Bètablokkers verlagen kans hartklachten bij operatie

Prof. dr. ir. H. Boersma
Klinische Epidemiologie
Erasmus MC Rotterdam

Wie een operatie ondergaat heeft een (licht) verhoogde kans op het krijgen van hartklachten, ook als de operatie niet aan het hart zelf plaatsvindt. De lichamelijke stress die een operatie oplevert voor het lichaam leidt namelijk tot een grotere vraag naar zuurstof door de hartspier. Ook verandert tijdens de operatie de verhouding tussen stollings- en antistollingsfactoren in het bloed (wat de kans op de vorming van bloedstolsels verhoogt) en kunnen atherosclerotische plaques in de bloedvaten gemakkelijker scheuren. In de praktijk treden er in Nederland bij ongeveer één op de duizend operaties hartklachten bij de patiënt op die rechtstreeks het gevolg zijn van de operatie zelf. Meestal gaat het hierbij om oudere mensen.

Doel van het project

Het doel was om aan te tonen dat patiënten die vooraf aan de operatie een zogeheten bètablokker, een geneesmiddel dat de hartslagfrequentie verlaagt, krijgen toegediend minder kans lopen hartklachten te krijgen door de operatie.
Dit blijkt inderdaad het geval te zijn.

Advies

De onderzoekers raden daarom aan tijdens de operatie de hartslag met behulp van bètablokkers te verlagen tot tussen de vijftig en zeventig slagen per minuut. De bescherming van de bètablokkers is het hoogst als al dertig dagen voor de operatie gestart wordt met het toedienen van het medicijn en als dit nog tot dertig dagen na de operatie wordt volgehouden.

© 2009 Nederlandse Hartstichting. Laatste herziening: dinsdag 9 juni 2009 - Ontwikkeld door VI Company

openen
sluiten