Afdruk Jaarverslag 2008 - Nederlandse Hartstichting

Afdruk gemaakt op: woensdag 22 februari 2012 - http://www.jaarverslag.hartstichting.nl/


Uw betrokkenheid en steun waren hartverwarmend

Zonder enige twijfel kunnen we zeggen dat alle onderzoeken en projecten die we het afgelopen jaar hebben opgezet en uitgevoerd, niet gerealiseerd hadden kunnen worden zonder de hulp van onze donateurs en vrijwilligers.

Samen met de Hartstichting zorgen de donateurs en vrijwilligers voor de realisatie van onze levensreddende doelstellingen. Daarom willen we de tienduizenden vrijwilligers, alle particuliere donateurs en de donateurs uit het bedrijfsleven hartelijk bedanken voor hun inzet en hun financiële steun en trouw aan de Hartstichting het afgelopen jaar.

De Hartstichting in cijfers

Bij de Hartstichting werken 18 mannen en 113 vrouwen. Daarnaast zijn er ruim 75.000 collectanten en 5500 vrijwilligers in het land, die zich inzetten voor de Hartstichting. De totale inkomsten van de Hartstichting in 2008 waren 40 miljoen euro. De bruto-opbrengst van de collecte bedroeg 4,4 miljoen euro.

In 2008 investeerden we ruim 11 miljoen euro in wetenschappelijk onderzoek naar hart- en vaatziekten.

7 topwetenschappers kregen het afgelopen jaar een persoonsgebonden beurs en 30 subsidieverzoeken zijn gehonoreerd.


Bekijk de financiële resultaten

Nieuw in het online jaarverslag 2008

Bij de presentatie van het jaarverslag is transparantie een belangrijk onderdeel. Inzage geven in het beleid, de doelstellingen en de behaalde resultaten en transparant zijn over de  financiële resultaten.

Twee nieuwe onderdelen van het jaarverslag 2008:


Missie

Hart- en vaatziekten hebben een enorme impact op de samenleving. Het betreft een van de belangrijkste doodsoorzaken. Een derde van alle mensen die doodgaan, overlijdt aan een hart- of vaatziekte. Dat zijn er in Nederland jaarlijks ongeveer 45.000. Gelukkig sterven er de laatste jaren steeds minder mensen aan hart- en vaatziekten. Maar: het aantal patiënten neemt juist toe. In 2006 waren dat er al 860.000 en wij verwachten dat er in 2020 maar liefst 1,3 miljoen hart- en vaatpatiënten zijn.

Preventie, behandeling en genezing

Hart- en vaatziekten zijn ernstige en chronische aandoeningen en de grootste veroorzakers van invaliditeit. De Hartstichting wil én kan veel betekenen voor mensen met een hart- of vaatziekte. Op het gebied van preventie, behandeling en genezing liggen voor de lange termijn veel kansen. Die winst realiseren is het doel van de Hartstichting voor de komende jaren. Daarvoor is het nodig dat in de gezondheidszorg, de wetenschap, de politiek, maar ook in de publieke opinie de strijd tegen hart- en vaatziekten hoge prioriteit krijgt.

Missiestatement

Het missiestatement beschrijft de doelstellingen van de Hartstichting.
De Hartstichting strijdt tegen hart- en vaatziekten.
Zij investeert in onderzoek naar hart- en vaatziekten in Nederland.
Zij geeft hoogwaardige en efficiënte voorlichting over een gezonde leefstijl en initieert innovatieve verbeteringen in preventie en zorg.
De Hartstichting kan dit werk uitsluitend doen dankzij giften van de Nederlandse bevolking en de inzet van vrijwilligers.


Kernwaarden

De rol van de Hartstichting is die van een regisserende en samenbindende partij. De Hartstichting is voor iedereen zichtbaar, legt verantwoording af, stelt zich toetsbaar op en maakt het effect van haar inspanningen meetbaar. Als profiel, als datgene wat haar onderscheidt van andere organisaties, kiest de Hartstichting voor kernwaarden als integer, omgevingsbewust, ambitieus en ondernemend, samenwerkingsgericht, verantwoording nemen en afleggen en professioneel.
Een heldere en duidelijke positionering maakt aan de buitenwereld duidelijk waar de Hartstichting voor staat.

Voor donateurs is de Hartstichting transparant en geeft zij duidelijk aan waarvoor zij hen vraagt geld te doneren.

Voor vrijwilligers wil de Hartstichting een inspiratiebron zijn, waardoor zij zich nog meer betrokken voelen bij het werk van de Hartstichting.

Voor patiënten wil de Hartstichting een sterke steun in de rug zijn. Zij zorgt voor voorlichting en stimuleert de samenwerking tussen de patiëntenorganisaties zodat hun belangen optimaal aan bod komen.

Voor wetenschappers is de Hartstichting een proactieve sparringpartner die de ontwikkeling van kennis over hart- en vaatziekten stimuleert.

Voor de beroepsbeoefenaren is zij een samenbindende partner ten behoeve van een effectieve strijd tegen hart- en vaatziekten.

Binnen de private sector zoekt de Hartstichting naar nieuwe wegen om fondsen te werven waarbij haar onafhankelijkheid en integriteit gewaarborgd blijft.

Voor haar werknemers wil de Hartstichting een prettig werkklimaat scheppen dat inspireert. Marktgericht en zakelijk denken helpt de doelstellingen te bereiken.


Kerntaken

Van oudsher heeft de Hartstichting haar pijlers altijd sterk gericht op wetenschappelijk onderzoek en het geven van voorlichting. Ook de komende jaren houdt de Hartstichting vast aan deze twee belangrijke kerntaken – kennisontwikkeling en kennisverspreiding – om haar doelen te verwezenlijken. De Hartstichting heeft laten zien dat zij als neutrale en bindende partner in staat is partijen samen te verenigen in haar strijd tegen hart- en vaatziekten. Dit heeft haar aangezet tot een derde kerntaak: United Hearts.

Kerntaak kennisontwikkeling

De Hartstichting is en blijft de komende jaren een belangrijke aanjager van wetenschappelijk onderzoek. Zij wil minimaal vijftig procent van haar netto-inkomsten hieraan besteden. Met extra investeringen in onderzoek en talentvolle onderzoekers wil de Hartstichting een belangrijke impuls geven aan de translationele geneeskunde.

Kerntaak kennisverspreiding

Met haar voorlichting wil de Hartstichting kennis overdragen en mensen bewust maken van signalen, oorzaken, behandelingen en gevolgen van hart- en vaatziekten. Zij wil bereiken dat patiënten en mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten, slagvaardig de strijd met de eigen hart- en vaatziekte kunnen aangaan. Datzelfde geldt voor beroepsbeoefenaren die de Hartstichting van voldoende actuele informatie voorzien zodat zij een optimale zorg kunnen verlenen.
Verder wil de Hartstichting bereiken dat iedere Nederlander die een vraag heeft over hart- en vaatziekten het vanzelfsprekend vindt om naar de Hartstichting te gaan.

Kerntaak United Hearts

Het project United Hearts is een samenwerkingsverband van de Nederlandse Hartstichting, de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland en de patiëntenverenigingen. United Hearts moet ervoor zorgen dat hart- en vaatziekten in de top 3 komen te staan van ziekten en aandoeningen die (beleids)prioriteit hebben op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De Hartstichting wil met deze partijen gezamenlijke prioriteiten stellen en acties inluiden die het belang van de strijd tegen hart- en vaatziekten onderstrepen.
Meer informatie staat op de website van United Hearts.


Toekomstbeeld

In de 21ste eeuw zullen hart- en vaatziekten niet verdwijnen. Integendeel, alleen al door de vergrijzing stijgt het aantal patiënten fors. Vooral chronische hart- en vaatziekten zoals hartfalen zullen vaker vóórkomen.
Van alle aandoeningen zorgen hart- en vaatziekten voor het grootste verlies van kwaliteit van leven. De economische kosten van hart- en vaatziekten bedragen nu al rond de 7 miljard euro.

Onderzoek

De belangrijkste medische ontwikkelingen waar de strijd tegen hart- en vaatziekten de komende jaren van kan profiteren, liggen op een drietal terreinen:

Toekomstig onderzoek naar hart- en vaatziekten richt zich met name op de genetica. Door meer inzicht te krijgen in erfelijke factoren die een rol spelen bij aandoeningen kunnen risico’s beter in kaart worden gebracht. Hierdoor kunnen aandoeningen worden uitgesteld of voorkómen. Daarnaast verwacht men veel van de inzet van gekweekte cellen om het beschadigde hart na een infarct te kunnen repareren (stamcelonderzoek).
Ook op veel andere (deel)gebieden zet de Hartstichting haar onderzoekswerk onverminderd voort.

Strategie voor de periode 2007 tot 2012

In het document ‘Slagkracht, Kracht en Passie voor Hart en Vaten’ heeft de Hartstichting haar strategie beschreven voor de periode van 2007 tot 2012.

De verwachting is dat de Hartstichting in haar strijd tegen hart- en vaatziekten de komende jaren vooral winst zal boeken op de volgende terreinen.

Hoog op de maatschappelijke agenda
Hart- en vaatziekten moeten hoger op de maatschappelijke en politieke agenda komen te staan waardoor meer partijen bereid zijn om te investeren in de problematiek van hart- en vaatziekten.

Patiëntvriendelijker
Er zullen meer patiëntvriendelijke diagnostische en therapeutische technieken worden ontwikkeld, waardoor de kwaliteit van leven voor de patiënt verbetert.

Opsporing hoogrisicogroepen
Mensen met een hoog risico om een hart- of vaatziekte te ontwikkelen, worden in een eerder stadium opgespoord waarmee ziekte kan worden voorkómen of uitgesteld.

Kwaliteit van leven verbetert
De behandeling wordt nog meer toegesneden op de patiënt, waardoor minder over- of onderbehandeling plaatsvindt. De kwaliteit van leven verbetert hierdoor.

Omgaan met leefregels
Patiënten leren beter om te gaan met leefregels en adviezen, waardoor ze minder last hebben van hun ziekte en hart- en vaatziekten minder zullen vóórkomen.

Minder acuut overlijden
Minder mensen zullen overlijden aan een acute hartstilstand en beroerte als gevolg van snelle en adequate hulpverlening van zowel leken als professionals.

Gezonder leven
Mensen gaan gezonder leven: roken minder, eten gezonder en doen aan lichaamsbeweging.

Kennis over risico’s
De kennis en bewustwording van jongeren over risico’s op hart- en vaatziekten wordt groter.

Krachtige patiëntenbeweging
Het streven is om een sterke patiëntenbeweging te stimuleren, die mede richting geeft aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg aan hart- en vaatpatiënten.


Toekomstbeeld

In de 21ste eeuw zullen hart- en vaatziekten niet verdwijnen. Integendeel, alleen al door de vergrijzing stijgt het aantal patiënten fors. Vooral chronische hart- en vaatziekten zoals hartfalen zullen vaker vóórkomen.
Van alle aandoeningen zorgen hart- en vaatziekten voor het grootste verlies van kwaliteit van leven. De economische kosten van hart- en vaatziekten bedragen nu al rond de 7 miljard euro.

Onderzoek

De belangrijkste medische ontwikkelingen waar de strijd tegen hart- en vaatziekten de komende jaren van kan profiteren, liggen op een drietal terreinen:

Toekomstig onderzoek naar hart- en vaatziekten richt zich met name op de genetica. Door meer inzicht te krijgen in erfelijke factoren die een rol spelen bij aandoeningen kunnen risico’s beter in kaart worden gebracht. Hierdoor kunnen aandoeningen worden uitgesteld of voorkómen. Daarnaast verwacht men veel van de inzet van gekweekte cellen om het beschadigde hart na een infarct te kunnen repareren (stamcelonderzoek).
Ook op veel andere (deel)gebieden zet de Hartstichting haar onderzoekswerk onverminderd voort.

Strategie voor de periode 2007 tot 2012

In het document ‘Slagkracht, Kracht en Passie voor Hart en Vaten’ heeft de Hartstichting haar strategie beschreven voor de periode van 2007 tot 2012.

De verwachting is dat de Hartstichting in haar strijd tegen hart- en vaatziekten de komende jaren vooral winst zal boeken op de volgende terreinen.

Hoog op de maatschappelijke agenda
Hart- en vaatziekten moeten hoger op de maatschappelijke en politieke agenda komen te staan waardoor meer partijen bereid zijn om te investeren in de problematiek van hart- en vaatziekten.

Patiëntvriendelijker
Er zullen meer patiëntvriendelijke diagnostische en therapeutische technieken worden ontwikkeld, waardoor de kwaliteit van leven voor de patiënt verbetert.

Opsporing hoogrisicogroepen
Mensen met een hoog risico om een hart- of vaatziekte te ontwikkelen, worden in een eerder stadium opgespoord waarmee ziekte kan worden voorkómen of uitgesteld.

Kwaliteit van leven verbetert
De behandeling wordt nog meer toegesneden op de patiënt, waardoor minder over- of onderbehandeling plaatsvindt. De kwaliteit van leven verbetert hierdoor.

Omgaan met leefregels
Patiënten leren beter om te gaan met leefregels en adviezen, waardoor ze minder last hebben van hun ziekte en hart- en vaatziekten minder zullen vóórkomen.

Minder acuut overlijden
Minder mensen zullen overlijden aan een acute hartstilstand en beroerte als gevolg van snelle en adequate hulpverlening van zowel leken als professionals.

Gezonder leven
Mensen gaan gezonder leven: roken minder, eten gezonder en doen aan lichaamsbeweging.

Kennis over risico’s
De kennis en bewustwording van jongeren over risico’s op hart- en vaatziekten wordt groter.

Krachtige patiëntenbeweging
Het streven is om een sterke patiëntenbeweging te stimuleren, die mede richting geeft aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg aan hart- en vaatpatiënten.


Professionele organisatie


Algemeen

De Nederlandse Hartstichting kent drie afdelingen:

Elke afdeling heeft een afdelingsmanager die rechtstreeks wordt aangestuurd door de directeur en zitting heeft in het MT. De afdelingen zijn weer onderverdeeld in teams die worden aangestuurd door een teamleider.

Naast de drie afdelingen bestaat de organisatie uit:

De manager Personeel & Organisatie is adviseur van het MT.

Directie

De heer dr. J.C.G. (Hans) Stam.

Afdelingsmanagers en manager Personeel & Organisatie (op 31 december 2008)

Mevrouw dr. M.C.M. (Marina) Senten MBA           Kennis & Innovatie
De heer drs. M. (Marc) Tijhuis                               Marketing & Communicatie
De heer R. (Robert) Wagter                                   Bedrijfsvoering
Mevrouw Mr. N.E. (Nicole) Wouters-Kroesen     Personeel & Organisatie

Medewerkers

Eind 2008 waren 131 medewerkers in dienst bij de Hartstichting, waarvan 113 vrouwen (86 procent) en 18 mannen (14 procent). 97 medewerkers werken in deeltijd en 34 werken voltijds (38,75 uur per week). Van het begrootte aantal formatieplaatsen (117,5 fte) waren er aan het einde van het jaar 111,2 fte daadwerkelijk ingevuld.

Verdeling M/V



Verdeling deeltijd/voltijd



Leeftijdsindeling



Dienstjaren en verloop



In 2008 traden 21 medewerkers in dienst en vertrokken er 21.


Organisatieontwikkeling

Sinds de structuurverandering van de Hartstichting in 2006 wordt er projectmatig gewerkt binnen een matrixstructuur. Inmiddels is de werkwijze van het projectmatig werken geëvalueerd.
In 2008 werd verdere professionalisering ondersteund door een trainingstraject voor leidinggevenden, projectmanagers en -medewerkers en zijn er intervisiemogelijkheden aangeboden.


Ondernemingsraad

In 2008 heeft de OR zeven keer formeel vergaderd en voerde de OR zeven keer overleg met de bestuurder.
Belangrijke onderwerpen op de agenda waren:

Verkiezingen

Sinds de verkiezingen in februari is de bezetting van de OR weer op oude sterkte.
In het najaar van 2008 heeft de OR een training gevolgd, waarin onder meer de speerpunten voor 2009 zijn geformuleerd.

Leden van de ondernemingsraad (op 31 december 2008)

Mevrouw C.E.M. (Karin) Bus
Mevrouw drs. A. (Annette) Rooijaards
Mevrouw S.H. (Simone) Karper-Boesveld, voorzitter
Mevrouw drs. M. (Maaike) van Wissen-Báez Bautista
De heer dr. H.P.J.C. (Hubert) de Leeuw
Mevrouw drs. W. (Wil) Wegbrands
Mevrouw drs. N. (Nelleke) van der Houwen


Arbeidsvoorwaarden

De Hartstichting heeft een eigen rechtspositieregeling met daarin opgenomen salarisschalen. Bij salarisverhogingen volgt de Hartstichting het percentage zoals wordt vastgesteld in het arbeidsvoorwaardenoverleg van de Publiekrechtelijke BedrijfsOrganisatie-sector (PBO-sector).

Flexibel arbeidsvoorwaardenpakket

In 2008 zijn er aanbevelingen gedaan om te komen tot een meer flexibel arbeidsvoorwaardenpakket. Deze zullen in 2009 verder worden uitgewerkt.

Bruto maandsalaris

Het bruto fulltime maandsalaris bedraagt per 1 juli 2008 (exclusief werkgeverslasten en overige arbeidsvoorwaarden) (honorering afhankelijk van opleiding en relevante werkervaring):
Directie                                                                                                        € 9.890 - € 9.890
Afdelingsmanagers                                                                                  € 5.016 - € 7.225
Teamleiders                                                                                               € 3.971 - € 4.846
Beleidsmedewerker + coördinator                                                        € 2.850 - € 4.379
Administratief/secretarieel personeel                                                   € 2.272 - € 2.892

Loonontwikkeling

In het akkoord van de PBO-sector is per 1 januari en per 1 juli 2008 een structurele loonontwikkeling opgenomen van 1,4 procent.

Spaarloonregeling

In 2008 namen 59 medewerkers deel aan de spaarloonregeling, waarbij de medewerker maximaal 613 euro per jaar fiscaalvriendelijk via het brutoloon mag sparen.

Levensloopregeling

In 2008 heeft niemand gebruikgemaakt van de levensloopregeling.

Fietsregeling

Bewegen is belangrijk, ook voor medewerkers van de Nederlandse Hartstichting. Daarom kunnen zij onder gunstige fiscale voorwaarden een fiets kopen van maximaal 749 euro. In 2008 maakten twaalf medewerkers gebruik van deze regeling.


Arbeidsomstandighedenbeleid

De Nederlandse Hartstichting vindt het welbevinden van haar medewerk(st)ers zeer belangrijk en investeert dan ook tijd en geld in een volledig arbeidsomstandighedenbeleid. Hier volgt een uiteenzetting.

Verzuimbegeleiding

De verzuimbegeleiding is in handen van Rienks Arbodienst gevestigd te Leusden. Om de week houdt de bedrijfsarts een dagdeel spreekuur op locatie Den Haag.
Het ziekteverzuim is van 5,5 procent in 2007 afgenomen naar 3,91 procent in 2008.

Bewegingsvergoeding

Vanaf 2006 is in het kader van preventief gericht gezondheidsbeleid de bewegingsvergoeding ingevoerd. Medewerkers kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding mits zij die aantoonbaar aanwenden voor de eigen lichaamsbeweging.
In 2008 maakten 65 medewerkers gebruik van deze regeling.

Functionerings- en beoordelingscyclus

In 2008 is begonnen met een nieuwe functionerings- en beoordelingscyclus, waarbij de principes werden gehanteerd van resultaatgericht managen. Ook werd de methodiek kwaliteitenmanagement ontwikkeld. Medewerker en leidinggevende hebben een plannings-, functionerings- en beoordelingsgesprek. In 2009 wordt deze cyclus geëvalueerd.

Evenementencommissie

Binnen de Hartstichting is een evenementencommissie actief. In 2008 hebben zij diverse activiteiten met een informeel en ontspannend karakter georganiseerd voor de medewerkers, zoals het gezamenlijk personeelsuitje, de sinterklaasattentie en de kerstviering.

 


Samenwerking

Om haar doelen te bereiken, werkt de Hartstichting samen met een groot aantal partners. De partners met wie wij een structureel samenwerkingsverband hebben staan hieronder vermeld.

Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) 
Stichting Samenwerkende Gezondheidsfondsen
Het Voedingscentrum
NOC*NSF, Nederland in Beweging (NIB)
Stichting Opsporing Erfelijke Hypercholesterolemie (STOEH)
European Heart Network (EHN)
World Heart Federation
Nederlandse Reanimatie Raad (NRR)
European Resuscitation Council (ERC)
Stichting Orgaan- en Weefseldonorvoorlichting
Stichting Hoofd, Hart en Vaten (SHHV)
Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC)
Nederlandse Vereniging van Hart- en Vaatverpleegkundigen (NVHVV)


Vrienden van de Hartstichting



 


Vereniging Vrienden van de Hartstichting

De doelstelling van de vereniging Vrienden van de Hartstichting is ‘het bevorderen van en het geven van steun aan het werk van de Nederlandse Hartstichting’. De vereniging bestaat uit vrijwilligers die lokaal en regionaal actief zijn.
Tijdens de jaarlijkse Hartweek organiseert de vereniging de landelijke collecte, waarbij ze wordt ondersteund door ongeveer 75.000 collectanten. Voor de Hartstichting zijn de collectanten in de collecteweek haar ambassadeurs. Naast de collecte organiseren de Vrienden fondsenwervende activiteiten, reanimatiecursussen en bieden zij ondersteuning bij activiteiten en campagnes van de Hartstichting.

Verenigingsstructuur

De vereniging Vrienden, die het gezicht van de Hartstichting mede vormgeven, worden in hun werk ondersteund door coördinatoren. Die zijn de verbindende schakel tussen de vrijwilligers en de medewerkers van het team Communicatie van de Hartstichting.

Omvang van de vereniging

In 2008 daalde het aantal actieve Vrienden met 120 en hun aantal bedroeg op 31 december 5.374.
Het aantal sympathisanten nam af – als gevolg van het beleid geen nieuwe sympathisanten te werven – en bedroeg aan het eind van het jaar 26.881.

Bestuurssamenstelling 31-12-2008

De samenstelling en het schema van aftreden van het bestuur is als volgt.

Naam Functie Herbenoeming Aftreden
J.W. Bavinck Voorzitter   11-2009
Mw. H.A. Nieuwenhuijsen Secretaris 03-2011 03-2015
W.P.G.M. Wijnands Lid   11-2012
N. Goossens Lid 03-2011 03-2015
W. Backer Lid 03-2011 03-2015

Afgetreden leden 2008:

H. Buseman Lid
Mw. J. Boersma- Wanders Secretaris

Activiteiten bestuur

In het jaar 2008 zijn alle beleids- en organisatievraagstukken die er lagen afgewerkt. In de loop van het jaar bleek dat er behoefte bestond aan een duidelijker structuur. In 2009 wordt hieraan gewerkt, onder andere naar aanleiding van de uitkomsten van een enquête die begin 2009 zal worden gehouden.
Enkele belangrijke onderwerpen in 2008 waren:

Het bestuur heeft besloten dat de in 2009 aftredende voorzitter het aangewezen lid is (en blijft, ook na zijn aftreden) van de Raad van Toezicht van de Nederlandse Hartstichting.

Vriendenraad

De Vriendenraad is dit jaar drie keer bijeen geweest en keurde de jaarrekening 2007 en het jaarplan 2009 goed. Het komende jaar zal er een enquête worden gehouden onder de Vrienden waarin onder meer zal worden gevraagd naar hun ervaring met de verenigingsstructuur en hun relatie met de Hartstichting.

Activiteiten vereniging Vrienden

De Vrienden hebben zich in 2008 bijzonder ingespannen bij het vergaren van fondsen voor de Hartstichting. Ook gaven zij een belangrijke invulling aan de bemensing van de stands van de Hartstichting. Hun activiteiten in de stands bestaan onder meer uit het geven van voorlichting, fondsenwerving en het werven van nieuwe vrijwilligers.
De Vrienden waren onder meer bij de volgende activiteiten in 2008 aanwezig:

Ook verzorgden zij stands bij onder andere:

Landelijk wervingsteam

Het Landelijk wervingsteam, bestaande uit 35 vrijwilligers, werft collectanten op beurzen en evenementen. In 2008 zijn zij onder andere actief geweest op de Wegwijsbeurs, de 50PlusBeurs en de EO Jongerendag.
Tevens wordt gebruikgemaakt van werving via diverse internetsites. In totaal zijn er in 2008 1.685 nieuwe vrijwilligers geworven.

Mobiele Informatie Stand en Landelijk Standbemanningsteam

De Mobiele Informatie Stand is in 2008 31 keer ingezet op grootschalige evenementen in heel Nederland. De medewerkers verstrekten informatie, hielpen bij de activiteiten en zorgden voor verspreiding van diverse brochures en weggevertjes zoals ballonnen.
In 2008 is een start gemaakt met de samenstelling van een landelijk standbemanningsteam, dat op diverse evenementen de lokale en regionale vrijwilligers kan ondersteunen.

Ambassadeurs Voorlichtingsmateriaal

In heel Nederland zijn twintig vrijwilligers actief als Ambassadeur Voorlichtingsmateriaal. Hun taak is om medewerkers van patiëntenservicecentra in ziekenhuizen en gezondheidscentra te informeren over het voorlichtingsaanbod van de Hartstichting. Inmiddels is de helft van alle centra bezocht.


Ondersteuning vanuit de Hartstichting

De vereniging Vrienden is weliswaar juridisch een aparte vereniging, echter zonder de intensieve ondersteuning vanuit de Hartstichting kan de vereniging niet functioneren.
Deze ondersteuning wordt met behulp van een aantal activiteiten op diverse plaatsen en momenten geboden:

Bestuursvergaderingen en Vriendenraad

De Hartstichting vaardigt statutair adviseurs af naar de bestuursvergaderingen en de voorzitter bereidt samen met de teamleider Vrijwilligersmanagement en de manager Afdeling marketing en communicatie van de Hartstichting de bestuursvergaderingen voor. Op deze wijze wordt gezorgd voor een gezamenlijk draagvlak, immers, de vereniging heeft tot doel het ondersteunen van de doelstellingen van de Hartstichting.

Deskundigheidsbevordering

De Hartstichting ondersteunt de Vrienden in hun activiteiten onder andere door middel van het geven van praktijkgerichte workshops en trainingen. Zo hebben er diverse bijeenkomsten plaatsgevonden met diverse thema’s, zoals het opzetten van 6-minutenzones en een extranet/collectedatabase. In totaal bezochten 213 Vrienden in 2008 een workshop en zij beoordeelden deze als zeer waardevol en plezierig.

Werving vrijwilligers

De werving van nieuwe vrijwilligers gebeurt door middel van telefonische werving, door gebruikmaking van netwerken, presentaties op bijeenkomsten enzovoort.
Met name in de tweede helft van 2008 zijn er veel advertenties geplaatst met als doel Vrienden en collectanten te werven. Hier volgt een aantal voorbeelden:


Vriendendag

De jaarlijkse Vriendendag wordt geheel voorbereid en georganiseerd door de Hartstichting en heeft als doel om vrijwilligers meer te betrekken bij de Hartstichting en de vereniging. Ook wordt deze dag gebruikt om hen te informeren over de laatste ontwikkelingen.
Het centrale thema van de Vriendendag in 2008 was jeugd, waarbij het jeugdfonds van de Hartstichting, JUMP, uitgebreid werd belicht.
De Vriendendag is steeds weer een groot succes en wordt door de aanwezige Vrienden zeer op prijs gesteld.

Huldiging

De Hartstichting is heel erg trots op haar grote aantal trouwe vrijwilligers. Om haar dankbaarheid te tonen reikt zij jaarlijks tijdens de Vriendendag Gouden en Zilveren harten uit aan vrijwilligers die 10 of 25 jaar actief zijn.


Public relations en communicatie

De communicatie met de Vrienden van de vereniging vindt plaats via meerdere kanalen:

Al deze communicatie wordt voorbereid en uitgevoerd door de Hartstichting.


Financiën

Baten eigen fondsenwerving

De totale baten uit eigen fondsenwerving bedroegen in 2008 5.074.772 euro. Dit is 30.228 euro minder dan begroot. De oorzaak hiervan ligt bij een lagere collecteopbrengst. De opbrengst van fondsenwervende activiteiten is echter ruim 100.000 euro meer dan begroot!

Collecte
De Hartweek waarin de collecte plaats had was van 16-21 april. De opbrengst van de collecte bedroeg 4.388.491 euro. Deze collecte-inkomsten liggen 2 procent onder het niveau van vorig jaar en 3,5 procent onder de begroting 2008 (4,55 miljoen euro).

Hartbox
De Hartbox is een toonbankcollecteactiviteit. In 2008 zijn er 477 hartboxen uitgezet met een gemiddelde opbrengst van 74,50 euro. De totaalopbrengst was 35.551 euro.
De plaatsing van de Hartboxen wordt via de Vriendenregio’s door de locaties gecoördineerd.

Inkomsten eigen fondsenwerving

Het afgelopen jaar zijn vele fondsenwervende activiteiten ontwikkeld, zowel op eigen initiatief als op initiatief van derden. Er waren naast diverse grote(re) evenementen ook vele sportieve activiteiten die door bijvoorbeeld lokale fitnesscentra in samenwerking met de Vrienden werden georganiseerd. De totale opbrengst vanuit eigen fondsenwerving was in 2008 228.310 euro.

Nalatenschappen

De opbrengst uit nalatenschappen is in 2008 gestegen ten opzichte van 2007. De opbrengst in 2008 bedroeg 81.681 euro, in 2007 was dit 52.571 euro.

Contributies, giften en schenkingen

Deze inkomsten kwamen met 375.605 euro iets lager uit dan begroot.

Kosten eigen fondsenwerving

De totaalkosten eigen fondsenwerving waren 326.131 euro. Dit is 6.131 euro hoger dan begroot. In deze post zijn de volgende kosten ondergebracht.

Bestandsbeheer/mailingen

Hieronder vallen de kosten van het relatiebeheer van de vereniging Vrienden van de Hartstichting, inclusief de collecteadministratie, algemene mailings met de Vrienden enzovoort. Met de invoering van het interne bestandsbeheerssysteem Clix van de Hartstichting zijn de gemaakte kosten aanzienlijk gedaald.

Regioactiviteiten

In deze post zijn de kosten weergegeven van de regioactiviteiten die door de RVC’s zijn uitgevoerd.
Ondanks de hogere opbrengst waren deze kosten lager dan begroot.

RVC’s, locaties en algemene kosten

Deze kosten, als onderdeel van het totaal en met name de post overige algemene kosten, zijn hoger uitgevallen dan begroot.
Er zijn aanmerkelijk meer collectekosten vanuit de afrekenstaten gekomen. Dit komt omdat er veel tijd en aandacht is besteed om locaties (tijdig) hun saldobiljet in te laten leveren. Ten opzichte van 2007 zijn beduidend meer saldobiljetten ingeleverd. Om deze reden vindt er een correctie plaats op zowel de opbrengsten als de kosten ten opzichte van 2007.

Gemiddeld per locatie zijn de kosten omgerekend 103 euro.

In deze post zitten de volgende kostensoorten:

Dotatie aan Hartstichting

De vereniging Vrienden van de Hartstichting heeft in 2008 weer een behoorlijke inspanning geleverd en komt, gezien de baten en de kosten, uit op een dotatie aan de Hartstichting van 4.784.192 euro.


United Hearts

De Nederlandse Hartstichting is van mening dat hart- en vaatziekten als een van de belangrijkste doodsoorzaken meer aandacht verdienen van publiek en politiek. Om te zorgen dat hart- en vaatziekten in de top 3 komen van ziekten en aandoeningen die op het ministerie van VWS beleidsprioriteit hebben, heeft zij de krachten gebundeld. Samen met de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland en de gezamenlijke patiëntenverenigingen is een samenwerkingsverband aangegaan: United Hearts.
De Hartstichting wil met deze partijen gezamenlijke prioriteiten stellen en acties inluiden die het belang van de strijd tegen hart- en vaatziekten onderstrepen.

Noodzaak voor het ontstaan van United Hearts

Cardiovasculair Nederland is te versnipperd. Te weinig hart- en vaatdeskundigen nemen deel aan adviesorganen, er is geen eenduidig beeld van de enorme impact van hart- en vaatziekten en er worden geen gezamenlijke acties ondernomen. Het gevolg hiervan is dat er sprake is van onvoldoende zeggingskracht richting de politiek.
Op langere termijn betekent dit een bedreiging voor de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek en de patiëntenzorg.


Visie United Hearts

Als een van de belangrijkste doodsoorzaken verdienen hart- en vaatziekten de hoogste plek op de politieke en maatschappelijke agenda.

Samen staan we sterk

In United Hearts zijn de cardiovasculaire partijen in Nederland verenigd, zodat zij gezamenlijk en ieder vanuit hun eigen rol één vuist kunnen maken richting politiek en met één gezicht, één stem en één verhaal het publieke debat aangaan.


De doelstellingen van United Hearts zijn:

Onderzoeksvelden United Hearts

Begin 2007 heeft de Hartstichting vier onderzoeksvelden gekozen die op dit moment de meeste aandacht verdienen:

Deze vier terreinen omvatten het complete leeftijdsspectrum van zeer jong (aangeboren hartafwijkingen), middelbare leeftijd (plotse dood) tot aan senioren (beroerte, hartfalen).

Boodschap naar het publiek

United Hearts doet de gezamenlijke belofte dat iedere Nederlander zeven jaar langer, gezond en productief kan leven. Het doel is om op elk van deze vier terreinen deze winst van levensjaren na te streven. Het gaat hierbij niet alleen om winst in tijd, maar ook om winst in kwaliteit van leven. Deze winst zou behaald kunnen worden door nog meer aandacht te besteden aan preventie en leefstijl, door nog beter te behandelen volgens de richtlijnen, meer te investeren in onderzoek, het verbeteren van operatieve procedures enzovoort. 


Raad van toezicht




Taken en verantwoordelijkheden

Tot de taken van de Raad van Toezicht behoren:

 


Samenstelling

De Raad van Toezicht dient zodanig te zijn samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de directie onafhankelijk, transparant en kritisch kunnen opereren zonder belangenvertegenwoordiging.

Sinds 31 december 2007 bestaat de Raad van Toezicht uit de volgende personen.

Erevoorzitters:

Voor meer informatie zie Reglement van de raad van Toezicht.


Jaarverslag Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht van de Nederlandse Hartstichting (NHS) heeft een drietal rollen:

Toezichthouder

De Raad heeft het toezicht op de naleving van de procedures en richtlijnen voor de totstandkoming van de financiële verslaglegging opgedragen aan de auditcommissie. De voorzitter van deze commissie brengt vervolgens advies uit aan de Raad. De auditcommissie heeft in 2008 tweemaal vergaderd (14 juli en 26 november) en de volgende onderwerpen besproken: jaarplan, jaarrekening, jaarverslag, accountantsverslag (managementletter), vermogensbeheer.

Werkgever

De werkgeversrol van de Raad van Toezicht uit zich door het beoordelen van het functioneren van de directeur/bestuurder. Hiervoor is een beoordelingsprocedure opgesteld waarin ook de stakeholders van de NHS een rol spelen. De toetsing wordt uitgevoerd door de voorzitter en vicevoorzitter van de Raad en teruggekoppeld aan de voltallige Raad van Toezicht. De uitkomsten van deze beoordeling hebben geen aanleiding gegeven tot veranderingen in de relatie tussen de directeur/bestuurder en de Raad.

Klankbord

Vanuit de Raad van Toezicht heeft de voorzitter ervan regulier contact met de ondernemingsraad, de Wetenschappelijke Adviesraad en de afdelingsmanagers van de Hartstichting.

De Raad van Toezicht heeft in 2008 vijf keer vergaderd.

Datum, aanwezigheid (%) en belangrijkste agendapunten

21-03-2008: 57,2%
Belangrijkste agendapunten

26-06-2008: 85,6%
Belangrijkste agendapunten

28-08-2008: 57,2%
Belangrijkst agendapunt

04-09-2008: 85,6%
Presentatie programma Hartstilstand.

04-12-2008: 57,2%
Belangrijkste agendapunten


Gedragscodes

De Hartstichting volgt onderstaande interne richtlijnen en gedragscodes vanuit de branche:

De Hartstichting stelt als eis dat partijen waarmee zij samenwerkt zich ook aan bovenstaande codes en regels houden. Deze afspraken worden in het samenwerkingscontract vastgelegd.


Klachten

De Hartstichting voert actief klachtenbeleid, waarbij klachten doorgaans binnen twee weken afgehandeld worden.

Stijging aantal klachten
In 2008 is er sprake van een stijging van het aantal klachten (656) ten opzichte van 2007 (456). Een belangrijk deel van deze stijging werd veroorzaakt door fondsenwerving (355). Een speciale mailing voor het jeugdfonds JUMP leidde tot 110 klachten en deze specifieke mailing zal dan ook in de toekomst niet meer worden ingezet.


Strategische unit

In 2008 heeft de strategische unit de volgende activiteiten ontwikkeld.

Publiek-private samenwerking

In 2008 zijn in samenwerking met de Hartstichting totaal acht cardiovasculaire programma’s ontwikkeld. Voor CTMM (Center for Translational Molecular Medicine) zijn dat de volgende: Pasterkamp/Daemen, Pinto, Vos/Wilde en Hofker. Voor BMM (het BioMedical Materials program) zijn dat: Post, Quax, De Vries en Doevendans.

Europa/KP-7

Bij KP7 (Europees Kaderprogramma voor Onderzoek & Ontwikkeling) heeft de Hartstichting twee programma’s ingediend. Hoewel wetenschappelijk goed beoordeeld, zijn deze programma’s helaas niet gehonoreerd met een onderzoeksbudget. Na een uitgebreide evaluatie heeft de Hartstichting haar beleid hierin aangepast. Vervolgens zijn er twee programma’s (Nederland als consortiumleider) ingediend.

Natuur, Leven & Technologie

In 2008 werd een Hart/Vaat-module voor vwo 5/6 ontwikkeld. Bij het Junior College Utrecht is deze module getest. Na een uitgebreide evaluatie waarbij ook leerlingen werden betrokken is het lesmateriaal aangepast. De module wordt inmiddels op een achttal scholen in de regio Utrecht gegeven. Uiteindelijk wordt gestreefd naar een landelijke certificering.

United Hearts

In november 2008 heeft United Hearts een integraal beleidsplan opgeleverd. Hierin worden alle acties en besluiten gebundeld.

Toekomstscenario’s Wetenschap/Zorg

De ‘output’ van de Hartstichtingsprojecten over de periode 1995-2007 is geanalyseerd in samenwerking met het CWTS (Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies). Het definitieve onderzoeksrapport van het CWTS wordt in het voorjaar van 2009 verwacht.

Kenniscirkel

In februari 2008 heeft de Taskforce Kenniscirkel het rapport ‘Kenniscirkel: motor van de NHS’ aan de directie van de Hartstichting aangeboden. De uitkomsten van het rapport zullen worden geïmplementeerd.

Lokale/regionale zichtbaarheid

Er zijn steeds meer trends die wijzen op de noodzaak van lokale/regionale zichtbaarheid van ‘goede doelen’. In 2008 is materiaal verzameld en heeft een eerste gedachtevorming plaats gehad. Een conceptnotitie zal in 2009 met de betrokken sleutelfiguren binnen de Hartstichting worden besproken.

Nederlands Platform voor Hart- en Vaatziekteonderzoek

Het Nederlands Platform voor Hart- en Vaatziekteonderzoek van de Hartstichting is in 2008 tweemaal bij elkaar geweest. De voorjaarsvergadering stond in het teken van het Parelsnoerinitiatief en het cardiovasculaire onderzoek in Europa (KP-7). Tijdens de najaarsvergadering werd de NHS-CWTS-analyse van de output van de Hartstichtingsprojecten (zie hiervoor) gepresenteerd en er werd een discussie over ‘centre of excellence’ gevoerd. Dit resulteerde in een voorstel om een ‘commissie van wijzen’ in te stellen.

Haemoseis 256

In 2008 is een eerste aanzet gegeven om de Haemoseis 256 (medische apparatuur waarmee driedimensionale beelden van het hart gemaakt kunnen worden) te introduceren in de cardiovasculaire wereld. Inmiddels loopt er een pilot in Utrecht.


JUMP

Het programma Toekomst voor de Jeugd van de Hartstichting heeft een apart fonds in het leven geroepen gericht op kinderen en jongeren met en zonder hartafwijking: JUMP (voormalig Kinderhartenfonds).

JUMP zet zich in voor verbetering van de kwaliteit van leven van hartpatiëntjes en investeert in wetenschappelijk onderzoek naar aangeboren hartafwijkingen.

JUMP vindt een gezonde leefstijl van levensbelang en stimuleert gezonde voeding, bewegen en niet-roken. JUMP maakt kinderen en jongeren bewust van hun eigen hart; zij denken en doen daar zelf actief in mee en het hart staat daarin altijd centraal.

 

 

 



JUMP, voor kinderen met en zonder hartafwijking

Aangeboren hartafwijkingen

Bij het woord hart- en vaatziekten wordt meestal gedacht aan oude mensen. Maar ook kinderen kunnen een hart- en/of vaatziekte hebben of ontwikkelen. Ieder jaar worden er in Nederland ongeveer 1.300 baby’s geboren met een aangeboren hartafwijking en naar schatting leven er momenteel al 25.000 kinderen (tussen de 0 en 18 jaar) mee. 


Verworven hartafwijkingen

Uit onderzoek is gebleken dat er een duidelijk verband is tussen risicogedrag en cardiovasculaire risicofactoren (factoren die hart- en vaataandoeningen kunnen veroorzaken) bij kinderen en jongvolwassenen. Ook is aangetoond dat door een vroegtijdige ontwikkeling van arteriosclerose (slagaderverkalking) het latere risico op hart- en vaatziekten als volwassene toeneemt.

Jongeren vertonen op diverse leefstijlfactoren (roken, voeding, bewegen) ongezond gedrag. Als aan deze ongezonde manier van leven niets verandert, dan zal de jeugd van nu op jongere leeftijd hart- en vaatziekten ontwikkelen dan hun ouders. En dus ook minder oud worden dan de volwassenen van nu. Een gezonde leefstijl is daarom van levensbelang.


Opvolger van het Kinderhartenfonds

Vanuit de gedachte van het belang van een gezonde leefstijl heeft de Hartstichting eind 2007 het jeugdfonds JUMP opgericht. JUMP werd de opvolger van het Kinderhartenfonds en richt zich op alle kinderen en jongeren tot achttien jaar, met en zonder hartafwijking.

JUMP heeft zich ten doel gesteld kinderen bewust te maken van hun eigen hart en ze te verleiden om met en voor hun hart te leven. Bij alle activiteiten spelen kinderen en jongeren zelf een heel belangrijke rol: de hoofdrol. Dat betekent dat ze actief meedoen en meedenken. Het hart staat daarin altijd centraal.


Wat deed JUMP in 2008?

In februari 2008 is JUMP officieel van start gegaan. Samen met een groep jongeren werd de naam onthuld. Een radio-interview op FunX en een artikel in de Sp!ts luidden de geboorte van JUMP in. De website www.heartjump.nl werd gelanceerd. Ook kregen brochures en materialen de JUMP-huisstijl.

De projecten die JUMP heeft gerealiseerd zijn onderverdeeld in drie clusters:

  1. kinderen en aangeboren hartafwijkingen;
  2. jeugd tussen 0-12 jaar in het basisonderwijs en
  3. jongeren tussen 12-18 jaar van het (v)mbo.

 


1 - Kinderen en aangeboren hartafwijkingen

JUMP heeft zich ten doel gesteld om de kwaliteit van leven van kinderen (en jongeren) met een aangeboren hartafwijking verder te verbeteren. Samen met deze kinderen en met professionals wordt gewerkt aan allerlei activiteiten op het gebied van voorlichting en verbeteringen in de zorg aan deze kinderen.

Wetenschappelijk onderzoek

Een belangrijk aandachtsgebied van JUMP is het investeren in wetenschappelijk onderzoek naar aangeboren hartafwijkingen. Omdat de specifieke kennis over deze problematiek nog onvoldoende aanwezig is, zijn in samenwerking met kindercardiologen en patïenten prioriteiten gesteld voor onderzoeksgebieden binnen de kindercardiologie.

Ontspanning

JUMP heeft zich ingezet voor het voortzetten van de vakantieweken en de organisatie van bijeenkomsten voor jongeren met een aangeboren hartafwijking, waar zij even niet anders zijn dan anderen.


2 - Jeugd tussen 0-12 jaar in het basisonderwijs

Kinderen die zich op jonge leeftijd al bewust zijn van het belang van een gezonde leefstijl en een gezond hart, verkleinen daarmee de kans op een hart- of vaatziekte op latere leeftijd. JUMP maakt kinderen op de basisschool bewust van de gevolgen van een ongezonde leefstijl door voorlichting in de vorm van leuke (interactieve) projecten aan te bieden over gezond eten, bewegen en niet-roken.


3 - Jongeren tussen 12-18 jaar van het (v)mbo

Vooral bij jongeren in de leeftijd tussen de twaalf en achttien jaar zien we een toename van ongezond gedrag. Direct na de start van JUMP zijn jongeren benaderd om samen te werken aan thema's gericht op het hart. Het uiteindelijke resultaat moet straks een situatie zijn waarin jongeren zelf ideeën bedenken voor projecten, de projecten uitvoeren en evalueren, waarbij JUMP hen financieel ondersteunt en coachend optreedt. Een belangrijk uitgangspunt van de activiteiten moet zijn dat ze leuk zijn én tegelijkertijd bijdragen aan een gezonde leefstijl. 


Kinderen en aangeboren hartafwijkingen

Bij een aangeboren hartafwijking zijn de gevolgen die deze afwijking met zich meebrengt voor ieder kind anders. Omdat een hartafwijking 24 uur per dag aanwezig is, kan het van grote invloed zijn op het dagelijks leven.
JUMP wil graag de kwaliteit van leven van kinderen met een hartafwijking verbeteren en inventariseert samen met de kinderen, hun ouders en professionals de problemen waar zij tegenaan lopen.
Om haar doel te bereiken geeft JUMP voorlichting, stimuleert wetenschappelijk onderzoek en creëert mogelijkheden voor de ouders en kinderen voor ontspanning.

Ieder jaar worden er ongeveer 1.300 kinderen geboren met een hartafwijking. Ondanks het feit dat hun levenskansen flink zijn toegenomen – vooral als gevolg van de ontwikkelingen in de chirurgie – heeft deze langere overleving ook gevolgen voor het leven op latere leeftijd.
Naast de medische problemen die zich vaak voordoen kunnen er ook moeilijkheden in het sociale leven van het kind ontstaan.
JUMP vindt het dan ook erg belangrijk dat er aandacht is voor de patiënt zelf en zijn directe omgeving. Wat betekent het voor een kind om te moeten leven met zo’n aangeboren hartafwijking?
In 2008 werd in dit kader een aantal nieuwe projecten uitgevoerd waaronder de realisatie van een hele nieuwe opzet van de vakantieweken.


Wetenschappelijk onderzoek


Door een commissie bestaande uit patiënten, ouders en onderzoekers/behandelaars zijn de volgende twee onderzoeksthema’s gekozen:

De onderzoeksvoorstellen die werden ingediend moesten op korte termijn kunnen bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van leven van de patiënt. Uiteindelijk zijn er twee onderzoeksvoorstellen gehonoreerd.

In de selectiecommissie heeft ook een ouder van een kind zitting, een mooie vertaling van het principe van JUMP om de doelgroep een duidelijke stem te geven.


Voorlichting

Knuffel bij voorleesboek
Het boekje Hartsvriendjes met verhaaltjes over Kris Krokodil die een hartafwijking heeft, is sinds 2006 een groot succes bij ouders en kinderen. In 2008 werd een knuffel van Kris Krokodil ontwikkeld en hebben ruim 1.500 kinderen er een ontvangen. Ze vinden veel herkenning in de unieke knuffel, die hetzelfde litteken van de operatie heeft als zij zelf. 


Voorlichtingsgame
Kinderen met een hartafwijking vinden het soms lastig om hun ervaringen te delen met hun vriendjes en vriendinnetjes. Om hen daarbij te helpen mochten tien kinderen van tien tot twaalf jaar zelf een computergame bedenken.
In de ‘JUMP-game’, die zich in het ziekenhuis afspeelt, staat samenwerking centraal en kunnen de hartpatiënt en zijn vriend helden zijn.

Cd-rom Hartenkinderen
Jump heeft alle acht kindercardiologische centra in Nederland vijfhonderd exemplaren van de cd-rom Hartenkinderen beschikbaar gesteld.
De cd-rom, bedoeld voor de kinderen en hun ouders, geeft uitleg over aangeboren hartafwijkingen en bevat ervaringsverhalen van kinderen die leven met een hartafwijking.

Teddy Bear Hospital
Jump heeft in het Teddy Bear Hospital in Maastricht ruim achthonderd kleuters kennis laten maken met de thema’s ziekte, gezondheid en het ziekenhuis.
Zij kwamen met hun ‘zieke knuffel’ naar het ziekenhuis, waar de knuffel beter werd gemaakt door een student geneeskunde die hen tevens voorlas uit het boekje Hartsvriendjes.
Dit project zal in 2009 ook in andere ziekenhuizen worden voortgezet. 



Kwaliteit van leven en zorg

JUMPtour
In 2008 organiseerde JUMP in de kindercardiologische centra een ontspannen middag met allerlei activiteiten voor kinderen met een hartafwijking en hun ouders.
Daarnaast organiseerde JUMP een brainstorm met zorgprofessionals waarin 55 ideeën op het gebied van aangeboren hartafwijkingen naar voren werden gebracht.
JUMP zal hier in 2009 een aantal van uitwerken.

Dagboek
Op initiatief van twee verpleegkundigen is in overleg met ouders een dagboek gemaakt voor kinderen die op de intensive care liggen. JUMP biedt het dagboek gratis aan en verwacht dat schrijven kinderen en hun ouders helpt bij het verwerken van een moeilijke tijd.
Inmiddels zijn er – in de laatste maanden van 2008 – al 65 dagboekjes besteld.

Vakantieweken
Ruim 160 kinderen en jongeren hebben in 2008 deelgenomen aan de vakantieweken. Anders dan gebruikelijk werden sommige weken niet in de vertrouwde locatie van de Hartenark in Bilthoven gehouden maar elders in Nederland.
Zo was er een vaarweekend voor jongeren, een strandweek voor gezinnen in Park Kijkduin te Den Haag en een fit & fun-weekend in Arcen.


Jeugd tussen 0-12 jaar in het basisonderwijs

Kinderen die zich op jonge leeftijd bewust zijn van het belang van een gezonde leefstijl en een gezond hart, verkleinen daarmee de kans op een hart- of vaatziekte op latere leeftijd. JUMP maakt ze bewust van de gevolgen van een ongezonde leefstijl en stimuleert gezond eten, bewegen en niet-roken.


Wat is er in 2008 bereikt?

Lekker fit!

De lesmethode Lekker fit! richt zich op voeding en beweging en het maken van gezonde keuzes.

Ingevoerd op scholen
Inmiddels is de lesmethode op driehonderd scholen ingevoerd. Ter ondersteuning werd in 2008 een toolkit met materialen voor gemeenten, GGD’en en de Sportservice verder doorontwikkeld. Op de website voor leerkrachten, ouders en gemeenten www.lekkerfitopschool.nl werden diverse ervaringsverhalen, een nieuwsbrief, tips, Het Leerling Volg Systeem en lessuggesties geplaatst.

Basis gezondheidsprogramma
Een aantal gemeenten waaronder Breda, Zaandam, Gorinchem en Utrecht hebben Lekker Fit! opgenomen als basis van hun lokale preventie-/gezondheidsprogramma’s. Verder werden er contacten gelegd voor samenwerking met onder andere Kids in Balance en de ISBO (Islamitische scholen besturen organisatie).

Bekendheid
Lekker Fit! krijgt steeds meer bekendheid: al 31 procent van de schooldirecteuren heeft van het lespakket gehoord.

Heart Dance Award

Een andere activiteit van JUMP is de Heart Dance Award; een jaarlijkse danswedstrijd voor scholen die in 2008 alweer voor de negende keer werd georganiseerd. Er namen ruim 300 scholen deel met ongeveer 11.000 kinderen. Voor elke school die in de finale danste werd een lespakket Lekker fit! ter beschikking gesteld.

Junior Hartdag

Ook de Junior Hartdag, een sportieve en informatieve dag voor de groepen 7 en 8, en de Schoolpleinprijsvraag zijn jaarlijks terugkerende succesnummers.

Kies voor Hart en Sport

Als vervolg op de lesmethode Lekker fit! hebben veel scholen deelgenomen aan Kies voor Hart en Sport (zie website: www.kiesvoorhartensport.nl), een lesproject met een keuzemodule sportoriëntatie voor de hoogste groepen.

Schoolpleinprijsvraag – Pimp Mijn Plein

Er namen afgelopen jaar 327 scholen deel aan de actie Pimp Mijn Plein, een wedstrijd voor het bedenken van het mooiste schoolplein. JUMP wil met deze actie bereiken dat het voor kinderen gemakkelijker én leuker wordt om lekker buiten te bewegen.

Website Gezonderwijs

Samen met de NZO (Nederlandse Zuivel Organisatie), het NISB (Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen) en het Voedingscentrum nam JUMP in 2007 het initiatief voor de ontwikkeling van de website www.gezonderwijs.nl.

Nieuwe projecten
In 2008 werd de site verder uitgebouwd en kwamen er nieuwe projecten en initiatieven op het gebied van gezondheid, gezonde voeding en bewegen.

De website heeft onder schooldirecteuren inmiddels een naamsbekendheid van 25 procent!


Hoe verder?

Lekker Fit!

De doelstelling is dat in het schooljaar 2009 Lekker fit! op 350 scholen is ingevoerd.
Voor de doelgroep kinderen van 4 - 12 jaar wordt de toolkit met implementatiehulpmiddelen voor scholen en gemeenten verder ontwikkeld en uitgebreid.

Heart Dance Award

De 10e Heart Dance Award zal in het voorjaar van 2009 plaatsvinden, waarbij dat jaar de stem van de kinderen weer een prominente rol zal spelen. Parallel wordt er een traject opgestart om de Heart Dance Award verder te ontwikkelen, vooral ook in het kader van sponsoring, bereik en innovatie.

Gezonderwijs

Binnen Gezonderwijs, dat zich inmiddels naast het basisonderwijs ook op het voortgezet onderwijs richt, zijn nieuwe projecten en initiatieven ontwikkeld. Er zal ook in 2009 veel aandacht worden besteed aan lobbyen en het aangaan van verschillende samenwerkingsverbanden om het gezondheidsonderwijs een vaste plek in het schoolleerplan te geven.

 

 


Jongeren 12-18 jaar (v)mbo

Jongeren tussen de twaalf en achttien jaar bevinden zich in een bijzondere levensfase: de adolescentie. In deze overgangsfase van kind naar volwassene worden zij lichamelijk volwassen en geestelijk rijp.
Kenmerkend voor de huidige generatie jongeren is dat ze een groot aantal mogelijkheden heeft en talloze keuzes kan maken. Omdat de hersenen van jongeren nog niet volledig zijn ontwikkeld en het lastig kiezen is, houden ze zo veel mogelijk opties open.
Hierdoor kunnen problemen ontstaan bij keuzes rond school en werk maar ook als het gaat om gezond gedrag (eten, bewegen, genotsmiddelen, seksualiteit enzovoort).
JUMP wil jongeren ondersteunen bij het maken van gezonde keuzes en hen laten ervaren dat hun hart hierbij een belangrijke rol speelt.


Verschillen in gezond gedrag

Als het gaat om gezond gedrag is er een groot verschil tussen jongeren van verschillende opleidingsniveaus. Het grootst zijn de verschillen tussen het vmbo en het vwo.
Vmbo-leerlingen ontbijten minder vaak, drinken meer frisdrank, snacken veel meer, bewegen minder. Ook zijn ze minder vaak lid van een sportvereniging dan vwo-leerlingen en kijken meer tv.
Tevens blijkt uit onderzoek dat vmbo-leerlingen veel riskantere patronen van middelengebruik vertonen. Zij roken meer (ruim acht keer zo veel als vwo-leerlingen), drinken vaker en meer, en gebruiken vaker cannabis.

 



Hoe gaan we verder?

Projecten verder ontwikkelen
In 2009 zullen de projecten rondom de thema’s ‘hart als motor’ en ‘hart als kompas’ verder worden ontwikkeld.

DOiT
JUMP zal investeren in de doorontwikkeling van het programma DOiT. Dit programma is gericht op gedragsverandering bij jongeren: minder frisdrank drinken, minder snoepen en snacken, minder tv kijken en meer bewegen.

Doelgroepparticipatie
JUMP zal zich nader oriënteren op doelgroepparticipatie. In het voorjaar 2009 wordt gestart met een project op het gebied van maatschappelijke stage.

Preventie van overgewicht
Er worden ook initiatieven ontwikkeld op het gebied public affairs, wetenschap en voorlichting. Samen met Zon-Mw gaat JUMP onderzoek financieren met betrekking tot preventie van overgewicht bij jongeren.


Wetenschappelijk onderzoek

Via wetenschappelijk onderzoek krijgt de Hartstichting steeds meer inzicht in het ontstaan en de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Ons uiteindelijke doel is om hart- en vaatziekten te kunnen voorkómen en écht te genezen.

In 2008 werden – dankzij onze steun – dertig Hartstichtingsprojecten afgerond. Aan zeven topwetenschappers konden wij een Dekkerbeurs toewijzen met een bedrag van € 1.477.831.

Voor het jeugdfonds JUMP van de Hartstichting was 500.000 euro bestemd voor wetenschappelijk onderzoek naar hartfalen en de langetermijngevolgen van aangeboren hartafwijkingen. Onderzoek op dit terrein is van groot belang omdat het aantal patiënten met een (geopereerde) aangeboren hartafwijking toeneemt.

In 2008 maakte de Nederlandse Hartstichting 1,2 miljoen euro vrij voor twee onderzoeken op het gebied van beroerte. Onder meer werd geïnvesteerd in de ontwikkeling van beeldvormende technieken die de hersenen zichtbaar maken.

Tevens startte de Nederlandse Hartstichting haar deelname aan het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en aan het BioMedical Materials program (BMM), dat onderzoek doet naar nieuwe technieken voor een snellere opsporing en behandeling van hart- en vaatziekten.

In 2008 werd door het Centrum voor Wetenschap en Technologie Studies een effectmeting gedaan naar de activiteiten van de Hartstichting. Uit het rapport kwam onder meer naar voren dat het niveau van het onderzoek dat de Hartstichting subsidieert zeer hoog is en zelfs boven het wereldgemiddelde uitkomt.


Wetenschappelijk onderzoek

De Nederlandse Hartstichting investeerde in 2008 ruim 11 miljoen euro in wetenschappelijk onderzoek. Dat is een aanzienlijk deel van het onderzoek naar hart- en vaatziekten dat Nederlandse universiteiten uitvoeren.
In dit hoofdstuk presenteren wij nieuw onderzoek en laten wij u onderzoeksresultaten zien die dankzij onze steun in 2008 zijn bereikt.

Waarom wetenschappelijk onderzoek?

Via wetenschappelijk onderzoek krijgen we steeds meer inzichten in het ontstaan en de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Zo kunnen we vragen als: hoe ontstaan hart- en vaatziekten en hoe kunnen we ze behandelen of zelfs voorkómen, beter beantwoorden als we bijvoorbeeld inzicht hebben in de zogenoemde risicofactoren. Dat zijn factoren die onze kans op hart- en vaatziekten kunnen vergroten. Ook komen we door onderzoek meer te weten over erfelijkheid en nieuwe behandelingsmethoden.
Ons uiteindelijke doel is om hart- en vaatziekten te kunnen voorkómen en écht te genezen.

Belangrijke doodsoorzaak wereldwijd

In Nederland overleden er in 2008 bijna 41.355 mensen aan de gevolgen van hart- en vaatziekten en bijna 1 miljoen patiënten dragen dagelijks de last ervan met zich mee. Dit aantal zal de komende jaren nog verder oplopen en naar verwachting zullen dat er in 2020 1,3 miljoen zijn.
Om levens te redden zijn medische doorbraken noodzakelijk. Dit vereist veel kostbaar onderzoek. Investeren in wetenschappelijk toponderzoek is dan ook hét speerpunt van de Nederlandse Hartstichting.

Hoe steunen wij toponderzoek en toponderzoekers?

Jaarlijks ontvangt de Nederlandse Hartstichting honderden aanvragen voor wetenschappelijk onderzoek. Alle subsidieaanvragen doorlopen een strenge en zorgvuldige beoordelingsprocedure. Helaas kunnen wij hiervan maar een klein deel honoreren. Alleen toponderzoek verdient de steun van de Nederlandse Hartstichting.

De Hartstichting investeert in topwetenschap, in topwetenschappers en in topthema’s. Hiervoor hebben wij speciale subsidievormen beschikbaar.

Jaarlijkse subsidieronde

Tijdens de jaarlijkse subsidieronde is de onderzoeker vrij om zelf het onderwerp van zijn aanvraag te bepalen. Uiteraard moet het voorgestelde onderzoek zich richten op het ontstaan, voorkómen of behandelen van hart- en vaatziekten.
In 2008 heeft de Nederlandse Hartstichting ruim 121 subsidieaanvragen voor de jaarlijkse subsidieronde ontvangen. Hiervan zijn uiteindelijk 30 projecten gehonoreerd.
Een samenvatting van een aantal van deze onderzoeksprojecten kunt u in het onderdeel Afgeronde projecten.

Dr. E. Dekkerprogramma ‘Voor talent in hart en vaten’

Het cardiovasculair onderzoek (onderzoek naar hart- en vaatziekten) in Nederland behoort tot de wereldtop. Om deze kwaliteit te handhaven investeert de Nederlandse Hartstichting in wetenschappelijk toptalent dat gebruik kan maken van een speciale subsidievorm: de dr. E. Dekkerbeurs. Deze persoonsgebonden beurs stelt de onderzoeker in staat zich een aantal jaren geheel te wijden aan de strijd tegen hart- en vaatziekten. Met onze Dekkerbeurzen willen wij de persoonlijke carrières van veelbelovende jonge wetenschappers stimuleren. Op deze wijze proberen wij (toekomstige) toponderzoekers te binden aan het hart- en vaatziekteonderzoek dat van levensbelang is.

Zeven Dekkerbeurzen

In 2008 konden wij aan zeven topwetenschappers een Dekkerbeurs toewijzen met een bedrag van 1.477.831 euro.
Het gaat om de volgende onderzoekers:

Investeren in topthema’s

Ook investeert de Hartstichting in grote onderzoeksprogramma’s die gericht zijn op bepaalde topthema’s. Topthema’s zijn onderzoeksgebieden waarover alle deskundigen het eens zijn. De toekomstige ontwikkelingen op deze terreinen zijn van grote betekenis voor de preventie en de behandeling van hart- en vaatziekten.

Beroerteonderzoek

In 2008 heeft de Nederlandse Hartstichting 1,2 miljoen euro vrijgemaakt voor twee onderzoeksgebieden op het gebied van beroerte.

Endovasculaire behandelingen voor herseninfarcten/-bloedingen
Een endovasculaire behandeling is een ingreep waarbij een katheter in de bloedbaan wordt gebracht om een bepaalde behandeling uit te voeren. In het bloedvat kan een dotter- of stentbehandeling worden gedaan of kunnen medicijnen worden toegediend om een bloedstolsel op te lossen. Ook kan de katheter worden gebruikt om een spiraaltje in een uitstulping van het bloedvat te brengen dat ervoor zorgt dat deze niet openscheurt.

Beeldvormende technieken om de hersenen zichtbaar te maken.
Het in beeld brengen van een door een herseninfarct/-bloeding getroffen gebied is van groot belang om te kunnen bepalen welke behandeling de individuele patiënt nodig heeft. Door het zichtbaar maken van het getroffen gebied kan een verkeerde behandeling worden voorkomen.

Een samenvatting van een van de toegewezen onderzoeksprojecten (het project ‘Herseninfarct lokaal met medicijn behandelen’ van dr. D.W.J. Dippel) vindt u elders in dit jaarverslag.

Kindercardiologie

JUMP, het jeugdfonds van de Nederlandse Hartstichting, stelt zich ten doel de kwaliteit van leven en zorg voor kinderen en jongeren met een aangeboren hartafwijking te verbeteren. JUMP maakte in 2008 500.000 euro vrij voor wetenschappelijk onderzoek naar hartfalen en de langetermijngevolgen van aangeboren hartafwijkingen. Onderzoek op dit terrein is van groot belang omdat het aantal patiënten met een (geopereerde) aangeboren hartafwijking toeneemt. Veel van deze patiënten krijgen op latere leeftijd complicaties, die tot hartfalen (een verminderde pompfunctie van het hart) kunnen leiden.

Een samenvatting van een van de toegewezen onderzoeksprojecten (het onderzoek ‘De gevolgen op lange termijn van een Fontan-operatie’ van Prof. dr. W.A. Helbing) vindt u elders in dit jaarverslag.

CTMM/BMM

Hart- en vaatziekten treden vaak onverwachts op, maar aan dat moment is een langdurig ‘onzichtbaar’ ziekteproces voorafgegaan.
Op dit moment is het moeilijk te voorspellen welke mensen een hart- of vaatziekte zullen krijgen en welke mensen niet. Ook is een behandeling lang niet altijd even effectief bij iedere persoon. Het is van groot belang om mensen met een verhoogde kans op hart- en vaatziekten zo vroeg mogelijk op te sporen. Daarom neemt de Nederlandse Hartstichting deel aan het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en aan het BioMedical Materials program (BMM), dat onderzoek doet naar nieuwe technieken voor een snellere opsporing en behandeling van hart- en vaatziekten.

Overige subsidievormen

De Hartstichting steunt onderzoekers ook op andere manieren.

Dr. W. Stiggelboutprogramma
De Hartstichting stelt onderzoekers in staat de resultaten van Hartstichtingsprojecten te presenteren op internationale congressen. Ook kunnen onderzoekers die gaan promoveren op hart- en vaatziekteonderzoek een kleine tegemoetkoming aanvragen voor de drukkosten van hun proefschrift. 

 


Afgerond onderzoek

In 2008 werden er – dankzij onze steun – 42 Hartstichtingsprojecten afgerond. Deze projecten leveren belangrijke wetenschappelijke publicaties op. 

Beste referent subsidieronde 2008

De selectie van de allerbeste onderzoeksprojecten ligt in handen van onze Wetenschappelijke Adviesraad. Deze raad roept daarbij de hulp in van zogenoemde referenten. Dit zijn deskundigen die de kwaliteit van de ingediende onderzoeksprojecten beoordelen.
Als blijk van waardering reikt de Nederlandse Hartstichting jaarlijks een prijs uit aan de ‘beste’ referent van dat jaar. In 2008 werd deze prijs toegekend aan mevrouw dr. D. Merkus (Erasmus MC).

NHS-Wetenschapsdag

Op 25 september 2008 organiseerde de Nederlandse Hartstichting haar zevende wetenschapsdag, met de titel ‘Rondom het hart’.

Resultaten
Er werden verschillende lezingen gepresenteerd door onderzoekers en ook was er een speciale sessie over media en wetenschap.
Ruim 140 onderzoekers lieten door middel van een posterpresentatie hun meest recente onderzoeksresultaten zien.

Effectmeting
Omdat de Hartstichting het belangrijk vindt het effect van haar activiteiten zichtbaar en meetbaar te maken, heeft zij het Centrum voor Wetenschap en Technologie Studies gevraagd een onderzoek hiernaar te doen.
Uit het rapport kwam onder meer naar voren dat het niveau van het onderzoek dat de Hartstichting subsidieert zeer hoog is en zelfs boven het wereldgemiddelde uitkomt.

Wetenschappelijke Adviesraad

De Wetenschappelijke Adviesraad zorgt ervoor dat het geld van onze donateurs goed terecht komt en dus aan het allerbeste onderzoek wordt besteed. Het bestuur van de Wetenschappelijke Adviesraad bestond op 31 december 2008 uit de volgende personen:


Hart- en vaatziekten in cijfers

In 2008 bracht de Werkgroep Cijfers van de Nederlandse Hartstichting het rapport ‘Hart- en vaatziekten in Nederland 2008’ uit.

Verschillen tussen mannen en vrouwen

In 2007 overleden meer vrouwen dan mannen aan de gevolgen van een hart- of vaatziekte, namelijk 21.693 vrouwen tegenover 19.662 mannen.
De Hartstichting wil meer aandacht voor dit onderwerp en heeft dan ook een speciaal hoofdstuk opgenomen over de menopauze en hart- en vaatziekten. Vrouwen hebben na de overgang een grotere kans op hart- en vaatziekten dan er voor.

Prognose na eerste ziekenhuisopname

In het rapport ‘Hart- en vaatziekten in Nederland 2008’ treft u cijfers aan over het vermoedelijk verloop van een ziekte na een eerste ziekenhuisopname. De overlijdenskansen werden berekend voor hartfalen- en beroertepatiënten. Hieruit blijkt onder meer dat na vijf jaar nog maar een derde van de hartfalenpatiënten in leven is. Vrouwen overleden vaker aan een beroerte en aan de gevolgen van diabetes mellitus (suikerziekte) dan mannen.
Het rapport laat tevens zien dat allochtone bevolkingsgroepen een hogere kans op overlijden hebben na een eerste ziekenhuisopname met hart- en vaatziekten dan autochtone Nederlanders.

Afname ligdagen voor beroertepatiënten

Uit cijfers blijkt dat het aantal ligdagen in het ziekenhuis voor beroertepatiënten drastisch is afgenomen: van 23 naar 11 dagen bij vrouwen en van 18 naar 10 dagen bij mannen. Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van de introductie van zogenoemde stroke units. Dit zijn ziekenhuisafdelingen die gespecialiseerd zijn in zorg aan mensen met een beroerte. Een andere reden voor deze afname is dat patiënten na een beroerte sneller dan vroeger naar een verzorgings- of verpleeghuis, of naar huis kunnen.

Hart Bulletin

In Hart Bulletin (ons blad voor artsen) zijn cijfers gepubliceerd over de volgende onderwerpen:

Factsheets

De cijfers over perifeer vaatlijden en hartfalen zijn ook uitgebracht als aparte factsheets.
Speciaal voor de onderbouwing van ons Platform Vitale Vaten zijn factsheets ontwikkeld over cardiovasculaire risicofactoren bij patiënten met hart- en vaatziekten en over de effecten van verschillende leefstijlinterventies bij patiënten met hart- en vaatziekten of bij hoogrisicopatiënten.



Factsheets

De cijfers over perifeer vaatlijden en hartfalen zijn ook uitgebracht als aparte factsheets.
Speciaal voor de onderbouwing van ons Platform Vitale Vaten zijn factsheets ontwikkeld over cardiovasculaire risicofactoren bij patiënten met hart- en vaatziekten en over de effecten van verschillende leefstijlinterventies bij patiënten met hart- en vaatziekten of bij hoogrisicopatiënten.


Toegekende projecten











Epigenetische verschillen en de vatbaarheid voor hart- en vaatziekten

Dr. P. van der Harst
Cardiologie
UMC Groningen

Verschillen in de opbouw van het DNA (het erfelijk materiaal) dragen voor een deel bij aan de verschillen tussen mensen in ‘vatbaarheid’ voor het krijgen van ziekten als kanker en hart- en vaataandoeningen. Die DNA-verschillen bestaan uit afwijkingen of variaties in de volgorde van de vier bouwstenen van de genen, de zogeheten nucleotiden. Deze variaties en/of afwijkingen leiden tot kleine of grote veranderingen in de eiwitten waarvoor de genen de code dragen. Hierdoor kan het betreffende eiwit minder goed (of juist) beter werken waardoor een ziekte meer (of juist minder) kans krijgt te ontstaan.

Methylgroepen

Recent is (bij kanker) ontdekt dat niet alleen variaties of afwijkingen in de opbouw van het DNA kunnen leiden tot een verschil in vatbaarheid voor ziekte. Ook bij eenzelfde opbouw kan er verschil in vatbaarheid bestaan. Dit berust dan op de aan- of afwezigheid van zogeheten methylgroepen, chemische verbindingen, die vastzitten aan het DNA. Deze methylgroepen onderdrukken de activiteit van het betreffende gen, waardoor er minder eiwit wordt aangemaakt. Methylering van DNA kan tijdens het leven veranderen onder invloed van leefomstandigheden. Een bepaald methyleringspatroon kan vervolgens worden doorgegeven aan het nageslacht.

Doel van het project

In dit project zal worden nagegaan in hoeverre dergelijke verschillen in methylering – dit heet in vaktaal epigenetische verschillen – bijdragen aan een verschillende vatbaarheid voor aandoeningen als atherosclerose en hartfalen. Hiertoe zal zowel bij een groep van tweehonderd hartpatiënten als bij een groep van tweehonderd even oude gezonde mensen de methylering van alle bekende menselijke genen in kaart worden gebracht. Ook wordt onderzocht in hoeverre de gevonden epigenetische verschillen gevolgen hebben voor de aanmaak van eiwitten. Hierdoor ontstaat meer inzicht in de bijdrage van epigenetische DNA-veranderingen aan de vatbaarheid voor hart- en vaataandoeningen.


Het beschermende effect van HDL-cholesterol nader ontrafeld

Dr. E. Stroes
Vasculaire Geneeskunde
AMC, Amsterdam

De hoeveelheid cholesterol in het bloed is één van de factoren die van belang zijn bij het ontstaan van hart- en vaatziekten. Daarbij gaat het eigenlijk om de verhouding tussen twee typen cholesterol: het zogeheten LDL-cholesterol en het zogeheten HDL-cholesterol, beide opgebouwd uit cholesterol en eiwitdeeltjes. Gebonden aan LDL-deeltjes wordt cholesterol vooral naar de bloedvaten vervoerd, gebonden aan HLD-deeltjes vooral naar de lever. LDL-cholesterol draagt daardoor bij aan de vorming van atherosclerotische plaques, terwijl HDL-cholesterol dit proces juist tegengaat.

LDL verlagen of HDL verhogen

Op grond hiervan zijn er theoretisch twee manieren om de kans op hart- en vaatziekten te verminderen: een vermindering van de hoeveelheid LDL-cholesterol in het bloed of een toename van de hoeveelheid HDL-cholesterol in het bloed. Het eerste wordt reeds succesvol gedaan via een behandeling met statines. Succesvol verhogen van de hoeveelheid HDL-cholesterol lukt echter nog niet goed. Een recente proef met een experimenteel middel moest worden afgebroken aangezien er ondanks de verhoging aan HDL-cholesterol meer hartproblemen bij de patiënten ontstonden. Anderzijds blijkt het toedienen van eiwitten die deel uitmaken van HDL-cholesterol in muizen het atherosclerotisch proces sterk te remmen zonder dat de HDL-cholesterolwaarde in het bloed stijgt. Deze bevindingen tonen aan dat HDL-deeltjes meer doen dat alleen cholesterol naar de lever vervoeren. Ze onderdrukken ook ontstekingsprocessen en verbeteren de werking van de vaatwand, zo is inmiddels bekend.

Doel van het project

Doel van dit project is na te gaan hoe verschillende manieren om de hoeveelheid HDL in het bloed te veranderen van invloed zijn op deze drie effecten van HDL-deeltjes. Dit moet leiden tot een test waarmee nieuwe middelen om de hoeveelheid HDL-cholesterol te beïnvloeden snel op bruikbaarheid bij mensen kunnen worden onderzocht.


Begeleiding bij hartfalen: hartfalenpoli of huisarts?

Dr. T. Jaarsma
Cardiologie
UMC Groningen

Vanwege het voortschrijdende karakter van hun ziekte hebben mensen met hartfalen langdurige medische zorg en begeleiding nodig. Deze zorg wordt tegenwoordig in de meeste gevallen geboden vanuit een zogeheten ‘hartfalenpoli’ van een ziekenhuis. Hierin werken cardiologen en gespecialiseerde hartfalenverpleegkundigen samen om patiënten zo goed mogelijk medicamenteus in te stellen, van leefstijladviezen te voorzien en regelmatig te controleren en te ondersteunen.

Verschil in zorg door huisarts en poli

Gezien de verwachte toename van het aantal mensen met hartfalen moet er rekening mee gehouden worden dat de hartfalenpoli’s over enige tijd niet meer in staat zijn deze zorg aan alle patiënten te leveren. Ideaal zou zijn als de huisarts de zorg overneemt. Onderzoek doet echter vermoeden dat de zorg en ondersteuning door de huisarts momenteel gemiddeld op een lager peil staat dan de zorg en ondersteuning vanuit de hartfalenpoli.

Doel van het project

Doel van dit project is om nauwkeurig in kaart te brengen wat de verschillen precies zijn tussen de zorg geboden door de huisarts en de zorg geboden door de hartfalenpoli, waar deze verschillen uit voortkomen en wat het effect ervan is op de gezondheid van de patiënt. Hiertoe zal een jaar lang een groep patiënten die na een aanvankelijke behandeling in het ziekenhuis onder behandeling komt van de huisarts vergeleken worden met een groep die via de hartfalenpoli wordt begeleid. Dit zal inzicht geven in de haalbaarheid van begeleiding van mensen met hartfalen via de huisarts. Inzicht dat nodig is om de zorg van de snel groeiende groep mensen met hartfalen op de juiste manier te kunnen inrichten.


Eerste test in dieren met lichaamseigen, gekweekte hartklep

Dr. J. Kluin
Cardiothoracale chirurgie
UMC Utrecht

Een toenemend aantal mensen krijgt hartklachten doordat een van de hartkleppen niet meer goed werkt. Meestal is hierbij de aortaklep, de klep tussen de linkerkamer van het hart en de aorta, aangetast. Momenteel zijn er dan twee mogelijkheden: plaatsing van een (metalen) kunstklep of plaatsing van een klep afkomstig van een varken. De kunstklep gaat lang mee maar de patiënt moet, ter voorkoming van de vorming van bloedstolsels op de klep, levenslang sterke bloedverdunnende medicijnen innemen. Hierdoor ontstaat het risico op spontane bloedingen. Bij de varkensklep is dit niet nodig, echter de levensduur van deze klep is beperkt. De klep moet regelmatig worden vervangen. In beide gevallen leven de patiënten gemiddeld korter dan mensen die hun eigen hartkleppen nog hebben.

Klep uit bloedvat gekweekt

Ideaal bij een hartklepdefect zou zijn de plaatsing van een nieuwe, sterke klep van lichaamseigen, levend materiaal. Onderzoekers van de Technische Universiteit Eindhoven zijn er inmiddels in geslaagd uit cellen van een bloedvat zo’n lichaamseigen hartklep in het laboratorium te kweken. De cellen groeien daarbij eerst in de juiste vorm. Door vervolgens de zo gevormde klep geleidelijk bloot te stellen aan mechanische druk, reageert de klep – net als in het lichaam gebeurt – met de aanmaak van extra bindweefsel op de juiste plaatsen waardoor de klep de vereiste stevigheid verkrijgt.

Doel van het project

Het doel van dit project is om de op deze manier gekweekte aortakleppen (voor het eerst) op hun bruikbaarheid in levende dieren te testen. Hiertoe zullen onderzoekers van het UMC Utrecht de kleppen implanteren bij schapen van wie de bloedvatcellen afkomstig waren. Hierna wordt een jaar lang de werking van de gekweekte kleppen in de gaten gehouden en vergeleken met de werking van de tot nu toe bij mensen gebruikte kleppen uit varkens. Afhankelijk van de resultaten kan in een volgend onderzoek de stap naar toepassing van de gekweekte hartkleppen bij mensen gemaakt worden.


Opnieuw lekkende hartklep herstellen met een draadje

Dr. P.F. Gründeman
Cardiothoracale Chirurgie
UMC Utrecht

Als gevolg van langdurig hartfalen en de vervorming van de hartspier die daarbij optreedt, sluit bij sommige patiënten de klep tussen de linkerboezem en linkerkamer, de mitralisklep, niet meer goed. Om dit te herstellen is een grote, ingrijpende operatie nodig waarbij de hart-longmachine de hartfunctie enige tijd overneemt, het hart geopend wordt en de lekkage verholpen wordt. Bij ongeveer dertig procent van de geopereerde patiënten gaat de mitralisklep na verloop van tijd echter opnieuw lekken als gevolg van verdere vormverandering van de hartspier. Een nieuwe, ingrijpende operatie is dan nodig. Echter voor deze, veelal oudere patiënten betekent zo’n operatie een groot risico.

Doel van het project

Doel van dit project is te onderzoeken of het mogelijk is de tweede hersteloperatie minder ingrijpend te laten verlopen, dat wil zeggen op een manier waarbij het hart niet geopend hoeft te worden en het gebruik van de hart-longmachine daardoor achterwege kan blijven.

Draad in het hart

Dit zou kunnen door bij de eerste operatie een draad in het hart aan te brengen die vanaf de buitenkant van het hart meer of minder kan worden aangetrokken. Door dit aantrekken vervormt de hartspier zodanig dat de lekkage van de mitralisklep verholpen wordt. Nieuw optredende lekkage van de klep zou op deze manier relatief eenvoudig kunnen worden behandeld.
Dit project heeft als doel de bruikbaarheid van deze nieuwe techniek te testen bij varkens. Hieruit moet duidelijk worden of de techniek werkt en veilig is en of er geen onverwachte complicaties bij optreden. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek kan de techniek in een vervolgstudie getest worden bij mensen.


Grote studie naar gebruik beenmergcellen bij vaatproblemen in de benen

Dr. M.C. Verhaar
Vasculaire Geneeskunde
UMC Utrecht

Indien de slagaders in de benen verstopt of vernauwd raken, leidt dit tot een ernstige aantasting van de kwaliteit van leven. Lopen wordt pijnlijk of zelfs onmogelijk en in een later stadium kan het spierweefsel in de benen afsterven. In veel gevallen is amputatie noodzakelijk, maar ook dit brengt doorgaans geen definitieve oplossing.
De afgelopen jaren is uit enkele kleine studies duidelijk geworden dat het toedienen van beenmergcellen in de slagaders van de benen mogelijk wel een oplossing kan bieden. Deze beenmergcellen stimuleren het herstel van de vaatwanden in de slagaders en bevorderen tevens de vorming van nieuwe bloedvaten in het been.

Doel van het project

Dit project zal het effect van deze nieuw aanpak voor het eerst in een groot opgezette en goed gecontroleerde studie onderzoeken. Hierbij krijgt de helft van een groep van 110 tot 160 patiënten beenmergcellen toegediend terwijl de andere helft dient als controle. Gedurende een halfjaar wordt nagegaan wat het effect is van de beenmergcellen. Daarnaast moet (gedetailleerd laboratorium)onderzoek naar (moleculaire) kenmerken van de beenmergcellen (van iedere patiënt) inzicht geven in mogelijke eigenschappen van deze cellen. Hiermee zou het effect van toedienen van deze beenmergcellen vooraf voorspeld kunnen worden.


Suikervrije drankjes tegen overgewicht bij kinderen

Prof. dr. M.B. Katan
Gezondheidswetenschappen
Vrije Universiteit Amsterdam

Het aantal mensen met overgewicht in Nederland stijgt nog steeds. Met name onder kinderen neemt het overgewicht toe. Sommige kinderen vertonen als gevolg hiervan al tekenen van diabetes. Overgewicht is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten en ontstaat als er via de mond meer energie het lichaam binnenkomt, dan dat er dagelijks wordt verbruikt. Bij kinderen wordt het veelvuldig gebruik van suikerhoudende frisdranken vaak aangewezen als een belangrijke boosdoener voor overgewicht. Goed wetenschappelijk bewijs voor die bewering ontbreekt echter.

Doel van het project

Doel van dit project is de invloed van suikerhoudende frisdrank op het lichaamsgewicht van kinderen op een wetenschappelijk verantwoorde manier te onderzoeken. Hiertoe zullen vijfhonderd kinderen (vijf tot tien jaar oud) anderhalf jaar lang dagelijks een flesje frisdrank drinken. Bij de helft van de kinderen bevat de frisdrank suiker, bij de andere helft van de kinderen is de frisdrank suikervrij. De kinderen (en hun ouders) weten tijdens het onderzoek niet welke soort frisdrank zij drinken. Aan het eind van de onderzoeksperiode zal blijken welke invloed het drinken van suikerhoudende frisdrank heeft gehad op het gewicht en de hoeveelheid lichaamsvet van de kinderen en of de suikerhoudende frisdrank wel zo’n belangrijke factor is bij het ontstaan van overgewicht bij kinderen als altijd wordt beweerd.
Op grond van de uitkomsten van dit onderzoek zullen beleidsmakers beter in staat zijn gerichte maatregelen te ontwikkelen om het groeiende overgewicht onder kinderen een halt toe te roepen.


Wegzuigen bloedstolsel bij hartinfarct

Prof. dr. F. Zijlstra
Cardiologie
UMC Groningen

Een acuut hartinfarct ontstaat als een slagader in het hart verstopt raakt. Oorzaak hiervan is meestal het scheuren van een atherosclerotische plaque, een lokale vernauwing in de bloedvatwand door ophoping van vet, extra vaatwandcellen en ontstekingscellen. Als de plaque scheurt, vormt zich een bloedstolsel (trombus) op de plaque waardoor de bloedstroom geheel geblokkeerd kan raken. Het achterliggende hartspierweefsel zit dan zonder aanvoer van vers bloed, waardoor de spiercellen verstoken blijven van zuurstof en energie.
Snel herstellen van de doorbloeding van het betreffende deel van de hartspier kan de schade beperken. Tegenwoordig gebeurt dit door het bloedvat op de plaats van de verstopping ‘op te rekken’ tijdens een zogeheten dotterprocedure. Soms ontstaat er dan echter verderop in het bloedvat opnieuw een vernauwing doordat tijdens het dotteren een stukje bloedstolsel van de plaque losschiet.
Recent is een nieuwe techniek ontwikkeld om de vernauwing te verwijderen. Hierbij wordt het stolsel niet in de bloedvatwand weggedrukt (zoals bij dotteren gebeurt) maar via een zeer dun slangetje uit het bloedvat weggezogen (trombus-aspiratie).

Doel van het project

Doel van dit project is deze techniek toe te passen bij vijfhonderd patiënten. Dit zal duidelijk maken of, en zo ja in hoeverre, de behandeling met trombus-aspiratie de kans op het ontstaan van een nieuwe verstopping van een bloedvat vermindert. Onderzoek aan het weggezogen trombusmateriaal kan bovendien duidelijk maken of er een relatie bestaat tussen de samenstelling van het trombusmateriaal en de kenmerken van het infarct en of er op grond van de samenstelling van het trombusmateriaal iets voorspeld kan worden over de conditie van het hart op de lange termijn.


Zoektocht naar de factoren die leiden tot overgewicht bij kinderen

Dr. S.P.J. Kremers
Medische Psychologie
Universiteit Maastricht

Het aantal mensen met overgewicht neemt in Nederland nog steeds toe. Ook onder kinderen komt overgewicht steeds vaker voor. De kans is erg groot dat kinderen met overgewicht ook op volwassen leeftijd overgewicht zullen hebben waardoor zij meer kans lopen op hart- en vaatzieken, diabetes en sommige vormen van kanker. Overgewicht ontstaat als er via de mond meer energie het lichaam binnenkomt, dan dat er dagelijks wordt verbruikt. Momenteel is niet goed duidelijk hoe deze verstoorde energiebalans bij kinderen precies tot stand komt en in hoeverre de ‘voorbeeldfunctie’ van de ouders hierbij een rol speelt.

Doel van het project

Om inzicht te krijgen in met name de invloed van de ouders op de energiebalans van de kinderen, worden in dit project gegevens verzameld en bestudeerd van een kleine 3.000 kinderen die geboren zijn in 2000. In het kader van een (ander) grootschalig onderzoek, KOALA geheten, zijn van deze kinderen (en van hun ouders) sinds hun geboorte allerlei gegevens verzameld. Gegevens over lengte, gewicht en buikomvang, maar ook over hun eetgewoonten en manier van leven. Dit project vult deze gegevens verder aan met nieuwe metingen (op 7- en 9-jarige leeftijd) van de lichamelijke conditie van de kinderen, hun eet- en leefgewoonten en de eet- en leefgewoonten van hun ouders. Een analyse van al deze gegevens geeft naar verwachting een wetenschappelijk verantwoord beeld van de factoren die het meest van invloed zijn op het ontstaan van overgewicht in de kinderleeftijd. Beleidsmakers kunnen deze kennis vervolgens gebruiken om gerichte maatregelen te nemen die de toename van overgewicht bij kinderen een halt kunnen toeroepen.


Bloeddrukmedicijn als middel tegen ziekte van Marfan

Dr. M. Groenink
Cardiologie
AMC Amsterdam

De ziekte van Marfan is een zeldzame, erfelijke aandoening van het bindweefsel, het weefsel dat stevigheid geeft aan organen. Nederland telt naar schatting zo’n 4.000 Marfanpatiënten. Een belangrijk gevolg van de aandoening is dat de aorta gaandeweg wijder en zwakker wordt. Dit leidt in veel gevallen op termijn tot het openscheuren van de aorta, hetgeen meestal fataal afloopt. Oorzaak van de ziekte is een defect in het gen dat de aanmaak regelt van het eiwit fibrilline-1. Dit eiwit geeft stevigheid aan het bindweefsel én het beïnvloedt de activiteit van een groeifactor genaamd TGF-B. Met name de overmatige activiteit van TGF-B die optreedt bij de ziekte van Marfan lijkt bij te dragen aan het wijder en zwakker worden van de aorta, wijst onderzoek bij muizen uit. Uit dit muizenonderzoek is ook duidelijk geworden dat losartan, een reeds geregistreerd en veelgebruikt middel om de bloeddruk te verlagen, de overmatige activiteit van TGF-B kan onderdrukken. Hierdoor blijft de aorta normaal van omvang en sterkte.

Doel van het project

In dit project zal voor het eerst worden nagegaan wat het effect is van het toedienen van losartan bij (volwassen) Marfanpatiënten. Hiertoe krijgt de helft van 330 patiënten drie jaar lang – naast de gebruikelijke medicijnen – losartan toegediend. De andere helft dient als controlegroep. Aan het eind van de studie moet blijken of er verschillen zijn opgetreden tussen beide groepen wat betreft de omvang en elastische eigenschappen van de aorta. Onderzoek aan de hand van stukjes huid van de patiënten moet uitwijzen of de behandeling ook de (verstoorde) aanmaak van eiwitten bij de Marfanpatiënten kan beïnvloeden.


Betere elektrische geleiding littekenweefsel hartspier

Prof. dr. M.J. Schalij
Cardiologie
Leiden UMC

Bij een hartinfarct ontstaat schade aan de hartspier. Als gevolg van het tijdelijke tekort aan zuurstof en energie sterven er hartspiercellen af op de plaats van het infarct. Zodra de doorbloeding is hersteld, probeert het lichaam de schade aan de hartspier te repareren. Hierbij treedt, net als na een snee in een vinger, littekenvorming op. Dit littekenweefsel is echter, anders dan het hartspierweefsel, veel minder goed in staat de elektrische prikkels te geleiden die nodig zijn om de hartspier gecoördineerd te laten samentrekken. Het littekenweefsel, dat voornamelijk bestaat uit zogeheten fibroblasten, fungeert ter plekke als isolatiemateriaal, waardoor de elektrische prikkels niet hun normale route over het hart kunnen volgen. Dit vergroot de kans op hartritmestoornissen en het ontstaan van hartfalen.

Onlangs is een techniek ontwikkeld waarmee fibroblasten beter in staat gesteld worden elektrische prikkels te geleiden. Dit gebeurt door genen in de fibroblasten te brengen die eiwitten aanmaken die het doorgeven van elektrische prikkels naar aangrenzende cellen bevorderen. De techniek werkt bij fibroblasten die gekweekt zijn in een schaaltje in het laboratorium.

Doel van het project

Doel van dit project is na te gaan of de techniek ook werkt in een kloppend hart. Hiertoe wordt bij ratten experimenteel een hartinfarct opgewekt. Het hierna gevormde littekenweefsel in het hart krijgt aansluitend een behandeling met virussen die de bewuste genen in de fibroblasten moeten brengen. Vervolgens moet blijken of de genen inderdaad nieuwe eiwitten in de fibroblasten gaan aanmaken en of hierdoor de elektrische eigenschappen van de fibroblasten ten goede veranderen en de werking van het hart verbetert. De kennis en inzichten die dit onderzoek oplevert moeten de basis vormen voor eventuele toepassing van deze techniek bij mensen die een hartinfarct hebben doorgemaakt.


Herseninfarct lokaal met medicijn behandelen

Dr. D.W.J. Dippel
Neurologie
Erasmus MC Rotterdam

Een herseninfarct ontstaat als een slagader in de hersenen verstopt raakt met een bloedstolsel.
Anders dan bij hartinfarcten is bij het herseninfarct het inspuiten in de bloedbaan van een stolseloplossend medicijn niet erg succesvol. Slechts in ongeveer een derde van de gevallen lukt het om op deze manier het stolsel weg te krijgen en de doorbloeding van de hersenen te herstellen. Recente, kleinschalige pogingen om het stolsel op te lossen door het medicijn via een katheter vlak bij het stolsel toe te dienen, zijn meer succesvol. In de helft tot twee derde van de gevallen lost het stolsel dan op.

Doel van het project

Doel van het project is om het effect van de lokale toediening van een stolseloplossend medicijn via een katheter – endovasculaire behandeling geheten – in een groot opgezette studie (vijfhonderd patiënten) te onderzoeken. Hierbij werken tien Nederlandse ziekenhuizen samen. Behalve gegevens over de veiligheid van de behandeling en de mate van herstel van de patiënten, zal het onderzoek ook belangrijke informatie opleveren over wat het invoeren van deze techniek betekent voor de dagelijkse gang van zaken in het ziekenhuis. Op grond van die ervaringen zal het mogelijk zijn protocollen te ontwikkelen waarin gedetailleerd beschreven wordt bij welke patiënten, hoe precies de endovasculaire behandeling van een herseninfarct moet worden uitgevoerd en hoe deze techniek het best kan worden ingepast in de dagelijkse ziekenhuisroutine


De gevolgen op lange termijn van een Fontan-operatie

Prof. dr. W.A. Helbing
Kindercardiologie
Sophia Kinderziekenhuis, Rotterdam

In ongeveer één op de tien gevallen waarin een baby ter wereld komt met een aangeboren hartafwijking ontbreekt een van beide hartkamers. Als gevolg daarvan is de normale, gescheiden bloedsomloop – de rechterkamer van het hart pompt het bloed door de longen, de linkerkamer pompt het bloed door de rest van het lichaam – niet mogelijk. De verstoorde bloedsomloop leidt tot vermenging van het (uit de longen afkomstig) zuurstofrijke en het (uit de rest van het lichaam afkomstig) zuurstofarme bloed waardoor alle organen en weefsels in het lichaam te kampen krijgen met een tekort aan zuurstof. Kenmerkend hierbij is de blauwe huidskleur die de baby daardoor krijgt.
Levensreddend in dat geval is de zogeheten Fontan-operatie, een ingreep waarbij de chirurg bloedvaten zodanig verlegt dat zuurstofrijk en zuurstofarm bloed zo goed mogelijk van elkaar gescheiden blijven. Doordat er maar één hartkamer aanwezig is, moet ook na de Fontan-operatie het samentrekken van deze kamer voldoende kracht ontwikkelen om het bloed eerst door het lichaam en aansluitend ook nog door de longen te pompen. Op termijn eist dit zijn tol. De patiënten ontwikkelen al op relatief jonge leeftijd hartfalen. Ook is de kwaliteit van leven na de ingreep nog altijd stukken lager dan die van mensen die zonder hartafwijking geboren worden.

Doel van het project

Wat de vooruitzichten zijn na een Fontan-operatie hangt onder andere af van de precieze afwijkingen aan het hart en de bloedvaten, de verdere behandeling met medicijnen en van de toegepaste operatietechnieken. Aangezien met name deze laatste inmiddels sterk veranderd zijn sinds de eerste uitvoering van de Fontan-operatie in 1968, is het onderhand tijd om eens opnieuw de lichamelijke en psychische effecten van de Fontan-operatie op de langere termijn en de factoren die hierbij van belang zijn te inventariseren. In dit project zal een dergelijke inventarisatie plaatsvinden op basis van de gegevens van zo’n 280 patiënten bij wie een Fontan-operatie meer dan 4 jaar geleden is uitgevoerd.


Het verband tussen veneuze trombose en atherosclerose

Dr. S. Middeldorp
Klinische Epidemiologie en Algemene Interne Geneeskunde
Leiden UMC

Bij veneuze trombose ontstaan er gezondheidsklachten doordat een bloedstolsel in een ader, meestal een ader in een been, de afvoer van het bloed naar het hart blokkeert. Blokkeert een bloedstolsel de doorgang van een slagader van het hart, dan ontstaat een hartinfarct. Tot enkele jaren geleden werden de veneuze trombose en het hartinfarct gezien als hart- en vaataandoeningen met een totaal verschillende ontstaanswijze. De veneuze trombose zou vooral ontstaan door een verstoorde bloedstolling, het hartinfarct als gevolg van het voortschrijdend proces van atherosclerose, het ontstaan van vernauwingen in een slagader door lokale ophoping van vet, extra vaatwandweefsel en ontstekingscellen. Recent is duidelijk geworden dat beide aandoeningen mogelijk ook gemeenschappelijke oorzaken hebben. Overgewicht, bijvoorbeeld, blijkt een risicofactor voor beide vormen van vaatziekte. En aandoeningen van de slagaderen komen meer dan gemiddeld voor bij mensen met veneuze trombose.

Doel van het project

Doel van dit project is de relatie en mogelijke gemeenschappelijke risicofactoren voor veneuze trombose en atherosclerose nauwkeurig in kaart te brengen. Hiertoe worden allerlei gegevens (aanwezigheid van ontstekingsfactor, suikerziekte, stollingsneiging van het bloed, mate van atherosclerose, optreden van veneuze trombose, enzovoort) verzameld. Dit gebeurt bij ruim 11.000 deelnemers aan twee verschillende studies, respectievelijk de reeds lang lopende MEGA-studie en de pas gestarte NEO-studie. Op grond van de nieuwe kennis die dit project zal opleveren, wordt het wellicht in de toekomst mogelijk gerichter zowel het ontstaan van veneuze trombose als het ontstaan van atherosclerose tegen te gaan.


Hart- en vaatziekten bestrijden in de bijnier

Dr. M. Hoekstra
Biofarmacie
Universiteit Leiden

Cholesterol vormt de grondstof voor de aanmaak van zogeheten steroïdhormonen in de bijnier. Inmiddels staat vast dat een verhoogde aanmaak van steroïdhormonen het ontstaan bevordert van zowel atherosclerose(de vernauwing van slagaders door lokale ophoping van vet, ontstekingscellen en extra vaatwandcellen in de vaatwand) als het metabool syndroom (de gelijktijdige aanwezigheid van overgewicht, hoge bloeddruk en verhoogde waarden van glucose en cholesterol in het bloed). Zowel atherosclerose als het metabool syndroom zijn belangrijke oorzaken voor het ontstaan van hart- en vaatziekten.
Het beïnvloeden van de aanmaak van steroïdhormonen in de bijnier zou daarom in principe van invloed kunnen zijn op zowel de mate van atherosclerose als op het ontstaan van het metabool syndroom.

Doel van het project

Dit project heeft als doel dit principe in de praktijk te testen. Dit zal gebeuren met behulp van muizenstammen die gemakkelijk atherosclerose ontwikkelen óf gemakkelijk overgewicht ontwikkelen. In deze muizenstammen zal de aanmaak van steroïdhormonen worden gemanipuleerd door verschillende soorten genetisch gemanipuleerde bijniercellen in de muizen te brengen. Elk type gemanipuleerde bijniercellen mist een van de eiwitten die nodig zijn voor de aanmaak van steroïdhormonen. Van ieder eiwit wordt zo bekend welke rol het speelt bij de aanmaak van de verschillende steroïdhormonen door de bijnier. En ook wordt duidelijk wat de gevolgen zijn van het uitvallen van dit eiwit op de ontwikkeling van atherosclerose en/of het metabool syndroom. Dit levert mogelijk nieuwe doelwitten op voor de behandeling van atherosclerose en het metabool syndroom.


Projecten afgerond in 2008







Uitkomst beroerte niet beter door paracetamol

Dr. D.W.J. Dippel
Neurologie, Erasmus MC
Erasmus Universiteit Rotterdam

Wanneer mensen getroffen worden door een beroerte en in de eerste uren ook koorts ontwikkelen, valt de schade aan de hersenen gemiddeld hoger uit dan bij mensen die na de beroerte geen koorts krijgen.

Doel van het project

Het doel van het project was om te bekijken of het omgekeerde óók geldt, namelijk dat het actief verlagen van de lichaamstemperatuur tot minder schade en een beter herstel leidt.
Hiervoor zijn zevenhonderd mensen binnen twaalf uur nadat de beroerte zich voordeed drie dagen lang behandeld met een hoge dosis (6 gram per dag) van het koortsverlagende middel paracetamol.
Ondanks dat de lichaamstemperatuur gemiddeld een klein beetje (0,26 °C) daalde, had de behandeling met paracetamol geen invloed op de lichamelijke conditie van de patiënten en de mate waarin herstel van allerlei lichaamsfuncties was opgetreden.

Klein effect

Alleen bij patiënten met de meeste koorts was een klein positief effect te zien van paracetamol. Een standaardbehandeling met een hoge dosis paracetamol na een beroerte bevelen de onderzoekers daarom vooralsnog niet aan.


Mechanisme achter het antifosfolipidensyndroom ontrafeld

Prof. dr. Ph.G. de Groot
Hematologie
&
Dr. R.H.W.M. Derksen
Reumatologie en Klinische Immunologie
Universitair Medisch Centrum Utrecht

Het antifosfolipidensyndroom is een zeldzame aandoening die gepaard gaat met een sterk verhoogde kans op het ontstaan van bloedstolsels (trombose) in zowel de aderen als de slagaderen). Bij vrouwen kan dit onder andere leiden tot herhaalde miskramen, doordat er stolsels ontstaan in de placenta. Daarnaast verloopt bij patiënten met dit syndroom het proces van atherosclerose, het lokaal dichtslibben van de bloedvaten, sneller.

Doel van het project

Het doel van het project was om het mechanisme achter het antifosfolipidensyndroom te ontrafelen. Het antifosfolipidensyndroom dankt zijn naam aan de antistoffen die de patiënten in hun bloed hebben. Aanvankelijk leken deze antistoffen specifiek gericht tegen fosfolipiden (een bepaald soort vetten) in het lichaam. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de antistoffen gericht zijn tegen het eiwit bèta2-glycoproteïne I. In aanwezigheid van de antistoffen hecht dit eiwit in sterke mate aan bloedplaatjes, maar ook aan andere lichaamscellen, zoals witte bloedcellen en cellen die de binnenkant van bloedvaten bekleden (endotheelcellen). Bèta2-glycoproteïne I bindt hierbij met name aan receptoren uit de LDL-receptorfamilie, de receptoren voor het LDL-cholesterol.

Verhoogde kans op trombose

In dit project hebben de onderzoekers aangetoond dat de koppeling van bèta2-glycoproteïne I aan de LDL-receptor ertoe leidt dat bloedplaatjes gemakkelijker aan elkaar klonteren en zo een stolsel vormen. Dit verklaart de verhoogde kans op trombose bij patiënten met het antifosfolipidensyndroom.


Bindweefsel belangrijk bij ontstaan hartritmestoornissen

Prof. dr. J.M.T. de Bakker
Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN)
Utrecht

De hartspier trekt alleen krachtig en ritmisch samen als de elektrische prikkels die de hartspier doen samentrekken zich ongestoord en gecoördineerd over de hartspier kunnen verspreiden. Gebeurt dit niet, dan ontstaan er hartritmestoornissen en de hartspier trekt zich onregelmatig of helemaal niet samen. Willen de elektrische prikkels zich ongestoord en gecoördineerd over de hartspier kunnen verspreiden, dan moet er in de hartspier een goed evenwicht zijn tussen drie factoren: connexines, natriumkanalen en bindweefsel. Connexines zijn eiwitten die de geleiding van de elektrische prikkels in de hartspier bevorderen, natriumkanalen maken het spierweefsel gevoelig voor de elektrische prikkels en bindweefsel werkt als ‘isolatiemateriaal’ zodat de elektrische prikkel zich niet lukraak over de spier verspreidt.
Tijdens verschillende hartaandoeningen veranderen de hoeveelheden connexines, natriumkanalen en bindweefsel in de hartspier.

Doel van het project

Het doel van dit onderzoek was om na te gaan in welke mate elk van de hiervoor genoemde veranderingen afzonderlijk bijdraagt aan de uiteindelijke prikkelgeleiding in het hart.
Hiervoor is de prikkelgeleiding bestudeerd in muizen.
Hieruit werd duidelijk dat het hart wel een stootje kan hebben. Bij muizen met minder connexines, minder natriumkanalen of minder van beide blijkt de prikkelgeleiding maar marginaal verstoord. Hartritmestoornissen blijven uit.

Toename bindweefsel

Een toename van de hoeveelheid bindweefsel, zoals in het hart onder andere gebeurt na een hartinfarct, leidt daarentegen wel tot een vertraagde prikkelgeleiding en een verhoogde kans op hartritmestoornissen. De toename van bindweefsel lijkt dus de belangrijkste verandering in de hartspier die leidt tot hartritmestoornissen.


Bètablokkers verlagen kans hartklachten bij operatie

Prof. dr. ir. H. Boersma
Klinische Epidemiologie
Erasmus MC Rotterdam

Wie een operatie ondergaat heeft een (licht) verhoogde kans op het krijgen van hartklachten, ook als de operatie niet aan het hart zelf plaatsvindt. De lichamelijke stress die een operatie oplevert voor het lichaam leidt namelijk tot een grotere vraag naar zuurstof door de hartspier. Ook verandert tijdens de operatie de verhouding tussen stollings- en antistollingsfactoren in het bloed (wat de kans op de vorming van bloedstolsels verhoogt) en kunnen atherosclerotische plaques in de bloedvaten gemakkelijker scheuren. In de praktijk treden er in Nederland bij ongeveer één op de duizend operaties hartklachten bij de patiënt op die rechtstreeks het gevolg zijn van de operatie zelf. Meestal gaat het hierbij om oudere mensen.

Doel van het project

Het doel was om aan te tonen dat patiënten die vooraf aan de operatie een zogeheten bètablokker, een geneesmiddel dat de hartslagfrequentie verlaagt, krijgen toegediend minder kans lopen hartklachten te krijgen door de operatie.
Dit blijkt inderdaad het geval te zijn.

Advies

De onderzoekers raden daarom aan tijdens de operatie de hartslag met behulp van bètablokkers te verlagen tot tussen de vijftig en zeventig slagen per minuut. De bescherming van de bètablokkers is het hoogst als al dertig dagen voor de operatie gestart wordt met het toedienen van het medicijn en als dit nog tot dertig dagen na de operatie wordt volgehouden.


Herstel van de taalfunctie na een herseninfarct

Prof. dr. L.J. Kapelle
Neurologie
&
Dr. R.M. Dijkhuizen
Medische Beeldvorming
Universitair Medisch Centrum Utrecht

Taalproblemen (afasie) komen veel voor na een herseninfarct (beroerte). Deze taalproblemen zijn voor de patiënt een sterke sociale handicap. Bij veel patiënten herstelt de taalfunctie zich in meer of mindere mate in de eerste maanden na het infarct. Hierbij spelen veranderingen in de hersenen een rol. De taalfuncties worden (deels) overgenomen door andere, onbeschadigde hersengebieden. Tot op heden is het niet mogelijk kort na het herseninfarct de uiteindelijke mate van herstel te voorspellen. Ook is niet duidelijk welke hersengebieden betrokken zijn bij het herstel.

Doel van het project

In dit project is met behulp van een beeldvormende techniek (fMRI) onderzocht in welke hersengebieden zich veranderingen voordoen tijdens het herstel. Patiënten werden hiervoor na het herseninfarct een jaar lang gevolgd. Van tijd tot tijd deden zij taaltesten terwijl met de fMRI de activiteit van diverse hersengebieden in kaart werd gebracht.

Linker hersenhelft meeste activiteit

Hieruit werd duidelijk dat met name in de linker hersenhelft (waar bij de meeste mensen de voornaamste taalactiviteit zich afspeelt) ook tijdens het herstel van het begrijpen van taal en het zelf spreken de meeste activiteit plaatsvindt. Activiteit in de rechter hersenhelft is wel gerelateerd aan herstel van het begrijpen van taal, niet aan het zelf spreken.
Deze kennis is een eerste stap op weg naar een beter begrip van het herstel van taalvermogen na een herseninfarct. Meer kennis is nodig om in de toekomst dit herstel te kunnen ondersteunen of in een vroeg stadium een uitspraak te kunnen doen over de kansen op volledig herstel.


C-reactive protein is risicofactor voor hart- en vaatziekten

Dr. J.G. van der Bom
Julius Center for Health Sciences and Primary Care
Rijksuniversiteit Utrecht

Behalve bekende factoren als roken, hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte lijkt ook een verhoogde hoeveelheid van het eiwit C-reactive protein (CRP) de kans op hart- en vaatziekten te vergroten. Maar er is verschil: roken, hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte spelen vooral een rol tijdens het langzaam dichtslibben van de aderen; CRP echter lijkt vooral van belang bij het ontstaan van het acute hart- of herseninfarct. CRP maakt deel uit van de zogeheten acutefase-reactie, een snelle reactie van het lichaam op beschadigingen en ontstekingen. De sterkte van deze acutefase-reactie varieert van persoon tot persoon en is waarschijnlijk genetisch bepaald.

Doel van het project

Het doel van dit onderzoek was om te bekijken of mensen die van nature een sterkere acutefase-reactie vertonen ook meer kans lopen hart- en vaatziekten te krijgen.
Om die vraag te beantwoorden is in dit project de sterkte van acutefase-reactie (door de aanmaak van CRP na een griepvaccinatie te meten) vergeleken tussen controlepersonen en kinderen van mensen die een hartinfarct hebben ondergaan. Dat laatste was nodig aangezien het meten van de sterkte van acutefase-reactie bij hartpatiënten zelf een vertekend beeld geeft. De medicijnen die zij gebruiken zijn namelijk ook van invloed op de sterkte van de acutefase-reactie. Gezien de erfelijkheid van de sterkte van de acutefase-reactie is daarom gekozen voor het meten van de reactie bij twee kinderen van iedere patiënt.

Uitkomst

De acutefase-reactie blijkt bij de kinderen van de patiënten inderdaad sterker te verlopen dan bij de controlepersonen. Dat versterkt het idee dat CRP een risicofactor is voor het krijgen van hart- en vaatziekten en dat het meten van CRP-waarden kan bijdragen aan het opstellen van een risicoprofiel voor het krijgen van hart- en vaatziekten.


Hoogrisico-plaques in beeld gebracht

Prof. dr. C.J.A. van Echteld
Cardiologie
Universitair Medisch Centrum Utrecht

Een hartinfarct ontstaat vaak na het openscheuren van een atherosclerotische plaque, een plaatselijke ophoping van vet en ontstekingscellen in de bloedvatwand. Niet alle plaques scheuren echter even gemakkelijk open. Om bij een individu de kans op een hartinfarct in te schatten, is het daarom niet alleen nodig de aanwezigheid van eventuele plaques in kaart te brengen, maar ook de kans op scheuren van de aanwezige plaques te kennen. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat de aanwezigheid van veel ontstekingscellen, veel vet en slechts een dunne bindweefsellaag die de plaque afdekt de kans op scheuren van de plaque vergroot.

Doel van het project

In dit onderzoek is aangetoond dat het mogelijk is (in geïsoleerde stukjes menselijk bloedvat en in muizen) met een geavanceerde vorm van beeldvorming – zogeheten hogeresolutie MRI – inzicht te krijgen in de samenstelling van de plaques. Ook is de methode geschikt om plaques in beeld te brengen die niet leiden tot een vernauwing van het bloedvat (doordat de verdikking van de vaatwand door de ophoping van vet en ontstekingscellen naar de buitenkant van de bloedvatwand plaatsvindt). Dergelijke plaques worden tijdens het gebruikelijke röntgenonderzoek van de bloedvaten over het hoofd gezien. Verder onderzoek moet uitwijzen of deze methode ook toepasbaar is bij mensen en in hoeverre aan de hand van deze MRI-beelden een voorspelling gedaan kan worden over de kans op scheuren van de plaques.


Visvetzuren niet altijd gezond

Dr. R. Coronel
Experimentele Cardiologie
Cardiovascular Research Institute Amsterdam (CRIA)
AMC Amsterdam
&
Dr. P.L. Zock
Humane Voeding en Epidemiologie
Wageningen Universiteit

Regelmatig vette vis eten (onder andere zalm, makreel) beschermt gezonde mensen tegen fatale hartaandoeningen zoals een acute hartstilstand of kamerfibrilleren, blijkt uit diverse onderzoeken. Verantwoordelijk voor deze bescherming zijn de vetzuren in de vis, de zogeheten omega 3-vetzuren. Echter voor mensen met een reeds bestaande hartafwijking ligt de situatie ingewikkelder, blijkt uit recent onderzoek. Waar mensen met hartfalen en mensen die reeds een hartinfarct hebben doorgemaakt baat hebben bij extra omega 3-vetzuren, bijvoorbeeld in de vorm van visoliecapsules, blijken mensen met angina pectoris (tijdelijke pijn op de borst bij inspanning) bij het gebruik van extra omega 3-vetzuren juist meer kans te hebben op een (fatale) hartritmestoornis, dat wil zeggen ongecoördineerd samentrekken van de hartspier.

Doel van het project

Dit onderzoek, uitgevoerd aan harten van mensen, varkens en konijnen, laat zien hoe genoemd verschil tot stand komt. Extra omega 3-vetzuren in de voeding leidt tot extra omega 3-vetzuren in de hartspiercellen. Dit blijkt een tegengestelde werking te hebben op de mechanismen die leiden tot hartritmestoornissen bij respectievelijk angina pectoris en bij hartfalen of na een hartinfarct. Bij angina pectoris ontstaan de hartritmestoornissen doordat de elektrische prikkel die de spier laat samentrekken enige tijd blijft rondcirkelen rondom een slecht doorbloed deel van de hartspier. Doordat de extra omega 3-vetzuren de hartspiercellen gevoeliger maken voor de elektrische prikkel stijgt ook de kans op ongecoördineerd samentrekken van de spier onder invloed van de rondcirkelende elektrische prikkel. Hartritmestoornissen na een hartinfarct of bij hartfalen komen daarentegen voort uit een overmaat aan het mineraal calcium in de hartspiercel. Extra omega 3-vetzuren in de hartspiercellen blijkt de hoeveelheid calcium in de hartspiercel te verminderen. Hierdoor daalt de kans op hartritmestoornissen.


Scheuren van plaque mogelijk te voorspellen

Prof. dr. M.J.A.P. Daemen
Cardiovascular Research Institute Maastricht
Universiteit Maastricht

Acute hart- en vaataandoeningen zoals een hartinfarct of een herseninfarct ontstaan meestal als gevolg van het scheuren van een atherosclerotische plaque, een lokale ophoping van vet en ontstekingscellen in de bloedvatwand. Dit scheuren is het gevolg van veranderingen in de bouw en samenstelling van de plaque. Als gevolg hiervan wordt de plaque ‘onstabiel’: er ontstaan scheurtjes in de buitenlaag van de plaque waarop zich bloedstolsels gaan vormen. Laat zo’n stolsel los, dan kan het verderop in het bloedvatenstelsel de doorgang van een bloedvat blokkeren in een deel van de hartspier of van de hersenen. De doorbloeding van dat stuk hart of hersenen stokt en het infarct is een feit.

Doel van het project

Het aanvankelijke doel van dit project was na te gaan of er genen zijn aan te wijzen die een rol spelen bij de overgang van stabiele naar onstabiele plaque. Meten van de activiteit van dergelijke genen zou gebruikt kunnen worden om het risico op een infarct beter te kunnen voorspellen. Het onderzoek leverde echter geen bruikbare genen op.
Wel bleek het mogelijk met behulp van een beeldvormende techniek (MRI) onderscheid te maken tussen plaques bij mensen die hiervan reeds nadelig effect hebben ondervonden (hart- of herseninfarct) en plaques die (nog) niet geleid hebben tot nadelige effecten.

Eiwitten en witte bloedcellen

Ook bleek de aanwezigheid van bepaalde eiwitten in het bloed (fibrinogeen, MPO, hs-CRP) en de hoeveelheid witte bloedcellen te verschillen tussen mensen met en zonder gevolgen van de plaques. Verder onderzoek moet uitwijzen in hoeverre het mogelijk is op basis van de MRI-beelden en hoeveelheden eiwitten en witte bloedcellen een betrouwbare voorspelling te doen over het risico op een hart- of herseninfarct.


Bestaand geneesmiddel (AZA) remt groei van glad spierweefsel in vaatwand

Prof. dr. C.J.M. de Vries
Biochemie
Academisch Medisch Centrum Amsterdam

Sommige vormen van aantasting van de bloedvaten ontstaan doordat er een overmatige groei van glad spierweefsel optreedt aan de binnenkant van de vaten. Dit belemmert de bloedstroom door het vat. Voorbeelden hierbij zijn de ‘vein-graft disease’, waarbij de bypass van een kransslagader al na relatief korte tijd niet goed meer functioneert, en ‘in-stent restenose’, waarbij een in een gedotterd bloedvat geplaatste stent dichtgroeit met gladspierweefsel uit de vaatwand. Ook de verdikkingen in de vaatwand die ontstaan bij atherosclerose bestaan naast ontstekingscellen en vet voor een deel uit glad spierweefsel.

Doel van het project

In dit project is aangetoond dat de groei van glad spierweefsel in bloedvaten geremd kan worden door het azathioprine (AZA), een geneesmiddel dat onder andere wordt ingezet na orgaantransplantaties en bij chronische ontstekingen van de darm, zoals de ziekte van Crohn. Anderzijds bevordert AZA de groei van het vaatendotheel, de cellaag die bijdraagt aan een goede werking van de bloedvaten. Toegediend aan muizen met een verhoogd risico op atherosclerose gaat AZA de groei van atherosclerotische plaques in de bloedvaten tegen. Aangebracht op een stent onderdrukt AZA de groei van glad spierweefsel in de stent. Dit laatste wordt inmiddels verder onderzocht op bruikbaarheid bij patiënten.


Cholesterol al risicofactor in de baarmoeder

Prof. dr. A.C. Grittenberger-de Groot
Anatomie en Embryologie
Leiden Universitair Medisch Centrum
&
Prof. dr. L. Havekes
TNO Preventie en Gezondheid
Leiden

De kans om op latere leeftijd atherosclerose te ontwikkelen hangt niet alleen af van genetische aanleg en leefstijl. Recent onderzoek wijst erop dat ook de omstandigheden tijdens de embryonale ontwikkeling hierop al van invloed zijn. Met name de blootstelling in de baarmoeder aan verhoogde hoeveelheden cholesterol zou daarbij een rol kunnen spelen.

Doel van het project

In dit project is aangetoond dat (genetisch gemanipuleerde) muizen met een hoge cholesterolwaarde tijdens de zwangerschap jongen krijgen die zelf gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van atherosclerose. Het verhoogde cholesterolgehalte in de baarmoeder bevordert onder andere de groei van extra spierweefsel in de vaatwand, blijkt uit het onderzoek. Bovendien is er op het moment van geboorte van deze nakomelingen al sprake van schade aan de binnenbekleding van de bloedvaten (endotheel). Deze schade herstelt echter in de eerste weken na de geboorte.
Naast blootstelling in de baarmoeder aan hoge cholesterolwaarden bevordert ook blootstelling aan ontstekingen en oxidatieve stress (de aanwezigheid van veel reactieve zuurstofmoleculen) het ontstaan van atherosclerose later in het leven.

Cholesterolgehalte checken

Op grond van de resultaten van dit onderzoek lijkt het – met het oog op de toekomstige gezondheid van het kind – zinvol bij zwangere vrouwen het cholesterolgehalte goed in de gaten te houden. Zonodig kan het cholesterolgehalte verlaagd worden via dieet- en leefstijlmaatregelen (meer bewegen, niet roken). Verlagen van het cholesterolgehalte met behulp van statines is niet aan te raden aangezien de effecten daarvan op het kind niet duidelijk zijn.


Een muizenmodel voor onderzoek naar HDL-cholesterol

Dr. P.C.N. Rensen
Gaubiuslaboratorium, Leiden
&
Prof. dr. J.W. Jukema
Cardiologie
Leiden Universitair Medisch Centrum

Bij het ontstaan van atherosclerose is de verhouding tussen LDL-cholesterol en HDL-cholesterol in het bloed van groot belang. Een hoge waarde aan LDL-cholesterol bevordert atherosclerose, terwijl een hoge waarde aan HLD-cholesterol beschermend werkt. Inmiddels zijn er diverse medicijnen op de markt die de hoeveelheid LDL-cholesterol effectief kunnen verlagen. Middelen die het HDL-cholesterol kunnen verhogen bevinden zich nog in de onderzoeksfase. Een manier om de hoeveelheid HDL-cholesterol te verhogen is door de activiteit van het enzym CEPT, dat cholesterol overbrengt van HDL-deeltjes naar LDL-deeltjes, te blokkeren.

Doel van het project

Tijdens dit project is een modelmuis gecreëerd die, anders dan gewone muizen maar net als de mens, CETP aanmaakt. Met deze muizen is aangetoond dat LDL-verlagende medicijnen als statines en fibraten de aanmaak van CEPT remmen, waardoor de hoeveelheid HDL-cholesterol toeneemt (naast de reeds bekende afname van de hoeveelheid LDL-cholesterol door het remmen van de aanmaak van cholesterol in het lichaam).
Met behulp van de modelmuis is eveneens uitgezocht waarom een grootschalige studie bij mensen met een experimentele CEPT-remmer in 2006 gestopt moest worden wegens meer sterfte in de experimentele groep. Het middel remt weliswaar CEPT, maar bevordert tevens scheuren van atherosclerotische plaques, blijkt uit dit onderzoek. Ten slotte is met behulp van de modelmuis aangetoond dat het lichaamseigen eiwit apoCI weliswaar CEPT remt maar tevens de aanmaak bevordert van extra VLDL-cholesterol, een vorm van cholesterol die net als LDL-cholesterol de vorming van atherosclerose bevordert. Daardoor is het niet te gebruiken als medicijn om de kans op atherosclerose te verminderen.

Gewijzigd apoCI-eiwit

Een ietwat gewijzigd apoCI-eiwit daarentegen blijkt alleen CEPT te remmen. Mogelijk vormt dit gewijzigde apoCI-eiwit de basis voor een veilig en effectief medicijn dat de hoeveelheid HDL-cholesterol in het bloed kan verhogen.


Programma's




Een leven hoeft niet te stoppen bij een hartstilstand

Elke week worden driehonderd Nederlanders buiten het ziekenhuis getroffen door een plotselinge hartstilstand. Slechts vijf tot tien procent van de slachtoffers overleeft.

Dat zijn schrikbarende cijfers. Snelle en doeltreffende hulp van omstanders is van levensbelang. Maar diezelfde omstanders moeten wel weten dat de eerste zes minuten bij een hartstilstand cruciaal zijn én moeten dus weten wat zij moeten doen.

Campagne

Het doel van de campagne Nationaal Programma Hartstilstand is om met de hulp van het publiek de overlevingskans bij een hartstilstand te vergroten van 10 naar 25 procent.
Dat doet de Hartstichting op de volgende wijze:


Wat houdt het 6-minutenconcept in?


Om de overlevingskans na een hartstilstand te verhogen is het noodzakelijk dat binnen zes minuten de juiste hulp geboden wordt. Deze hulp bestaat uit drie stappen.
1 Bel 112 om de ambulancedienst in te schakelen.
2 Reanimeer: hartmassage en mond-op-mondbeademing.
3 Defibrilleer met een AED.

Door snel te handelen wordt de overlevingskans van het slachtoffer verhoogd naar vijftig tot zeventig procent.

Strategie 6-minutencampagne

Met de 6-minutencampagne wil de Hartstichting het publiek bekendmaken met het 6-minutenconcept en oproepen tot actie, het volgen van een reanimatiecursus. Hiervoor zijn in 2008 de volgende middelen ingezet:

Ook werd aandacht besteed aan het onderwerp in Eén Vandaag (alarmeringssysteem in Twente) en in het Algemeen Dagblad (reanimatie in verzorgingstehuis).

Resultaten 6-minutencampagne

Uit een TNS NIPO-meting blijkt dat inmiddels de helft van de Nederlanders weet wat een AED is en een derde weet wat defibrilleren is. 86 procent van de Nederlanders zegt te gaan reanimeren als er iemand in hun omgeving een hartstilstand krijgt. Ook is men zich goed bewust van het hoge aantal hartstilstanden en weet 90 procent dat er snel (binnen zes minuten) gehandeld dient te worden bij een hartstilstand (reanimeren en defibrilleren).

Herkenning hartstilstand minder

Helaas is de herkenning van een hartstilstand nog niet optimaal; hiernaar zal dan ook meer aandacht moeten uitgaan. Ook kunnen mensen zich de inhoud van een aantal nieuwe campagne-uitingen, waaronder de tv-spot, niet goed herinneren. Daarom zullen deze ook in 2009 opnieuw ingezet worden.


Reanimatiepartners

De Reanimatiepartners van de Hartstichting verzorgen door het hele land reanimatieonderwijs. Eind 2008 waren er 219 reanimatiepartners en ruim 295 cursuslocaties, verspreid over het hele land.
In het najaar zijn er twee zeer geslaagde bijeenkomsten voor de Reanimatiepartners georganiseerd met een aantal interessante lezingen.

Website

Voor die Reanimatiepartners die nog geen eigen website hebben, heeft de Hartstichting een format gemaakt, die gevuld kan worden met eigen gegevens.
Ook werd een digitale nieuwsbrief verstuurd naar de reanimatiepartners.

Toename aantal cursisten

Uit een in juni 2008 gehouden enquête bleek dat het aantal cursisten in 2007 enorm gestegen was.
De website www.reanimatiepartners.nl is in 2008 67.916 keer bezocht, waarbij 56.625 mensen actief gezocht hebben naar een cursuslocatie bij hen in de buurt. Dit is een toename van 30 procent ten opzichte van 2007.

Soort Cursus Aantal cursisten in 2006 Aantal cursisten in 2007 Procentuele stijging
BLS
Herhaling BLS
AED
Herhaling AED
BLS + AED
Herhaling BLS  + AED
5564
22074
1872
1615
1983
2483
8894
22291
6263
4782
4857
6353
60%
1%
235%
196%
145%
156%

BLS= Basic Life support, reanimatie


6-minutenzones

Een 6-minutenzone is een gebied waarin alles zo geregeld is dat alle drie stappen van het 6-minutenconcept efficiënt toegepast kunnen worden.

Ondersteuning via website

Via de website www.6minutenzone.nl wordt ondersteuning geboden aan mensen die een 6-minutenzone in hun omgeving willen opzetten door middel van onder andere informatiemodules, een sjabloon voor een persbericht en een PowerPoint-presentatie.
Ook is er een digitale nieuwsbrief 6-minutenzone Online opgezet, die naast tips en nieuwsitems over 6-minutenzones deze ook in beeld brengt.

De website www.6minutenzone.nl is in 2008 zeven keer zo vaak bezocht als in 2007. Via de inbox 6minutenzone@hartstichting.nl kunnen vragen worden gesteld.

Workshops

Er zijn inmiddels drie workshops ‘Starten met een 6-minutenzone’ georganiseerd die goed bezocht werden.

Marathon

De Hartstichting heeft, met hulp van vrijwilligers, ervoor gezorgd dat het parcours van de Fortis Marathon Rotterdam omgevormd is tot een 6-minutenzone. 


Hart voor mensen

Gelukkig overleven steeds meer mensen het acute stadium van een hart- of vaatziekte. Een gevolg hiervan is wel dat een steeds groter wordende groep moet leren omgaan met de beperkingen die een hart- of vaatziekte met zich meebrengt. Zoals de lichamelijke en psychische gevolgen en de aanpassingen in leefstijl die moeten worden gedaan. Omdat hiervoor nog te weinig aandacht is vanuit de zorg heeft de Hartstichting samen met zorgverleners en patiënten het programma ‘Hart voor mensen’ ontwikkeld.

Aandacht voor de persoon met de ziekte

Patiënten en hun naasten worden ondersteund bij leefstijlaanpassingen (op het gebied van voeding, beweging, stoppen met roken en ontspanning) en krijgen hulp bij het omgaan met hun (chronische) beperkingen (en eventuele aanpassingsproblematiek). Hart voor mensen wil dat er meer aandacht komt voor de psychische gevolgen van een hart- of vaatziekte en wil daarbij de patiënt centraal stellen. Ook is het belangrijk dat de sociale omgeving van de patiënt (partner, kinderen) goed geïnformeerd en ondersteund wordt.

Projecten

In samenwerking met wetenschappers, professionals uit de zorg en patiënten zijn aanbevelingen ontwikkeld vooral voor de psychosociale aspecten van de zorg. De volgende projecten werden opgezet:

De projectbeschrijvingen en resultaten kunt u nalezen op: www.hartvoormensen.nl.


Hart voor mensen algemeen

Trainingen en ondersteuning

In 2008 zijn verschillende trainingen gegeven aan de contactpersonen van patiëntenorganisaties en werd ondersteuning geboden op diverse thema- en contactdagen. Ook werden in samenwerking met Hart voor mensen cursussen ontwikkeld op het gebied van omgaan met de beperkingen ten gevolge van hart- en vaatziekten.

Website voor professionals

In 2008 is een website (www.hartvoormensen.nl) ontwikkeld voor professionals uit de zorg met informatie op het gebied van psychosociale zorg bij hart- en vaatziekten.

Inventarisatie naar zorgpraktijken

Er werd in 2008 een inventarisatie naar zorgpraktijken op het gebied van coronaire hartziekten (CHZ), hartfalen en beroerte afgerond.

Zitting in commissies

Op aanvraag werd zitting genomen in diverse commissies op het gebied van richtlijnontwikkeling, zorgstandaardontwikkeling, ontwikkeling van onderzoeksvoorstellen en zorgontwikkeling.

Gelukkiger gezond

In samenwerking met de Universiteit Leiden en de Volkskrant werd het e-coachingstraject ‘Gelukkiger gezond’ ontwikkeld en uitgevoerd. Lezers van de Volkskrant kregen de gelegenheid om op basis van de zelfregulatiemethode te werken aan hun fysieke en mentale gezondheid.


Psychosociale zorg bij coronaire hartziekten (CHZ) en hartfalen

Onderzoek

Er is een onderzoek gestart naar signalering en behandeling van psychosociale problematiek bij CHZ en hartfalen binnen het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Expertmeeting

In 2008 werd een expertmeeting georganiseerd over psychosociale screening bij CHZ en hartfalen. De resultaten hiervan worden gebruikt bij het uitzetten van een ‘kader’ op dit gebied.

Voorbeeldpraktijken

Er werden interviews gehouden bij voorbeeldpraktijken op het gebied van CHZ en hartfalen. De resultaten hiervan werden gepubliceerd op de website van de Hartstichting.

Trainingen

De volgende trainingen werden gegeven.

 


Psychosociale zorg bij CVA

Voorbeeldpraktijken

Er werden interviews gehouden bij voorbeeldpraktijken op het gebied van CVA. De resultaten hiervan werden gepubliceerd op de website van de Hartstichting. In samenwerking met een organisatie op het gebied van afasie is een interventie ontwikkeld speciaal voor de doelgroep afasiepatiënten in de chronische fase. In samenwerking met een voorbeeldpraktijk is gestart met een implementatie van een interventie voor de chronische fase die gebaseerd is op het programmamodel.

Trainingen

De volgende trainingen zijn gegeven (of aangepast):

 


Stress en psychosociale problematiek bij hart- en vaatziekten

Uit recente onderzoeken komen steeds meer aanwijzingen dat stress en psychosociale problematiek een directe bijdrage aan het risico op hart- en vaatziekten levert. Dit geldt zowel bij het ontstaan, de genezing als het omgaan met hart- en vaatzieken. Hiernaast hebben stress en de daarmee samenhangende psychosociale problematiek een negatieve invloed op de kwaliteit van leven.

Expertmeeting

In 2008 werd de expertmeeting ‘Het stressmechanisme; The missing link’ georganiseerd.

Doel van de bijeenkomst was om een beeld te krijgen van ‘the state of the art’ op het gebied van (chronische) stress; het ontwikkelen van een netwerk van deskundigen en het exploreren van samenwerkingsmogelijkheden op dit gebied met andere gezondheidsfondsen.

De uitkomsten van deze expertmeeting zullen onder meer worden gebruikt voor de ontwikkeling van voorlichtingsmateriaal voor professionals en patiënten.

Onderzoekers

Voor onderzoekers waren diverse inleidingen met betrekking tot de relatie tussen stress en hart- en vaatziekten te volgen op de website van de Hartstichting.


Samen werken in preventie

2008 was een jaar waarin intensief is samengewerkt met gezondheidsfondsen, beroepsverenigingen, patiëntenorganisaties, kennisinstituten, zorgverzekeraars en het ministerie van VWS. Er is hard gewerkt aan de ontwikkeling van een Checkstandaard voor vroege opsporing van mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, diabetes en nierfalen. Daarnaast werden de richtlijnen voor de Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement (praktische handleiding voor preventie in de zorg) verder uitgebouwd. Ook werden er voorlichtingsbijeenkomsten voor de Turkse bevolking en een publiekscampagne Stoppen met Roken gehouden.

Het programma Passie voor Preventie 2008 omvat de volgende thema’s.

  1. LekkerLangLeven: aandacht voor vroege opsporing!
  2. Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement (VRM)
  3. Nieuwe Nederlanders: Kalbine Iyi Bak!
  4. Nationaal Programma Tabaksontmoediging (NPT)
  5. Nationaal Programma Overgewicht
  6. Congres Lang Leven Hart en Vaten!
  7. Financiering van preventie

 


LekkerLangLeven: aandacht voor vroege opsporing!

LekkerLangLeven is een programma van de Nierstichting, het Diabetes Fonds en de Nederlandse Hartstichting samen. Centraal hierin staat de vroege opsporing van hart- en vaatziekten, chronisch nierfalen en diabetes mellitus (suikerziekte).

Gezondheidscheck

Er is gewerkt aan de ontwikkeling van een richtlijn voor een gezondheidscheck waarmee het mogelijk is om mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, nierfalen en diabetes in een vroeg stadium op te sporen.

PreventieConsult

Door middel van een zogenoemd PreventieConsult kunnen huisartsen en bedrijfsartsen risicovolle groepen actief gaan benaderen. Het gaat vooral om 45-plussers en om de lage welstandsgroepen.

 

Risicocommunicatie

De Hartstichting heeft samen met de Nierstichting en het Diabetesfonds 500.000 euro uitgetrokken voor onderzoek naar risicocommunicatie rondom de gezondheidscheck. Hiermee wil men meer inzicht krijgen in de gevolgen voor degenen die zo’n check ondergaan, in de bewustwording van het eigen risico en in gedrags- en leefstijlveranderingen. Het uiteindelijke doel is hiermee de gezondheidscheck te verbeteren.

Bekendheid risicofactoren

Binnen het programma LekkerLangLeven is onderzoek verricht onder de Nederlandse bevolking naar de bekendheid met risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Ook werd mensen gevraagd naar hun leefstijl en de wens om hier iets aan te veranderen. Uit dit onderzoek blijkt dat bijna zestig procent van de bevolking een ongezonde leefstijl heeft en dat de lage welstandsgroepen het minst gezond leven. Zie ook de website: www.lekkerlangleven.nl.


Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement (VRM)

In de Zorgstandaard Vasculair Risicomanagement wordt beschreven hoe zorgverleners (deel I) en patiënten (deel II) risicofactoren voor hart- en vaatziekten behoren aan te pakken.

De zorgstandaard, ontwikkeld door het Platform Vitale Vaten, wordt geïntroduceerd tijdens het congres Vitaal Veranderen op 13 februari 2009. Dankzij een intensieve lobby van de Hartstichting heeft het ministerie van VWS een bedrag van € 1.500.000 ter beschikking gesteld om de zorgstandaard op acht plaatsen in Nederland in te voeren en te evalueren.

Literatuurstudie leefstijlinterventies

In 2008 liet de Hartstichting door het RIVM een literatuurstudie uitvoeren naar het effect van leefstijlinterventies (veranderingen in de leefstijl) bij de Nederlandse bevolking. Duidelijk is dat veranderingen in de leefstijl zoals stoppen met roken, gezonde voeding en meer bewegen veel bijdraagt aan de vermindering van ziekte en sterfte.


Nieuwe Nederlanders: Kalbine Iyi Bak!

Onder de naam Kalbine Iyi Bak (zorg goed voor je hart) zijn er in 2008 drie bijeenkomsten georganiseerd voor de lokale Turkse bevolking in een drietal Rotterdamse wijken. Vooral 45-plussers namen deel aan een middag met plenaire lezingen, workshops over voeding, bewegen, roken en een gezondheidscheck.

Evaluatie

Uit een evaluatieonderzoek bleek dat bijna zestig procent van de deelnemers het voornemen had om hun leefstijl aan te passen. In 2009 zal uitgebreider wetenschappelijk onderzoek worden opgezet naar de effectiviteit van de bijeenkomsten. Meer informatie over het verloop en het effect van de bijeenkomsten is te lezen op de website van de Hartstichting.


Nationaal Programma Tabaksontmoediging (NPT)

In het jaar 2008 is mede dankzij een intensieve lobby van fondsen de rookvrije horeca ingevoerd. Ook gingen de prijzen voor sigaretten als gevolg van accijnsverhoging met gemiddeld 25 tot 31 cent omhoog.

Campagne

Het Nationaal Programma Tabaksontmoediging voerde dit jaar de campagne ‘In elke roker zit een stopper’. Deze campagne had een groot bereik met onder meer uitingen op radio en tv (o.a. in het programma ‘Ik wed dat ik het kan’).

Stivoro

In totaal hebben ruim 400.000 mensen de site van Stivoro bezocht, waarvan 1.300 mensen zich aanmeldden voor de 24 uur niet-rokenactie. Het doel om tijdens de campagne 700.000 tot 1.000.000 stoppogingen te realiseren is ruimschoots gehaald.

Project

De Hartstichting ondersteunde het project ‘stopondersteuning in de zorg’ onder andere met een campagne in de vakbladen van professionals en het aanstellen van ambassadeurs stopondersteuning.


Nationaal Programma Overgewicht

Lespakket Lekker Fit!

De Hartstichting heeft in het kader van het convenant overgewicht meegewerkt aan de ontwikkeling van het lespakket Lekker Fit!. Het gaat om een lesmethode voor alle groepen in het primair onderwijs. Hiermee kunnen de basisscholen een bijdrage leveren aan de preventie van overgewicht, bewegingsarmoede en een ongezond voedingspatroon.

Voedingsinformatie

Op nationaal en internationaal niveau is gelobbyd voor heldere informatieverstrekking van de samenstelling van voedingsmiddelen op verpakkingen. Zo is gewerkt aan informatieve keurmerken waarmee de kwaliteit en voedingswaarde van een product ‘in één oogopslag’ zichtbaar is.

Haalbaarheidsonderzoek overgewicht

De Hartstichting verleende subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek naar een ‘minimale interventiestrategie’ overgewicht onder huisartsen. Ook werd subsidie gegeven voor de implementatie van de CBO-richtlijn Obesitas (overgewicht).


Congres Lang Leven Hart en Vaten!

Het thema van het congres van 25 november 2008 stond in het teken van risicofactoren rond hart- en vaatziekten. In een groot aantal parallelsessies werd onder meer uitgebreid ingegaan op de projecten van de Hartstichting, maar ook op de organisatie van zorg, risicocommunicatie en leefstijlfactoren als voeding, bewegen en roken.

In de pers is uitgebreid aandacht besteed aan het thema van het congres. Onder meer was het volgende te lezen: ‘een kwart van de hart- en vaatziekten kan worden voorkomen als mensen gezonder eten. Voldoende bewegen leidt tot vijftien procent minder harkwalen. Verandering van leefstijl is effectief ook bij hartpatiënten’.

Evaluatie congres Lang Leven Hart en Vaten!

(Evaluatie werd gedaan door PIT Actief.) 604 van de 700 deelnemers hebben het evaluatieformulier ingevuld en ingeleverd.


Uit de scores hierboven, samen met de opmerkingen op de evaluatieformulieren en de reacties uit de wandelgangen kan het volgende geconcludeerd worden.

  1. Het was een geslaagd congres dat het belang van preventie weer eens goed op de kaart heeft gezet.
  2. Het congres bood geen nieuwe kennis, maar een integratie van bestaande kennis en initiatieven op het gebied van preventie (dit verklaart goed het antwoord op vraag 1).
  3. De grootte van de groepen, ook in de sessies, maakte het lastig om vaardigheden over te dragen en om de deelnemers op hun eigen werkwijze te laten reflecteren (vraag 2 en 5). Toch is de Hartstichting daar wel in geslaagd (kijk naar de percentages bij het antwoord Nee).

Los hiervan heeft PIT Actief ook veel positieve reacties ontvangen over de locatie en de programma-intermezzo’s. Ook veel media hebben aandacht aan het congres besteed.

Evaluatieresultaten sessies



Financiering van preventie

De Hartstichting heeft in samenwerking met de samenwerkende gezondheidsfondsen (SGF) een visiedocument ontwikkeld voor de financiering van vroege opsporing van hart- en vaatziekten en voor leefstijlondersteuning. Op basis van deze visie, die voorjaar 2009 wordt verwacht, wordt een lobbyplan geschreven dat ertoe moet leiden dat preventie structureel wordt gefinancierd.

 

 

 

 

 

 

 

 


Versterken van de patiënt

In Nederland leven bijna 1 miljoen hart- en vaatpatiënten. De Stichting Hoofd Hart en Vaten (SHHV) en de zeven bij haar aangesloten patiëntenorganisaties zetten zich met steun van de Hartstichting in voor hun belangen. De Hartstichting hecht groot belang aan een sterke patiëntenbeweging (richting zorgaanbieders, verzekeraars en de politiek) en daarom investeerde zij in 2008 € 1,4 miljoen in SHHV.


Speerpunten

Ter versterking van de positie van de patiënt richtte de SHHV zich in 2008 op drie speerpunten:

SHHV werkte onder meer mee aan patiëntenrichtlijnen, een zorgstandaard en kwaliteitscriteria voor goede zorg vanuit patiëntperspectief.


Vaatkeurmerk

SHHV heeft samen met de Vereniging van Vaatpatiënten de behandeling van vaatlijden in Nederland in kaart gebracht. Dankzij deze informatie kunnen patiënten en huisartsen nu precies nagaan hoe vaak en waar bepaalde slagaderbehandelingen worden gedaan. Ook is te zien of een ziekenhuis het ‘vaatkeurmerk’ van de patiëntenvereniging heeft gekregen. Dit keurmerk geeft aan dat het ziekenhuis voldoet aan de kwaliteitscriteria voor goede vaatzorg vanuit het perspectief van de patiënt gezien. Voor meer informatie zie de website www.vaatpatient.nl.


Patiënt als informatiedrager

Voor patiënten met een zeldzame hart- of vaatziekte nam SHHV in 2008 deel aan een uniek project: ‘De patiënt als informatiedrager’. Er werden drie huisartsenbrochures ontwikkeld ter ondersteuning van de behandeling door de huisarts. Het gaat om informatie over Rendu Osler Weber, het Syndroom van Marfan en een aangeboren hartafwijking. De patiënt is hierbij ‘informatiedrager’: hij overhandigt de brochure zelf aan de huisarts om samen te bespreken.

Naar verwachting zijn de brochures in 2009 gerealiseerd. De brochures zijn dan te downloaden op de websites en komen in drukvorm beschikbaar voor leden van de patiëntenorganisaties.


Op weg naar nieuwe patiëntenorganisatie

In 2009 wordt de nieuwe patiëntenorganisatie opgericht. Met die nieuwe organisatie kunnen de belangen van hart- en vaatpatiënten in Nederland nog beter gediend worden en kan hun positie verder worden versterkt.


Voorlichting

Voorlichting is een kerntaak van de Hartstichting. Ons doel is om de Nederlandse bevolking te ondersteunen om zelfstandig en bewust keuzes te maken met betrekking tot leefstijl.

Bij patiënten ligt de nadruk op het slagvaardig kunnen omgaan met hun aandoening, waardoor de kwaliteit van leven verbetert. Bij mensen die nog geen hart- en vaatziekten hebben, ligt de nadruk op een gezonde leefstijl, met als doel het voorkómen van hart- en vaatziekten (preventie). Daartoe reiken wij middelen aan die mensen aanzetten tot positieve gedragsverandering.


Campagnes en overige activiteiten

De Hartstichting richt zich met haar campagnes en voorlichtingsactiviteiten op het Nederlandse publiek. Haar doel is om thema’s over hart- en vaatziekten of een gezonde leefstijl onder de aandacht te brengen. Hiermee probeert zij het gedrag van mensen te beïnvloeden en de kennis over hart- en vaatziekten te vergroten.


De Hartstichting op televisie

Chirurgenwerk

Begin 2008 werkte de Hartstichting mee aan een aflevering van Chirurgenwerk met het thema vrouwen en hart- en vaatziekten. Deze aflevering paste in de serie ‘Sekseverschillen in de gezondheidszorg' en werd vier keer uitgezonden. Er waren meer dan een half miljoen kijkers, vooral vrouwen in de leeftijd van 35-49 jaar.

Nederland in Beweging!

Al vanaf 2000 werkt de Hartstichting mee aan het programma Nederland in Beweging!, dat iedere werkdag om 6.45 uur en 9.15 uur bij omroep MAX op Nederland 1 wordt uitgezonden. De Hartstichting verzorgt de voedingitems, waarbij iedere vrijdag een gezond recept door een diëtiste wordt gepresenteerd.

Specials

De Hartstichtingspecials hadden als onderwerp: reanimatie, hartstilstand en de gevaren van roken. Het gemiddeld aantal kijkers in 2008 bedroeg om 6.45 uur 51.000 en om 9.15 uur 94.000. Het rapportcijfer voor de algemene waardering van het programma kwam uit op een 7,4.


Publieksvoorlichting

Herken een beroerte, bel 112

In 2008, twee jaar na de campagne ‘Herken een beroerte’, bleef de kennis over beroerte onverminderd hoog. 89 procent van de Nederlanders herkende minstens één symptoom van een beroerte en 81 procent weet dat bij een beroerte 112 gebeld moet worden.

Symptomen herkennen

Het is voor mensen vaak wel lastig om een beroerte in de alledaagse situatie te herkennen. De Hartstichting heeft daarom posters en advertenties ontwikkeld waarop de symptomen van een beroerte op foto’s worden afgebeeld.


CORPUS

De Hartstichting heeft meegewerkt aan de totstandkoming van CORPUS een tentoonstelling over het menselijk lichaam.
De bezoeker maakt een ‘reis door de mens’ en kan zien, voelen en horen hoe het menselijk lichaam werkt. De rol van gezond eten, gezond leven en veel bewegen komt hierbij ook aan bod.
Voor de bezoekers van de tentoonstelling heeft de Hartstichting een interactieve kennistest over het hart ontworpen.
Per week ontvangt CORPUS in Oegstgeest gemiddeld 4.000 bezoekers.


Voorlichtingsbijeenkomsten

Een tiental voorlichters verzorgt op aanvraag lezingen in het land, over verschillende onderwerpen.
In totaal werden er in 2008 157 lezingen verzorgd.

Publiekslezingen

Voor het algemeen publiek waren er de volgende onderwerpen:

Ouderavonden

Twee lezingen waren bestemd voor ouderavonden op basisscholen:


Vragen Informatielijn

In 2008 werden bij de Informatielijn in totaal ruim 13.600 vragen ontvangen. Meer dan de helft (55 procent) hiervan is telefonisch beantwoord en 43 procent schriftelijk (e-mail). Een klein deel van de vragen werd doorgespeeld naar andere afdelingen binnen de Hartstichting.

Piek

De piek van bellers was in januari 2008 vanwege een tv-uitzending van Radar waarin vraagtekens werden gezet bij het nut van het gebruik van cholesterolverlagers voor bepaalde groepen. De Hartstichting speelde hierop in met een advertentie in de grote dagbladen. Dit zorgde voor ongeveer 340 reacties.


Trends & ontwikkelingen

In 2008 kwamen er bij de Informatielijn 2.000 minder vragen binnen dan in 2007. Deze dalende trend in het aantal vragen is ook bij andere gezondheidsfondsen merkbaar.

Het aantal e-mailvragen blijft de afgelopen jaren redelijk stabiel, het aantal telefoontjes daarentegen neemt sterk af. Dat laatste kan mogelijk verklaard worden door het feit dat veel mensen informatie zelf via internet zoeken.

Binnenkomende vragen bij de informatielijn (2003 t/m 2008)

Jaar E-mail Telefoon
2003
2004
2005
2006
2007
2008
4387
5906
5448
5593
6468
5887
13992
13555
10738
  8004
  8930
  7524


Congres 25-jarig jubileum Informatielijn

Op 12 december 2008 vierde de Informatielijn haar 25-jarig jubileum. Ter gelegenheid hiervan werd een congres georganiseerd, dat in het teken stond van veranderingen in het werk als voorlichter binnen de gezondheidszorg.
35 medewerkers van 13 verschillende organisaties waren bij dit congres aanwezig.


Klanttevredenheidsonderzoek Informatielijn

In het derde kwartaal van 2008 heeft TNS NIPO een onderzoek uitgevoerd naar de dienstverlening van de Informatielijn.
Punten zoals betrouwbaarheid van het antwoord, de toon van het gesprek, servicegerichtheid en begrijpelijkheid van het antwoord werden door de deelnemers aan het onderzoek als ‘goed’ of ‘uitstekend’ beoordeeld.


Brochures en ander voorlichtingsmateriaal

In 2008 werden er bij de Hartstichting 1,6 miljoen voorlichtingsbrochures (inclusief dvd’s en video’s) over hart- en vaatziekten, risicofactoren en gezonde leefstijl aangevraagd.

Meest besteld

De drie meest bestelde brochures zijn de brochures ‘Te hoog cholesterol’, ‘Over Gewicht’ en ‘Hoge bloeddruk’.
De brochure ‘Hoge bloeddruk’ is, net als in 2007, het meest gedownload: 224.477 keer.

 

Nieuwe lay-out

De acht brochures over aangeboren hartafwijkingen zijn omgezet in de stijl van JUMP (het jeugdfonds van de Hartstichting).
De brochures ‘Opsteker voor rokers’, ‘Kopen is kiezen’, ‘Spataders’ en ‘Cardiomyopathie’ zijn ofwel herschreven en/of in een nieuw jasje gestoken. De eerste twee zijn ook van naam veranderd en heten nu ‘Uitdrukkelijk voor rokers’ en ‘Kritisch kiezen en kopen’.

Digitale caloriemeter

De digitale caloriemeter die via de website is te raadplegen, is aangepast. Er zijn meer kant-en-klaarproducten toegevoegd en de beweegmogelijkheden zijn uitgebreid. Ook kan de gebruiker in een oogopslag zien hoeveel hij moet bewegen om het totaal aantal ingenomen calorieën te verbranden.


Voorlichting aan patiënten

Voorlichters verzorgen vier keer per jaar vijf verschillende digitale nieuwsbrieven, die via apotheken worden verspreid.
Het gaat om de nieuwsbrieven ‘Hoog Cholesterol’, ‘Hoge Bloeddruk’, ‘Beroerte’, ‘Hartfalen’ en een combinatienieuwsbrief ‘Hoog Cholesterol/Hoge Bloeddruk’.

Aantal abonnees in 2008

Nieuwsbrief Mei-08 Nov-08
Hoog Cholesterol 19.410 20.158
Hoge Bloeddruk 26.197 27.463
Beroerte       846       971
Hartfalen    1.084    1.279

Fondsenwerving

Het vertrouwen van publiek en bedrijfsleven is voor de Hartstichting onmisbaar. We kunnen immers ons werk uitsluitend doen dankzij de inzet van vrijwilligers en de giften van de Nederlandse bevolking en het bedrijfsleven. Na een aantal jaren van groeiende inkomsten, blijven de inkomsten uit eigen fondsenwerving in 2008 conform verwachting vrijwel gelijk ten opzichte van 2007.

Inkomsten Nederlandse Hartstichting 2004-2008 en begroting 2009

Inkomsten 2007: de opbrengsten beleggingen (-0,5 miljoen euro) en de opbrengsten uit verhuur (0,4 miljoen euro) en de resultaten uit verkopen (0,1 miljoen euro) komen per saldo uit op nul. Daarom staan er in 2007 geen opbrengsten in bovenstaand diagram. In 2009 zijn de vooruitzichten voor de opbrengst uit beleggingen: 1,0 miljoen euro.
Opmerking: in verband met de nieuwe jaarrekeningrichtlijn RJ 650 per 2008, worden de verkopen vanaf 2008 onder Baten eigen fondsenwerving opgenomen. De cijfers over 2007 zijn daartoe herrekend, de cijfers 2003 t/m 2006 zijn niet herrekend.


De totale inkomsten van de Hartstichting waren in 2008 (net als in 2007) 40 miljoen euro. Het aandeel afkomstig uit eigen fondsenwerving was 38,2 miljoen euro (in 2007 was dat 38,3 miljoen) en de opbrengsten uit acties van derden bedroegen 1,6 miljoen euro. Overige opbrengsten bestonden uit beleggingen en verhuur (samen 0,3 miljoen euro).


Uit welke markten komt het geld?

De Hartstichting doet haar werk geheel zonder financiële steun van de overheid. De voornaamste bronnen van inkomsten zijn afkomstig uit de volgende markten:


Ontwikkelingen

Het werven van vaste, structurele donateurs blijft belangrijk om de groeidoelstellingen van de Hartstichting te realiseren. Verder willen we ons nadrukkelijker richten op andere inkomstenbronnen waaronder bedrijven, nalatenschappen en bijzondere giften. Daarnaast zullen we andere methoden van fondsenwerving ontwikkelen, zoals online marketing, social network fundraising, mobiel doneren en het organiseren van evenementen.


Particulieren: werven van structurele donateurs

Een groot deel van de inkomsten van de Hartstichting is afkomstig van particulieren. Het beleid was de afgelopen jaren gericht op het werven van vaste structurele donateurs (via een machtiging). Ook de komende jaren zal dit beleid worden voortgezet.

Kanalenmix

Afgelopen jaar is veel onderzoek gedaan naar de terugverdientijden van de diverse fondsenwervende instrumenten.
In 2009 gaan we ons bij het reactiveren van de vaste en het werven van nieuwe donateurs meer richten op direct mail. Met behulp van responsemodellen wordt de mailfrequentie afgestemd op de behoefte van de donateurs. Hiermee hopen we mogelijke irritatie te verminderen en tevens kosten te besparen.

Direct Response Television spots
Omdat we te maken hebben met stijgende kosten van Direct Response Television spots, is het plan om via een speciale (lange) uitzending donateurs te werven en aandacht te vragen voor de doelstellingen van JUMP.

Dichter bij de donateur
De Hartstichting wil haar donateurs beter leren kennen en hen meer betrekken bij haar activiteiten. Door middel van donateurpanels, kwalitatief onderzoek, enquêtes, evaluaties en persoonlijke gesprekken zullen we doorgaan met de behoeften en wensen van onze donateurs te inventariseren.


Bedrijfsleven: intensiever samenwerken met bedrijven

De Hartstichting wil het aandeel van bedrijven als inkomstenbron de komende jaren aanzienlijk laten groeien.

Onafhankelijkheid gewaarborgd

Belangrijk bij het samenwerken met bedrijven is dat de onafhankelijkheid en integriteit van de Hartstichting gewaarborgd blijft. Hiervoor zijn uitgangspunten geformuleerd waaraan een partner uit het bedrijfsleven moet voldoen.
De volgende zaken zijn onder meer van belang:

Gedragscode
Er is in 2008 een gedragscode opgesteld, waarin deze en andere uitgangspunten zijn opgenomen. Tevens is er een Richtlijn voor lokale Fondsenwerving opgesteld. Deze is als bijlage in de gedragscode opgenomen.

Relaties aangegaan

Gedurende het jaar 2008 zijn er relaties opgebouwd met bedrijven uit diverse branches.
Ook zijn er enkele nieuwe vormen van partnerships aangegaan om aandacht te vragen voor onze doelstellingen en hiermee gewenst gedrag te stimuleren.

Voorbeelden van samenwerkingsverbanden zijn:

Overzicht sponsorbijdragen en samenwerkingsverbanden met bedrijven

Overzicht sponsorbijdragen *€

0-< 200.000  ABN Amro, Aegon Cooperate and Institutional Clients, ANWB B.V., Atelier Bodner, Best Western Hotel, Bongbon, Call4Care, Crocs Benelux BV, Den Haag Media Groep, DNP Marketing BV, Gazelle, Goededoelenkaartje.nl, GoedeDoelenWinkel, Holland Fit B.V. (Fitbox), Hotel Zuiderduin, Interprice B.V., Kneipp Nederland BV, Koninklijke ERU Kaasfabriek B.V., LSI Project Investment, Marc Lubach, Media Topic, Medtronic, Mercard Kennemer, Monique Collignon Haute Couture, Mouthaan Grafisch Bedrijf, Natural & Co, Nintendo Benelux B.V., NZO, OVG, Pfizer bv, Pluimen, Pon Holdings BV, Pour Vous Parfumerie, Rabobank (Coöperatieve Rabobank Vlietstreek-Zoetermeer U.A.), Roompot Holding B.V., Rotterdam Airport, RSP BV (in samenwerking met TNT Post), SNS Bank N.V., Staal Bankiers, ’t Swarte Schaap, to Concept b.v., TripleP Entertainment, Vereniging de Mascotte, Vergouwen Juweliers, Viruly Interclick, VGZ (in samenwerking met to Concept b.v.), Wil Willemsen, Winkelman en Van Hessen, Zuivelstichting, diverse scholen, diverse sportscholen (bijvoorbeeld Fitness First) enzovoort.
200.000 en meer  Lotto/Toto/Krasloterij, Sponsor Loterij, Unilever Nederland B.V.


Nalatenschappen en bijzondere giften: meer focus en intensiveren

De inkomsten uit nalatenschappen zijn voor de Hartstichting een belangrijke bron. Sinds 2005 is de Hartstichting actief met het werven van nalatenschappen. Waar in eerste instantie de nadruk lag op bewustwording, richten we ons nu en in de toekomst meer op werving en relatiebeheer.

Persoonlijke aanpak

Eind 2008 is een start gemaakt met het benaderen van een klein deel van onze donateurs over nalatenschap. Voor 2009 is een vrijwilligersvacature uitgezet met als doel een landelijk netwerk van vrijwilligers te vormen die huis-aan-huisbezoeken afleggen bij geïnteresseerde donateurs.

Campagne Nalaten

In 2008 heeft de Hartstichting opnieuw meegedaan aan de nationale campagne Nalaten: een samenwerkingsverband tussen de grotere goede doelen. De gezamenlijke campagne behelsde onder meer de nationale ‘Week van het testament’ die erop gericht was mensen een goed doel te laten opnemen in hun testament.

Bijzondere gevers

De Hartstichting wil zich nadrukkelijker gaan richten op bijzondere gevers. In april 2008 is er voor het eerst een relatiebijeenkomst georganiseerd voor wetenschappers, specialisten en donateurs. Het voornemen is om ook in 2009 dergelijke bijeenkomsten te organiseren.

‘Dedicated Gifts’

Omdat de Hartstichting graag maatwerk wil bieden met name ook bij grotere giften, is de procedure ‘Dedicated Gifts’ opgesteld. Hiermee wordt gewaarborgd dat gelden besteed worden aan het door de donateur beoogde doel.


Methoden van fondsenwerving

Om geld te werven heeft de Hartstichting in 2008 diverse methoden gebruikt.

Direct Mail

De Hartstichting verstuurde in 2008 ruim 6 miljoen mailingen, waarvan bijna 1,1 miljoen door JUMP.
Het aantal brieven naar potentiële donateurs van de Hartstichting is in 2008 weer teruggebracht op normaal niveau, nadat in 2007 het aantal was gehalveerd als gevolg van langdurig testen.

JUMP
Door de introductie van het nieuwe merk JUMP is er in 2008 veel getest om de juiste doelgroep en juiste tone of voice te vinden. 

Resultaat Hartstichting: 37.710 nieuwe donateurs en 4.359 nieuwe machtigingen.
Resultaat JUMP: 6.043 nieuwe donateurs en 436 nieuwe machtigingen.

Telemarketing

Door de lage naamsbekendheid van het fonds JUMP bleek het in 2008 zeer moeilijk te zijn om telefonisch nieuwe donateurs te werven.

Resultaat Hartstichting: 23.525 nieuwe machtigingen, waarvan 10.511 nieuwe donateurs.
Resultaat JUMP: 2.421 nieuwe machtigingen, waarvan 393 nieuwe donateurs.

Direct Response Televisie

Vanwege de stijgende kosten van het uitzenden van Direct Response Television-spots is besloten om in 2008 een nieuwe wervende thema-tv-uitzending voor JUMP voor te bereiden, die in 2009 zal worden ingezet.

Loterij

De Hartstichting ontvangt, samen met andere goede doelen, inkomsten uit onder meer de Sponsor Bingo Loterij. Deelnemers kunnen ook specifiek voor de Hartstichting meespelen. 

Resultaat: deelnemers speelden met 13.000 loten mee aan de Sponsor Bingo Loterij voor de Hartstichting. De inkomsten waren in 2008 bijna 1,5 miljoen euro. Van de Lotto/Toto en de Lotto/Krasloterij heeft de Hartstichting in totaal 0,37 miljoen euro ontvangen.
Deelnemers speelden met bijna 40.000 loten mee voor de Grootste Bingo Ooit. De inkomsten daarvan zijn 106.477,60 euro.

Straat- en huis-aan-huiswerving

Zowel op straat als aan de deur zijn mensen verzocht om donateur te worden. Deze methode levert louter structurele steun op (machtigers) en stelt ons in de gelegenheid een jongere doelgroep te bereiken.

JUMP
In tegenstelling tot telemarketing is straat- en huis-aan-huiswerving voor JUMP wel heel succesvol gebleken.

Resultaat Hartstichting: 11.105 nieuwe donateurs.
Resultaat JUMP: 12.688 nieuwe donateurs.

Internet

Via onze website is het mogelijk een eenmalige donatie te doen of vaste donateur te worden. 

Resultaat Hartstichting: 551 nieuwe donateurs.
430 eenmalige donaties.
Resultaat JUMP: 147 structurele donateurs.

Sponsoring door en samenwerking met bedrijven

De Hartstichting wil met hulp van andere partijen gezamenlijke doelen realiseren. 

Resultaat: ruim 1,2 miljoen euro via mailingen, acties en giften.

Collecte

Vrijwilligers collecteren tijdens de Nationale Hartweek, de jaarlijkse collecteweek in april. 

Resultaat: in 2008 is 4,38 miljoen euro opgehaald met collecteren.

Individuele acties

De Hartstichting wordt regelmatig verrast met bedragen die op initiatief van personen, verenigingen of bedrijven ten gunste van onze activiteiten worden ingezameld. 

Resultaat: vanwege de grote hoeveelheid kunnen we al deze zeer gewaarde initiatieven hier niet apart benoemen.
Ook voor JUMP werden we afgelopen jaar met grote regelmaat verrast door de hartverwarmende inzet van kinderen, ouders, scholen en bedrijven bij acties en inzamelingen. De bij ons bekende acties, die slechts een deel van het totaal vormen, hebben een totaalbijdrage opgeleverd van 111.180,27 euro.

Advertenties in het kader van bepaalde campagnes

Resultaat: aangezien advertenties ook strategisch en thematisch worden ingezet en niet altijd direct om respons vragen, zijn de resultaten hier niet te specificeren.

JUMP, het jeugdfonds van de Hartstichting (voormalig Kinderhartenfonds)

Met de verbreding van zowel doelgroep als activiteiten is er in 2007 voor gekozen de naam van het Kinderhartenfonds te wijzigen in JUMP, het jeugdfonds van de Nederlandse Hartstichting.
In december van 2007 zijn alle donateurs geïnformeerd over het nieuwe fonds. Omdat uit marktonderzoek gedurende 2008 bleek dat de nieuwe merknaam nog onvoldoende bekend was bij onze donateurs, zijn de mailingen gedurende het jaar met beide merklogo’s verstuurd. Daarnaast is er in 2008 veel getest om de voorkeuren van de donateur te achterhalen over de wijze van benadering en de inhoud van de verschillende projecten.


Donateursbestand

Groei

In de loop der jaren heeft de Hartstichting een donateursbestand opgebouwd van bijna 2,4 miljoen. In 2008 is er voor het eerst weer een groei in het actieve donateursbestand zichtbaar (minimaal een gift per achttien maanden).

Het aantal actieve donateurs was in 2008 502.000, waarvan 198.475 machtigers. Hoewel er een groei van het aantal machtigers is van 15.000 in 2008, was de toename van machtigers in 2007 groter (19.000). Het aantal overige donateurs met minimaal 1 losse gift steeg echter in 2008 met 4.000 tegenover een daling in 2007 met 23.000.

JUMP

Jump heeft eind 2008 een actieve database van ruim 81.000 donateurs (een daling van 10.000), bestaande uit 31.000 machtigers en bijna 50.000 losse giftgevers.

Fondsenwerving

Het werven van vaste, structurele donateurs blijft belangrijk om de groeidoelstellingen van de Hartstichting te realiseren. Verder willen we ons blijven richten op andere inkomstenbronnen waaronder bedrijven, nalatenschappen en bijzondere giften. Daarnaast zullen we andere methoden van fondsenwerving blijven ontwikkelen om te innoveren, zoals online marketing en het organiseren van evenementen.


Fondsenwervende activiteiten 2008

De totale inkomsten uit eigen fondsenwerving bedroegen in 2008 38,2 miljoen euro (in 2007 38,3) en de totale kosten eigen fondsenwerving 8,04 miljoen euro (21 procent tegen 18,7 procent in 2007).
Overige opbrengsten, bijvoorbeeld uit beleggingen of verhuur, worden in het financiële hoofdstuk toegelicht. 


Collecten

Inkomsten collecten 2004-2008 en begroting 2009 in € 1

De bruto-opbrengst van de collecte van de Hartstichting is in 2008 ten opzichte van 2007 gedaald tot een totaalbedrag van ruim 4,38 miljoen euro.

Doel 2008 € 4.550.000
Resultaat 2008 € 4.388.491
Begroting 2009 € 4.550.000

Mailingacties, contributies, donaties, giften en schenkingen

Inkomsten mailingacties, contributies, donaties, giften en schenkingen 2004-2008 en begroting 2009 in € 1

Mailingacties richten zich op personen en bedrijven die nog niet eerder aan de Hartstichting hebben gedoneerd. In 2008 is het aantal mailings naar potentiële donateurs van de Hartstichting weer hersteld op normaal niveau, nadat in 2007 het aantal was gehalveerd als gevolg van langdurig testen.
Door de introductie van het nieuwe merk JUMP is er in 2008 veel getest om de juiste doelgroep en juiste tone of voice te vinden. Hierdoor werden er aanzienlijk meer brieven verstuurd dan in 2007.
Bestaande relaties en donateurs ontvangen vier keer per jaar een nieuwsbrief en daarnaast een aantal brieven met een giftverzoek voor bepaalde thema’s (zoals de campagne Hartstilstand) of andere speciale projecten. De bruto-opbrengst van de bijdragen van particulieren en bedrijven, is ten opzichte van 2007 (16,7 miljoen euro) gestegen tot ruim 17,7 miljoen euro.

Doel 2008 € 17.335.976
Resultaat 2008 € 17.768.781
Begroting 2009 € 18.815.917


Nalatenschappen

Inkomsten nalatenschappen 2004-2008 en begroting 2009 in € 1

Baten Nalatenschappen 2004-2008 en begroting 2009

In 2008 heeft de Hartstichting 441 aanmeldingen van nalatenschappen ontvangen (in 2007 waren dit er 424), bestaande uit 206 erfstellingen en 235 legaten. In 2007 was de opbrengst ruim 14 miljoen euro (in 2007 15,8 miljoen euro).

Doel 2008 € 13.750.000
Resultaat 2008 € 14.016.418
Begroting 2009 € 13.550.000

 


Opbrengsten acties van derden

Inkomsten opbrengsten acties van derden 2004-2008 en begroting 2009 in € 1

De Nederlandse Hartstichting ontvangt uit diverse nationale acties een aandeel in de opbrengst. In 2008 zijn de opbrengsten uit acties derden – zoals we dat noemen – iets gedaald op een totaalbedrag van 1.588.188 euro (tegen 1.707.832 euro in 2007).
Dit komt met name door een investering in de Grootste Bingo Ooit.

Sponsor Bingo Loterij

De bruto-opbrengst van de Sponsor Bingo Loterij kwam in 2008 uit op 1.491.532 euro waarvan 616.361 euro bestaat uit een vast percentage van de opbrengst. Deelnemers kunnen loten kopen waarvan de helft van de maandelijkse inleg per lot rechtstreeks naar de Hartstichting gaat. In 2007 heeft dit zogeheten ‘geoormerkt werven’ 875.171 euro opgebracht.
Sinds 2006 is de respons op onze wervingsacties aan het dalen waardoor de verkoop van het aantal geoormerkte loten afnam.

Actieve donateurs werden benaderd om mee te spelen met de Sponsor Bingo Loterij. In totaal spelen deelnemers voor de Hartstichting met 13.000 loten mee.

Ik wil buiten spelen

De Sponsor Bingo Loterij is samen met vijf goede doelen, waaronder JUMP, de ‘Nationale actie Ik wil buiten spelen’ gestart.
Uit onderzoek is gebleken dat er te weinig speelruimte is voor kinderen in Nederland.
Via het televisieprogramma ‘Kinderen Zingen met Sterren op weg naar De-Grootste-Bingo-Ooit’ is aandacht voor de actie gevraagd.
De deelnemers speelden met 40.000 loten mee voor extra speelplekken of om het lespakket Lekker Fit! op meer scholen in te zetten.

De bruto-opbrengst van de Lotto, de Krasloterij en het Fonds Bijzondere Uitkeringen bedroeg in 2008 377.685 euro. Dit is een stijging ten opzichte van de 333.298 euro in 2007.

Resultaat 2008 € 1.588.188
Begroting 2009 € 1.500.000


Nieuw in het online jaarverslag 2008


Nieuw in het online jaarverslag 2008


Resultaten in 2008

Resultaat

Het saldo van de rekening van baten en lasten over 2008 bedraagt: € 1,2 miljoen negatief. In 2007 bedroeg het resultaat € 1,6 miljoen negatief. Het negatieve resultaat 2008 was begroot op € 3,3 miljoen negatief.

Veilige deposito’s

Het jaar 2008 is financieel goed afgesloten ondanks de eerste aanval door de kredietcrisis en de daaruit voortvloeiende economische recessie (vooral op het rendement op beleggingen).
Halverwege het jaar was het beleggingsrendement nog negatief (meer dan € 1,5 miljoen), maar mede dankzij een nieuwe vermogensbeheerder (Schretlen & Co) en door gebruik te maken van veilige deposito’s met hoge rentepercentages (alleen ABN AMRO en Rabobank) is er in het tweede deel van 2008 een positief resultaat gerealiseerd van ongeveer het bedrag van de eerdere verliezen. Per saldo is het resultaat ongeveer nihil, maar het normale langjarig rendement van 4 à 5 procent kon niet worden behaald.

Inkomsten uit fondsenwerving

De overige inkomstenstromen vanuit fondsenwerving lagen vrijwel op het niveau van de begroting 2008 en de gerealiseerde resultaten in 2007.

 

Verlagen van investeringen

Om het effect van de lagere beleggingsinkomsten op te vangen zijn de bestedingen aangepast. Dit werd gerealiseerd door de investeringen in wetenschap te verlagen en een aantal projecten binnen de Hartstichting uit te stellen. In de begroting zou een tekort van € 3,3 miljoen toelaatbaar zijn, maar om minder in te teren op de reserves is ervoor gekozen het tekort niet te hoog te laten oplopen.

Op de eventuele gevolgen die de economische recessie met zich mee zal brengen zullen we de komende jaren snel en slagvaardig anticiperen.

Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI)

Op 1 januari 2008 zijn de belastingregels voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI) veranderd. Alleen de instellingen die de Belastingdienst heeft aangewezen als een ANBI kunnen gebruikmaken van de fiscale voordelen. Hierdoor zijn giften fiscaal aftrekbaar voor de donateur, mits deze voldoet aan de overige eisen die de fiscus stelt.
De Hartstichting staat bij de Belastingdienst als een ANBI aangemerkt.


Richtlijn fondsenwervers

Voor fondsenwervende instellingen is het belangrijk om het keurmerk van het Centraal Bureau voor Fondsenwerving (CBF) te mogen dragen. Voorwaarde om dit CBF-keurmerk te krijgen is dat er bij het opstellen van het jaarverslag aan speciale regels is voldaan. Deze regels zijn vastgelegd in de zogenoemde ‘Richtlijn Fondsenwervende Instellingen’.

Het jaarverslag van de Hartstichting is opgesteld volgens deze regels en dankzij deze richtlijn is het voor donateurs en andere belanghebbenden goed zichtbaar of het geschonken geld ook direct en goed wordt besteed. Het kostenpercentage fondsenwerving, bijvoorbeeld, mag gemiddeld over drie jaar niet hoger zijn dan 25 procent van de opbrengsten uit eigen fondsenwerving. Daarnaast is het van belang waaraan het geld wordt uitgegeven en of die uitgaven passen bij het hoofddoel: dat is bij ons het bestrijden van hart- en vaatziekten. Belangrijk is ook dat het kostenpercentage van de fondsenwerving gemiddeld over drie jaar niet hoger mag zijn dan 25 procent.

Ons CBF-percentage is in 2008 uitgekomen op 21,6 procent. Voor 2009 verwachten wij dat het CBF-percentage gelijk zal blijven.


Streefhoogte eigen vermogen

Ons eigen vermogen wordt onderverdeeld in besteedbaar vermogen en vastgelegd vermogen. Het besteedbaar vermogen dient als zekerheid voor de continuïteit van onze organisatie. Dit met betrekking tot het risico van fluctuaties in de totale geldstroom (inkomsten en/of uitgaven). De richtlijn van de commissie-Herkströter, die de Hartstichting onderschrijft als norm, hanteert als bovengrens 1,5 maal de jaarkosten van de werkorganisatie.

(Bedragen in duizenden euro’s):
De maximaal toelaatbare continuïteitsreserve volgens de richtlijn-Herkströter: 1,5 maal de jaarkosten 2008 = 1,5 × € 11.087 = € 16.631. De Nederlandse Hartstichting blijft hier met € 15.492 onder.


Grondslagen voor de jaarverslaggeving

De Hartstichting is statutair, bestuurlijk en financieel nauw verbonden met de Vereniging Vrienden van de Hartstichting en de Stichting Studiefonds Nederlandse Hartstichting. De drie rechtspersonen kunnen bestuurlijk en financieel als een eenheid worden beschouwd.

Andere merknaam

Vanaf 2004 heeft de Hartstichting ook onder een andere merknaam, namelijk het Kinderhartenfonds, fondsen geworven en activiteiten ontplooid. Het Kinderhartenfonds heeft in 2007 haar activiteiten voortgezet onder de naam JUMP. De inkomsten en uitgaven van JUMP maken onderdeel uit van onze jaarrekening.

Presentatie

De jaarrekeningen zijn opgesteld in overeenstemming met de Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen zoals verwoord in RJ 650 en gepubliceerd onder de verantwoordelijkheid van de Raad voor de Jaarverslaggeving.


Samengevoegde jaarrekening

Ter wille van het inzicht in de financiële positie en in de baten en lasten is een samengevoegde balans per 31 december 2008 en een samengevoegde rekening van baten en lasten opgesteld. In deze opstelling zijn ter vergelijking de cijfers 2007 en de begrotingen van het 2008 en 2009 opgenomen.

In de samengevoegde balans en in de samengevoegde rekening van baten en lasten hebben wij de financiële gegevens van de afzonderlijke rechtspersonen opgenomen, waarbij de onderlinge financiële verhoudingen zijn verwijderd.


Waarderingsgrondslagen

Activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa die nodig zijn voor de bedrijfsvoering en de activa direct in gebruik voor de doelstellingen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen die zijn gebaseerd op de geschatte economische levensduur van de activa.

Effecten

Effecten betreffen participaties in aandelenfondsen die beleggen in vastrentende waarden, aandelen en onroerend goed. Deze participaties worden gewaardeerd tegen de beurskoers van 31 december 2008.

Vorderingen en overlopende activa

De vorderingen en overlopende activa worden opgenomen tegen de nominale waarde, waar nodig verminderd met een voorziening wegens oninbaarheid. De vorderingen uit nalatenschappen zijn gewaardeerd op de opbrengstwaarde volgens akte van deling en scheiding, onder aftrek van de reeds ontvangen voorschotten. De vorderingen uit legaten worden gewaardeerd op de opbrengstwaarde volgens de kennisgeving.

Langlopende schulden

Presentatie schulden
De subsidieverplichting wordt per toewijzingsjaar gesplitst naar schulden op lange en korte termijn. Hierdoor ontstaat een grote nauwkeurigheid van weergave van schulden op korte en schulden op lange termijn.

Projecten
De projecten omvatten verplichtingen tegenover derden en reserveringen voor bijzondere projecten. Deze bedragen worden opgenomen voor de nominale waarde. Voor project Stiggelbout worden de bedragen opgenomen voor de nominale waarde waarop 15 procent in mindering wordt gebracht. Deze 15 procent is gebaseerd op de ervaring dat een deel van de opgenomen verplichtingen niet tot uitbetaling leidt. Ter zake de hiermee gerelateerde schulden op korte termijn wordt dezelfde methode gehanteerd.

Derden
De Richtlijn Verslaggeving Fondsenwervende Instellingen (VFI) staat toe om met een meerjarige subsidieverplichting zorg te dragen voor de continuïteit in de financiering van stichtingen die werken in het kader van de doelstelling van de Nederlandse Hartstichting. Het betreft hier de Stichting Volksgezondheid en Roken (Stivoro) en de Stichting Hoofd, Hart en Vaten (SHHV/NPO).
De Richtlijn van het VFI staat een verplichting toe ter hoogte van de subsidies over drie kalenderjaren.


Grondslagen voor de resultaatbepaling

Wijziging

Vanaf boekjaar 2008 zijn de Fondsenwervende Instellingen verplicht hun jaarverslag in te richten conform richtlijn RJ 650 van de Raad voor Jaarverslaglegging.
Uit de staat van baten en lasten van fondsenwervende instellingen dienen de volgende kostencategorieën te blijken:

Door aanpassing van de in 2008 gehanteerde doorberekeningsmethodiek zijn de in deze jaarrekening opgenomen vergelijkende cijfers dienovereenkomstig aangepast. Deze aanpassing leidt niet tot een resultaateffect.

Baten uit eigen fondsenwerving

De baten met betrekking tot de collecte worden verantwoord in het jaar waarin de betreffende gelden worden ontvangen.
Baten uit legaten worden verantwoord na kennisgeving. Baten uit nalatenschappen worden verantwoord bij de ontvangst van de akte van deling en scheiding.
Eventueel eerder ontvangen voorschotten worden bij ontvangst verantwoord en later in mindering gebracht op de verantwoording van de opbrengstwaarde.
De overige baten worden verantwoord op het moment van ontvangst. Kosten en opbrengsten van locaties, comités en Regionale Vrienden Commissies (RVC’s) worden verwerkt voor zover de verantwoording van deze locaties, comités en RVC’s is ontvangen.

Contributie Vereniging Vrienden van de Hartstichting

Contributies worden slechts verantwoord voor zover deze zijn ontvangen. Vorderingen uit hoofde van achterstallige contributies worden op nihil gewaardeerd.

Opbrengst uit beleggingen

Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit transacties van aan- en verkopen van obligaties en aandelen, rente uit obligaties, rebates, dividenden uit aandelen, ongerealiseerde of gerealiseerde koersresultaten en de rente over banktegoeden. Eventuele bank- en provisiekosten worden op de opbrengsten in mindering gebracht.
De koersresultaten uit beleggingen bestaan uit een gerealiseerd deel en een ongerealiseerd deel. Het ongerealiseerde deel betreft het verschil tussen de aankoopwaarde van de aangekochte obligaties en aandelen en de beurswaarde aan het einde van het verslagjaar.

Kosten doelstellingen

Projectkosten en lasten ter zake van subsidies verantwoorden we in het jaar waarin de toezegging plaatsvindt. Ook als een onderzoeksproject langer loopt dan een jaar, worden de verwachte kosten voor het gehele project in het verslagjaar opgenomen.


Grondslagen voor de resultaatbepaling

Wijziging

Vanaf boekjaar 2008 zijn de Fondsenwervende Instellingen verplicht hun jaarverslag in te richten conform richtlijn RJ 650 van de Raad voor Jaarverslaglegging.
Uit de staat van baten en lasten van fondsenwervende instellingen dienen de volgende kostencategorieën te blijken:

Door aanpassing van de in 2008 gehanteerde doorberekeningsmethodiek zijn de in deze jaarrekening opgenomen vergelijkende cijfers dienovereenkomstig aangepast. Deze aanpassing leidt niet tot een resultaateffect.

Baten uit eigen fondsenwerving

De baten met betrekking tot de collecte worden verantwoord in het jaar waarin de betreffende gelden worden ontvangen.
Baten uit legaten worden verantwoord na kennisgeving. Baten uit nalatenschappen worden verantwoord bij de ontvangst van de akte van deling en scheiding.
Eventueel eerder ontvangen voorschotten worden bij ontvangst verantwoord en later in mindering gebracht op de verantwoording van de opbrengstwaarde.
De overige baten worden verantwoord op het moment van ontvangst. Kosten en opbrengsten van locaties, comités en Regionale Vrienden Commissies (RVC’s) worden verwerkt voor zover de verantwoording van deze locaties, comités en RVC’s is ontvangen.

Contributie Vereniging Vrienden van de Hartstichting

Contributies worden slechts verantwoord voor zover deze zijn ontvangen. Vorderingen uit hoofde van achterstallige contributies worden op nihil gewaardeerd.

Opbrengst uit beleggingen

Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit transacties van aan- en verkopen van obligaties en aandelen, rente uit obligaties, rebates, dividenden uit aandelen, ongerealiseerde of gerealiseerde koersresultaten en de rente over banktegoeden. Eventuele bank- en provisiekosten worden op de opbrengsten in mindering gebracht.
De koersresultaten uit beleggingen bestaan uit een gerealiseerd deel en een ongerealiseerd deel. Het ongerealiseerde deel betreft het verschil tussen de aankoopwaarde van de aangekochte obligaties en aandelen en de beurswaarde aan het einde van het verslagjaar.

Kosten doelstellingen

Projectkosten en lasten ter zake van subsidies verantwoorden we in het jaar waarin de toezegging plaatsvindt. Ook als een onderzoeksproject langer loopt dan een jaar, worden de verwachte kosten voor het gehele project in het verslagjaar opgenomen.


Samengevoegde balans

Samengevoegde Balans Nederlandse Hartstichting
In € miljoenen

Activa 31 december 2008   31 december 2007  
Materiële vaste activa        
Nodig voor de bedrijfsvoering 6,0   6,0  
Direct in gebruik bij doelstellingen 0,5   0,5  
 
6,5
6,5

Vorderingen en overlopende activa
 
3,2
 
2,6

Effecten
 
38,0
 
46,8

Liquide middelen
 
19,8
 
11,4
   
 
Totaal activa   67,5   67,3
in € miljoenen        
         
Passiva 31 december 2008   31 december 2007  
Reserves en fondsen        
Reserves
- Continuïteitsreserve

15,5
 
16,7
 
- Bestemmingsreserves:        
Reserve activa bedrijfsvoering 6,0   6,0  
Reserve activa doelstellingen 0,5   0,5  
 
22,0
23,2

Fondsen
- Bestemmingfondsen
 
0,4
 
0,4
   
 
    22,4   23,6

Voorzieningen


0,4

0,4

Langlopende schulden


23,2
 
23,9

Kortlopende schulden


21,5
 
19,4
 
 
Totaal Passiva   67,5   67,3

Toerekening van kosten en bestedingen aan fondsenwerving en doelstellingen

Met de komst van de nieuwe richtlijn RJ 650 is de doorberekeningssystematiek enigszins veranderd. Binnen de Vereniging voor Fondsenwervende Instellingen (VFI) zijn er afspraken gemaakt hoe de kosten moeten worden verdeeld over de inhoudelijke doelstellingen, kosten fondsenwerving, acties derden en welke kosten als beheer- en administratiekosten (B&A) aangemerkt kunnen worden. Daarbij hebben wij het volgende vastgesteld.

Afdelingskosten secundaire processen:

Personeels- en personeelsgerelateerde kosten primair proces:

Algemene en projectkosten primaire proces:

Afschrijvingen

De afschrijvingen op materiële vaste activa worden berekend op basis van onderstaande percentages van de verkrijgingsprijs.

Panden 2,0%
Terreinverbetering Hartenark 5,0%
Verbouwingskosten (groot onderhoud gebouwen) 20,0%
Inventarissen:  
-          Automatiseringsapparatuur 33,3%
-          Overige 20,0%
Voorlichtingsmaterialen 50,0%
Collectematerialen 20,0%

Op grond wordt niet afgeschreven.

Er wordt gestart met afschrijven vanaf de eerste van de maand die volgt op de maand waarin de investering in gebruik is genomen.


Activa

Materiële vaste activa

Bij de materiële vaste activa maken we onderscheid tussen activa nodig voor de bedrijfsvoering en activa direct in gebruik bij de doelstellingen. De activa in gebruik bij de doelstellingen betreffen activa die in gebruik zijn bij de Hartenark in Bilthoven.

Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt.

Nodig voor de bedrijfsvoering
In € miljoenen

  Gebouwen/terreinen Inventaris Overige activa Totaal
1 januari 2008
     
Verkrijgingsprijs 6,9 1,8 - 8,7
Afschrijvingen (1,4) (1,3) - (2,7)
 



Boekwaarde 5,5 0,5 - 6,0
         
Mutaties 2008         
Investeringen - 0,3 - 0,3
Desinvesteringen - (0,7) - (0,7)
Afschrijvingen (0,1) (0,2) - (0,3)
Afschrijving desinvesteringen - 0,7 - 0,7
 



  (0,1) 0,1 - 0,0
         
31 december 2008
Verkrijgingsprijs

6,9

1,4

-

8,3
Afschrijvingen (1,5) (0,8) - (2,3)
 
 

 

 

 
Boekwaarde 5,4 0,6 - 6,0

Direct in gebruik bij de doelstellingen
In € miljoenen

  Gebouwen/ terreinen Inventaris Overige activa Totaal
1 januari 2008        
 Verkrijgingsprijs 3,4 0,4 1,1 4,9
 Afschrijvingen (2,9) (0,4) (1,1) (4,4)
 



Boekwaarde 0,5 - - 0,5
         
Mutaties
Investeringen

-

-

-

-
Desinvesteringen - (0,1) - (0,1)
Afschrijving - - - -
Afschrijving desinvestering - (0,1) - 0,1
 



  - - - 0,0
         
31 december 2008
Verkrijgingsprijs

3,4

0,3

1,1

4,8
Afschrijvingen (2,9) (0,3) (1,1) (4,3)
 



Boekwaarde 0,5 - - 0,5

Effecten

De Hartstichting gaat jaarlijks een aantal langdurige onderzoeksprojecten aan die in sommige gevallen een periode van wel vijf jaar kunnen bestrijken. Deze projecten kosten geld. Bij het toekennen van zo’n project reserveert de Hartstichting het contractueel vastgelegde bedrag om de afronding van het onderzoek te kunnen waarborgen en niet te laten afhangen van onzekere inkomsten in de toekomst. Het is onze (morele) plicht deze reserveringen dusdanig te beheren dat de financiële verplichtingen in de toekomst niet in gevaar (dreigen te) komen. Deze financiële waarborging geschiedt mede door middel van het beleggen van het vermogen.

Effectenbeleid
Ten aanzien van de beleggingen volgden wij het beleid dat ongeveer 80 procent in vastrentende waarden, 20 procent in aandelen en 10 procent in onroerend goed wordt belegd. Het beheer van de middelen hebben wij sinds 2003 in zijn geheel ondergebracht bij de externe vermogensbeheerder ABN AMRO Asset Management. Er is een contractueel vastgelegd mandaat waarbinnen effecten kunnen worden aangekocht en verkocht.

Andere vermogensbeheerder
Per 11 september 2008 is de Hartstichting naar een andere externe vermogensbeheerder gegaan, namelijk Schretlen & Co. De beleggingsportefeuille bij ABN AMRO Asset Management is in zijn geheel verkocht. De opbrengst van de verkoop van de beleggingsportefeuille beheerd door ABN AMRO Asset Management is overgemaakt naar de rekening van Schretlen & Co.

Verslag uitbrengen
Periodiek (minimaal een keer per kwartaal) brengen wij aan de directie en aan de financiële portefeuillehouder van de Raad van Toezicht verslag uit over de resultaten.

Fluctuaties van beleggingsopbrengst
De Hartstichting streeft ernaar om over een langere periode een hoger rendement te genereren dan het te verwachten rendement bij een risicoloze rentevergoeding. Fluctuaties van beleggingsopbrengst door de jaren heen zijn dus mogelijk.

Richtlijnen

De verdeling van de vermogensbestanddelen van de diverse beleggingscategorieën is als volgt:

  Minimum Strategisch Maximum
Vastrentende waarden 70% 80% 90%
Aandelen 10% 20% 25%
Liquide middelen 0% 0% 20%


De Nederlandse Hartstichting hanteert de onderstaande richtlijnen bij haar beleggingsbeleid:

Uitzondering is het aandelenbelang in Emerging Markets. Dit belang (maximaal 30 procent van de aandelenweging) wordt belegd via beleggingsfondsen en wordt niet gescreend.

De verdeling van de effecten is als volgt:

Effecten per 31 december
In € miljoenen

  2008 2008 2007 2007
  % %
Vastrentende waarden 30,1 79,2 41,3 88,2
Aandelen 7,9 20,8 2,2 4,7
Onroerendgoedfondsen, in beheerbanken - - 3,3 7,1
 



  38,0 100,0 46,8 100,0

In de onderstaande grafiek ziet de verdeling per 31 december 2008 er als volgt uit:


Beleggingsresultaat/meerjarenoverzicht van ABN AMRO Asset Management tot en met 31 augustus 2008.

    2008     2007     2006  
      Relatieve     Relatieve     Relatieve
  Portefeuille Benchmark Performance Portefeuille Benchmark Performance Portefeuille  Benchmark Performance
Aandelen -42,50% -43,20% 0,70% -0,38%  -2,03% 1,65% 5,17% 7,40%  -2,23%
Vastrentend 0,80% 2,20% -1,40% 0,77% 0,97% - 0,20% -0,32% -0,30% -0,02%
Onroerend goed -13,30% -8,20% -5,10% -28,93% -25,46% -3,47% 34,34% 33,16% 1,19%
 








Totaal -2,10% -1,20% -0,90% -1,94% -2,07% 0,13% 2,68% 2,37% 0,31%

Performance van de beleggingsportefeuille

De performance van onze beleggingsportefeuille over 2008 bedraagt tot en met 31 augustus -2,1 procent (2007: -1,94 procent). Gezien de beperkte looptijd van de beleggingsportefeuille bij Schretlen & Co is geen benchmarkoverzicht opgenomen.



Resultaat uit beleggingen

De stand van de beleggingen per 31-12-2008 was teleurstellend te noemen. Hoewel in de begroting 2008 nog € 1,8 miljoen aan resultaat was opgenomen, was het resultaat eind 2008 ongeveer nihil. Halverwege het jaar werd de Hartstichting geconfronteerd met een negatief beleggingsrendement van meer dan € 1,5 miljoen, maar mede dankzij een nieuwe vermogensbeheerder (Schretlen & Co) en door gebruik te maken van veilige deposito’s met hoge rentepercentages (alleen ABN AMRO en Rabobank) hebben wij het tweede deel van 2008 een positief resultaat gerealiseerd van ongeveer het bedrag van de eerdere verliezen.
Het jaar 2009 zal een bewogen jaar worden met het oog op de algehele financiële crisis en zal zeker zijn effect hebben op de beleggingsportefeuille en beleggingsresultaten van de Nederlandse Hartstichting.


Vorderingen en overlopende activa

De post ‘vorderingen en overlopende activa’ van € 3,2 miljoen (2007: € 2,6 miljoen) bevat vorderingen uit legaten en nalatenschappen ter hoogte van € 1,3 miljoen (eind 2007: € 1,7 miljoen), nog te ontvangen opbrengsten: € 0,2 miljoen (2007: € 0,2 miljoen) en overige vorderingen: € 1,7 miljoen (eind 2007: € 0,7 miljoen).


Liquide middelen

De liquide middelen € 19,8 miljoen (eind 2007: € 11,4 miljoen) betreffen de direct opeisbare tegoeden bij banken, totaal € 11,8 miljoen (eind 2007: € 1,9 miljoen) en de uitstaande deposito’s: € 8 miljoen (eind 2007: € 9,5 miljoen).

De drie deposito’s staan uit bij ABN AMRO en Rabobank, waarvan er twee rond het derde en vierde kwartaal 2008 aflopen en een deposito een variabel karakter kent. Het is een strategische beslissing geweest om een deel van de liquiditeiten via deposito’s aan te houden. Hierdoor is het beleggingsverlies enigszins beperkt gebleven; de uitstaande positie aan het einde van het jaar 2008 laat hierdoor wel een verhoogde positie zien.


Passiva

Reserves en fondsen

De algemene reserve houden we in stand uit continuïteitsoverwegingen en om onverwachte tegenvallers in de uitvoering van een vastgesteld jaarplan niet in de weg te laten staan.

Mutaties reserves en fondsen
In € 1.000,-

  Continuiteïts-
reserve
Reserve activa
doelstellingen
Reserve activa
bedrijfsvoering
Bestemmings-
fondsen
Totaal            
 




Mutaties          
Saldo 1 januari 16.658 529 5.961 429 23.577
Resultaat verslagjaar (1.152) - - - (1.152)
Toegevoegd 0 3 343 10 356
Onttrokken (14) (43) (299) - (356)
 




Saldo 31 december 2008 15.492 489 6.005 439 22.425

De richtlijn van de commissie-Herkströter, die de Hartstichting onderschrijft als norm, hanteert als bovengrens voor de continuïteitsreserve: 1,5 maal de jaarkosten van de werkorganisatie.

(Bedragen in duizenden euro’s:)
De maximaal toelaatbare continuïteitsreserve volgens de richtlijn Herkströter: 1,5 maal de jaarkosten 2008 = 1,5 × € 11.088 = € 16.631. De Hartstichting blijft hier met € 15.492 onder.

‘Fondsen op naam’ bestaat uit een drietal fondsen van totaal € 439.207. Deze fondsen op naam kennen ieder een eigen bestedingsdoel. Hieronder volgt een weergave van deze fondsen, met daarbij het betreffende bestedingsdoel.

Bestemmingsfondsen
In € 1,-

De bestemmingsfondsen zijn als volgt te specificeren:
Hoekstra-Quak Stichting 225.295
Fonds Gezond bewegen voor ouderen 173.912
Fred en Betty Storm Fonds 40.000
 
  439.207

Bestemmingsfonds Nederlandse Hartstichting
Bestedingsdoel Hoekstra-Quak Stichting: de bestrijding van hart- en vaatziekten in algemene zin.
Bestedingsdoel Fonds Gezond bewegen voor ouderen: het stimuleren van meer bewegen door ouderen.

Bestemmingsfonds Stichting Studiefonds van de Nederlandse Hartstichting
Bestedingsdoel Fred en Betty Storm Fonds: het financieel ondersteunen van onderzoek naar de oorzaken van acute hartstilstand en de mogelijkheden van gentherapie.

 


Voorzieningen

Vanaf 2007 worden er geen toevoegingen meer aan de voorziening gedaan.

Mutaties voorzieningen
In € miljoenen

  Groot onderhoud
1 januari 2008
Toevoegingen
Onttrekkingen
0,4
-
-
   
31 december 2008 0,4


Langlopende schulden

In deze post zijn de voor toekomstige jaren toegezegde subsidies opgenomen. Dit betreffen zowel de top-downprojecten (in beginsel door de Hartstichting gestimuleerd en/of geïnitieerd), bottom-upprojecten en het fonds ten behoeve van het programma Moleculaire Cardiologie.

Vanaf 2007 wordt 15 procent opgenomen voor vrijval van reiskosten binnen de subsidieverplichting aan studenten en aio’s. De subsidietoezeggingen aan Stivoro en Stichting Hoofd Hart & Vaten zijn conform de richtlijnen van het CBF voor de komende drie jaar opgenomen.

* Onder vrijval wordt verstaan: niet-uitbetaalde, maar wel toegezegde en gereserveerde subsidieverplichtingen.

Langlopende schulden per 31 december
In € miljoenen

  2008 2007
Projecten derden 19,6 20,2
Stivoro/ Stichting Hoofd Hart en Vaten 3,5 3,7
Top-downprogramma's zorg- en preventieonderzoek 0,4 0,3
Verwachte vrijval (0,3) (0,3)
 

  23,2 23,9

1) Conform de CBF-richtlijn zijn de Fondsen op naam vanaf 2007 opgenomen als vastgelegd vermogen, zie overzicht eigen vermogen.

‘Projecten derden’ bevat met name toewijzingen van subsidies voor wetenschappelijke onderzoeken die langer dan een jaar duren.
Alle langlopende schulden worden binnen een looptijd van vijf jaar afgelost.

 


Kortlopende schulden

De kortlopende schulden zijn als volgt verdeeld.

Kortlopende schulden per 31 december
In € miljoenen

  2008 2007
Nog te betalen eigen en bijzondere projecten en subsidies 14,7 13,4
Vooruitontvangen opbrengsten - -
Nog te betalen kosten 2,3 2,6
Stivoro/Stichting Hoofd Hart en Vaten/NPO 1,7 1,8
Te betalen belastingen en afdracht premies bedrijfsvereniging 0,3 0,2
Te betalen persioenpremies - 0,2
Crediteuren 2,5 1,2
 

  21,5 19,4

‘Nog te betalen eigen en bijzondere projecten en subsidies’ van € 14,7 miljoen bevat onder andere de voorlopige toewijzing van een aantal subsidies voor wetenschappelijk onderzoek. Sinds 2006 is ervoor gekozen om de bottom-up subsidieverplichting, per toewijzingsjaar, te splitsen naar schulden op lange en korte termijn. Hierdoor ontstaat een grotere nauwkeurigheid van de weergave van schulden op korte en lange termijn. Ingediende subsidieaanvragen die zijn goedgekeurd, worden gebruikt om het betreffende onderzoek te financieren. Deze onderzoeken kunnen meerdere jaren duren.

Binnen de post ‘nog te betalen kosten’ zijn de verplichtingen opgenomen die we in 2008 of eerder zijn aangegaan, maar waarbij de daadwerkelijke besteding van de gelden in 2009 zal plaatsvinden.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Ultimo 2008 bestaat er een leaseverplichting voor de jaren 2009 tot en met 2012 van € 571.289 (o.a. voor leaseauto’s, kopieer- en/of faxapparatuur). Van dit bedrag loopt € 282.459 binnen een jaar af, € 288.830 heeft een looptijd langer dan een jaar en vervalt binnen vijf jaar.

 


Kortlopende schulden

De kortlopende schulden zijn als volgt verdeeld.

Kortlopende schulden per 31 december
In € miljoenen

  2008 2007
Nog te betalen eigen en bijzondere projecten en subsidies 14,7 13,4
Vooruitontvangen opbrengsten - -
Nog te betalen kosten 2,3 2,6
Stivoro/Stichting Hoofd Hart en Vaten/NPO 1,7 1,8
Te betalen belastingen en afdracht premies bedrijfsvereniging 0,3 0,2
Te betalen persioenpremies - 0,2
Crediteuren 2,5 1,2
 

  21,5 19,4

‘Nog te betalen eigen en bijzondere projecten en subsidies’ van € 14,7 miljoen bevat onder andere de voorlopige toewijzing van een aantal subsidies voor wetenschappelijk onderzoek. Sinds 2006 is ervoor gekozen om de bottom-up subsidieverplichting, per toewijzingsjaar, te splitsen naar schulden op lange en korte termijn. Hierdoor ontstaat een grotere nauwkeurigheid van de weergave van schulden op korte en lange termijn. Ingediende subsidieaanvragen die zijn goedgekeurd, worden gebruikt om het betreffende onderzoek te financieren. Deze onderzoeken kunnen meerdere jaren duren.

Binnen de post ‘nog te betalen kosten’ zijn de verplichtingen opgenomen die we in 2008 of eerder zijn aangegaan, maar waarbij de daadwerkelijke besteding van de gelden in 2009 zal plaatsvinden.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Ultimo 2008 bestaat er een leaseverplichting voor de jaren 2009 tot en met 2012 van € 571.289 (o.a. voor leaseauto’s, kopieer- en/of faxapparatuur). Van dit bedrag loopt € 282.459 binnen een jaar af, € 288.830 heeft een looptijd langer dan een jaar en vervalt binnen vijf jaar.

 


Rekening van baten en lasten

Samengevoegde rekening van baten en lasten
In € miljoenen

  Begroting 2009 Werkelijk 2008 Begroting 2008 Werkelijk 2007
Baten uit eigen fondsenwerving        
Collecten 4,6 4,4 4,6 4,4
Donaties en giften 20,4 18,9 19,1 17,0
Contributies 0,3 0,3 0,3 0,4
Sponsoring 0,2 0,2 0,3 0,2
Nalatenschappen 13,6 14,0 13,7 15,8
Verkoop goederen 0,1 0,2 0,1 0,3
Overige baten uit eigen fondsenwerving 0,1 0,2 0,7 0,3
 



Totaal baten uit eigen fondsenwerving 39,3 38,2 38,8 38,5
 



Baten uit gezamelijke acties 0,0 0,0 0,0   0,0
Baten uit acties van derden 1,5 1,8 1,5 1,8
Subsidies van overheden - - - -
Baten uit beleggingen 1,0 (0,0) 1,8 (0,5)
Overige baten 0,2 0,3 0,2 0,4
   




 


 
   2,7 2,1  3,5  1,7 
   


 


 


 
 Som der baten  42,0 40,3  42,3  40,2 
   


 


 


 
 Besteed aan doelstellingen        
Programma Hartstilstand 2,9 3,0 3,2 3,4
Programma Passie voor Preventie 3,2 3,9 4,0 3,6
Programma Jeugd 3,6 3,6 3,7 2,7
United Hearts 0,2 0,2 0,4 -
Voorlichting 2,7 3,0 2,9 2,6
Wetenschap 15,7 14,0 16,2 16,3
Implementatie 2,8 2,4 2,7 2,3
SHHV/NPO 1,7 1,4 2,4 2,2
   


 




 
 Totaal besteed aan doelstellingen  32,8 31,5  35,5 33,1 
   


 




 
 Werving baten        
Kosten eigen fondsenwerving 8,5 8,2 8,3 7,1
Kosten gezamelijke acties - - - -
Kosten acties derden 0,3 0,3 0,3 0,1
Kosten verkrijging subsidies overheden - - - -
Kosten van beleggingen - - - -
 



  8,8 8,5 8,6 7,2
 



 Beheer en administratie        
 Kosten beheer en administratie 1,4  1,5  1,5  1,5 
   


 


 


 
Som der lasten 43,0 41,5 45,6 41,8
 



Resultaat 1,0- 1,2- 3,3- 1,6-
         
Resultaatbestemming 2008:        
Toevoeging/onttrekking aan:        
- Continuïteitsreserve   1,2    
- Bestemmingsreserve   0,0    
- Herwaarderingsreserve   -    
- Overige reserves   0,0    
- Bestemmingsfonds   -    
   
   
    0,00    
   
   

Saldo rekening van baten en lasten 2008 ten opzichte van 2007

Vanaf boekjaar 2008 zijn de Fondsenwervende Instellingen verplicht hun jaarverslag in te richten conform RJ 650, de presentatie van de baten en lasten valt onder de verplichte nieuwe richtlijn RJ 650.
Door aanpassing van de in 2008 gehanteerde doorberekeningsmethodiek conform RJ 650 zijn de in deze jaarverslag opgenomen vergelijkende cijfers dienovereenkomstig aangepast. Deze aanpassing leidt niet tot een resultaateffect.

Het saldo van de rekening van baten en lasten over 2008 bedraagt: € 1,2 miljoen negatief.
In 2007 bedroeg het resultaat € 1,6 miljoen negatief. Het negatieve resultaat 2008 was begroot op € 3,3 miljoen.

De Hartstichting behaalde in 2008 bijna € 0,1 miljoen meer inkomsten ten opzichte van het jaar ervoor, vooral door donaties, giften en contributies, voor bijna 48 procent van de totale inkomsten. De Hartstichting acht het belangrijk hier veel aandacht voor te hebben en houden.

De stand van de beleggingen per 31-12-2008 was teleurstellend te noemen. Hoewel in de begroting 2008 nog € 1,8 miljoen aan resultaat was opgenomen, was het resultaat eind 2008 ongeveer nihil. Eind 2007 hadden wij nog een verlies van € 0,5 miljoen te verwerken. Het jaar 2009 zal een bewogen jaar worden met het oog op de algehele financiële crisis en zal zeker zijn effect hebben op de beleggingsportefeuille en de beleggingsresultaten van de Nederlandse Hartstichting. Hierdoor zien wij een verschuiving in de baten uit acties van derden (2008: € 1,9 miljoen), omdat de kosten van acties van derden apart gepresenteerd dienen te worden.

De lasten daalden in 2008 met € 0,2 miljoen ten opzichte van 2007, door Wetenschap werd € 2,3 miljoen minder uitgegeven in 2008 ten opzichte van 2007. De diverse programma’s en projecten hebben goede voortgang gehad wat is terug te zien in de bestedingen. In totaal hebben wij in 2008 een bedrag van € 31,5 miljoen aan onze doelstelling uitgegeven ten opzichte van € 33,1 miljoen in 2007.
De kosten eigen fondsenwerving zijn gestegen van € 7,1 miljoen in 2007 naar € 8,2 miljoen maar zijn binnen de begroting 2008 gebleven. Uitgedrukt als percentage van de inkomsten (het zogenoemde CBF-percentage) laten de kosten fondsenwerving een score zien van 21,6 procent waar 25 procent is toegestaan (2007: 18,3 procent).




Baten uit eigen fondsenwerving

Collecten

De bruto-opbrengst van de collecten van de Hartstichting bedraagt afgerond € 4,4 miljoen. Mede door de inzet en betrokkenheid van vrijwilligers en coördinatoren hebben we deze opbrengst behaald.
De bruto-opbrengst van € 4.388.491 in 2008 is ten opzichte van 2007 (€ 4.477.135) gedaald met 1,9 procent.

Donaties en giften

De bruto-opbrengst van de donaties en giften is in 2008 met 10,5 procent gestegen tot een totaalbedrag van € 18,8 miljoen. (2007: € 17 miljoen.)
Onze organisatie acht het belangrijk hier veel aandacht voor te hebben en te houden.

Contributies

De bruto-opbrengst van de contributies is in 2008 gedaald, van € 0,4 miljoen naar € 0,3 miljoen.

Sponsoring

De bruto-opbrengst van de sponsoring is in 2008 ten opzichte van 2007 gelijk gebleven: € 0,3 miljoen.

Nalatenschappen

De baten uit nalatenschappen (erfenissen en legaten) bedragen in 2008 € 14 miljoen. De opbrengst is hoger dan begroot (€ 0,2 miljoen), echter lager dan vorig jaar, omdat er in 2007 een incidentele extra grote nalatenschap is binnengekomen.

Verkoop goederen

De brutowinst van de verkoop van goederen bedraagt in 2008 € 0,1 miljoen (2007: € 0,3 miljoen).

Baten uit acties van derden

Uit diverse nationale acties ontvangt de Hartstichting een aandeel in de opbrengst. In 2008 was de opbrengst € 1.869.397 ten opzichte van € 1.759.779 in 2007. Dat is een stijging van 6,2 procent.

Overige baten

Hieronder geven we een lijstje weer met de bijdragen boven de € 3.000 die wij hebben ontvangen van andere stichtingen.

Overzichten giften van stichtingen

Benedictinessen van het Heilig Sacrament € 3.000
Zusters Ursulinen van St-Salvator € 8.000
Stichting Stoffels-Hornstra € 12.500
Stichting Katholiek Voortgezet Onderwijs Breda en omgeving € 5.394
Vrienden van de Hartstichting dummy € 10.673
Stichting Raam € 5.000
Stichting Theodora Boasson € 45.000
Benedictinessen Priorij € 5.000
Stichting Zero Darts € 6.961
2008 Nederlandse Hartstichting € 25.578
Basisschool Jan Bluijssen € 6.570
KBS de Lettertuin € 3.547
Stichting Medische Research € 18.000
Stichting Flexi-Plan € 10.000
Stichting Familiefonds Jan Waal € 5.500
Stichting de Vesting € 6.000
St. de Wollebrandcross € 45.000
Stichting Groenling € 5.000
Protestants Christelijk € 3.000

Besteed aan doelstellingen

Overzicht baten en lasten
In € miljoenen

  Werkelijk 2008 Werkelijk 2007
Baten uit eigen fondsenwerving 38,2 38,5
Baten uit acties derden 1,8 1,8
Beleggingsresultaat 0,0 -0,5
Overige baten 0,3 0,4
Som der baten 40,3 40,2
 

Totaal besteed aan doelstellingen 31,5 33,1
 

Werving baten 8,5 7,2
Beheer en administratie 1,5 1,5
 

Resultaat (1,2) (1,6)
 

Overzicht bestedingen doelstellingen
in € miljoenen

Uitgaven Begroting
2009
% Werkelijk
2008
% Begroting
2008
% Werkelijk
2007
%
Programma Hartstilstand 2,9 8,8% 3,0 9,5% 3,2  9,0% 3,4 10,4%
Programma Passie voor Preventie 3,2 9,8% 3,9 12,4% 4,0 12,2% 3,6 10,8%
Programma JUMP 3,6 11,0% 3,6 11,4% 3,7 11,3% 2,7 8,2%
United Hearts *) 0,2 0,6% 0,2 0,6% 0,4 1,2% - 0,0%
Voorlichting 2,7 8,2% 3,0 9,5% 2,9 8,8% 2,6 7,9%
Wetenschap 15,7 47,9% 14,0 44,4% 16,2 49,6% 16,3 49,2%
Implementatie 2,8 8,5% 2,4 7,6% 2,7 8,2% 2,3 6,9%
SHHV/NPO 1,7 5,2% 1,4 4,4% 2,4 7,3% 2,2 6,6%
Totaal 32,8 100,0% 31,5 100,0% 35,5 100,0% 33,1 100,0%

*) United Hearts is een nieuw geïnitieerd samenwerkingsverband tussen de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, de Nederlandse Hartstichting, het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland en Patiëntenorganisaties. United Hearts heeft als doel hart- en vaatziekten op de publieke en politieke agenda te zetten.

Verdeling bestedingen aan doelstellingen
In € 1


Kengetallen

Kengetallen

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
Bestedingen aan doelstellingen 78,1% 78,0% 83,9% 82,5%
Kosten beheer en administratie
ten opzichte van totale kosten
3,3% 3,6% 3,2% 3,6%
Kosten eigen fondsenwerving
ten opzichte van baten eigen fondsenwerving
21,6% 21,6% 21,4% 18,3%

Vrijwilligers

Voor de Hartstichting zijn jaarlijks rond de 76.000 vrijwilligers actief. Deze vrijwilligersgroep bestaat voornamelijk uit collectanten en bestuursleden. De vrijwilligers ontvangen geen beloning voor hun belangrijke bijdrage aan het behalen van onze doelstellingen. De Vereniging Vrienden van de Hartstichting heeft zich in 2008 behoorlijk ingespannen en komt uit op een dotatie aan de Hartstichting van € 4.784.192. Deze dotatie ligt slechts 0,7 procent hoger dan in 2007. Bovengenoemde dotatie is overhandigd tijdens de Vriendendag op 14 maart 2009. 



Wetenschappelijk onderzoek

Een groot gedeelte van de gelden van wetenschap wordt besteed aan onderzoek dat de missie van de Hartstichting onderschrijft. Het onderzoek kan top-down door ons worden uitgezet of bottom-up bij ons worden aangevraagd. Een commissie beoordeelt of de inhoud en de onderbouwing voldoen aan onze eisen. Jaarlijks wordt een bepaald bedrag toegewezen aan deze bottom-up aanvragen. Onderzoek vindt dan veelal plaats door wetenschappers en aio’s.


Lastenverdeling

Uit de staat van baten en lasten van fondsenwervende instellingen dienen de volgende kostencategorieën volgens de nieuwe richtlijn RJ 650 te blijken:

In het volgende overzicht worden deze kosten gespecificeerd naar bovengenoemde kostencategorieën.


Beloning directeuren

Op 7 juni 2005 heeft de commissie-Wijffels een advies uitgebracht over de beloning van directeuren van goededoelenorganisaties. De VFI heeft op basis van het advies van de commissie-Wijffels berekeningsregels opgesteld. De Hartstichting volgt dit advies ten aanzien van het jaarsalaris van de directeur en heeft dit advies in haar beleid opgenomen.

In het volgende overzicht wordt het directiesalaris weergegeven volgens het advies van commissie-Wijffels.

Dr. J.C.G. Stam 1)
Voor de jaren 2007 en 2008 zijn de salariskosten van de directie als volgt samengesteld:
* €1,-

  2008 2007
Vast inkomen, bestaande uit salaris,
vakantiegeld en eventuele vaste (eindejaars)uitkering
132.187 131.543
 

Aansluiting met jaarrekening    
Vast inkomen, bestaande uit salaris,
vakantiegeld en eventuele vaste (eindejaars)uitkering

132.187

131.543
Onkostenvergoedingen (vaste vergoedingen) 1.680 1.680
Pensioenpremie (door werkgever betaald) 20.939 20.775
Premie ziektekostenverzekering (door de werkgever betaald) 2.249 1.990
 

Totale beloning volgens commissie-Wijffels 157.055 155.988
     
Overige vergoedingen
(reservering vakantiedagen, sociale lasten, ov-kaart of lease-auto enz.)

24.064 2)

18.630
 

Totale beloning 181.119 174.618

1) Dhr. dr. J. (Hans) C.G. Stam is per 15-1-2006 in dienst getreden.
2) Dhr. dr. J. (Hans) C.G. Stam maakt gebruik van een leaseauto.

De leden van de Raad van Toezicht genieten geen bezoldiging.


Bestedingen en begrotingen

Hieronder vindt u specificaties van de rekening van baten en lasten.

Besteed aan doelstellingen
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
Programma Hartstilstand
Programma Passie voor Preventie
Programma Jump
United Hearts
Voorlichting
Wetenschap
Implementatie
SHHV/NPO
2.885
3.283
3.622
249
2.684
15.650
2.784
1.695
3.016
3.873
3.588
199
2.956
13.999
2.430
1.405
3.165
3.982
3.689
393
2.939
16.279
2.655
2.368
3.443
3.587
2.701
-
2.607
16.301
2.304
2.227
 



Totaal besteed aan doelstellingen 32.852 31.466 35.470 33.170

Programma Hartstilstand
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
Programma Hartstilstand
Indirecte kosten
1.969
915
2.153
863
2.272
893
2.628
815
   


 


 


 
Totaal Programma Hartstilstand 2.885 3.016 3.165 3.443

Programma Passie voor Preventie
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
Programma Passie voor Preventie
Risk Management
Bewegen/leefstijl
Overgewicht
Roken
Gezondheidscheck
Nieuwe Nederlanders
316
321
-
30
1.145
-
498
139
211
-
-
2.288
203
96
184
346
-
-
1.907
529
108
266
180
(3)
-
2.233
69
-
 



Totaal projectkosten
Indirecte kosten
2.310
973
2.937
936
3.074
908
2.745
843
 



Totaal Programma Passie voor
Preventie
3.283 3.873 3.982 3.588

Programma JUMP
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
Programma JUMP
Jeugd gezond
Jeugd aangeboren hartafwijkingen
630
1.466
298
565
1.558
275
326
1.896
307
-
1.524
115
 



Totaal projectkosten
Indirecte kosten
2.394
1.228
2.398
1.189
2.529
1.160
1.639
1.062
 



Totaal Programma JUMP 3.622 3.587 3.689 2.700

United Hearts
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
United Hearts
Indirecte kosten
151
98
111
88
301
92
-
-
 



Totaal United Hearts 249 199 393 -

Voorlichting
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
Front-office
Projecten
Voorlichting publiek
Voorlichting brochures
Voorlichting lopende activiteiten
Verspreiding en PR
Ontwikkeling en innovatie
Evaluatie en onderzoek 
-
-
-
-
1.040
73
269
34
-
-
-
-
1.371
36
270
24 
-
-
-
-
1.256
107
238
105 
-
157
270
840
209
-
-
 



Totaal projectkosten
Indirecte kosten
 1.416
1.268
1.701
1.255
1.706
1.233
1.476
1.131
 



 Totaal Voorlichting  2.684 2.956   2.939 2.607 


Wetenschappelijk onderzoek
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
   
Kennismanagement
Wetenschap algemeen
Investeringen
Dekker
162
128
10.608
3.155
415
205
10.157
1.728
439
414
11.354
2.509
177
122
11.588
3.090
 



Totaal projectkosten
Indirecte kosten
14.053
1.596
12.505
1.494
14.716
1.563
14.977
1.324
 



Totaal
Wetenschappelijk onderzoek
15.650 13.999 16.279 16.301
 



Implementatie
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
Team implementatie
Projecten
Patiënten
Verkenningen/ peilingen
-
186
1.140
71
-
527
140
390
-
166
1.045
52
-
635
81
327
 



Totaal projectkosten
Indirecte kosten
1.397
1.387
1.057
1.373
1.263
1.392
1.043
1.261
 



Totaal Implementatie 2.784 2.430 2.655 2.304



Patiëntenorganisatie
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
NPO
(nieuwe patiëntenorganisatie
voorh. SHHV)
Indirecte kosten
1.245


450
974


431
1.867


501
1.756


471
 



Totaal Patiëntenorganisatie 1.695 1.405 2.368 2.227
 



Kosten eigen fondsenwerving
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
Bedrijven
Nalatenschappen & grote giften
Particulieren NHS
Particulieren JUMP
Major & Middle Donors
51
171
4.121
1.898
185
248
144
3.899
1.633
-
68
272
3.999
1.987
-
111
108
3.541
1.356
-
 




Indirecte kosten
Kosten acties derden
6.426
2.080
-
5.924
2.204
116
6.326
2.013
-
5.116
1.942
-
 



Totale Kosten
eigen fondsenwerving
8.506 8.244 8.339 7.058

Acties Derden
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
Indirecte kosten 300 300 300 100

Beheer en administratie
* € 1.000,-

  Begroting
2009
Werkelijk
2008
Begroting
2008
Werkelijk
2007
 
Overig
Indirecte kosten
87
1.343
231
1.254
67
1.408
133
1.353
 



Totaal Beheer en administratie 1.430 1.485 1.475 1.486

Financiële resultaten in vergelijking met de begroting

Baten uit eigen fondsenwerving

Financiële resultaten in vergelijking met de begroting
In € miljoenen

  Werkelijk
2008
Begroting
2008
Verschil
Baten uit eigen fondsenwerving 38,2 38,8 0,6-
Baten uit acties van derden 1,8 1,5 0,3
Beleggingsresultaten - 1,8 1,8-
Overige baten 0,3 0,2 0,1
 


Som der baten 40,3 42,3 2,0-
       
Besteed aan doelstellingen      
Programma Hartstilstand 3,0 3,2 0,2-
Programma Passie voor Preventie 3,9 4,0 0,1-
Programma JUMP 3,6 3,7 0,1-
United Hearts 0,2 0,4 0,2-
Voorlichting 3,0 2,9 0,1
Wetenschap 14,0 16,2 2,2-
Implementatie 2,4 2,7 0,3-
SHHV/NPO 1,4 2,4 1,0-
 


Totaal besteed aan doelstellingen 31,5 35,5 4,0-
       
Werving baten      
Kosten eigen fondsenwerving 8,2 8,3 0,1-
Kosten acties derden 0,3 0,3 -
Kosten van beleggingen - - -
 


  8,5 8,6 0,1-
       
Beheer en administratie      
Kosten beheer en administratie 1,5 1,5  -
       
Som der lasten 41,5 45,6 4,0-
 


Resultaat 1,2- 3,3- 2,0


De baten uit eigen fondsenwerving waren € 0,6 miljoen lager dan begroot.
De inkomsten uit collecten waren € 0,2 miljoen lager dan begroot.
De inkomsten uit donaties en giften waren € 0,2 miljoen lager dan het begrote bedrag van € 19,1 miljoen.
De inkomsten van de contributies komen overeen met de begroting en de inkomsten van de sponsoring zijn gelijk gebleven.
De inkomsten uit nalatenschappen zijn € 0,3 miljoen meer dan begroot.
De verkoop goederen is gelijk gebleven aan de begroting.
De overige baten uit eigen fondsenwerving zijn met € 0,5 miljoen lager dan begroot.

Analyse toename baten uit eigen fondsenwerving
In € miljoenen

Resultaat t.o.v. begroting
Mutatie
Collecten 0,2▼
Donaties en giften 0,2▼
Contributies Gelijk
Sponsoring 0,1▼
Nalatenschappen 0,3▲
Verkoop goederen 0,1▲
Overige baten uit eigen fondsenwerving 0,5▼

Totaal mutatie 0,6▼

Kosten eigen fondsenwerving

De kosten eigen fondsenwerving waren € 0,1 miljoen lager dan begroot.

Besteed aan doelstellingen

De bestedingen aan de doelstellingen waren € 4 miljoen minder dan begroot. Deze lagere besteding heeft vooral bij wetenschappelijk onderzoek plaatsgevonden (€ 2,2 miljoen).

 

 

 

 


Analyse kasstroomoverzicht

Het saldo van de liquide middelen per 31 december 2008 muteerde van € 11.433.239 naar € 19.797.326. Dit wordt grotendeels verklaard door de mutatie in de post ‘Effecten’, voornamelijk veroorzaakt door de verkoopopbrengst in 2008 die op de rekening van Schretlen & Co is gestort. Eind 2008 stond nog een saldo van € 7.786.029 op de rekening-courant bestemd voor aankoop van effecten.

Kasstroomoverzicht
*€ 1.000,-

  2008 2008 2007 2007
 
Saldo liquide middelen per 1 januari
Saldo liquide middelen per 31 december
  11.433
19.797
  8.856
11.433
   
 
Toename liquide middelen   8.364   2.577
         
De toename van liquide middelen
kan verklaard worden door:
Resultaat
Afschrijvingen materiële vaste activa
Afname voorzieningen


(1152)
342
(13)
 

(1568)
336
(107)
 
 
 
 
Kasstroom   (822)   (1339)
         
Afname resp. toename effecten
Afname resp. toename vorderingen
Toename kortlopende schulden
Afname langlopende schulden
8.806
(597)
2.085
(762)
  357
246
1.133
2.578
 
 
 
 
Mutaties netto werkkapitaal   9.532   4.314
   
 
Kasstroom op operatiebasis   8.710   2.975
         
Investeringen in materiële vaste activa   (346)   (398)
   
 
Saldo   8.364   2.577

Normaal gesproken wordt het overschot aan liquide middelen belegd in effecten. Gezien het slechte beursklimaat enerzijds en de hoge rente op deposito’s anderzijds is besloten om het overschot aan liquide middelen aan te houden in deposito’s.

Analyse kasstroomoverzicht

  Ten opzichte van 2007
Mutatie  
Resultaat 2008 ten opzichte van 2007
Afschrijving
Kasstroom
Langlopende schulden
Kortlopende schulden
Saldo liquide middelen


Statutaire resultaatbestemming

Conform artikel 11, lid 1.b. van de statuten van de Nederlandse Hartstichting is de Raad van Toezicht bevoegd tot het goedkeuren van het jaarverslag en de jaarrekening. Daarmee wordt de resultaatbestemming zoals in de jaarrekening opgenomen definitief.

Resultaatbestemming 2008

Het saldo over 2008 zal ten laste worden gebracht van het vrij besteedbaar vermogen.

  

 
dr. Hans Stam
Directeur
Nederlandse Hartstichting



drs. L.E.H. Vredevoogd
Voorzitter Raad van Toezicht
Nederlandse Hartstichting



ing. J.W. Bavinck
Voorzitter bestuur
Vereniging Vrienden van de Hartstichting


Accountantsverklaring

Voor het inzicht dat vereist is voor een verantwoorde oordeelsvorming omtrent de financiële positie en de resultaten van de Nederlandse Hartstichting en voor een toereikend inzicht in de reikwijdte van de accountantscontrole dienen de hier gepresenteerde financiële gegevens te worden gelezen in samenhang met de volledige jaarrekening, waaraan deze gegevens zijn ontleend, alsmede met de door PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. verstrekte goedkeurende accountantsverklaring d.d. 27 maart 2009.