede dankzij een intensieve lobby van fondsen de rookvrije horeca ingevoerd. Ook gingen de prijzen voor sigaretten als gevolg van accijnsverhoging met gemiddeld 25 tot 31 cent omhoog.
Campagne
Het Nationaal Programma Tabaksontmoediging voerde dit jaar de campagne ‘In elke roker zit een stopper’. Deze campagne had een groot bereik met onder meer uitingen op radio en tv (o.a. in het programma ‘Ik wed dat ik het kan’).
Stivoro
In totaal hebben ruim 400.000 mensen de site van Stivoro bezocht, waarvan 1.300 mensen zich aanmeldden voor de 24 uur niet-rokenactie. Het doel om tijdens de campagne 700.000 tot 1.000.000 stoppogingen te realiseren is ruimschoots gehaald.
Project
De Hartstichting ondersteunde het project ‘stopondersteuning in de zorg’ onder andere met een campagne in de vakbladen van professionals en het aanstellen van ambassadeurs stopondersteuning.
Nationaal Programma Overgewicht
Lespakket Lekker Fit!
De Hartstichting heeft in het kader van het convenant overgewicht meegewerkt aan de ontwikkeling van het lespakket Lekker Fit!. Het gaat om een lesmethode voor alle groepen in het primair onderwijs. Hiermee kunnen de basisscholen een bijdrage leveren aan de preventie van overgewicht, bewegingsarmoede en een ongezond voedingspatroon.
Voedingsinformatie
Op nationaal en internationaal niveau is gelobbyd voor heldere informatieverstrekking van de samenstelling van voedingsmiddelen op verpakkingen. Zo is gewerkt aan informatieve keurmerken waarmee de kwaliteit en voedingswaarde van een product ‘in één oogopslag’ zichtbaar is.
Haalbaarheidsonderzoek overgewicht
De Hartstichting verleende subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek naar een ‘minimale interventiestrategie’ overgewicht onder huisartsen. Ook werd subsidie gegeven voor de implementatie van de CBO-richtlijn Obesitas (overgewicht).
Congres Lang Leven Hart en Vaten!
Het thema van het congres van 25 november 2008 stond in het teken van risicofactoren rond hart- en vaatziekten. In een groot aantal parallelsessies werd onder meer uitgebreid ingegaan op de projecten van de Hartstichting, maar ook op de organisatie van zorg, risicocommunicatie en leefstijlfactoren als voeding, bewegen en roken.
In de pers is uitgebreid aandacht besteed aan het thema van het congres. Onder meer was het volgende te lezen: ‘een kwart van de hart- en vaatziekten kan worden voorkomen als mensen gezonder eten. Voldoende bewegen leidt tot vijftien procent minder harkwalen. Verandering van leefstijl is effectief ook bij hartpatiënten’.
Evaluatie congres Lang Leven Hart en Vaten!
(Evaluatie werd gedaan door PIT Actief.) 604 van de 700 deelnemers hebben het evaluatieformulier ingevuld en ingeleverd.

Uit de scores hierboven, samen met de opmerkingen op de evaluatieformulieren en de reacties uit de wandelgangen kan het volgende geconcludeerd worden.
- Het was een geslaagd congres dat het belang van preventie weer eens goed op de kaart heeft gezet.
- Het congres bood geen nieuwe kennis, maar een integratie van bestaande kennis en initiatieven op het gebied van preventie (dit verklaart goed het antwoord op vraag 1).
- De grootte van de groepen, ook in de sessies, maakte het lastig om vaardigheden over te dragen en om de deelnemers op hun eigen werkwijze te laten reflecteren (vraag 2 en 5). Toch is de Hartstichting daar wel in geslaagd (kijk naar de percentages bij het antwoord Nee).
Los hiervan heeft PIT Actief ook veel positieve reacties ontvangen over de locatie en de programma-intermezzo’s. Ook veel media hebben aandacht aan het congres besteed.
Evaluatieresultaten sessies

Financiering van preventie
De Hartstichting heeft in samenwerking met de samenwerkende gezondheidsfondsen (SGF) een visiedocument ontwikkeld voor de financiering van vroege opsporing van hart- en vaatziekten en voor leefstijlondersteuning. Op basis van deze visie, die voorjaar 2009 wordt verwacht, wordt een lobbyplan geschreven dat ertoe moet leiden dat preventie structureel wordt gefinancierd.
Versterken van de patiënt
In Nederland leven bijna 1 miljoen hart- en vaatpatiënten. De Stichting Hoofd Hart en Vaten (SHHV) en de zeven bij haar aangesloten patiëntenorganisaties zetten zich met steun van de Hartstichting in voor hun belangen. De Hartstichting hecht groot belang aan een sterke patiëntenbeweging (richting zorgaanbieders, verzekeraars en de politiek) en daarom investeerde zij in 2008 € 1,4 miljoen in SHHV.
Speerpunten
Ter versterking van de positie van de patiënt richtte de SHHV zich in 2008 op drie speerpunten:
- kwaliteit van zorg;
- beschikbaarheid van zorg;
- informatievoorziening op maat.
SHHV werkte onder meer mee aan patiëntenrichtlijnen, een zorgstandaard en kwaliteitscriteria voor goede zorg vanuit patiëntperspectief.
Vaatkeurmerk
SHHV heeft samen met de Vereniging van Vaatpatiënten de behandeling van vaatlijden in Nederland in kaart gebracht. Dankzij deze informatie kunnen patiënten en huisartsen nu precies nagaan hoe vaak en waar bepaalde slagaderbehandelingen worden gedaan. Ook is te zien of een ziekenhuis het ‘vaatkeurmerk’ van de patiëntenvereniging heeft gekregen. Dit keurmerk geeft aan dat het ziekenhuis voldoet aan de kwaliteitscriteria voor goede vaatzorg vanuit het perspectief van de patiënt gezien. Voor meer informatie zie de website www.vaatpatient.nl.
Patiënt als informatiedrager
Voor patiënten met een zeldzame hart- of vaatziekte nam SHHV in 2008 deel aan een uniek project: ‘De patiënt als informatiedrager’. Er werden drie huisartsenbrochures ontwikkeld ter ondersteuning van de behandeling door de huisarts. Het gaat om informatie over Rendu Osler Weber, het Syndroom van Marfan en een aangeboren hartafwijking. De patiënt is hierbij ‘informatiedrager’: hij overhandigt de brochure zelf aan de huisarts om samen te bespreken.
Naar verwachting zijn de brochures in 2009 gerealiseerd. De brochures zijn dan te downloaden op de websites en komen in drukvorm beschikbaar voor leden van de patiëntenorganisaties.
Op weg naar nieuwe patiëntenorganisatie
In 2009 wordt de nieuwe patiëntenorganisatie opgericht. Met die nieuwe organisatie kunnen de belangen van hart- en vaatpatiënten in Nederland nog beter gediend worden en kan hun positie verder worden versterkt.
Voorlichting
Voorlichting is een kerntaak van de Hartstichting. Ons doel is om de Nederlandse bevolking te ondersteunen om zelfstandig en bewust keuzes te maken met betrekking tot leefstijl.
Bij patiënten ligt de nadruk op het slagvaardig kunnen omgaan met hun aandoening, waardoor de kwaliteit van leven verbetert. Bij mensen die nog geen hart- en vaatziekten hebben, ligt de nadruk op een gezonde leefstijl, met als doel het voorkómen van hart- en vaatziekten (preventie). Daartoe reiken wij middelen aan die mensen aanzetten tot positieve gedragsverandering.
Campagnes en overige activiteiten
De Hartstichting richt zich met haar campagnes en voorlichtingsactiviteiten op het Nederlandse publiek. Haar doel is om thema’s over hart- en vaatziekten of een gezonde leefstijl onder de aandacht te brengen. Hiermee probeert zij het gedrag van mensen te beïnvloeden en de kennis over hart- en vaatziekten te vergroten.

De Hartstichting op televisie
Chirurgenwerk
Begin 2008 werkte de Hartstichting mee aan een aflevering van Chirurgenwerk met het thema vrouwen en hart- en vaatziekten. Deze aflevering paste in de serie ‘Sekseverschillen in de gezondheidszorg' en werd vier keer uitgezonden. Er waren meer dan een half miljoen kijkers, vooral vrouwen in de leeftijd van 35-49 jaar.
Nederland in Beweging!
Al vanaf 2000 werkt de Hartstichting mee aan het programma Nederland in Beweging!, dat iedere werkdag om 6.45 uur en 9.15 uur bij omroep MAX op Nederland 1 wordt uitgezonden. De Hartstichting verzorgt de voedingitems, waarbij iedere vrijdag een gezond recept door een diëtiste wordt gepresenteerd.
Specials
De Hartstichtingspecials hadden als onderwerp: reanimatie, hartstilstand en de gevaren van roken. Het gemiddeld aantal kijkers in 2008 bedroeg om 6.45 uur 51.000 en om 9.15 uur 94.000. Het rapportcijfer voor de algemene waardering van het programma kwam uit op een 7,4.
Publieksvoorlichting
Herken een beroerte, bel 112
In 2008, twee jaar na de campagne ‘Herken een beroerte’, bleef de kennis over beroerte onverminderd hoog. 89 procent van de Nederlanders herkende minstens één symptoom van een beroerte en 81 procent weet dat bij een beroerte 112 gebeld moet worden.
Symptomen herkennen
Het is voor mensen vaak wel lastig om een beroerte in de alledaagse situatie te herkennen. De Hartstichting heeft daarom posters en advertenties ontwikkeld waarop de symptomen van een beroerte op foto’s worden afgebeeld.
CORPUS
De Hartstichting heeft meegewerkt aan de totstandkoming van CORPUS een tentoonstelling over het menselijk lichaam.
De bezoeker maakt een ‘reis door de mens’ en kan zien, voelen en horen hoe het menselijk lichaam werkt. De rol van gezond eten, gezond leven en veel bewegen komt hierbij ook aan bod.
Voor de bezoekers van de tentoonstelling heeft de Hartstichting een interactieve kennistest over het hart ontworpen.
Per week ontvangt CORPUS in Oegstgeest gemiddeld 4.000 bezoekers.
Voorlichtingsbijeenkomsten
Een tiental voorlichters verzorgt op aanvraag lezingen in het land, over verschillende onderwerpen.
In totaal werden er in 2008 157 lezingen verzorgd.
Publiekslezingen
Voor het algemeen publiek waren er de volgende onderwerpen:
- Herken de signalen van een beroerte, bel direct;
- Een leven hoeft niet te stoppen bij een hartstilstand;
- Hart voor je gewicht;
- Leef Prettig en Gezond (gezonde leefstijl);
- Heb hart voor je hart (hart- en vaatziekten).
Ouderavonden
Twee lezingen waren bestemd voor ouderavonden op basisscholen:
- Vette verleiders, over voedingsmarketing gericht op kinderen;
- Gezonde leefstijl, gezond gewicht of Lekker Fit voor het hele gezin (sluit aan op het lespakket Lekker Fit!).
Vragen Informatielijn
In 2008 werden bij de Informatielijn in totaal ruim 13.600 vragen ontvangen. Meer dan de helft (55 procent) hiervan is telefonisch beantwoord en 43 procent schriftelijk (e-mail). Een klein deel van de vragen werd doorgespeeld naar andere afdelingen binnen de Hartstichting.
Piek
De piek van bellers was in januari 2008 vanwege een tv-uitzending van Radar waarin vraagtekens werden gezet bij het nut van het gebruik van cholesterolverlagers voor bepaalde groepen. De Hartstichting speelde hierop in met een advertentie in de grote dagbladen. Dit zorgde voor ongeveer 340 reacties.
Trends & ontwikkelingen
In 2008 kwamen er bij de Informatielijn 2.000 minder vragen binnen dan in 2007. Deze dalende trend in het aantal vragen is ook bij andere gezondheidsfondsen merkbaar.
Het aantal e-mailvragen blijft de afgelopen jaren redelijk stabiel, het aantal telefoontjes daarentegen neemt sterk af. Dat laatste kan mogelijk verklaard worden door het feit dat veel mensen informatie zelf via internet zoeken.
Binnenkomende vragen bij de informatielijn (2003 t/m 2008)
| Jaar | Telefoon | |
|---|---|---|
| 2003 2004 2005 2006 2007 2008 |
4387 5906 5448 5593 6468 5887 |
13992 13555 10738 8004 8930 7524 |
Congres 25-jarig jubileum Informatielijn
Op 12 december 2008 vierde de Informatielijn haar 25-jarig jubileum. Ter gelegenheid hiervan werd een congres georganiseerd, dat in het teken stond van veranderingen in het werk als voorlichter binnen de gezondheidszorg.
35 medewerkers van 13 verschillende organisaties waren bij dit congres aanwezig.
Klanttevredenheidsonderzoek Informatielijn
In het derde kwartaal van 2008 heeft TNS NIPO een onderzoek uitgevoerd naar de dienstverlening van de Informatielijn.
Punten zoals betrouwbaarheid van het antwoord, de toon van het gesprek, servicegerichtheid en begrijpelijkheid van het antwoord werden door de deelnemers aan het onderzoek als ‘goed’ of ‘uitstekend’ beoordeeld.
Brochures en ander voorlichtingsmateriaal
In 2008 werden er bij de Hartstichting 1,6 miljoen voorlichtingsbrochures (inclusief dvd’s en video’s) over hart- en vaatziekten, risicofactoren en gezonde leefstijl aangevraagd.
Meest besteld
De drie meest bestelde brochures zijn de brochures ‘Te hoog cholesterol’, ‘Over Gewicht’ en ‘Hoge bloeddruk’.
De brochure ‘Hoge bloeddruk’ is, net als in 2007, het meest gedownload: 224.477 keer.
Nieuwe lay-out
De acht brochures over aangeboren hartafwijkingen zijn omgezet in de stijl van JUMP (het jeugdfonds van de Hartstichting).
De brochures ‘Opsteker voor rokers’, ‘Kopen is kiezen’, ‘Spataders’ en ‘Cardiomyopathie’ zijn ofwel herschreven en/of in een nieuw jasje gestoken. De eerste twee zijn ook van naam veranderd en heten nu ‘Uitdrukkelijk voor rokers’ en ‘Kritisch kiezen en kopen’.
Digitale caloriemeter
De digitale caloriemeter die via de website is te raadplegen, is aangepast. Er zijn meer kant-en-klaarproducten toegevoegd en de beweegmogelijkheden zijn uitgebreid. Ook kan de gebruiker in een oogopslag zien hoeveel hij moet bewegen om het totaal aantal ingenomen calorieën te verbranden.
Voorlichting aan patiënten
Voorlichters verzorgen vier keer per jaar vijf verschillende digitale nieuwsbrieven, die via apotheken worden verspreid.
Het gaat om de nieuwsbrieven ‘Hoog Cholesterol’, ‘Hoge Bloeddruk’, ‘Beroerte’, ‘Hartfalen’ en een combinatienieuwsbrief ‘Hoog Cholesterol/Hoge Bloeddruk’.
Aantal abonnees in 2008
| Nieuwsbrief | Mei-08 | Nov-08 |
|---|---|---|
| Hoog Cholesterol | 19.410 | 20.158 |
| Hoge Bloeddruk | 26.197 | 27.463 |
| Beroerte | 846 | 971 |
| Hartfalen | 1.084 | 1.279 |

Fondsenwerving
Het vertrouwen van publiek en bedrijfsleven is voor de Hartstichting onmisbaar. We kunnen immers ons werk uitsluitend doen dankzij de inzet van vrijwilligers en de giften van de Nederlandse bevolking en het bedrijfsleven. Na een aantal jaren van groeiende inkomsten, blijven de inkomsten uit eigen fondsenwerving in 2008 conform verwachting vrijwel gelijk ten opzichte van 2007.
Inkomsten Nederlandse Hartstichting 2004-2008 en begroting 2009

Inkomsten 2007: de opbrengsten beleggingen (-0,5 miljoen euro) en de opbrengsten uit verhuur (0,4 miljoen euro) en de resultaten uit verkopen (0,1 miljoen euro) komen per saldo uit op nul. Daarom staan er in 2007 geen opbrengsten in bovenstaand diagram. In 2009 zijn de vooruitzichten voor de opbrengst uit beleggingen: 1,0 miljoen euro.
Opmerking: in verband met de nieuwe jaarrekeningrichtlijn RJ 650 per 2008, worden de verkopen vanaf 2008 onder Baten eigen fondsenwerving opgenomen. De cijfers over 2007 zijn daartoe herrekend, de cijfers 2003 t/m 2006 zijn niet herrekend.
De totale inkomsten van de Hartstichting waren in 2008 (net als in 2007) 40 miljoen euro. Het aandeel afkomstig uit eigen fondsenwerving was 38,2 miljoen euro (in 2007 was dat 38,3 miljoen) en de opbrengsten uit acties van derden bedroegen 1,6 miljoen euro. Overige opbrengsten bestonden uit beleggingen en verhuur (samen 0,3 miljoen euro).
Uit welke markten komt het geld?
De Hartstichting doet haar werk geheel zonder financiële steun van de overheid. De voornaamste bronnen van inkomsten zijn afkomstig uit de volgende markten:
- particulieren leveren via mailingacties, contributies, donaties, giften en schenkingen bijdragen aan de collecte en overige baten. Hun aandeel is 56,9 procent (in 2007 54,4 procent) van de inkomsten uit eigen fondsenwerving;
- nalatenschappen maken met 35,9 procent (39,5 procent in 2007) een belangrijk deel uit van de inkomsten;
- het bedrijfsleven leverde een bijdrage aan de inkomsten van 3,1 procent (1,8 procent in 2007);
- het aandeel van loterijen is 4,1 procent van de inkomsten, tegen 4,3 procent in 2007.

Ontwikkelingen
Het werven van vaste, structurele donateurs blijft belangrijk om de groeidoelstellingen van de Hartstichting te realiseren. Verder willen we ons nadrukkelijker richten op andere inkomstenbronnen waaronder bedrijven, nalatenschappen en bijzondere giften. Daarnaast zullen we andere methoden van fondsenwerving ontwikkelen, zoals online marketing, social network fundraising, mobiel doneren en het organiseren van evenementen.
Particulieren: werven van structurele donateurs
Een groot deel van de inkomsten van de Hartstichting is afkomstig van particulieren. Het beleid was de afgelopen jaren gericht op het werven van vaste structurele donateurs (via een machtiging). Ook de komende jaren zal dit beleid worden voortgezet.
Kanalenmix
Afgelopen jaar is veel onderzoek gedaan naar de terugverdientijden van de diverse fondsenwervende instrumenten.
In 2009 gaan we ons bij het reactiveren van de vaste en het werven van nieuwe donateurs meer richten op direct mail. Met behulp van responsemodellen wordt de mailfrequentie afgestemd op de behoefte van de donateurs. Hiermee hopen we mogelijke irritatie te verminderen en tevens kosten te besparen.
Direct Response Television spots
Omdat we te maken hebben met stijgende kosten van Direct Response Television spots, is het plan om via een speciale (lange) uitzending donateurs te werven en aandacht te vragen voor de doelstellingen van JUMP.
Dichter bij de donateur
De Hartstichting wil haar donateurs beter leren kennen en hen meer betrekken bij haar activiteiten. Door middel van donateurpanels, kwalitatief onderzoek, enquêtes, evaluaties en persoonlijke gesprekken zullen we doorgaan met de behoeften en wensen van onze donateurs te inventariseren.
Bedrijfsleven: intensiever samenwerken met bedrijven
De Hartstichting wil het aandeel van bedrijven als inkomstenbron de komende jaren aanzienlijk laten groeien.
Onafhankelijkheid gewaarborgd
Belangrijk bij het samenwerken met bedrijven is dat de onafhankelijkheid en integriteit van de Hartstichting gewaarborgd blijft. Hiervoor zijn uitgangspunten geformuleerd waaraan een partner uit het bedrijfsleven moet voldoen.
De volgende zaken zijn onder meer van belang:
- onafhankelijkheid en integriteit staan voorop;
- partners hebben een wederzijds belang bij, en moeten een concrete bijdrage leveren aan het realiseren van de doelstellingen van de Hartstichting;
- inhoudelijke goedkeuring van producten door deskundigen is een vereiste;
- voorstellen worden goedgekeurd door een beoordelingscommissie met vertegenwoordigers vanuit de hele organisatie;
- transparantie over de aangegane partnerships; in 2008 zijn beschrijvingen van onze samenwerkingen op de website geplaatst.
Gedragscode
Er is in 2008 een gedragscode opgesteld, waarin deze en andere uitgangspunten zijn opgenomen. Tevens is er een Richtlijn voor lokale Fondsenwerving opgesteld. Deze is als bijlage in de gedragscode opgenomen.
Relaties aangegaan
Gedurende het jaar 2008 zijn er relaties opgebouwd met bedrijven uit diverse branches.
Ook zijn er enkele nieuwe vormen van partnerships aangegaan om aandacht te vragen voor onze doelstellingen en hiermee gewenst gedrag te stimuleren.
Voorbeelden van samenwerkingsverbanden zijn:
- partnership met Nintendo, omdat gebruik van de Wii kan bijdragen aan een gezonder en beweeglijker leven. Een eenmalig sponsorbedrag is gebruikt voor het evenement voor kinderen met een aangeboren hartafwijking (de Mascotte);
- samenwerking met Nature&Co, omdat zij een alternatieve snack voor kinderen op de markt hebben gebracht onder de naam Apple Chips (gedroogd fruit in plaats van chips);
- de Koninklijke ERU Kaasfabriek B.V. Sinds juni 2008 werkt de Hartstichting samen met de kaasfabriek op het gebied van cholesterolverlagende smeerkaas;
- Pfizer en de Nederlandse Hartstichting hebben een overeenkomst gesloten om de (gratis) verspreiding van het bestaande voorlichtingsmateriaal van de Hartstichting te bevorderen. Hiermee wordt de kennis over hart- en vaatziekten, beroerte, reanimatie en gezond leven verder vergroot;
- de Hartstichting heeft zich laten registreren bij SNS Bank als tipgever. Van alle hypotheken die via de Hartstichting worden gesloten schenkt SNS Bank een percentage van de hypotheeksom aan de Hartstichting;
- de Hartstichting heeft een eigen collectie kerstkaarten speciaal voor het bedrijfsleven (Mercard). In overleg met de klant kunnen ze worden aangepast aan hun wensen;
- een van de meest zichtbare samenwerkingsverbanden is die met Unilever, die onder meer cholesterolverlagende producten onder de naam Becel pro-activ op de markt brengt. Het congres ‘Lang Leven Hart en Vaten’ werd financieel ondersteund door Unilever. Daarnaast ontving de Hartstichting van Unilever een geldelijke bijdrage om te besteden aan haar doelstellingen;
- vrienden en donateurs kunnen het nieuwe Vitaal & Zeker Pakket van VGZ afsluiten met extra voordeel, waarbij per afgesloten polis een afdracht ten goede komt aan de Hartstichting;
- Holland Fit heeft het concept van de Fitbox ontwikkeld. Het gaat om een verscheidenheid aan relatiegeschenken in designverpakking met een gezonde en sportieve inhoud. Hiermee wordt het bewegen bij de Nederlandse bevolking gestimuleerd.
Overzicht sponsorbijdragen en samenwerkingsverbanden met bedrijven
Overzicht sponsorbijdragen *€
| 0-< 200.000 | ABN Amro, Aegon Cooperate and Institutional Clients, ANWB B.V., Atelier Bodner, Best Western Hotel, Bongbon, Call4Care, Crocs Benelux BV, Den Haag Media Groep, DNP Marketing BV, Gazelle, Goededoelenkaartje.nl, GoedeDoelenWinkel, Holland Fit B.V. (Fitbox), Hotel Zuiderduin, Interprice B.V., Kneipp Nederland BV, Koninklijke ERU Kaasfabriek B.V., LSI Project Investment, Marc Lubach, Media Topic, Medtronic, Mercard Kennemer, Monique Collignon Haute Couture, Mouthaan Grafisch Bedrijf, Natural & Co, Nintendo Benelux B.V., NZO, OVG, Pfizer bv, Pluimen, Pon Holdings BV, Pour Vous Parfumerie, Rabobank (Coöperatieve Rabobank Vlietstreek-Zoetermeer U.A.), Roompot Holding B.V., Rotterdam Airport, RSP BV (in samenwerking met TNT Post), SNS Bank N.V., Staal Bankiers, ’t Swarte Schaap, to Concept b.v., TripleP Entertainment, Vereniging de Mascotte, Vergouwen Juweliers, Viruly Interclick, VGZ (in samenwerking met to Concept b.v.), Wil Willemsen, Winkelman en Van Hessen, Zuivelstichting, diverse scholen, diverse sportscholen (bijvoorbeeld Fitness First) enzovoort. |
| 200.000 en meer | Lotto/Toto/Krasloterij, Sponsor Loterij, Unilever Nederland B.V. |
Nalatenschappen en bijzondere giften: meer focus en intensiveren
De inkomsten uit nalatenschappen zijn voor de Hartstichting een belangrijke bron. Sinds 2005 is de Hartstichting actief met het werven van nalatenschappen. Waar in eerste instantie de nadruk lag op bewustwording, richten we ons nu en in de toekomst meer op werving en relatiebeheer.
Persoonlijke aanpak
Eind 2008 is een start gemaakt met het benaderen van een klein deel van onze donateurs over nalatenschap. Voor 2009 is een vrijwilligersvacature uitgezet met als doel een landelijk netwerk van vrijwilligers te vormen die huis-aan-huisbezoeken afleggen bij geïnteresseerde donateurs.
Campagne Nalaten
In 2008 heeft de Hartstichting opnieuw meegedaan aan de nationale campagne Nalaten: een samenwerkingsverband tussen de grotere goede doelen. De gezamenlijke campagne behelsde onder meer de nationale ‘Week van het testament’ die erop gericht was mensen een goed doel te laten opnemen in hun testament.
Bijzondere gevers
De Hartstichting wil zich nadrukkelijker gaan richten op bijzondere gevers. In april 2008 is er voor het eerst een relatiebijeenkomst georganiseerd voor wetenschappers, specialisten en donateurs. Het voornemen is om ook in 2009 dergelijke bijeenkomsten te organiseren.
‘Dedicated Gifts’
Omdat de Hartstichting graag maatwerk wil bieden met name ook bij grotere giften, is de procedure ‘Dedicated Gifts’ opgesteld. Hiermee wordt gewaarborgd dat gelden besteed worden aan het door de donateur beoogde doel.
Methoden van fondsenwerving
Om geld te werven heeft de Hartstichting in 2008 diverse methoden gebruikt.
Direct Mail
De Hartstichting verstuurde in 2008 ruim 6 miljoen mailingen, waarvan bijna 1,1 miljoen door JUMP.
Het aantal brieven naar potentiële donateurs van de Hartstichting is in 2008 weer teruggebracht op normaal niveau, nadat in 2007 het aantal was gehalveerd als gevolg van langdurig testen.
JUMP
Door de introductie van het nieuwe merk JUMP is er in 2008 veel getest om de juiste doelgroep en juiste tone of voice te vinden.
Resultaat Hartstichting: 37.710 nieuwe donateurs en 4.359 nieuwe machtigingen.
Resultaat JUMP: 6.043 nieuwe donateurs en 436 nieuwe machtigingen.
Telemarketing
Door de lage naamsbekendheid van het fonds JUMP bleek het in 2008 zeer moeilijk te zijn om telefonisch nieuwe donateurs te werven.
Resultaat Hartstichting: 23.525 nieuwe machtigingen, waarvan 10.511 nieuwe donateurs.
Resultaat JUMP: 2.421 nieuwe machtigingen, waarvan 393 nieuwe donateurs.
Direct Response Televisie
Vanwege de stijgende kosten van het uitzenden van Direct Response Television-spots is besloten om in 2008 een nieuwe wervende thema-tv-uitzending voor JUMP voor te bereiden, die in 2009 zal worden ingezet.
Loterij
De Hartstichting ontvangt, samen met andere goede doelen, inkomsten uit onder meer de Sponsor Bingo Loterij. Deelnemers kunnen ook specifiek voor de Hartstichting meespelen.
Resultaat: deelnemers speelden met 13.000 loten mee aan de Sponsor Bingo Loterij voor de Hartstichting. De inkomsten waren in 2008 bijna 1,5 miljoen euro. Van de Lotto/Toto en de Lotto/Krasloterij heeft de Hartstichting in totaal 0,37 miljoen euro ontvangen.
Deelnemers speelden met bijna 40.000 loten mee voor de Grootste Bingo Ooit. De inkomsten daarvan zijn 106.477,60 euro.
Straat- en huis-aan-huiswerving
Zowel op straat als aan de deur zijn mensen verzocht om donateur te worden. Deze methode levert louter structurele steun op (machtigers) en stelt ons in de gelegenheid een jongere doelgroep te bereiken.
JUMP
In tegenstelling tot telemarketing is straat- en huis-aan-huiswerving voor JUMP wel heel succesvol gebleken.
Resultaat Hartstichting: 11.105 nieuwe donateurs.
Resultaat JUMP: 12.688 nieuwe donateurs.
Internet
Via onze website is het mogelijk een eenmalige donatie te doen of vaste donateur te worden.
Resultaat Hartstichting: 551 nieuwe donateurs.
430 eenmalige donaties.
Resultaat JUMP: 147 structurele donateurs.
Sponsoring door en samenwerking met bedrijven
De Hartstichting wil met hulp van andere partijen gezamenlijke doelen realiseren.
Resultaat: ruim 1,2 miljoen euro via mailingen, acties en giften.
Collecte
Vrijwilligers collecteren tijdens de Nationale Hartweek, de jaarlijkse collecteweek in april.
Resultaat: in 2008 is 4,38 miljoen euro opgehaald met collecteren.
Individuele acties
De Hartstichting wordt regelmatig verrast met bedragen die op initiatief van personen, verenigingen of bedrijven ten gunste van onze activiteiten worden ingezameld.
Resultaat: vanwege de grote hoeveelheid kunnen we al deze zeer gewaarde initiatieven hier niet apart benoemen.
Ook voor JUMP werden we afgelopen jaar met grote regelmaat verrast door de hartverwarmende inzet van kinderen, ouders, scholen en bedrijven bij acties en inzamelingen. De bij ons bekende acties, die slechts een deel van het totaal vormen, hebben een totaalbijdrage opgeleverd van 111.180,27 euro.
Advertenties in het kader van bepaalde campagnes
Resultaat: aangezien advertenties ook strategisch en thematisch worden ingezet en niet altijd direct om respons vragen, zijn de resultaten hier niet te specificeren.
JUMP, het jeugdfonds van de Hartstichting (voormalig Kinderhartenfonds)
Met de verbreding van zowel doelgroep als activiteiten is er in 2007 voor gekozen de naam van het Kinderhartenfonds te wijzigen in JUMP, het jeugdfonds van de Nederlandse Hartstichting.
In december van 2007 zijn alle donateurs geïnformeerd over het nieuwe fonds. Omdat uit marktonderzoek gedurende 2008 bleek dat de nieuwe merknaam nog onvoldoende bekend was bij onze donateurs, zijn de mailingen gedurende het jaar met beide merklogo’s verstuurd. Daarnaast is er in 2008 veel getest om de voorkeuren van de donateur te achterhalen over de wijze van benadering en de inhoud van de verschillende projecten.
Donateursbestand
Groei
In de loop der jaren heeft de Hartstichting een donateursbestand opgebouwd van bijna 2,4 miljoen. In 2008 is er voor het eerst weer een groei in het actieve donateursbestand zichtbaar (minimaal een gift per achttien maanden).
Het aantal actieve donateurs was in 2008 502.000, waarvan 198.475 machtigers. Hoewel er een groei van het aantal machtigers is van 15.000 in 2008, was de toename van machtigers in 2007 groter (19.000). Het aantal overige donateurs met minimaal 1 losse gift steeg echter in 2008 met 4.000 tegenover een daling in 2007 met 23.000.
JUMP
Jump heeft eind 2008 een actieve database van ruim 81.000 donateurs (een daling van 10.000), bestaande uit 31.000 machtigers en bijna 50.000 losse giftgevers.
Fondsenwerving
Het werven van vaste, structurele donateurs blijft belangrijk om de groeidoelstellingen van de Hartstichting te realiseren. Verder willen we ons blijven richten op andere inkomstenbronnen waaronder bedrijven, nalatenschappen en bijzondere giften. Daarnaast zullen we andere methoden van fondsenwerving blijven ontwikkelen om te innoveren, zoals online marketing en het organiseren van evenementen.
Fondsenwervende activiteiten 2008
De totale inkomsten uit eigen fondsenwerving bedroegen in 2008 38,2 miljoen euro (in 2007 38,3) en de totale kosten eigen fondsenwerving 8,04 miljoen euro (21 procent tegen 18,7 procent in 2007).
Overige opbrengsten, bijvoorbeeld uit beleggingen of verhuur, worden in het financiële hoofdstuk toegelicht.

Collecten
Inkomsten collecten 2004-2008 en begroting 2009 in € 1

De bruto-opbrengst van de collecte van de Hartstichting is in 2008 ten opzichte van 2007 gedaald tot een totaalbedrag van ruim 4,38 miljoen euro.
| Doel 2008 | € 4.550.000 |
| Resultaat 2008 | € 4.388.491 |
| Begroting 2009 | € 4.550.000 |

Mailingacties, contributies, donaties, giften en schenkingen
Inkomsten mailingacties, contributies, donaties, giften en schenkingen 2004-2008 en begroting 2009 in € 1

Mailingacties richten zich op personen en bedrijven die nog niet eerder aan de Hartstichting hebben gedoneerd. In 2008 is het aantal mailings naar potentiële donateurs van de Hartstichting weer hersteld op normaal niveau, nadat in 2007 het aantal was gehalveerd als gevolg van langdurig testen.
Door de introductie van het nieuwe merk JUMP is er in 2008 veel getest om de juiste doelgroep en juiste tone of voice te vinden. Hierdoor werden er aanzienlijk meer brieven verstuurd dan in 2007.
Bestaande relaties en donateurs ontvangen vier keer per jaar een nieuwsbrief en daarnaast een aantal brieven met een giftverzoek voor bepaalde thema’s (zoals de campagne Hartstilstand) of andere speciale projecten. De bruto-opbrengst van de bijdragen van particulieren en bedrijven, is ten opzichte van 2007 (16,7 miljoen euro) gestegen tot ruim 17,7 miljoen euro.
| Doel 2008 | € 17.335.976 |
| Resultaat 2008 | € 17.768.781 |
| Begroting 2009 | € 18.815.917 |
Nalatenschappen
Inkomsten nalatenschappen 2004-2008 en begroting 2009 in € 1
Baten Nalatenschappen 2004-2008 en begroting 2009

In 2008 heeft de Hartstichting 441 aanmeldingen van nalatenschappen ontvangen (in 2007 waren dit er 424), bestaande uit 206 erfstellingen en 235 legaten. In 2007 was de opbrengst ruim 14 miljoen euro (in 2007 15,8 miljoen euro).
| Doel 2008 | € 13.750.000 |
| Resultaat 2008 | € 14.016.418 |
| Begroting 2009 | € 13.550.000 |
Opbrengsten acties van derden
Inkomsten opbrengsten acties van derden 2004-2008 en begroting 2009 in € 1

De Nederlandse Hartstichting ontvangt uit diverse nationale acties een aandeel in de opbrengst. In 2008 zijn de opbrengsten uit acties derden – zoals we dat noemen – iets gedaald op een totaalbedrag van 1.588.188 euro (tegen 1.707.832 euro in 2007).
Dit komt met name door een investering in de Grootste Bingo Ooit.
Sponsor Bingo Loterij
De bruto-opbrengst van de Sponsor Bingo Loterij kwam in 2008 uit op 1.491.532 euro waarvan 616.361 euro bestaat uit een vast percentage van de opbrengst. Deelnemers kunnen loten kopen waarvan de helft van de maandelijkse inleg per lot rechtstreeks naar de Hartstichting gaat. In 2007 heeft dit zogeheten ‘geoormerkt werven’ 875.171 euro opgebracht.
Sinds 2006 is de respons op onze wervingsacties aan het dalen waardoor de verkoop van het aantal geoormerkte loten afnam.
Actieve donateurs werden benaderd om mee te spelen met de Sponsor Bingo Loterij. In totaal spelen deelnemers voor de Hartstichting met 13.000 loten mee.
Ik wil buiten spelen
De Sponsor Bingo Loterij is samen met vijf goede doelen, waaronder JUMP, de ‘Nationale actie Ik wil buiten spelen’ gestart.
Uit onderzoek is gebleken dat er te weinig speelruimte is voor kinderen in Nederland.
Via het televisieprogramma ‘Kinderen Zingen met Sterren op weg naar De-Grootste-Bingo-Ooit’ is aandacht voor de actie gevraagd.
De deelnemers speelden met 40.000 loten mee voor extra speelplekken of om het lespakket Lekker Fit! op meer scholen in te zetten.
De bruto-opbrengst van de Lotto, de Krasloterij en het Fonds Bijzondere Uitkeringen bedroeg in 2008 377.685 euro. Dit is een stijging ten opzichte van de 333.298 euro in 2007.
| Resultaat 2008 | € 1.588.188 |
| Begroting 2009 | € 1.500.000 |
Nieuw in het online jaarverslag 2008
- Top-downweergave financiële cijfers
De Hartstichting vindt dat u in één oogopslag moet kunnen zien hoe de kosten en inkomsten verdeeld zijn. Klik hier om naar de financiële top-downpresentatie te gaan. - Facetnavigatie
Via de facetnavigatie (die u kunt openen door op het blauwe pijltje rechtsboven te klikken) kunt u via kernwoorden op een snelle manier de onderwerpen van uw keuze selecteren.
Nieuw in het online jaarverslag 2008
- Top-downweergave financiële cijfers
De Hartstichting vindt dat u in één oogopslag moet kunnen zien hoe de kosten en inkomsten verdeeld zijn. Klik hier om naar de financiële top-downpresentatie te gaan. - Facetnavigatie
Via de facetnavigatie (die u kunt openen door op het blauwe pijltje rechtsboven te klikken) kunt u via kernwoorden op een snelle manier de onderwerpen van uw keuze selecteren.
Resultaten in 2008
Resultaat
Het saldo van de rekening van baten en lasten over 2008 bedraagt: € 1,2 miljoen negatief. In 2007 bedroeg het resultaat € 1,6 miljoen negatief. Het negatieve resultaat 2008 was begroot op € 3,3 miljoen negatief.
Veilige deposito’s
Het jaar 2008 is financieel goed afgesloten ondanks de eerste aanval door de kredietcrisis en de daaruit voortvloeiende economische recessie (vooral op het rendement op beleggingen).
Halverwege het jaar was het beleggingsrendement nog negatief (meer dan € 1,5 miljoen), maar mede dankzij een nieuwe vermogensbeheerder (Schretlen & Co) en door gebruik te maken van veilige deposito’s met hoge rentepercentages (alleen ABN AMRO en Rabobank) is er in het tweede deel van 2008 een positief resultaat gerealiseerd van ongeveer het bedrag van de eerdere verliezen. Per saldo is het resultaat ongeveer nihil, maar het normale langjarig rendement van 4 à 5 procent kon niet worden behaald.
Inkomsten uit fondsenwerving
De overige inkomstenstromen vanuit fondsenwerving lagen vrijwel op het niveau van de begroting 2008 en de gerealiseerde resultaten in 2007.
Verlagen van investeringen
Om het effect van de lagere beleggingsinkomsten op te vangen zijn de bestedingen aangepast. Dit werd gerealiseerd door de investeringen in wetenschap te verlagen en een aantal projecten binnen de Hartstichting uit te stellen. In de begroting zou een tekort van € 3,3 miljoen toelaatbaar zijn, maar om minder in te teren op de reserves is ervoor gekozen het tekort niet te hoog te laten oplopen.
Op de eventuele gevolgen die de economische recessie met zich mee zal brengen zullen we de komende jaren snel en slagvaardig anticiperen.
Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI)
Op 1 januari 2008 zijn de belastingregels voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI) veranderd. Alleen de instellingen die de Belastingdienst heeft aangewezen als een ANBI kunnen gebruikmaken van de fiscale voordelen. Hierdoor zijn giften fiscaal aftrekbaar voor de donateur, mits deze voldoet aan de overige eisen die de fiscus stelt.
De Hartstichting staat bij de Belastingdienst als een ANBI aangemerkt.
Richtlijn fondsenwervers
Voor fondsenwervende instellingen is het belangrijk om het keurmerk van het Centraal Bureau voor Fondsenwerving (CBF) te mogen dragen. Voorwaarde om dit CBF-keurmerk te krijgen is dat er bij het opstellen van het jaarverslag aan speciale regels is voldaan. Deze regels zijn vastgelegd in de zogenoemde ‘Richtlijn Fondsenwervende Instellingen’.
Het jaarverslag van de Hartstichting is opgesteld volgens deze regels en dankzij deze richtlijn is het voor donateurs en andere belanghebbenden goed zichtbaar of het geschonken geld ook direct en goed wordt besteed. Het kostenpercentage fondsenwerving, bijvoorbeeld, mag gemiddeld over drie jaar niet hoger zijn dan 25 procent van de opbrengsten uit eigen fondsenwerving. Daarnaast is het van belang waaraan het geld wordt uitgegeven en of die uitgaven passen bij het hoofddoel: dat is bij ons het bestrijden van hart- en vaatziekten. Belangrijk is ook dat het kostenpercentage van de fondsenwerving gemiddeld over drie jaar niet hoger mag zijn dan 25 procent.
Ons CBF-percentage is in 2008 uitgekomen op 21,6 procent. Voor 2009 verwachten wij dat het CBF-percentage gelijk zal blijven.
Streefhoogte eigen vermogen
Ons eigen vermogen wordt onderverdeeld in besteedbaar vermogen en vastgelegd vermogen. Het besteedbaar vermogen dient als zekerheid voor de continuïteit van onze organisatie. Dit met betrekking tot het risico van fluctuaties in de totale geldstroom (inkomsten en/of uitgaven). De richtlijn van de commissie-Herkströter, die de Hartstichting onderschrijft als norm, hanteert als bovengrens 1,5 maal de jaarkosten van de werkorganisatie.
(Bedragen in duizenden euro’s):
De maximaal toelaatbare continuïteitsreserve volgens de richtlijn-Herkströter: 1,5 maal de jaarkosten 2008 = 1,5 × € 11.087 = € 16.631. De Nederlandse Hartstichting blijft hier met € 15.492 onder.
Grondslagen voor de jaarverslaggeving
De Hartstichting is statutair, bestuurlijk en financieel nauw verbonden met de Vereniging Vrienden van de Hartstichting en de Stichting Studiefonds Nederlandse Hartstichting. De drie rechtspersonen kunnen bestuurlijk en financieel als een eenheid worden beschouwd.
Andere merknaam
Vanaf 2004 heeft de Hartstichting ook onder een andere merknaam, namelijk het Kinderhartenfonds, fondsen geworven en activiteiten ontplooid. Het Kinderhartenfonds heeft in 2007 haar activiteiten voortgezet onder de naam JUMP. De inkomsten en uitgaven van JUMP maken onderdeel uit van onze jaarrekening.
Presentatie
De jaarrekeningen zijn opgesteld in overeenstemming met de Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen zoals verwoord in RJ 650 en gepubliceerd onder de verantwoordelijkheid van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Samengevoegde jaarrekening
Ter wille van het inzicht in de financiële positie en in de baten en lasten is een samengevoegde balans per 31 december 2008 en een samengevoegde rekening van baten en lasten opgesteld. In deze opstelling zijn ter vergelijking de cijfers 2007 en de begrotingen van het 2008 en 2009 opgenomen.
In de samengevoegde balans en in de samengevoegde rekening van baten en lasten hebben wij de financiële gegevens van de afzonderlijke rechtspersonen opgenomen, waarbij de onderlinge financiële verhoudingen zijn verwijderd.
Waarderingsgrondslagen
Activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld.
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa die nodig zijn voor de bedrijfsvoering en de activa direct in gebruik voor de doelstellingen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen die zijn gebaseerd op de geschatte economische levensduur van de activa.
Effecten
Effecten betreffen participaties in aandelenfondsen die beleggen in vastrentende waarden, aandelen en onroerend goed. Deze participaties worden gewaardeerd tegen de beurskoers van 31 december 2008.
Vorderingen en overlopende activa
De vorderingen en overlopende activa worden opgenomen tegen de nominale waarde, waar nodig verminderd met een voorziening wegens oninbaarheid. De vorderingen uit nalatenschappen zijn gewaardeerd op de opbrengstwaarde volgens akte van deling en scheiding, onder aftrek van de reeds ontvangen voorschotten. De vorderingen uit legaten worden gewaardeerd op de opbrengstwaarde volgens de kennisgeving.
Langlopende schulden
Presentatie schulden
De subsidieverplichting wordt per toewijzingsjaar gesplitst naar schulden op lange en korte termijn. Hierdoor ontstaat een grote nauwkeurigheid van weergave van schulden op korte en schulden op lange termijn.
Projecten
De projecten omvatten verplichtingen tegenover derden en reserveringen voor bijzondere projecten. Deze bedragen worden opgenomen voor de nominale waarde. Voor project Stiggelbout worden de bedragen opgenomen voor de nominale waarde waarop 15 procent in mindering wordt gebracht. Deze 15 procent is gebaseerd op de ervaring dat een deel van de opgenomen verplichtingen niet tot uitbetaling leidt. Ter zake de hiermee gerelateerde schulden op korte termijn wordt dezelfde methode gehanteerd.
Derden
De Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen (VFI) staat toe om met een meerjarige subsidieverplichting zorg te dragen voor de continuïteit in de financiering van stichtingen die werken in het kader van de doelstelling van de Nederlandse Hartstichting. Het betreft hier de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) en de Stichting Hoofd, Hart en Vaten (SHHV/NPO).
De Richtlijn van het VFI staat een verplichting toe ter hoogte van de subsidies over drie kalenderjaren.
Grondslagen voor de resultaatbepaling
Wijziging
Vanaf boekjaar 2008 zijn de Fondsenwervende Instellingen verplicht hun jaarverslag in te richten conform richtlijn RJ 650 van de Raad voor Jaarverslaglegging.
Uit de staat van baten en lasten van fondsenwervende instellingen dienen de volgende kostencategorieën te blijken:
- bestedingen aan de doelstellingen;
- kosten eigen fondsenwerving;
- kosten gezamenlijke acties;
- kosten acties derden;
- kosten verkrijging subsidies overheden;
- kosten van beleggingen;
- kosten van beheer en administratie.
Door aanpassing van de in 2008 gehanteerde doorberekeningsmethodiek zijn de in deze jaarrekening opgenomen vergelijkende cijfers dienovereenkomstig aangepast. Deze aanpassing leidt niet tot een resultaateffect.
Baten uit eigen fondsenwerving
De baten met betrekking tot de collecte worden verantwoord in het jaar waarin de betreffende gelden worden ontvangen.
Baten uit legaten worden verantwoord na kennisgeving. Baten uit nalatenschappen worden verantwoord bij de ontvangst van de akte van deling en scheiding.
Eventueel eerder ontvangen voorschotten worden bij ontvangst verantwoord en later in mindering gebracht op de verantwoording van de opbrengstwaarde.
De overige baten worden verantwoord op het moment van ontvangst. Kosten en opbrengsten van locaties, comités en Regionale Vrienden Commissies (RVC’s) worden verwerkt voor zover de verantwoording van deze locaties, comités en RVC’s is ontvangen.
Contributie Vereniging Vrienden van de Hartstichting
Contributies worden slechts verantwoord voor zover deze zijn ontvangen. Vorderingen uit hoofde van achterstallige contributies worden op nihil gewaardeerd.
Opbrengst uit beleggingen
Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit transacties van aan- en verkopen van obligaties en aandelen, rente uit obligaties, rebates, dividenden uit aandelen, ongerealiseerde of gerealiseerde koersresultaten en de rente over banktegoeden. Eventuele bank- en provisiekosten worden op de opbrengsten in mindering gebracht.
De koersresultaten uit beleggingen bestaan uit een gerealiseerd deel en een ongerealiseerd deel. Het ongerealiseerde deel betreft het verschil tussen de aankoopwaarde van de aangekochte obligaties en aandelen en de beurswaarde aan het einde van het verslagjaar.
Kosten doelstellingen
Projectkosten en lasten ter zake van subsidies verantwoorden we in het jaar waarin de toezegging plaatsvindt. Ook als een onderzoeksproject langer loopt dan een jaar, worden de verwachte kosten voor het gehele project in het verslagjaar opgenomen.
Grondslagen voor de resultaatbepaling
Wijziging
Vanaf boekjaar 2008 zijn de Fondsenwervende Instellingen verplicht hun jaarverslag in te richten conform richtlijn RJ 650 van de Raad voor Jaarverslaglegging.
Uit de staat van baten en lasten van fondsenwervende instellingen dienen de volgende kostencategorieën te blijken:
- bestedingen aan de doelstellingen;
- kosten eigen fondsenwerving;
- kosten gezamenlijke acties;
- kosten acties derden;
- kosten verkrijging subsidies overheden;
- kosten van beleggingen;
- kosten van beheer en administratie.
Door aanpassing van de in 2008 gehanteerde doorberekeningsmethodiek zijn de in deze jaarrekening opgenomen vergelijkende cijfers dienovereenkomstig aangepast. Deze aanpassing leidt niet tot een resultaateffect.
Baten uit eigen fondsenwerving
De baten met betrekking tot de collecte worden verantwoord in het jaar waarin de betreffende gelden worden ontvangen.
Baten uit legaten worden verantwoord na kennisgeving. Baten uit nalatenschappen worden verantwoord bij de ontvangst van de akte van deling en scheiding.
Eventueel eerder ontvangen voorschotten worden bij ontvangst verantwoord en later in mindering gebracht op de verantwoording van de opbrengstwaarde.
De overige baten worden verantwoord op het moment van ontvangst. Kosten en opbrengsten van locaties, comités en Regionale Vrienden Commissies (RVC’s) worden verwerkt voor zover de verantwoording van deze locaties, comités en RVC’s is ontvangen.
Contributie Vereniging Vrienden van de Hartstichting
Contributies worden slechts verantwoord voor zover deze zijn ontvangen. Vorderingen uit hoofde van achterstallige contributies worden op nihil gewaardeerd.
Opbrengst uit beleggingen
Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit transacties van aan- en verkopen van obligaties en aandelen, rente uit obligaties, rebates, dividenden uit aandelen, ongerealiseerde of gerealiseerde koersresultaten en de rente over banktegoeden. Eventuele bank- en provisiekosten worden op de opbrengsten in mindering gebracht.
De koersresultaten uit beleggingen bestaan uit een gerealiseerd deel en een ongerealiseerd deel. Het ongerealiseerde deel betreft het verschil tussen de aankoopwaarde van de aangekochte obligaties en aandelen en de beurswaarde aan het einde van het verslagjaar.
Kosten doelstellingen
Projectkosten en lasten ter zake van subsidies verantwoorden we in het jaar waarin de toezegging plaatsvindt. Ook als een onderzoeksproject langer loopt dan een jaar, worden de verwachte kosten voor het gehele project in het verslagjaar opgenomen.
Samengevoegde balans
Samengevoegde Balans Nederlandse Hartstichting
In € miljoenen
| Activa | 31 december 2008 | 31 december 2007 | ||
| Materiële vaste activa | ||||
| Nodig voor de bedrijfsvoering | 6,0 | 6,0 | ||
| Direct in gebruik bij doelstellingen | 0,5 | 0,5 | ||
| 6,5 | 6,5 | |||
Vorderingen en overlopende activa |
3,2 |
2,6 |
||
Effecten |
38,0 |
46,8 |
||
Liquide middelen |
19,8 |
11,4 |
||
| Totaal activa | 67,5 | 67,3 | ||
| in € miljoenen | ||||
| Passiva | 31 december 2008 | 31 december 2007 | ||
| Reserves en fondsen | ||||
| Reserves - Continuïteitsreserve |
15,5 |
16,7 |
||
| - Bestemmingsreserves: | ||||
| Reserve activa bedrijfsvoering | 6,0 | 6,0 | ||
| Reserve activa doelstellingen | 0,5 | 0,5 | ||
| 22,0 | 23,2 | |||
Fondsen - Bestemmingfondsen |
0,4 |
0,4 |
||
| 22,4 | 23,6 | |||
Voorzieningen |
0,4 |
0,4 |
||
Langlopende schulden |
23,2 |
23,9 |
||
Kortlopende schulden |
21,5 |
19,4 |
||
| Totaal Passiva | 67,5 | 67,3 |
Toerekening van kosten en bestedingen aan fondsenwerving en doelstellingen
Met de komst van de nieuwe richtlijn RJ 650 is de doorberekeningssystematiek enigszins veranderd. Binnen de Vereniging voor Fondsenwervende Instellingen (VFI) zijn er afspraken gemaakt hoe de kosten moeten worden verdeeld over de inhoudelijke doelstellingen, kosten fondsenwerving, acties derden en welke kosten als beheer- en administratiekosten (B&A) aangemerkt kunnen worden. Daarbij hebben wij het volgende vastgesteld.
Afdelingskosten secundaire processen:
- de kosten van de financiële afdeling en bedrijfsvoering algemeen worden in zijn geheel als B&A aangemerkt;
- de kosten met betrekking tot nalatenschappen en het onderhouden van de donateurdatabase worden volledig toegerekend aan de kosten voor fondsenwerving;
- de facilitaire kosten en de ICT-kosten worden verdeeld naar rato van het aantal fte’s (fulltime equivalent);
- de kosten van de directie zijn voor 40 procent inhoudelijk, voor 20 procent fondsenwervend en voor 40 procent B&A;
- de kosten van afdeling Personeel & Organisatie zijn naar rato van het aantal fte’s verdeeld;
- de kosten van de Strategische Unit zijn geheel doelbestedingen;
- de kosten van Team Ondersteuning zijn verdeeld conform de begrote urenbesteding aan de diverse categorieën .
Personeels- en personeelsgerelateerde kosten primair proces:
- deze zijn over de categorieën verdeeld volgens de begrote uren conform de jaarplanning 2008 en 2009.
Algemene en projectkosten primaire proces:
- de kosten voor acquisitie en relatiebeheer zijn voor 60 procent aangemerkt als kosten fondsenwerving en voor de overige 40 procent zijn deze als inhoudelijk te bestempelen;
- voor de communicatieve kosten ligt deze verhouding op 30 procent (corporate communicatie) en 70 procent (inhoudelijk);
- voor vrijwilligersmanagement is deze verhouding vastgesteld op 50 procent (ondersteuning collecte) en 50 procent (inhoudelijke ondersteuning);
- verder worden de inhoudelijke projectkosten direct op de doelstellingen geboekt en niet verbijzonderd.
Afschrijvingen
De afschrijvingen op materiële vaste activa worden berekend op basis van onderstaande percentages van de verkrijgingsprijs.
| Panden | 2,0% |
| Terreinverbetering Hartenark | 5,0% |
| Verbouwingskosten (groot onderhoud gebouwen) | 20,0% |
| Inventarissen: | |
| - Automatiseringsapparatuur | 33,3% |
| - Overige | 20,0% |
| Voorlichtingsmaterialen | 50,0% |
| Collectematerialen | 20,0% |
Op grond wordt niet afgeschreven.
Er wordt gestart met afschrijven vanaf de eerste van de maand die volgt op de maand waarin de investering in gebruik is genomen.
Activa
Materiële vaste activa
Bij de materiële vaste activa maken we onderscheid tussen activa nodig voor de bedrijfsvoering en activa direct in gebruik bij de doelstellingen. De activa in gebruik bij de doelstellingen betreffen activa die in gebruik zijn bij de Hartenark in Bilthoven.
Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt.
Nodig voor de bedrijfsvoering
In € miljoenen
| Gebouwen/terreinen | Inventaris | Overige activa | Totaal | |
| 1 januari 2008 | ||||
| Verkrijgingsprijs | 6,9 | 1,8 | - | 8,7 |
| Afschrijvingen | (1,4) | (1,3) | - | (2,7) |
| Boekwaarde | 5,5 | 0,5 | - | 6,0 |
| Mutaties 2008 | ||||
| Investeringen | - | 0,3 | - | 0,3 |
| Desinvesteringen | - | (0,7) | - | (0,7) |
| Afschrijvingen | (0,1) | (0,2) | - | (0,3) |
| Afschrijving desinvesteringen | - | 0,7 | - | 0,7 |
| (0,1) | 0,1 | - | 0,0 | |
| 31 december 2008 Verkrijgingsprijs |
6,9 |
1,4 |
- |
8,3 |
| Afschrijvingen | (1,5) | (0,8) | - | (2,3) |
| Boekwaarde | 5,4 | 0,6 | - | 6,0 |
Direct in gebruik bij de doelstellingen
In € miljoenen
| Gebouwen/ terreinen | Inventaris | Overige activa | Totaal | |
| 1 januari 2008 | ||||
| Verkrijgingsprijs | 3,4 | 0,4 | 1,1 | 4,9 |
| Afschrijvingen | (2,9) | (0,4) | (1,1) | (4,4) |
| Boekwaarde | 0,5 | - | - | 0,5 |
| Mutaties Investeringen |
- |
- |
- |
- |
| Desinvesteringen | - | (0,1) | - | (0,1) |
| Afschrijving | - | - | - | - |
| Afschrijving desinvestering | - | (0,1) | - | 0,1 |
| - | - | - | 0,0 | |
| 31 december 2008 Verkrijgingsprijs |
3,4 |
0,3 |
1,1 |
4,8 |
| Afschrijvingen | (2,9) | (0,3) | (1,1) | (4,3) |
| Boekwaarde | 0,5 | - | - | 0,5 |
Effecten
De Hartstichting gaat jaarlijks een aantal langdurige onderzoeksprojecten aan die in sommige gevallen een periode van wel vijf jaar kunnen bestrijken. Deze projecten kosten geld. Bij het toekennen van zo’n project reserveert de Hartstichting het contractueel vastgelegde bedrag om de afronding van het onderzoek te kunnen waarborgen en niet te laten afhangen van onzekere inkomsten in de toekomst. Het is onze (morele) plicht deze reserveringen dusdanig te beheren dat de financiële verplichtingen in de toekomst niet in gevaar (dreigen te) komen. Deze financiële waarborging geschiedt mede door middel van het beleggen van het vermogen.
Effectenbeleid
Ten aanzien van de beleggingen volgden wij het beleid dat ongeveer 80 procent in vastrentende waarden, 20 procent in aandelen en 10 procent in onroerend goed wordt belegd. Het beheer van de middelen hebben wij sinds 2003 in zijn geheel ondergebracht bij de externe vermogensbeheerder ABN AMRO Asset Management. Er is een contractueel vastgelegd mandaat waarbinnen effecten kunnen worden aangekocht en verkocht.
Andere vermogensbeheerder
Per 11 september 2008 is de Hartstichting naar een andere externe vermogensbeheerder gegaan, namelijk Schretlen & Co. De beleggingsportefeuille bij ABN AMRO Asset Management is in zijn geheel verkocht. De opbrengst van de verkoop van de beleggingsportefeuille beheerd door ABN AMRO Asset Management is overgemaakt naar de rekening van Schretlen & Co.
Verslag uitbrengen
Periodiek (minimaal een keer per kwartaal) brengen wij aan de directie en aan de financiële portefeuillehouder van de Raad van Toezicht verslag uit over de resultaten.
Fluctuaties van beleggingsopbrengst
De Hartstichting streeft ernaar om over een langere periode een hoger rendement te genereren dan het te verwachten rendement bij een risicoloze rentevergoeding. Fluctuaties van beleggingsopbrengst door de jaren heen zijn dus mogelijk.
Richtlijnen
De verdeling van de vermogensbestanddelen van de diverse beleggingscategorieën is als volgt:
| Minimum | Strategisch | Maximum | |
|---|---|---|---|
| Vastrentende waarden | 70% | 80% | 90% |
| Aandelen | 10% | 20% | 25% |
| Liquide middelen | 0% | 0% | 20% |
De Nederlandse Hartstichting hanteert de onderstaande richtlijnen bij haar beleggingsbeleid:
- geen beleggingen in ondernemingen die zich in belangrijke mate (5 procent) bezighouden met: tabak, porno, clustermunitie, alcohol of kinderarbeid;
- selectie van bedrijven aan de hand van relatieve duurzaamheidsciteria. Hierbij worden de volgende duurzaamheidscriteria onderzocht op transparantie, beleid, management en prestaties: algemene bedrijfsinformatie, bedrijfsethiek, samenleving, corporate governance, klanten, werknemers, milieu, leveranciers, controversiële bedrijfsactiviteiten.
Uitzondering is het aandelenbelang in Emerging Markets. Dit belang (maximaal 30 procent van de aandelenweging) wordt belegd via beleggingsfondsen en wordt niet gescreend.
- In de vastrentende portefeuille is het niet toegestaan valutarisico op te nemen. Alle obligaties zijn daarom in euro’s genoteerd.
- De beheerder van de portefeuille draagt zorg voor een evenwichtige spreiding van tegenpartijen over de portefeuille en draagt zorg voor het bewaken van de criteria van kredietwaardigheid met betrekking tot tegenpartijen.
De verdeling van de effecten is als volgt:
Effecten per 31 december
In € miljoenen
| 2008 | 2008 | 2007 | 2007 | |
| € | % | € | % | |
| Vastrentende waarden | 30,1 | 79,2 | 41,3 | 88,2 |
| Aandelen | 7,9 | 20,8 | 2,2 | 4,7 |
| Onroerendgoedfondsen, in beheerbanken | - | - | 3,3 | 7,1 |
| 38,0 | 100,0 | 46,8 | 100,0 |
In de onderstaande grafiek ziet de verdeling per 31 december 2008 er als volgt uit:

Beleggingsresultaat/meerjarenoverzicht van ABN AMRO Asset Management tot en met 31 augustus 2008.
| 2008 | 2007 | 2006 | |||||||
| Relatieve | Relatieve | Relatieve | |||||||
| Portefeuille | Benchmark | Performance | Portefeuille | Benchmark | Performance | Portefeuille | Benchmark | Performance | |
| Aandelen | -42,50% | -43,20% | 0,70% | -0,38% | -2,03% | 1,65% | 5,17% | 7,40% | -2,23% |
| Vastrentend | 0,80% | 2,20% | -1,40% | 0,77% | 0,97% | - 0,20% | -0,32% | -0,30% | -0,02% |
| Onroerend goed | -13,30% | -8,20% | -5,10% | -28,93% | -25,46% | -3,47% | 34,34% | 33,16% | 1,19% |
| Totaal | -2,10% | -1,20% | -0,90% | -1,94% | -2,07% | 0,13% | 2,68% | 2,37% | 0,31% |
Performance van de beleggingsportefeuille
De performance van onze beleggingsportefeuille over 2008 bedraagt tot en met 31 augustus -2,1 procent (2007: -1,94 procent). Gezien de beperkte looptijd van de beleggingsportefeuille bij Schretlen & Co is geen benchmarkoverzicht opgenomen.
Resultaat uit beleggingen
De stand van de beleggingen per 31-12-2008 was teleurstellend te noemen. Hoewel in de begroting 2008 nog € 1,8 miljoen aan resultaat was opgenomen, was het resultaat eind 2008 ongeveer nihil. Halverwege het jaar werd de Hartstichting geconfronteerd met een negatief beleggingsrendement van meer dan € 1,5 miljoen, maar mede dankzij een nieuwe vermogensbeheerder (Schretlen & Co) en door gebruik te maken van veilige deposito’s met hoge rentepercentages (alleen ABN AMRO en Rabobank) hebben wij het tweede deel van 2008 een positief resultaat gerealiseerd van ongeveer het bedrag van de eerdere verliezen.
Het jaar 2009 zal een bewogen jaar worden met het oog op de algehele financiële crisis en zal zeker zijn effect hebben op de beleggingsportefeuille en beleggingsresultaten van de Nederlandse Hartstichting.
Vorderingen en overlopende activa
De post ‘vorderingen en overlopende activa’ van € 3,2 miljoen (2007: € 2,6 miljoen) bevat vorderingen uit legaten en nalatenschappen ter hoogte van € 1,3 miljoen (eind 2007: € 1,7 miljoen), nog te ontvangen opbrengsten: € 0,2 miljoen (2007: € 0,2 miljoen) en overige vorderingen: € 1,7 miljoen (eind 2007: € 0,7 miljoen).
Liquide middelen
De liquide middelen € 19,8 miljoen (eind 2007: € 11,4 miljoen) betreffen de direct opeisbare tegoeden bij banken, totaal € 11,8 miljoen (eind 2007: € 1,9 miljoen) en de uitstaande deposito’s: € 8 miljoen (eind 2007: € 9,5 miljoen).
De drie deposito’s staan uit bij ABN AMRO en Rabobank, waarvan er twee rond het derde en vierde kwartaal 2008 aflopen en een deposito een variabel karakter kent. Het is een strategische beslissing geweest om een deel van de liquiditeiten via deposito’s aan te houden. Hierdoor is het beleggingsverlies enigszins beperkt gebleven; de uitstaande positie aan het einde van het jaar 2008 laat hierdoor wel een verhoogde positie zien.
Passiva
Reserves en fondsen
De algemene reserve houden we in stand uit continuïteitsoverwegingen en om onverwachte tegenvallers in de uitvoering van een vastgesteld jaarplan niet in de weg te laten staan.
Mutaties reserves en fondsen
In € 1.000,-
| Continuiteïts- reserve |
Reserve activa doelstellingen |
Reserve activa bedrijfsvoering |
Bestemmings- fondsen |
Totaal |
|
|---|---|---|---|---|---|
€ |
€ |
€ |
€ |
€ |
|
| Mutaties | |||||
| Saldo 1 januari | 16.658 | 529 | 5.961 | 429 | 23.577 |
| Resultaat verslagjaar | (1.152) | - | - | - | (1.152) |
| Toegevoegd | 0 | 3 | 343 | 10 | 356 |
| Onttrokken | (14) | (43) | (299) | - | (356) |
| Saldo 31 december 2008 | 15.492 | 489 | 6.005 | 439 | 22.425 |
De richtlijn van de commissie-Herkströter, die de Hartstichting onderschrijft als norm, hanteert als bovengrens voor de continuïteitsreserve: 1,5 maal de jaarkosten van de werkorganisatie.
(Bedragen in duizenden euro’s:)
De maximaal toelaatbare continuïteitsreserve volgens de richtlijn Herkströter: 1,5 maal de jaarkosten 2008 = 1,5 × € 11.088 = € 16.631. De Hartstichting blijft hier met € 15.492 onder.
‘Fondsen op naam’ bestaat uit een drietal fondsen van totaal € 439.207. Deze fondsen op naam kennen ieder een eigen bestedingsdoel. Hieronder volgt een weergave van deze fondsen, met daarbij het betreffende bestedingsdoel.
Bestemmingsfondsen
In € 1,-
| De bestemmingsfondsen zijn als volgt te specificeren: | |
|---|---|
| Hoekstra-Quak Stichting | 225.295 |
| Fonds Gezond bewegen voor ouderen | 173.912 |
| Fred en Betty Storm Fonds | 40.000 |
| 439.207 | |
Bestemmingsfonds Nederlandse Hartstichting
Bestedingsdoel Hoekstra-Quak Stichting: de bestrijding van hart- en vaatziekten in algemene zin.
Bestedingsdoel Fonds Gezond bewegen voor ouderen: het stimuleren van meer bewegen door ouderen.
Bestemmingsfonds Stichting Studiefonds van de Nederlandse Hartstichting
Bestedingsdoel Fred en Betty Storm Fonds: het financieel ondersteunen van onderzoek naar de oorzaken van acute hartstilstand en de mogelijkheden van gentherapie.
Voorzieningen
Vanaf 2007 worden er geen toevoegingen meer aan de voorziening gedaan.
Mutaties voorzieningen
In € miljoenen
| Groot onderhoud | |
| 1 januari 2008 Toevoegingen Onttrekkingen |
0,4 - - |
| 31 december 2008 | 0,4 |
Langlopende schulden
In deze post zijn de voor toekomstige jaren toegezegde subsidies opgenomen. Dit betreffen zowel de top-downprojecten (in beginsel door de Hartstichting gestimuleerd en/of geïnitieerd), bottom-upprojecten en het fonds ten behoeve van het programma Moleculaire Cardiologie.
Vanaf 2007 wordt 15 procent opgenomen voor vrijval van reiskosten binnen de subsidieverplichting aan studenten en aio’s. De subsidietoezeggingen aan Stivoro en Stichting Hoofd Hart & Vaten zijn conform de richtlijnen van het CBF voor de komende drie jaar opgenomen.
* Onder vrijval wordt verstaan: niet-uitbetaalde, maar wel toegezegde en gereserveerde subsidieverplichtingen.
Langlopende schulden per 31 december
In € miljoenen
| 2008 | 2007 | |
|---|---|---|
| Projecten derden | 19,6 | 20,2 |
| Stivoro/ Stichting Hoofd Hart en Vaten | 3,5 | 3,7 |
| Top-downprogramma's zorg- en preventieonderzoek | 0,4 | 0,3 |
| Verwachte vrijval | (0,3) | (0,3) |
| 23,2 | 23,9 |
1) Conform de CBF-richtlijn zijn de Fondsen op naam vanaf 2007 opgenomen als vastgelegd vermogen, zie overzicht eigen vermogen.
‘Projecten derden’ bevat met name toewijzingen van subsidies voor wetenschappelijke onderzoeken die langer dan een jaar duren.
Alle langlopende schulden worden binnen een looptijd van vijf jaar afgelost.
Kortlopende schulden
De kortlopende schulden zijn als volgt verdeeld.
Kortlopende schulden per 31 december
In € miljoenen
| 2008 | 2007 | |
|---|---|---|
| Nog te betalen eigen en bijzondere projecten en subsidies | 14,7 | 13,4 |
| Vooruitontvangen opbrengsten | - | - |
| Nog te betalen kosten | 2,3 | 2,6 |
| Stivoro/Stichting Hoofd Hart en Vaten/NPO | 1,7 | 1,8 |
| Te betalen belastingen en afdracht premies bedrijfsvereniging | 0,3 | 0,2 |
| Te betalen persioenpremies | - | 0,2 |
| Crediteuren | 2,5 | 1,2 |
| 21,5 | 19,4 |
‘Nog te betalen eigen en bijzondere projecten en subsidies’ van € 14,7 miljoen bevat onder andere de voorlopige toewijzing van een aantal subsidies voor wetenschappelijk onderzoek. Sinds 2006 is ervoor gekozen om de bottom-up subsidieverplichting, per toewijzingsjaar, te splitsen naar schulden op lange en korte termijn. Hierdoor ontstaat een grotere nauwkeurigheid van de weergave van schulden op korte en lange termijn. Ingediende subsidieaanvragen die zijn goedgekeurd, worden gebruikt om het betreffende onderzoek te financieren. Deze onderzoeken kunnen meerdere jaren duren.
Binnen de post ‘nog te betalen kosten’ zijn de verplichtingen opgenomen die we in 2008 of eerder zijn aangegaan, maar waarbij de daadwerkelijke besteding van de gelden in 2009 zal plaatsvinden.
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Ultimo 2008 bestaat er een leaseverplichting voor de jaren 2009 tot en met 2012 van € 571.289 (o.a. voor leaseauto’s, kopieer- en/of faxapparatuur). Van dit bedrag loopt € 282.459 binnen een jaar af, € 288.830 heeft een looptijd langer dan een jaar en vervalt binnen vijf jaar.
Kortlopende schulden
De kortlopende schulden zijn als volgt verdeeld.
Kortlopende schulden per 31 december
In € miljoenen
| 2008 | 2007 | |
|---|---|---|
| Nog te betalen eigen en bijzondere projecten en subsidies | 14,7 | 13,4 |
| Vooruitontvangen opbrengsten | - | - |
| Nog te betalen kosten | 2,3 | 2,6 |
| Stivoro/Stichting Hoofd Hart en Vaten/NPO | 1,7 | 1,8 |
| Te betalen belastingen en afdracht premies bedrijfsvereniging | 0,3 | 0,2 |
| Te betalen persioenpremies | - | 0,2 |
| Crediteuren | 2,5 | 1,2 |
| 21,5 | 19,4 |
‘Nog te betalen eigen en bijzondere projecten en subsidies’ van € 14,7 miljoen bevat onder andere de voorlopige toewijzing van een aantal subsidies voor wetenschappelijk onderzoek. Sinds 2006 is ervoor gekozen om de bottom-up subsidieverplichting, per toewijzingsjaar, te splitsen naar schulden op lange en korte termijn. Hierdoor ontstaat een grotere nauwkeurigheid van de weergave van schulden op korte en lange termijn. Ingediende subsidieaanvragen die zijn goedgekeurd, worden gebruikt om het betreffende onderzoek te financieren. Deze onderzoeken kunnen meerdere jaren duren.
Binnen de post ‘nog te betalen kosten’ zijn de verplichtingen opgenomen die we in 2008 of eerder zijn aangegaan, maar waarbij de daadwerkelijke besteding van de gelden in 2009 zal plaatsvinden.
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Ultimo 2008 bestaat er een leaseverplichting voor de jaren 2009 tot en met 2012 van € 571.289 (o.a. voor leaseauto’s, kopieer- en/of faxapparatuur). Van dit bedrag loopt € 282.459 binnen een jaar af, € 288.830 heeft een looptijd langer dan een jaar en vervalt binnen vijf jaar.
Rekening van baten en lasten
Samengevoegde rekening van baten en lasten
In € miljoenen
| Begroting 2009 | Werkelijk 2008 | Begroting 2008 | Werkelijk 2007 | |
|---|---|---|---|---|
| Baten uit eigen fondsenwerving | ||||
| Collecten | 4,6 | 4,4 | 4,6 | 4,4 |
| Donaties en giften | 20,4 | 18,9 | 19,1 | 17,0 |
| Contributies | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,4 |
| Sponsoring | 0,2 | 0,2 | 0,3 | 0,2 |
| Nalatenschappen | 13,6 | 14,0 | 13,7 | 15,8 |
| Verkoop goederen | 0,1 | 0,2 | 0,1 | 0,3 |
| Overige baten uit eigen fondsenwerving | 0,1 | 0,2 | 0,7 | 0,3 |
| Totaal baten uit eigen fondsenwerving | 39,3 | 38,2 | 38,8 | 38,5 |
| Baten uit gezamelijke acties | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
| Baten uit acties van derden | 1,5 | 1,8 | 1,5 | 1,8 |
| Subsidies van overheden | - | - | - | - |
| Baten uit beleggingen | 1,0 | (0,0) | 1,8 | (0,5) |
| Overige baten | 0,2 | 0,3 | 0,2 | 0,4 |
| |
||||
| 2,7 | 2,1 | 3,5 | 1,7 | |
| |
||||
| Som der baten | 42,0 | 40,3 | 42,3 | 40,2 |
| |
||||
| Besteed aan doelstellingen | ||||
| Programma Hartstilstand | 2,9 | 3,0 | 3,2 | 3,4 |
| Programma Passie voor Preventie | 3,2 | 3,9 | 4,0 | 3,6 |
| Programma Jeugd | 3,6 | 3,6 | 3,7 | 2,7 |
| United Hearts | 0,2 | 0,2 | 0,4 | - |
| Voorlichting | 2,7 | 3,0 | 2,9 | 2,6 |
| Wetenschap | 15,7 | 14,0 | 16,2 | 16,3 |
| Implementatie | 2,8 | 2,4 | 2,7 | 2,3 |
| SHHV/NPO | 1,7 | 1,4 | 2,4 | 2,2 |
| |
||||
| Totaal besteed aan doelstellingen | 32,8 | 31,5 | 35,5 | 33,1 |
| |
||||
| Werving baten | ||||
| Kosten eigen fondsenwerving | 8,5 | 8,2 | 8,3 | 7,1 |
| Kosten gezamelijke acties | - | - | - | - |
| Kosten acties derden | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,1 |
| Kosten verkrijging subsidies overheden | - | - | - | - |
| Kosten van beleggingen | - | - | - | - |
| 8,8 | 8,5 | 8,6 | 7,2 | |
| Beheer en administratie | ||||
| Kosten beheer en administratie | 1,4 | 1,5 | 1,5 | 1,5 |
| |
||||
| Som der lasten | 43,0 | 41,5 | 45,6 | 41,8 |
| Resultaat | 1,0- | 1,2- | 3,3- | 1,6- |
| Resultaatbestemming 2008: | ||||
| Toevoeging/onttrekking aan: | ||||
| - Continuïteitsreserve | 1,2 | |||
| - Bestemmingsreserve | 0,0 | |||
| - Herwaarderingsreserve | - | |||
| - Overige reserves | 0,0 | |||
| - Bestemmingsfonds | - | |||
| 0,00 | ||||
Saldo rekening van baten en lasten 2008 ten opzichte van 2007
Vanaf boekjaar 2008 zijn de Fondsenwervende Instellingen verplicht hun jaarverslag in te richten conform RJ 650, de presentatie van de baten en lasten valt onder de verplichte nieuwe richtlijn RJ 650.
Door aanpassing van de in 2008 gehanteerde doorberekeningsmethodiek conform RJ 650 zijn de in deze jaarverslag opgenomen vergelijkende cijfers dienovereenkomstig aangepast. Deze aanpassing leidt niet tot een resultaateffect.
Het saldo van de rekening van baten en lasten over 2008 bedraagt: € 1,2 miljoen negatief.
In 2007 bedroeg het resultaat € 1,6 miljoen negatief. Het negatieve resultaat 2008 was begroot op € 3,3 miljoen.
De Hartstichting behaalde in 2008 bijna € 0,1 miljoen meer inkomsten ten opzichte van het jaar ervoor, vooral door donaties, giften en contributies, voor bijna 48 procent van de totale inkomsten. De Hartstichting acht het belangrijk hier veel aandacht voor te hebben en houden.
De stand van de beleggingen per 31-12-2008 was teleurstellend te noemen. Hoewel in de begroting 2008 nog € 1,8 miljoen aan resultaat was opgenomen, was het resultaat eind 2008 ongeveer nihil. Eind 2007 hadden wij nog een verlies van € 0,5 miljoen te verwerken. Het jaar 2009 zal een bewogen jaar worden met het oog op de algehele financiële crisis en zal zeker zijn effect hebben op de beleggingsportefeuille en de beleggingsresultaten van de Nederlandse Hartstichting. Hierdoor zien wij een verschuiving in de baten uit acties van derden (2008: € 1,9 miljoen), omdat de kosten van acties van derden apart gepresenteerd dienen te worden.
De lasten daalden in 2008 met € 0,2 miljoen ten opzichte van 2007, door Wetenschap werd € 2,3 miljoen minder uitgegeven in 2008 ten opzichte van 2007. De diverse programma’s en projecten hebben goede voortgang gehad wat is terug te zien in de bestedingen. In totaal hebben wij in 2008 een bedrag van € 31,5 miljoen aan onze doelstelling uitgegeven ten opzichte van € 33,1 miljoen in 2007.
De kosten eigen fondsenwerving zijn gestegen van € 7,1 miljoen in 2007 naar € 8,2 miljoen maar zijn binnen de begroting 2008 gebleven. Uitgedrukt als percentage van de inkomsten (het zogenoemde CBF-percentage) laten de kosten fondsenwerving een score zien van 21,6 procent waar 25 procent is toegestaan (2007: 18,3 procent).
Baten uit eigen fondsenwerving
Collecten
De bruto-opbrengst van de collecten van de Hartstichting bedraagt afgerond € 4,4 miljoen. Mede door de inzet en betrokkenheid van vrijwilligers en coördinatoren hebben we deze opbrengst behaald.
De bruto-opbrengst van € 4.388.491 in 2008 is ten opzichte van 2007 (€ 4.477.135) gedaald met 1,9 procent.
Donaties en giften
De bruto-opbrengst van de donaties en giften is in 2008 met 10,5 procent gestegen tot een totaalbedrag van € 18,8 miljoen. (2007: € 17 miljoen.)
Onze organisatie acht het belangrijk hier veel aandacht voor te hebben en te houden.
Contributies
De bruto-opbrengst van de contributies is in 2008 gedaald, van € 0,4 miljoen naar € 0,3 miljoen.
Sponsoring
De bruto-opbrengst van de sponsoring is in 2008 ten opzichte van 2007 gelijk gebleven: € 0,3 miljoen.
Nalatenschappen
De baten uit nalatenschappen (erfenissen en legaten) bedragen in 2008 € 14 miljoen. De opbrengst is hoger dan begroot (€ 0,2 miljoen), echter lager dan vorig jaar, omdat er in 2007 een incidentele extra grote nalatenschap is binnengekomen.
Verkoop goederen
De brutowinst van de verkoop van goederen bedraagt in 2008 € 0,1 miljoen (2007: € 0,3 miljoen).
Baten uit acties van derden
Uit diverse nationale acties ontvangt de Hartstichting een aandeel in de opbrengst. In 2008 was de opbrengst € 1.869.397 ten opzichte van € 1.759.779 in 2007. Dat is een stijging van 6,2 procent.
Overige baten
Hieronder geven we een lijstje weer met de bijdragen boven de € 3.000 die wij hebben ontvangen van andere stichtingen.
Overzichten giften van stichtingen
| Benedictinessen van het Heilig Sacrament | € 3.000 |
| Zusters Ursulinen van St-Salvator | € 8.000 |
| Stichting Stoffels-Hornstra | € 12.500 |
| Stichting Katholiek Voortgezet Onderwijs Breda en omgeving | € 5.394 |
| Vrienden van de Hartstichting dummy | € 10.673 |
| Stichting Raam | € 5.000 |
| Stichting Theodora Boasson | € 45.000 |
| Benedictinessen Priorij | € 5.000 |
| Stichting Zero Darts | € 6.961 |
| 2008 Nederlandse Hartstichting | € 25.578 |
| Basisschool Jan Bluijssen | € 6.570 |
| KBS de Lettertuin | € 3.547 |
| Stichting Medische Research | € 18.000 |
| Stichting Flexi-Plan | € 10.000 |
| Stichting Familiefonds Jan Waal | € 5.500 |
| Stichting de Vesting | € 6.000 |
| St. de Wollebrandcross | € 45.000 |
| Stichting Groenling | € 5.000 |
| Protestants Christelijk | € 3.000 |
Besteed aan doelstellingen
Overzicht baten en lasten
In € miljoenen
| Werkelijk 2008 | Werkelijk 2007 | |
|---|---|---|
| Baten uit eigen fondsenwerving | 38,2 | 38,5 |
| Baten uit acties derden | 1,8 | 1,8 |
| Beleggingsresultaat | 0,0 | -0,5 |
| Overige baten | 0,3 | 0,4 |
| Som der baten | 40,3 | 40,2 |
| Totaal besteed aan doelstellingen | 31,5 | 33,1 |
| Werving baten | 8,5 | 7,2 |
| Beheer en administratie | 1,5 | 1,5 |
| Resultaat | (1,2) | (1,6) |
Overzicht bestedingen doelstellingen
in € miljoenen
| Uitgaven | Begroting 2009 |
% | Werkelijk 2008 |
% | Begroting 2008 |
% | Werkelijk 2007 |
% |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Programma Hartstilstand | 2,9 | 8,8% | 3,0 | 9,5% | 3,2 | 9,0% | 3,4 | 10,4% |
| Programma Passie voor Preventie | 3,2 | 9,8% | 3,9 | 12,4% | 4,0 | 12,2% | 3,6 | 10,8% |
| Programma JUMP | 3,6 | 11,0% | 3,6 | 11,4% | 3,7 | 11,3% | 2,7 | 8,2% |
| United Hearts *) | 0,2 | 0,6% | 0,2 | 0,6% | 0,4 | 1,2% | - | 0,0% |
| Voorlichting | 2,7 | 8,2% | 3,0 | 9,5% | 2,9 | 8,8% | 2,6 | 7,9% |
| Wetenschap | 15,7 | 47,9% | 14,0 | 44,4% | 16,2 | 49,6% | 16,3 | 49,2% |
| Implementatie | 2,8 | 8,5% | 2,4 | 7,6% | 2,7 | 8,2% | 2,3 | 6,9% |
| SHHV/NPO | 1,7 | 5,2% | 1,4 | 4,4% | 2,4 | 7,3% | 2,2 | 6,6% |
| Totaal | 32,8 | 100,0% | 31,5 | 100,0% | 35,5 | 100,0% | 33,1 | 100,0% |
*) United Hearts is een nieuw geïnitieerd samenwerkingsverband tussen de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, de Nederlandse Hartstichting, het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland en Patiëntenorganisaties. United Hearts heeft als doel hart- en vaatziekten op de publieke en politieke agenda te zetten.
Verdeling bestedingen aan doelstellingen
In € 1

Kengetallen
Kengetallen
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| Bestedingen aan doelstellingen | 78,1% | 78,0% | 83,9% | 82,5% |
| Kosten beheer en administratie ten opzichte van totale kosten |
3,3% | 3,6% | 3,2% | 3,6% |
| Kosten eigen fondsenwerving ten opzichte van baten eigen fondsenwerving |
21,6% | 21,6% | 21,4% | 18,3% |
Vrijwilligers
Voor de Hartstichting zijn jaarlijks rond de 76.000 vrijwilligers actief. Deze vrijwilligersgroep bestaat voornamelijk uit collectanten en bestuursleden. De vrijwilligers ontvangen geen beloning voor hun belangrijke bijdrage aan het behalen van onze doelstellingen. De Vereniging Vrienden van de Hartstichting heeft zich in 2008 behoorlijk ingespannen en komt uit op een dotatie aan de Hartstichting van € 4.784.192. Deze dotatie ligt slechts 0,7 procent hoger dan in 2007. Bovengenoemde dotatie is overhandigd tijdens de Vriendendag op 14 maart 2009.

Wetenschappelijk onderzoek
Een groot gedeelte van de gelden van wetenschap wordt besteed aan onderzoek dat de missie van de Hartstichting onderschrijft. Het onderzoek kan top-down door ons worden uitgezet of bottom-up bij ons worden aangevraagd. Een commissie beoordeelt of de inhoud en de onderbouwing voldoen aan onze eisen. Jaarlijks wordt een bepaald bedrag toegewezen aan deze bottom-up aanvragen. Onderzoek vindt dan veelal plaats door wetenschappers en aio’s.
Lastenverdeling
Uit de staat van baten en lasten van fondsenwervende instellingen dienen de volgende kostencategorieën volgens de nieuwe richtlijn RJ 650 te blijken:
- bestedingen aan de doelstellingen;
- kosten eigen fondsenwerving;
- kosten gezamenlijke acties;
- kosten acties derden;
- kosten verkrijging subsidies overheden;
- kosten van beleggingen; en
- kosten van beheer en administratie.
In het volgende overzicht worden deze kosten gespecificeerd naar bovengenoemde kostencategorieën.

Beloning directeuren
Op 7 juni 2005 heeft de commissie-Wijffels een advies uitgebracht over de beloning van directeuren van goededoelenorganisaties. De VFI heeft op basis van het advies van de commissie-Wijffels berekeningsregels opgesteld. De Hartstichting volgt dit advies ten aanzien van het jaarsalaris van de directeur en heeft dit advies in haar beleid opgenomen.
In het volgende overzicht wordt het directiesalaris weergegeven volgens het advies van commissie-Wijffels.
Dr. J.C.G. Stam 1)
Voor de jaren 2007 en 2008 zijn de salariskosten van de directie als volgt samengesteld:
* €1,-
| 2008 | 2007 | |
|---|---|---|
| Vast inkomen, bestaande uit salaris, vakantiegeld en eventuele vaste (eindejaars)uitkering |
132.187 | 131.543 |
| Aansluiting met jaarrekening | ||
| Vast inkomen, bestaande uit salaris, vakantiegeld en eventuele vaste (eindejaars)uitkering |
132.187 |
131.543 |
| Onkostenvergoedingen (vaste vergoedingen) | 1.680 | 1.680 |
| Pensioenpremie (door werkgever betaald) | 20.939 | 20.775 |
| Premie ziektekostenverzekering (door de werkgever betaald) | 2.249 | 1.990 |
| Totale beloning volgens commissie-Wijffels | 157.055 | 155.988 |
| Overige vergoedingen (reservering vakantiedagen, sociale lasten, ov-kaart of lease-auto enz.) |
24.064 2) |
18.630 |
| Totale beloning | 181.119 | 174.618 |
1) Dhr. dr. J. (Hans) C.G. Stam is per 15-1-2006 in dienst getreden.
2) Dhr. dr. J. (Hans) C.G. Stam maakt gebruik van een leaseauto.
De leden van de Raad van Toezicht genieten geen bezoldiging.
Bestedingen en begrotingen
Hieronder vindt u specificaties van de rekening van baten en lasten.
Besteed aan doelstellingen
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Programma Hartstilstand Programma Passie voor Preventie Programma Jump United Hearts Voorlichting Wetenschap Implementatie SHHV/NPO |
2.885 3.283 3.622 249 2.684 15.650 2.784 1.695 |
3.016 3.873 3.588 199 2.956 13.999 2.430 1.405 |
3.165 3.982 3.689 393 2.939 16.279 2.655 2.368 |
3.443 3.587 2.701 - 2.607 16.301 2.304 2.227 |
| Totaal besteed aan doelstellingen | 32.852 | 31.466 | 35.470 | 33.170 |
Programma Hartstilstand
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Programma Hartstilstand Indirecte kosten |
1.969 915 |
2.153 863 |
2.272 893 |
2.628 815 |
| |
||||
| Totaal Programma Hartstilstand | 2.885 | 3.016 | 3.165 | 3.443 |
Programma Passie voor Preventie
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Programma Passie voor Preventie Risk Management Bewegen/leefstijl Overgewicht Roken Gezondheidscheck Nieuwe Nederlanders |
316 321 - 30 1.145 - 498 |
139 211 - - 2.288 203 96 |
184 346 - - 1.907 529 108 |
266 180 (3) - 2.233 69 - |
| Totaal projectkosten Indirecte kosten |
2.310 973 |
2.937 936 |
3.074 908 |
2.745 843 |
| Totaal Programma Passie voor Preventie |
3.283 | 3.873 | 3.982 | 3.588 |
Programma JUMP
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Programma JUMP Jeugd gezond Jeugd aangeboren hartafwijkingen |
630 1.466 298 |
565 1.558 275 |
326 1.896 307 |
- 1.524 115 |
| Totaal projectkosten Indirecte kosten |
2.394 1.228 |
2.398 1.189 |
2.529 1.160 |
1.639 1.062 |
| Totaal Programma JUMP | 3.622 | 3.587 | 3.689 | 2.700 |
United Hearts
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| United Hearts Indirecte kosten |
151 98 |
111 88 |
301 92 |
- - |
| Totaal United Hearts | 249 | 199 | 393 | - |
Voorlichting
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Front-office Projecten Voorlichting publiek Voorlichting brochures Voorlichting lopende activiteiten Verspreiding en PR Ontwikkeling en innovatie Evaluatie en onderzoek |
- - - - 1.040 73 269 34 |
- - - - 1.371 36 270 24 |
- - - - 1.256 107 238 105 |
- 157 270 840 209 - - - |
| Totaal projectkosten Indirecte kosten |
1.416 1.268 |
1.701 1.255 |
1.706 1.233 |
1.476 1.131 |
| Totaal Voorlichting | 2.684 | 2.956 | 2.939 | 2.607 |
Wetenschappelijk onderzoek
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | ||
| Kennismanagement Wetenschap algemeen Investeringen Dekker |
162 128 10.608 3.155 |
415 205 10.157 1.728 |
439 414 11.354 2.509 |
177 122 11.588 3.090 |
| Totaal projectkosten Indirecte kosten |
14.053 1.596 |
12.505 1.494 |
14.716 1.563 |
14.977 1.324 |
| Totaal Wetenschappelijk onderzoek |
15.650 | 13.999 | 16.279 | 16.301 |
Implementatie
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Team implementatie Projecten Patiënten Verkenningen/ peilingen |
- 186 1.140 71 |
- 527 140 390 |
- 166 1.045 52 |
- 635 81 327 |
| Totaal projectkosten Indirecte kosten |
1.397 1.387 |
1.057 1.373 |
1.263 1.392 |
1.043 1.261 |
| Totaal Implementatie | 2.784 | 2.430 | 2.655 | 2.304 |
Patiëntenorganisatie
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| NPO (nieuwe patiëntenorganisatie voorh. SHHV) Indirecte kosten |
1.245 450 |
974 431 |
1.867 501 |
1.756 471 |
| Totaal Patiëntenorganisatie | 1.695 | 1.405 | 2.368 | 2.227 |
Kosten eigen fondsenwerving
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Bedrijven Nalatenschappen & grote giften Particulieren NHS Particulieren JUMP Major & Middle Donors |
51 171 4.121 1.898 185 |
248 144 3.899 1.633 - |
68 272 3.999 1.987 - |
111 108 3.541 1.356 - |
Indirecte kosten Kosten acties derden |
6.426 2.080 - |
5.924 2.204 116 |
6.326 2.013 - |
5.116 1.942 - |
| Totale Kosten eigen fondsenwerving |
8.506 | 8.244 | 8.339 | 7.058 |
Acties Derden
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Indirecte kosten | 300 | 300 | 300 | 100 |
Beheer en administratie
* € 1.000,-
| Begroting 2009 |
Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Werkelijk 2007 |
|
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Overig Indirecte kosten |
87 1.343 |
231 1.254 |
67 1.408 |
133 1.353 |
| Totaal Beheer en administratie | 1.430 | 1.485 | 1.475 | 1.486 |
Financiële resultaten in vergelijking met de begroting
Baten uit eigen fondsenwerving
Financiële resultaten in vergelijking met de begroting
In € miljoenen
| Werkelijk 2008 |
Begroting 2008 |
Verschil |
|
| Baten uit eigen fondsenwerving | 38,2 | 38,8 | 0,6- |
| Baten uit acties van derden | 1,8 | 1,5 | 0,3 |
| Beleggingsresultaten | - | 1,8 | 1,8- |
| Overige baten | 0,3 | 0,2 | 0,1 |
| Som der baten | 40,3 | 42,3 | 2,0- |
| Besteed aan doelstellingen | |||
| Programma Hartstilstand | 3,0 | 3,2 | 0,2- |
| Programma Passie voor Preventie | 3,9 | 4,0 | 0,1- |
| Programma JUMP | 3,6 | 3,7 | 0,1- |
| United Hearts | 0,2 | 0,4 | 0,2- |
| Voorlichting | 3,0 | 2,9 | 0,1 |
| Wetenschap | 14,0 | 16,2 | 2,2- |
| Implementatie | 2,4 | 2,7 | 0,3- |
| SHHV/NPO | 1,4 | 2,4 | 1,0- |
| Totaal besteed aan doelstellingen | 31,5 | 35,5 | 4,0- |
| Werving baten | |||
| Kosten eigen fondsenwerving | 8,2 | 8,3 | 0,1- |
| Kosten acties derden | 0,3 | 0,3 | - |
| Kosten van beleggingen | - | - | - |
| 8,5 | 8,6 | 0,1- | |
| Beheer en administratie | |||
| Kosten beheer en administratie | 1,5 | 1,5 | - |
| Som der lasten | 41,5 | 45,6 | 4,0- |
| Resultaat | 1,2- | 3,3- | 2,0 |
De baten uit eigen fondsenwerving waren € 0,6 miljoen lager dan begroot.
De inkomsten uit collecten waren € 0,2 miljoen lager dan begroot.
De inkomsten uit donaties en giften waren € 0,2 miljoen lager dan het begrote bedrag van € 19,1 miljoen.
De inkomsten van de contributies komen overeen met de begroting en de inkomsten van de sponsoring zijn gelijk gebleven.
De inkomsten uit nalatenschappen zijn € 0,3 miljoen meer dan begroot.
De verkoop goederen is gelijk gebleven aan de begroting.
De overige baten uit eigen fondsenwerving zijn met € 0,5 miljoen lager dan begroot.
Analyse toename baten uit eigen fondsenwerving
In € miljoenen
Resultaat t.o.v. begroting
Mutatie
€
Collecten
0,2▼
Donaties en giften
0,2▼
Contributies
Gelijk
Sponsoring
0,1▼
Nalatenschappen
0,3▲
Verkoop goederen
0,1▲
Overige baten uit eigen fondsenwerving
0,5▼
Totaal mutatie
0,6▼
Kosten eigen fondsenwerving
De kosten eigen fondsenwerving waren € 0,1 miljoen lager dan begroot.
Besteed aan doelstellingen
De bestedingen aan de doelstellingen waren € 4 miljoen minder dan begroot. Deze lagere besteding heeft vooral bij wetenschappelijk onderzoek plaatsgevonden (€ 2,2 miljoen).
Analyse kasstroomoverzicht
Het saldo van de liquide middelen per 31 december 2008 muteerde van € 11.433.239 naar € 19.797.326. Dit wordt grotendeels verklaard door de mutatie in de post ‘Effecten’, voornamelijk veroorzaakt door de verkoopopbrengst in 2008 die op de rekening van Schretlen & Co is gestort. Eind 2008 stond nog een saldo van € 7.786.029 op de rekening-courant bestemd voor aankoop van effecten.
Kasstroomoverzicht
*€ 1.000,-
| 2008 | 2008 | 2007 | 2007 | |
|---|---|---|---|---|
| € | € | € | € | |
| Saldo liquide middelen per 1 januari Saldo liquide middelen per 31 december |
11.433 19.797 |
8.856 11.433 |
||
| Toename liquide middelen | 8.364 | 2.577 | ||
| De toename van liquide middelen kan verklaard worden door: Resultaat Afschrijvingen materiële vaste activa Afname voorzieningen |
(1152) 342 (13) |
(1568) 336 (107) |
||
| Kasstroom | (822) | (1339) | ||
| Afname resp. toename effecten Afname resp. toename vorderingen Toename kortlopende schulden Afname langlopende schulden |
8.806 (597) 2.085 (762) |
357 246 1.133 2.578 |
||
| Mutaties netto werkkapitaal | 9.532 | 4.314 | ||
| Kasstroom op operatiebasis | 8.710 | 2.975 | ||
| Investeringen in materiële vaste activa | (346) | (398) | ||
| Saldo | 8.364 | 2.577 |
Normaal gesproken wordt het overschot aan liquide middelen belegd in effecten. Gezien het slechte beursklimaat enerzijds en de hoge rente op deposito’s anderzijds is besloten om het overschot aan liquide middelen aan te houden in deposito’s.
Analyse kasstroomoverzicht
| Ten opzichte van 2007 | |
| Mutatie | |
|---|---|
| Resultaat 2008 ten opzichte van 2007 | ▼ |
| Afschrijving | ▲ |
| Kasstroom | ▲ |
| Langlopende schulden | ▼ |
| Kortlopende schulden | ▲ |
| Saldo liquide middelen | ▲ |
Statutaire resultaatbestemming
Conform artikel 11, lid 1.b. van de statuten van de Nederlandse Hartstichting is de Raad van Toezicht bevoegd tot het goedkeuren van het jaarverslag en de jaarrekening. Daarmee wordt de resultaatbestemming zoals in de jaarrekening opgenomen definitief.
Resultaatbestemming 2008
Het saldo over 2008 zal ten laste worden gebracht van het vrij besteedbaar vermogen.
dr. Hans Stam
Directeur
Nederlandse Hartstichting
drs. L.E.H. Vredevoogd
Voorzitter Raad van Toezicht
Nederlandse Hartstichting
ing. J.W. Bavinck
Voorzitter bestuur
Vereniging Vrienden van de Hartstichting
Accountantsverklaring
Voor het inzicht dat vereist is voor een verantwoorde oordeelsvorming omtrent de financiële positie en de resultaten van de Nederlandse Hartstichting en voor een toereikend inzicht in de reikwijdte van de accountantscontrole dienen de hier gepresenteerde financiële gegevens te worden gelezen in samenhang met de volledige jaarrekening, waaraan deze gegevens zijn ontleend, alsmede met de door PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. verstrekte goedkeurende accountantsverklaring d.d. 27 maart 2009.
