Wetenschappelijk onderzoek
De Nederlandse Hartstichting investeerde in 2008 ruim 11 miljoen euro in wetenschappelijk onderzoek. Dat is een aanzienlijk deel van het onderzoek naar hart- en vaatziekten dat Nederlandse universiteiten uitvoeren.
In dit hoofdstuk presenteren wij nieuw onderzoek en laten wij u onderzoeksresultaten zien die dankzij onze steun in 2008 zijn bereikt.
Waarom wetenschappelijk onderzoek?
Via wetenschappelijk onderzoek krijgen we steeds meer inzichten in het ontstaan en de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Zo kunnen we vragen als: hoe ontstaan hart- en vaatziekten en hoe kunnen we ze behandelen of zelfs voorkómen, beter beantwoorden als we bijvoorbeeld inzicht hebben in de zogenoemde risicofactoren. Dat zijn factoren die onze kans op hart- en vaatziekten kunnen vergroten. Ook komen we door onderzoek meer te weten over erfelijkheid en nieuwe behandelingsmethoden.
Ons uiteindelijke doel is om hart- en vaatziekten te kunnen voorkómen en écht te genezen.
Belangrijke doodsoorzaak wereldwijd
In Nederland overleden er in 2008 bijna 41.355 mensen aan de gevolgen van hart- en vaatziekten en bijna 1 miljoen patiënten dragen dagelijks de last ervan met zich mee. Dit aantal zal de komende jaren nog verder oplopen en naar verwachting zullen dat er in 2020 1,3 miljoen zijn.
Om levens te redden zijn medische doorbraken noodzakelijk. Dit vereist veel kostbaar onderzoek. Investeren in wetenschappelijk toponderzoek is dan ook hét speerpunt van de Nederlandse Hartstichting.
Hoe steunen wij toponderzoek en toponderzoekers?
Jaarlijks ontvangt de Nederlandse Hartstichting honderden aanvragen voor wetenschappelijk onderzoek. Alle subsidieaanvragen doorlopen een strenge en zorgvuldige beoordelingsprocedure. Helaas kunnen wij hiervan maar een klein deel honoreren. Alleen toponderzoek verdient de steun van de Nederlandse Hartstichting.
De Hartstichting investeert in topwetenschap, in topwetenschappers en in topthema’s. Hiervoor hebben wij speciale subsidievormen beschikbaar.
Jaarlijkse subsidieronde
Tijdens de jaarlijkse subsidieronde is de onderzoeker vrij om zelf het onderwerp van zijn aanvraag te bepalen. Uiteraard moet het voorgestelde onderzoek zich richten op het ontstaan, voorkómen of behandelen van hart- en vaatziekten.
In 2008 heeft de Nederlandse Hartstichting ruim 121 subsidieaanvragen voor de jaarlijkse subsidieronde ontvangen. Hiervan zijn uiteindelijk 30 projecten gehonoreerd.
Een samenvatting van een aantal van deze onderzoeksprojecten kunt u in het onderdeel Afgeronde projecten.
Dr. E. Dekkerprogramma ‘Voor talent in hart en vaten’
Het cardiovasculair onderzoek (onderzoek naar hart- en vaatziekten) in Nederland behoort tot de wereldtop. Om deze kwaliteit te handhaven investeert de Nederlandse Hartstichting in wetenschappelijk toptalent dat gebruik kan maken van een speciale subsidievorm: de dr. E. Dekkerbeurs. Deze persoonsgebonden beurs stelt de onderzoeker in staat zich een aantal jaren geheel te wijden aan de strijd tegen hart- en vaatziekten. Met onze Dekkerbeurzen willen wij de persoonlijke carrières van veelbelovende jonge wetenschappers stimuleren. Op deze wijze proberen wij (toekomstige) toponderzoekers te binden aan het hart- en vaatziekteonderzoek dat van levensbelang is.
Zeven Dekkerbeurzen
In 2008 konden wij aan zeven topwetenschappers een Dekkerbeurs toewijzen met een bedrag van 1.477.831 euro.
Het gaat om de volgende onderzoekers:
- mw. dr. ir. J.W.J. Beulens (Universitair Medisch Centrum Utrecht);
- dr. R.A. Bouwman (Vrije Universiteit Medisch Centrum);
- dr. M. Hoekstra (Universiteit Leiden);
- dr. A.A.W. Roest (Leids Universitair Medisch Centrum);
- dr. J.H. von der Thüsen (Academisch Medisch Centrum Amsterdam);
- mw. drs. L.S.M. Wong (Universitair Medisch Centrum Groningen);
- mw. dr. S. Middeldorp (Leids Universitair Medisch Centrum).
Investeren in topthema’s
Ook investeert de Hartstichting in grote onderzoeksprogramma’s die gericht zijn op bepaalde topthema’s. Topthema’s zijn onderzoeksgebieden waarover alle deskundigen het eens zijn. De toekomstige ontwikkelingen op deze terreinen zijn van grote betekenis voor de preventie en de behandeling van hart- en vaatziekten.
Beroerteonderzoek
In 2008 heeft de Nederlandse Hartstichting 1,2 miljoen euro vrijgemaakt voor twee onderzoeksgebieden op het gebied van beroerte.
Endovasculaire behandelingen voor herseninfarcten/-bloedingen
Een endovasculaire behandeling is een ingreep waarbij een katheter in de bloedbaan wordt gebracht om een bepaalde behandeling uit te voeren. In het bloedvat kan een dotter- of stentbehandeling worden gedaan of kunnen medicijnen worden toegediend om een bloedstolsel op te lossen. Ook kan de katheter worden gebruikt om een spiraaltje in een uitstulping van het bloedvat te brengen dat ervoor zorgt dat deze niet openscheurt.
Beeldvormende technieken om de hersenen zichtbaar te maken.
Het in beeld brengen van een door een herseninfarct/-bloeding getroffen gebied is van groot belang om te kunnen bepalen welke behandeling de individuele patiënt nodig heeft. Door het zichtbaar maken van het getroffen gebied kan een verkeerde behandeling worden voorkomen.
Een samenvatting van een van de toegewezen onderzoeksprojecten (het project ‘Herseninfarct lokaal met medicijn behandelen’ van dr. D.W.J. Dippel) vindt u elders in dit jaarverslag.
Kindercardiologie
JUMP, het jeugdfonds van de Nederlandse Hartstichting, stelt zich ten doel de kwaliteit van leven en zorg voor kinderen en jongeren met een aangeboren hartafwijking te verbeteren. JUMP maakte in 2008 500.000 euro vrij voor wetenschappelijk onderzoek naar hartfalen en de langetermijngevolgen van aangeboren hartafwijkingen. Onderzoek op dit terrein is van groot belang omdat het aantal patiënten met een (geopereerde) aangeboren hartafwijking toeneemt. Veel van deze patiënten krijgen op latere leeftijd complicaties, die tot hartfalen (een verminderde pompfunctie van het hart) kunnen leiden.
Een samenvatting van een van de toegewezen onderzoeksprojecten (het onderzoek ‘De gevolgen op lange termijn van een Fontan-operatie’ van Prof. dr. W.A. Helbing) vindt u elders in dit jaarverslag.
CTMM/BMM
Hart- en vaatziekten treden vaak onverwachts op, maar aan dat moment is een langdurig ‘onzichtbaar’ ziekteproces voorafgegaan.
Op dit moment is het moeilijk te voorspellen welke mensen een hart- of vaatziekte zullen krijgen en welke mensen niet. Ook is een behandeling lang niet altijd even effectief bij iedere persoon. Het is van groot belang om mensen met een verhoogde kans op hart- en vaatziekten zo vroeg mogelijk op te sporen. Daarom neemt de Nederlandse Hartstichting deel aan het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en aan het BioMedical Materials program (BMM), dat onderzoek doet naar nieuwe technieken voor een snellere opsporing en behandeling van hart- en vaatziekten.
Overige subsidievormen
De Hartstichting steunt onderzoekers ook op andere manieren.
Dr. W. Stiggelboutprogramma
De Hartstichting stelt onderzoekers in staat de resultaten van Hartstichtingsprojecten te presenteren op internationale congressen. Ook kunnen onderzoekers die gaan promoveren op hart- en vaatziekteonderzoek een kleine tegemoetkoming aanvragen voor de drukkosten van hun proefschrift.
- Wat vindt u van deze informatie? Breng uw stem uit:
-

