Bindweefsel belangrijk bij ontstaan hartritmestoornissen

Prof. dr. J.M.T. de Bakker
Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN)
Utrecht

De hartspier trekt alleen krachtig en ritmisch samen als de elektrische prikkels die de hartspier doen samentrekken zich ongestoord en gecoördineerd over de hartspier kunnen verspreiden. Gebeurt dit niet, dan ontstaan er hartritmestoornissen en de hartspier trekt zich onregelmatig of helemaal niet samen. Willen de elektrische prikkels zich ongestoord en gecoördineerd over de hartspier kunnen verspreiden, dan moet er in de hartspier een goed evenwicht zijn tussen drie factoren: connexines, natriumkanalen en bindweefsel. Connexines zijn eiwitten die de geleiding van de elektrische prikkels in de hartspier bevorderen, natriumkanalen maken het spierweefsel gevoelig voor de elektrische prikkels en bindweefsel werkt als ‘isolatiemateriaal’ zodat de elektrische prikkel zich niet lukraak over de spier verspreidt.
Tijdens verschillende hartaandoeningen veranderen de hoeveelheden connexines, natriumkanalen en bindweefsel in de hartspier.

Doel van het project

Het doel van dit onderzoek was om na te gaan in welke mate elk van de hiervoor genoemde veranderingen afzonderlijk bijdraagt aan de uiteindelijke prikkelgeleiding in het hart.
Hiervoor is de prikkelgeleiding bestudeerd in muizen.
Hieruit werd duidelijk dat het hart wel een stootje kan hebben. Bij muizen met minder connexines, minder natriumkanalen of minder van beide blijkt de prikkelgeleiding maar marginaal verstoord. Hartritmestoornissen blijven uit.

Toename bindweefsel

Een toename van de hoeveelheid bindweefsel, zoals in het hart onder andere gebeurt na een hartinfarct, leidt daarentegen wel tot een vertraagde prikkelgeleiding en een verhoogde kans op hartritmestoornissen. De toename van bindweefsel lijkt dus de belangrijkste verandering in de hartspier die leidt tot hartritmestoornissen.

© 2009 Nederlandse Hartstichting. Laatste herziening: vrijdag 12 juni 2009 - Ontwikkeld door VI Company

openen
sluiten