Mechanisme achter het antifosfolipidensyndroom ontrafeld
Prof. dr. Ph.G. de Groot
Hematologie
&
Dr. R.H.W.M. Derksen
Reumatologie en Klinische Immunologie
Universitair Medisch Centrum Utrecht
Het antifosfolipidensyndroom is een zeldzame aandoening die gepaard gaat met een sterk verhoogde kans op het ontstaan van bloedstolsels (trombose) in zowel de aderen als de slagaderen). Bij vrouwen kan dit onder andere leiden tot herhaalde miskramen, doordat er stolsels ontstaan in de placenta. Daarnaast verloopt bij patiënten met dit syndroom het proces van atherosclerose, het lokaal dichtslibben van de bloedvaten, sneller.
Doel van het project
Het doel van het project was om het mechanisme achter het antifosfolipidensyndroom te ontrafelen. Het antifosfolipidensyndroom dankt zijn naam aan de antistoffen die de patiënten in hun bloed hebben. Aanvankelijk leken deze antistoffen specifiek gericht tegen fosfolipiden (een bepaald soort vetten) in het lichaam. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de antistoffen gericht zijn tegen het eiwit bèta2-glycoproteïne I. In aanwezigheid van de antistoffen hecht dit eiwit in sterke mate aan bloedplaatjes, maar ook aan andere lichaamscellen, zoals witte bloedcellen en cellen die de binnenkant van bloedvaten bekleden (endotheelcellen). Bèta2-glycoproteïne I bindt hierbij met name aan receptoren uit de LDL-receptorfamilie, de receptoren voor het LDL-cholesterol.
Verhoogde kans op trombose
In dit project hebben de onderzoekers aangetoond dat de koppeling van bèta2-glycoproteïne I aan de LDL-receptor ertoe leidt dat bloedplaatjes gemakkelijker aan elkaar klonteren en zo een stolsel vormen. Dit verklaart de verhoogde kans op trombose bij patiënten met het antifosfolipidensyndroom.
- Wat vindt u van deze informatie? Breng uw stem uit:
-

